Posts tonen met het label verandering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verandering. Alle posts tonen

dinsdag 24 augustus 2010

Zut!

Vanmorgen tijdens het lezen van de kranten dwaalden mijn gedachten moeiteloos af naar een kleine winkeltje in Montmartre. Het is zeker twintig jaar geleden, en ik kocht er slechts twee ansichtkaarten, maar ze hangen nog steeds naast de deur van mijn werkkamer..vlak onder een bordje met de tekst in het Frans en Engels: ‘Gelieve zich bij het volgende loket te vervoegen’ dat ik ‘leende’ bij EuroDisney.

De ansichtkaarten zijn voor mij meer dan een herinnering aan een zeer prettig verblijf in de Franse hoofdstad. Het zijn eerder uitingen van een gevoel dat me dezer dagen steeds vaker bekruipt. Beide kaarten vormen samen een soort mini stripverhaal, waarbij de tekst op de eerste kaart zich vrij laat vertalen als: “De wereld? Géén idee wat ik daarvan moet vinden vòòr ik er een blik op heb geworpen.“ De tweede vormt de conclusie: “Stik! Ik ga terug”.

Ik voel me op meerdere manieren tot de kaarten aangetrokken. Even afgezien van mijn liefde voor het land en haar culinaire geneugten, herken ik mezelf in de baby die uit het ei kruipt. Ik kan de wereld ook soms bekijken alsof ik er (nog) niets van begrijp. Ik zie dagelijks om me heen dingen gebeuren, en lees erover in de krant, die mijn verstandelijke vermogens te boven gaan. Schietpartijen, (poging tot) moord, mishandeling, misbruik… ik word er soms letterlijk ziek van. Daarom begrijp ik het kleine ventje zo goed als hij zich uit de wereld terug trekt en weer lekker terug kruipt in zijn veilige ei.

In de Grote Boze Buitenwereld werkt het echter niet zo, en ik weet nog steeds niet of er achter die zin een ‘helaas’ zou moeten volgen. Iemand zei ooit: ‘Het volk, dat zijn wij!’ en krachtiger kan ik het zelf niet zeggen. Als we iets aan deze wereld willen veranderen zullen we dat zelf moeten doen. Afwachten totdat men of de politiek gaan ingrijpen, is als die Chinese boer die met open mond op een heuvel gaat staan te wachten tot er een gebraden eend in vliegt.

In het zelfde kader kan ik me dan ook boos maken om die ambtenaren en die (oud-) politici die zo’n kabaal maken over een eventueel kabinet met gedoogsteun van de PVV. Blijkbaar behoren zij tot die enorme groep Nederlanders die ‘vergeten’ zijn hoe de maatschappij precies werkt, wie in dienst van wie werkt, en wanneer je gewoon moet ophouden met lullen en aan de slag moet gaan. En, even voor de duidelijkheid, dat moment van aan de slag gaan…..is NU!

Tot slot nog één klein voorbeeldje van hoe er door sommigen tegenwoordig gedacht wordt. Het betreft een voorbeeld uit de praktijk dat treffend illustreert hoe weinig besef er soms is wat dingen werkelijk kosten, en wie de rekening doorvoor op zijn bord krijgt...

Een kennis van mij krijgt medische verzorging aan huis. Deze kennis heeft, door allerlei medische oorzaken, wonden aan zijn voeten die maar slecht willen genezen. Zijn vaste verzorgster heeft vakantie en wordt door een ander vervangen. Deze vervanger komt de eerste keer bij de patiënt en vindt de materialen waarmee hij moet werken maar niets. Hij werkt liever met andere materialen. Daar hij nog zeker twee keer de wondverzorging zal moeten waarnemen, bestelt hij bij de apotheek ter waarde van ruim € 200 een (ruime) nieuwe voorraad verbandmaterialen. De ‘oude’ gooit hij ongebruikt weg.

Ik heb het jongmens telefonisch even kort gesproken, omdat de kennis er met deze knul niet uit kwam. Ik zal u de details besparen, maar zijn bloemrijke reactie kwam er kort gezegd op neer dat ik me, als leek, met mijn eigen zaken moest bemoeien. Het knulletje was net twintig..
24-08-10



maandag 23 februari 2009

De Staat der Nederlanden

Nu onze Grote Lijder ons heeft laten weten dat het ‘nooit meer zal zijn zoals vroeger’, kan ik een bepaald cynisme niet onderdrukken. Want misschien willen we dat helemaal ook niet. Misschien is het de hoogste tijd voor verandering.

Zappend bleven mijn liefste en ik gisteren hangen op SBS6. Bepaald niet een zender die we regelmatig frequenteren, maar af en toe kijken we naar Wegmisbruikers. Niet zozeer om te zien welke capriolen onze landgenoten allemaal uithalen om ergens net een paar minuten eerder te kunnen zijn dan de rest van het klootjesvolk, maar vooral om de smoesjes die ze ophangen als ze eenmaal gepakt worden. Die smoesjes doen het hem, omdat die aantonen hoe (weinig) creatief het met een groot deel van de bevolking gesteld is. Mensen die zich door anderen laten opfokken, zij die de schuld steevast bij de politie leggen en mensen die heel simpel stellen dat ze fout zaten en de financiële consequenties daarvan zonder morren zullen dragen. Levert bij tijd en wijle schitterende televisie op.

Het programma erna, Das je goed recht, deed mij echter beseffen dat er momenteel wel héél veel geestelijk loos is in dit land. Eén item ging over een Rotterdamse voetbalvader die zich eraan stoorde dat de foto van zijn destijds vier jarige zoontje (die van dat kleine blonde mannetje met opgestoken middelvinger) na zeven jaar nog steeds te pas en te onpas overal opduikt. Natuurlijk is dat vervelend en wellicht schadelijk voor het ventje zelf. Maar deze voetbalvader ging er volledig aan voorbij dat het vooral het gebaar zelf was dat deze foto zo’n grote vlucht deed nemen. Maar daar moesten we vooral niet te moeilijk over doen, zo vond hij, want het ging hier om ‘voetbalemotie’. ‘Je doet en zegt in een stadion nu eenmaal dingen die je daarbuiten niet zou doen of zeggen!’ Een uitspraak die zowel hem als zijn zoontje meer tekenend wegzetten dan die ene foto ooit zal kunnen doen.

Een ander item ging over een mevrouw die kunststof kozijnen wilde laten plaatsen en hiervoor, via de leverancier, in contact kwam met een Financieel Adviseur. ‘Een erg betrouwbaar persoon!’ aldus de mevrouw, waarna ze rücksichtslos € 10.000 stortte op een Spaanse bankrekening. Nu zouden bij mij de weinige nekharen die ik heb al spontaan overeind gaan staan bij een dergelijke voorwaarde, maar deze mevrouw deed het en kwam dientengevolge in grote financiële problemen. Het deposito op de Spaanse bankrekening was namelijk verdwenen, net als de ‘betrouwbare’ Financieel Adviseur overigens. Het laat zich raden of deze gebeurtenissen toevallig tezamen vallen of juist niet.

Maar het meest opvallende was wel het item over een dierenwinkel die, blijkbaar willens en wetens, doodzieke pups verkoopt. Vergezeld van een aantal gedupeerden ging Van den Heuvel verhaal halen bij de winkelier en vroeg daarna zowel de politiek als de dierenbescherming om commentaar. De dierenbescherming reageerde zoals men mag verwachten: we kennen het probleem en we doen ons best! Opvallend was echter de reactie van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Zij sprak de mysterieuze woorden ‘Deze dieren zijn nog slechter af dan de handel met koelkasten..’ Toen ik het hoorde moest ik een paar keer hard en diep nadenken. Wie handelt er in godsnaam met koelkasten? Ook mijn liefste maakte het bekende handgebaar van ‘het zal wel’. Gelukkig werd later iets duidelijker wat ze bedoelde, want ze bedoelde te zeggen dat de handel in koelkasten aan veel meer regels moet voldoen dan die in honden en katten. Op zich al triest, maar de quote illustreerde maar weer eens treffend dat men in Den Haag duidelijk een andere taal spreek dan in de rest van Nederland. En dan heb ik het even niet over de taal die dezer dagen in het Carnavalsgebied gebezigd wordt. Die staat overal los van.

Eén avondje SBS toont onverbloemd aan dat JP ongelijk heeft. De uiterlijkheden mogen wellicht iets veranderen, daaronder blijft alles gewoon bij het oude. Mensen doen domme dingen en halen de meest rare capriolen uit om zich aan de gevolgen ervan te onttrekken. Mensen laten zich ook nog steeds belazeren waar ze bij staan. Of het nu door een louche dierenhandelaar of door een ‘betrouwbare’ Financieel Adviseur is. En sommige mensen blijven nu eenmaal gewoon dom, en overzien de impact niet van iets wat ooit zo onschuldig leek. Zo kan een vader eerst trots zijn dat de foto van zijn kleine jongen breeduit in de krant staat, om pas jaren later te ontdekken dat het toch wellicht niet helemaal zo gelukkig was allemaal. Wellicht, en hopelijk, dringt de werkelijkheid nu wel tot hem door.

Voor JP moet het echter ontluisterend zijn. De wereld verandert, maar blijft tegelijkertijd precies hetzelfde. En wellicht is dat juist zijn grootste probleem. Hij slaagt er maar niet in een daadwerkelijke verandering tot stand te brengen. Wellicht tijd eens aan een andere carrière te gaan denken? Of ga anders eens te rade bij Angela Merkel. Alhoewel niet bepaald de meest warme persoonlijkheid, zij voelt toch haarfijn aan hoe de verhoudingen in elkaar steken. De meeste regeringsvertegenwoordigers, waaronder onze eigen JP, krijgen een zoen bij de ontvangst, een aantal slechts een afstandelijke hand. Onder hen niet alleen Berlusconi maar òòk onze eigen W. Bos. Hoogste tijd voor echte verandering dus!

23-02-09

zaterdag 3 januari 2009

De knuppel en het hoenderhok

Ik kan het maar met moeite laten. Elke keer als ik een hoenderhok passeer, en er is een knuppel voorhanden, bekruipt mij de schier onbedwingbare neiging de deur van het hok te openen en de knuppel met een sierlijke boog naar binnen te sodemieteren. Het gaat daarbij trouwens bepaald niet om het aanwezige gevogelte een schedelbasisfractuur te bezorgen, maar meer om de hele zaak eens lekker wakker te schudden en wat reuring in de wereld te brengen.
Datzelfde gevoel bekroop me toen ik las over het ‘betrekkelijk rustige verloop van Oud en Nieuw’. Wat een onzin zeg! Volgens de verzekeraars is er dit keer een stuk minder schade aangericht, vooral door het feit dat er minder auto’s in de fik zijn gestoken. Pardon? Ben ik dan nog de enige die vindt dat elke in de hens gestoken auto er één te veel is? Volgens welke redenering is het opeens in orde om politieagenten of ME’ers te schoppen of te bijten bij de uitvoering van hun functie? Waar staat geschreven dat al die jongeren het recht hebben om vernielingen aan te richten of dermate veel rotzooi te trappen dat Justitie wel moet ingrijpen?
Volgens mij komt al dit soort gedrag voort uit maar één emotie: egoïsme. De jeugd van tegenwoordig is blijkbaar dermate egoïstisch geworden dat het ‘I want it all and I want it NOW’ (=Ik wil alles en ik wil het NU) de enige wet lijkt te zijn waaraan ze nog wensen te gehoorzamen, en dat is niet alleen verkeerd maar ook nog desastreus voor de samenleving.
Het is te gemakkelijk om de schuld van een dergelijke houding slechts neer te leggen bij de ouders of de school. Die hebben beiden wel degelijk een grote verantwoordelijkheid, maar ook de maatschappij mag zich dergelijk gedrag aanrekenen. Wij, als maatschappij, hebben te lang te veel toegelaten, en daarvan plukken we nu de zure vruchten.
Een hoofd dat alleen maar gevuld is met ‘IK’ bevat nu eenmaal weinig anders. Daar is geen plaats voor historisch besef, samenhang en onderlinge verhoudingen. Een dergelijk begrip bant de rest simpelweg volledig uit. Is dat hopeloos? Nee, maar het vergt een hoop tijd en inspanning om het om te buigen naar iets constructievers. Als optimist ben ik er namelijk van overtuigd dat de mensheid, als soort, niet gedoemd hoeft te zijn om zichzelf te gronde te richten. De geschiedenis laat zien dat de menselijke soort namelijk enorm inventief kan zijn en daardoor zich een weg kan banen uit de meest onheilspellende situaties. Probleem is echter dat veel van de jonge raddraaiers geen enkel benul hebben van de lessen van het verleden, laat staan van hun eigen afkomst of geschiedenis.
Er is een gezegde dat luidt: ‘Als je niet weet waar je vandaan komt, hoe kun je dan ooit weten waar je heen gaat?’, en dergelijke gezegden hebben één grote onhebbelijkheid: ze zijn zo vreselijk waar. Al die aanhangers van het eeuwige ‘IK’ hebben namelijk geen ander doel voor ogen dan het bevredigen van de behoefte die ze op dat moment toevallig hebben. En die bevrediging moet koste wat kost bereikt worden, ongeacht wat ze daarvoor moeten doen of wie daarvoor moet bloeden. Nodeloos te zeggen dat ze dat doorgaans niet zelf zijn overigens.
Zo kan ik me vreselijk ergeren aan programma’s als ‘My Super Sweet 16’ op MTV. In dit programma worden de meest verwende tieners uit Amerika gevolgd tijdens de voorbereidingen van hun 16e verjaardagsfeestje, en de ontevreden smoeltjes vieren hoogtij in die serie. Net als veel van hun leeftijdgenootjes lijden deze jonge dames namelijk aan een schier ongeneeslijke vorm van ‘recht hebben op’, het gevoel dat de hele wereld er slechts is om het hen naar de zin te maken. En dan vooral op kosten van Pa. Als Pa niet bereid is om de portemonnee te trekken om het grootste en duurste feest ooit te financieren, ‘Anders kan ik me nooit meer ergens vertonen..’ klagen de dames, zijn de rapen gaar en gaat Pa een vreselijke toekomst tegemoet met een teleurgestelde dochter die er alles aan zal doen om het haar vader nooit te laten vergeten hoe zeer hij haar tekort heeft gedaan.
Maar ook in ons eigen landje zie ik dergelijke taferelen, zij het wat minder extreem, met enige regelmaat voorbij komen. Een puistige puber van 17 die het heeft over ‘mijn huis’ en ‘mijn geld’. Als dat in beide gevallen juridisch een correcte weergave van zaken zou zijn heb ik daar geen probleem mee. Dan kan de puistige puber, wat mij betreft, precies doen en laten met zijn centen wat hij wil. Maar meestal is het juridisch niet correct en gaat het over de opbrengt van jarenlange inspanning door de (beide) ouder(s), en heeft de jongeling in kwestie slechts het geluk gehad in die situatie geboren te worden, zònder er zelf ooit een poot voor te hebben hoeven uitsteken.
Slechts een enkele volwassene is opgewassen tegen de terreur die ontevreden tieners op hen kunnen loslaten, maar ik weet van één man die daarin glansrijk is geslaagd. H. is een uitermate succesvol ondernemer en woont met vrouw en twee tieners in een riant huis in de provincie. Zijn kids heb ik nog nooit kunnen betrappen op dergelijke uitspraken en zijn toch opgegroeid tot hardwerkende jonge mensen die een schitterende toekomst voor zich hebben. En waarom? Simpelweg omdat H. zijn kinderen, die het overigens nog nooit aan iets heeft ontbroken, altijd heeft ingeprent dat niets in het leven gratis is en dat voor de leukste dingen van het leven doorgaans het hardst moet worden gewerkt. Een van zijn meest geliefde uitspraken is dan ook: ‘Ipods groeien niet aan bomen liefje, ander had ik nu een boomgaard gehad..’.
Zoals eerder gezegd ben ik van huis uit een optimist, en het is nooit te laat om een belangrijke les te leren. Dus voor mij zou 2009 in het teken mogen staan van de les dat niets voor niets is en dat er voor een hoop zaken simpelweg hard en veel gewerkt zal moeten worden. Voor veel jongeren zal een dergelijke boodschap waarschijnlijk met gezucht en rollende ogen worden aangehoord, maar met een hand ferm op de knip zal de boodschap na vele herhalingen, stampvoeten, gepruil en gooien met deuren, ooit wel doordringen. Ik durf zelfs te beweren dat kinderen er later zelfs dankbaar voor zullen zijn, al is het maar zeer de vraag of ze ooit volwassen genoeg zullen zijn om dat ook ruiterlijk toe te geven. Wellicht pas als ze zelf aan de kinderen beginnen, en het begrip begint door te sijpelen wat ze hun ouders zelf hebben aangedaan.
Laat 2009 dus het begin zijn van een beweging die terug gaat naar een meer evenwichtige verhouding tussen inspanning en beloning, op alle fronten. De wereldwijde kredietcrisis heeft ons tenslotte laten zien wat er gebeurt als we allemaal maar blijven consumeren als we het helemaal niet kunnen betalen. En als er niet iets drastisch verandert in het gedrag van mensen gebeurt het over een aantal jaar weer, en in een nog heviger vorm dan het ons nu heeft getroffen. Want het is de jeugd van nu die straks aan de touwtjes trekt en de beslissingen neemt. Als we hen nu bijbrengen dat er een aantal hele simpele natuurwetten zijn die, in welke vorm dan ook, altijd uitkomen, dan kunnen we allemaal met een gerust gevoel de toekomst in. Dan zal een eventuele catastrofe in de toekomst in ieder geval niet die oorzaak hebben.

03-12-09

donderdag 9 oktober 2008

Het kan verkeren...

‘Het kan verkeren..’ schreef Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618) onder al zijn werk , en op de een of andere manier is dat gezegde in ons aller geheugen blijven plakken, en is nu een bekend gezegde.

Wie de kranten leest of de televisie aanzet, ontkomt dezer dagen bepaald niet aan de wereldwijde crisis op de financiële markten. Grote krantenkoppen schreeuwen ons toe en ook op de werkvloer is de wereldwijde toestand het gesprek van de dag. Zelfs Piet, mijn vaste mannetje achter de kassa bij de supermarkt, begon er vanmorgen over, terwijl ik tot op heden nooit meer dan een ‘Goedemorgen’ en ‘bedankt!’ met de man had gewisseld. Het zit de mensen duidelijk diep, en een ieder houdt zijn hart vast voor wat allemaal nog komen gaat.
Toch zou ik niet de onverbeterlijke optimist zijn die ik ben, als ik in deze situatie niet ook kansen zag. Kansen om nu, voor eens en voor altijd, paal en perk aan een aantal onverkwikkelijke zaken te stellen. Want dat zulks nodig is, kan niemand echt meer ontkennen.
Zo is het nu de tijd om de hele financiële wereld weer terug te brengen naar datgene waar ze oorspronkelijk voor bedoeld zijn: geld op een verstandige manier beheren, en daarmee rente uitkeren aan hen die hun geld op de bank hebben gezet. Bovendien dienen ze dat geld alleen dan uit te lenen als de schuldenaar ook in staat is om dat geld, inclusief een normale rente, ook weer terug te betalen. Of, zoals Piet het uitdrukte: ‘Als ge geen werk hebt, of geen geld, dan kent ge gewoon ook geen huis kopen zoals die Amerikanen..’

Bovendien zou ik het ook verstandig vinden om tegelijkertijd een aantal beslissingen terug te draaien die in het recente verleden zijn genomen, en waarmee voormalige staatsbedrijven, denk aan de elektriciteitsbedrijven en de spoorwegen bijvoorbeeld, weer terug te brengen in handen van de staat. Want daar horen ze thuis. Ze moeten weg uit de wereld van woekerwinsten en gewoon weer dat gaan doen waar ze goed in zouden moeten zijn: Diensten leveren aan het publiek tegen een normaal tarief. Ook het onderwijs en de gezondheidszorg mogen wat mij betreft mee op de schop. Ook daar moeten we snel terug naar de basis, en daarmee afscheid nemen van de vergader en managementcultuur die niet alleen enorm veel (oneigenlijk) geld kost, maar ook ten koste gaan aan het lesgeven of de zorg aan de patiënt.

Nu lijkt het misschien of ik een afkeer heb van verandering, of wellicht angst voor het nieuwe, maar niets is minder waar. Alleen is niet alles van ‘vroeger’ per definitie slecht en toe aan verandering. We vergeten namelijk wel eens dat de situatie die we nu als ‘vroeger’ aanduiden, óók het eindresultaat was van een heel proces van verandering en verbeteringen. En daarmee niet persé slecht of verkeerd. Bovendien zijn crises als deze, een normaal fenomeen dat eens in de zoveel tijd de kop opsteekt. Wellicht niet vaak op een dermate heftige wijze als het nu gebeurt, maar het is het corrigerende mechanisme van de economie om de extremen die zijn ontstaan weer terug te brengen tot meer aanvaardbaarder proporties. En dan geldt dus ook dat hoe extremer de excessen, hoe harder de ‘correctie’ toeslaat. En dat het bepaald allemaal niet zachtzinnig verloopt momenteel hoef ik niet echt meer uit te leggen dacht ik zo.

Optimisme voor de toekomst dus, ondanks het feit dat ook ik me wel degelijk zorgen maak over mijn eigen toekomst, zeker met een kabinet als het huidige, waar persoonlijke geldingsdrang een belangrijker uitgangspunt lijkt dan simpelweg de klus te klaren waar ze voor gekozen zijn. Maar één ding weet ik echter zeker, en dat is dat deze crisis van voorbijgaande aard is. Er zullen zeker nog vele slachtoffers volgen vòòr de storm helemaal is uitgeraasd, maar dan is ook wel meteen een vruchtbare bodem gecreëerd om een aantal hoognodige veranderingen door te voeren. Iets wat onder andere omstandigheden op veel meer verzet had kunnen rekenen.

09-10-08

woensdag 28 mei 2008

Honds

Ik heb medelijden met Eva Hafkamp. Het arme mens moet namelijk, met behulp van een aantal honden, managers bij de overheid gaan trainen op het gebied van communicatie. ´Honden, ´ zo zegt ze, ´zijn bij uitstek geschikt om de leiderschapskwaliteiten van cursisten te meten. De manier waarop ze in de workshop met de hond communiceren en samenwerken zegt alles over hoe ze dat op de werkvloer doen. Als de communicatie niet goed is, raakt de hond in verwarring. Het heeft vaak te maken met leiderschap: een hond heeft een leider nodig.´ Waarvan akte!
Managers, ofwel ´primadonna dictatorus´, is een van de meest succesvolle diersoorten in de werkende maatschappij. Een soort ook die een strategie heeft ontwikkeld die er primair op gericht is de eigen soort in stand te houden, zo nodig ten koste van alles. Momenteel zijn ze nog niet zó ver geëvolueerd dat er speciale ´kleine managertjes´ gekweekt worden, maar ik verwacht dat die evolutionaire misstap binnen afzienbare tijd óók rechtgezet zal worden. Als ik de vergelijking tussen een roedel honden en de gemiddelde werkplek eens wat nader bekijk, vallen een aantal zaken meteen op.
Honden hebben, na jarenlange associatie met de mens, een aangeboren en onbedwingbare neiging om te willen plezieren, een eigenschap die mij, helaas voor het managementgilde, ten ene male ontbeert. Bovendien ben ik er niet van gediend om, bij een meningsverschil of een verschil in inzicht, te worden afgeblaft. Een hond verwacht niet anders van de roedelleider. Toch zijn er ook zeker overeenkomsten te bespeuren. In een hondenroedel gaat het namelijk in eerste plaats om de leider, meestal een mannetje. Hij bepaalt wat er wannéér gebeurt. Uit de drang naar overleving is hij de eerste die eet en de enige die zich mag voortplanten, de rest van de (activiteiten van de) roedel is daaraan volstrekt ondergeschikt. Een tactiek die door vele onzekere managers wordt toegepast, maar in een land als het onze doorgaans niet werkt. Hier hebben we te maken met fenomenen als inspraak, spreken we onze leider(s) ook graag tegen. Bovendien leven we in een cultuur die de neiging heeft overal het compromis voor te zoeken. In de wereld van de hond werkt dat niet. Die gedijt, in tegenstelling tot het overgrote deel van de werknemers, het best bij een simpele hiërarchie en simpele, duidelijke, eensluidende opdrachten. Een hond denkt tenslotte ook niet echt na, die doet braaf wat hem wordt opgedragen. Op onverwachte situaties reageert hij voornamelijk instinctief.
In het moderne management is de werknemer, en de wisselwerking tussen manager en zijn ondergeschikten, verworden tot een getal op een spreadsheet. Het productiviteitspercentage is verreweg belangrijker dan de man of vrouw die de prestatie moet leveren. In het geval er bezuinigd moet worden, verdwijnen éérst de handjes op de werkvloer en pas in allerlaatste instantie de manager zelf. En dan nog het liefst met een bonus die volstrekt onafhankelijk van geleverde prestaties tot stand is gekomen.
Helaas is in de meeste bedrijven en instellingen nog niet altijd doorgedrongen dat managen bovenal mensenwerk is, en bovendien een vak. Een vak dat je niet kunt leren, je hebt het ´in je´ of niet. Een manager die de kunst niet verstaat om zijn mensen te motiveren en het beste uit hen naar boven te halen, kan wel een poging doen om leiding te geven, maar zal geneigd zijn dit op een autoritaire en dictatoriale manier te doen, simpelweg omdat hem andere strategieën ontbreken. En de motivering ´Omdat ik het zeg!´, brengt je doorgaans niet bepaald waar je wezen wilt, het creëert eerder verzet. Een hondentraining is dus prima, maar ´afblaffen´ kunnen de meeste managers zó ook wel. Als er bovendien géén aandacht wordt besteed aan het feit dat een manager te maken heeft met mensen en niet met slaafse honden of statistieken, zal er bitter weinig veranderen.

28-05-08