Posts tonen met het label gezond verstand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezond verstand. Alle posts tonen

vrijdag 24 december 2010

Ik ben er klaar voor!

Om nu te zeggen dat ik lui ben gaat me net iets te ver. Ik hou het er liever op dat ik op mijn gemak en rust ben gesteld. Door strak en vooral ruim te plannen, slaag ik er heel redelijk in om mijn wereld geordend en overzichtelijk te houden. Maar de planning rond de feestdagen doet mijn bloeddruk steevast met grote sprongen stijgen. Gelukkig zijn er in zulke gevallen de lijstjes.

Ik ben dol op lijstjes. Het is mijn manier om er zeker van te zijn niets te vergeten, want stress en geruzie is met de kerst wel het laatste waar ik op zit te wachten. Ik heb er zelfs een heel vernuftig systeem voor opgezet, want Goede Lijstjes hoef je niet steeds opnieuw te maken.
In een grote map heb ik mijn lijstjes keurig alfabetisch gerangschikt op onderwerp. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb er wel een lijstje voor. En op elk lijstje staat precies waar ik aan moet denken, wat ik bij de hand moet hebben, en ik welke volgorde ik te werk moet gaan.

Voor de kerst dit jaar heb ik echter een nieuw lijstje moeten maken. Mijn liefste heeft namelijk, in haar onmetelijke wijsheid, besloten een geheel nieuw kerstmenu te creëren. En omdat het behoorlijk afwijkt van het standaard traditionele kerstmenu, ben ik zonder nieuw lijstje reddeloos verloren. Als geëmancipeerde moderne man laat ik mijn wederhelft natuurlijk niet alleen sloven in de keuken. Nee, als moderne man en liefhebbende echtgenoot help ik haar! Niet alleen met afwassen, maar ook bij de boodschappen en de voorbereiding.

Mijn lief nam afgelopen woensdagmiddag vrij voor een bezoek aan de Sligro. Ik denk wel eens dat de vele groothandelspassen die ik tegenwoordig in mijn achterzak meesleep, de voornaamste reden geweest zijn dat mijn wederhelft zo enthousiast was toen ik aankondigde een eigen bedrijf te willen beginnen. Maar goed, een echte keukenprins zal ik nooit worden. Daarvoor ben ik te ernstig motorisch en plan-technisch gehandicapt. Ik snap niets van al dat fancy voedsel, en al helemaal hoe je dat klaar moet maken. Een haas is voor mij een haas. Vol ongeloof hoorde ik echter deze week dat je de poten en de rug van de haas elk op een geheel andere manier moet bereiden om er iets eetbaars van te maken. Wie denkt daar aan? Een koe is toch een koe? Wie bedenkt nu dat je het ene stukje van dat beest gewoon kunt bakken en een ander stuk uren op het fornuis moet laten pruttelen? Vind ik toch echt een extreem grote fout in het oorspronkelijke ontwerp.

Dit kerstdiner gaat me echter volledig boven mijn pet. Bij de Sligro zag ik de een na de andere fancy verpakking in het karretje verdwijnen. Voor de meeste ervan had ik zelfs een woordenboek nodig om te weten wat het überhaupt was, en ik zag de bui al helemaal hangen. Als stoere en sterke man ben ik natuurlijk de klos als het om het zware werk gaat. Da’s ook precies de reden waarom ik in het donker en blauwbekkend haar auto van sneeuw en ijs sta te ontdoen. Ik ben, wat dat betreft, meer van het kaliber Wilbrink. Zijn kerstrecept in de krant van vanmorgen is meer van mijn niveau. Voor een geslaagd kerstdiner heb je, volgens Wilbrink, namelijk niet meer nodig dan 1 kilo gezond verstand en 1 opgeruimde keuken.

Zonder een moment van twijfel laat ik de culinaire verantwoordelijkheid voor het kerstdiner aan mijn vrouw. Ik sta op de achtergrond klaar om bij te springen waar nodig, en ik zal trachten daarbij zo min mogelijk zelf te denken of (denk ik zelf) slimme opmerkingen te maken. Ik wacht gewoon af tot ze me roept, en doe dan precies wat ze me zegt te doen, hoe vreemd het me ook ik de oren mag klinken. En ik ben benieuwd. Ik heb een lijstje gemaakt en elke voorbereiding getroffen die ik maar kon bedenken. Tot morgenavond kan ik dus rustig blijven zitten. Al ben ik wel benieuwd hoe ik met dit weer het foie gras moet gaan maaien..

24-12-10

dinsdag 23 maart 2010

Meedenken

Ik vind het een zorgelijke trend dat fabrikanten, wetenschap en onderwijs steeds vaker de handen ineen slaan om producten op de markt te brengen die ‘meedenken’. Vroeger had je een bank die dat pretendeerde te doen, en kijk wat er daarmee is gebeurd…

Als ik mijn lief een sms wil sturen geeft mijn telefoon aan welk woord hij denkt dat ik bedoel. Maar negen van de tien keer slaat hij de plank volledig mis. Als ik wil intoetsen: ‘Je bent een schat’, wil hij er steevast: ‘Je bent een schavuit’ van maken. Dat klopt òòk wel weer, maar sommige waarheden moet je op bepaalde momenten nu eenmaal voor je houden. En bovendien, wie gebruikt het woord ‘schavuit’ tegenwoordig nog?

Onze Grote Vrienden van Microsoft zijn ook al uit het meedenkhout gesneden. Buiten het feit dat ze de hele menustructuur hebben ‘gemoderniseerd’ zodat ik niets meer kan vinden, vullen de programma’s spontaan mijn wensen in. En niet dat ze de moeite nemen om even vragen of ik het echt wel zo bedoelde en of ik die formule ook echt zo wilde hebben. Nee, ergens bij Microsoft heeft er ooit iemand besloten dat ze mijn werk gewoon overrulen met dat wat zij blijkbaar vinden dat ik eigenlijk had moeten zitten doen.

En nu sluipt dat irritante ‘meedenken’ ook al onze auto’s binnen. Niet alleen hebben autofabrikanten de asbak en sigarettenaansteker inmiddels verbannen naar het optiepakket, de moderne auto krijst en piept op de meest irritante momenten. Zo had ik enige tijd geleden een leenauto mee, omdat mijn eigen vervoer bij de garage stond. Het was een auto van Italiaanse makelij, waarvan ik de naam niet zal noemen omdat het een Fiat was. Nu wil ik daar doorgaans nog niet dood in worden aangetroffen, maar als je afspraken hebt door het hele land moet je toch wat. Dus stuurde ik de Fiat de snelweg op en trok het gas open. Begint dat kreng me toch ineens te piepen dat ik te hard aan het rijden ben! Dat maak ik toch zeker zelf wel uit?
Op de vakbeurs Intertraffic in de Amsterdamse Rai, wordt deze week het zogenaamde SPITS-project aan de bezoekers getoond. Dit project is een samenwerking tussen diverse fabrikanten en universiteiten, en heeft tot doel de auto met de bestuurder te laten meedenken. Zo moet de auto mij straks dus gaan waarschuwen als er een spookrijder is gesignaleerd (heb je daar de radio niet voor?), of ga ik gemaand worden mijn snelheid te verlagen als ik een school nader. Ehhhh, zou het gegeven dat ik rond half negen ‘s ochtends een hoop moeders met kinderen allemaal dezelfde kant op zie gaan, daar niet òòk een teken van kunnen zijn? Misschien? Wellicht?

Het ontwikkelen van steeds méér technologie die het denken van ons overneemt vind ik een hele slechte zaak. En natuurlijk ken ook ik de ongevalsstatistieken die zeggen dat de mens in de meeste gevallen de veroorzaker is van al die ongelukken. Maar door juist steeds meer voor die mens te gaan denken, bereik je juist het tegenovergestelde. Dan gaan mensen zich juist verlaten op de techniek, en zie ik de eerste verdachte al voor de rechtbank staan: ‘Ja maar, edelachtbare, op geen enkel moment heeft mijn auto mij gewaarschuwd voor dat spelende kind! Hoe kon ik dat dan in hemelsnaam weten?’

Ik hoor de voorstanders van dergelijke technologie zich alweer warm lopen in de coulissen. Zij lezen blijkbaar nooit de krant, en beseffen zich dus niet dat er heden ten dage ook al mensen zijn die blindelings de instructies van hun TomTom volgen en daarmee een trap afdonderen, de gracht inrijden, of zelfs een rivier, terwijl het autoveer over de Westerschelde toch al enige tijd is opgeheven.

In dit kader pleit ik hartgrondig voor het gebruik van het gezonde verstand, maar dat is dan wel iets wat we de jeugd weer ouderwets moeten bijbrengen. Dat de onderwijsvernielingen van de afgelopen decennia (zei ik dat ècht hardop?) op een schromelijke mislukking zijn uitgelopen weten we inmiddels allemaal, dus moeten we terug naar een onderwijsvorm waarbij we weer leren onze eigen hersenen te gebruiken, en juist niet blindelings te vertrouwen op de techniek. Dan hebben we al die overbodige gadgets helemaal niet nodig, en kunnen de wetenschappers zich gaan bezighouden met zaken die er werkelijk toe doen.

23-03-10

maandag 22 februari 2010

Ga je schamen!

Is u ook opgevallen hoe groot de stofwolken waren die opdwarrelden toen Balkenende IV viel? Even werd ons zelfs het zicht op een zonniger toekomst ontnomen, maar zodra het stof weer enigszins was gaan liggen, blijkt aan de horizon toch iets moois te gloren.

Met gekromde tenen heb ik moeten aanzien hoe de gevallen kopstukken van het kabinet met modder naar elkaar begonnen te gooien. Weinig verheffende discussies in kranten, op tv en op internet hoe het allemaal zo heeft kunnen gebeuren en wie er schuld heeft aan de imagoschade die Nederland nu internationaal oploopt. Ze zouden zich stuk voor stuk dood moeten schamen!

Voor mij, en velen met mij, is het niet zozeer de vraag wie er schuld heeft, al heb ik daar wel een duidelijke mening over. Feit blijft dat Balkenende IV reeds ver over de uiterste houdbaarheidsdatum heen was. Vechtend van het ene dossier naar het andere rollen is bepaald niet bevorderlijk voor stabiliteit en vertrouwen, en het volk smacht inmiddels als nooit tevoren naar daadkracht en duidelijkheid. Er is teveel aan de hand, nationaal en internationaal, om deze poppenkast nog één minuut langer te tolereren.

Het is dus aan de politiek om de kalmte te bewaren, leiderschap te tonen en het landsbelang eindelijk boven het persoonlijk belang en het partijbelang te stellen. Veel van de retoriek die ik de afgelopen dagen las en hoorde deden vermoeden dat de verkiezingscampagnes al waren begonnen, maar niets is minder waar. Balkenende IV verlaat een zinkend schip op woeste zee, en ik bespeur nergens enige gevoelens van beschaamdheid bij onze volksvertegenwoordigers. En dat feit alleen stemt tot diepe droefheid, en biedt weinig vertrouwen voor de toekomst.

Vele ogen zullen gericht zijn op de komende gemeenteraadsverkiezingen. Voor veel media zal dat de graadmeter zijn voor de (hopelijk) op handen zijnde algemene verkiezingen. Maar enige voorzichtigheid is daarbij op zijn plaats. Op lokaal niveau spelen namelijk hele andere zaken, en liggen de verhoudingen doorgaans anders. Zaken die lokaal spelen, zoals het wel of niet aanleggen van een rondweg, of een eventuele nieuwe functie voor een markant gebouw in een stad, zijn thema’s die een kiezer uit een andere provincie weinig zeggen en nog minder beïnvloeden. Voor de grotere thema’s ligt dat anders. Doorwerken tot je 67e of een volstrekt onduidelijke kilometerheffing invoeren raken iedereen. Bezuinigingen of juist extra geld naar onderwijs en zorg ook.

Ik ben heel benieuwd op welke termijn er nieuwe verkiezingen komen en welke thema’s er door de diverse partijen tot hun speerpunt zullen worden verkozen. Ik kan er wel een slag naar slaan, maar ik hoop toch dat het gezond verstand bij de meerderheid zal overheersen. Met een beschuldigende vinger naar elkaar blijven wijzen en maar steeds met modder blijven gooien is weinig productief en doet de belangstelling bij de kiezer voor enige politieke richting alleen maar verder afbrokkelen.

De economische problemen die ons land momenteel beleeft zijn astronomisch, en de enige manier om die langdurig het hoofd te bieden lijkt een drastische ingreep in de eigen overheidsfinanciën. Een veel kleiner en efficiënter overheidsapparaat is niet alleen stukken goedkoper, het kan ook sneller ingrijpen op de uitdagingen die er liggen. En die ingrepen zouden niet automatisch lastenverzwaringen moeten zijn. Voor Jan-met-de-pet is het huishoudboekje ook al jaren vrij simpel. Je kunt nu eenmaal niet méér geld uitgeven dan je hebt, en het zou uitermate prettig zijn als het volgende kabinet deze oerwet zou omarmen. Ook met een sterk beperkt budget kun je de juiste dingen doen, al wordt het dan weer wel wat lastiger om jezelf in de picture te spelen met allerlei wilde plannen. Maar dat is dan maar zo. Ook met gezond verstand en terughoudendheid kun je indruk maken. Het duurt alleen misschien wat langer.

22-02-10

zaterdag 18 oktober 2008

Digitale sporen


De Nationale Parken van Amerika houden hun bezoekers voor dat ze vooral goede herinneringen moeten meenemen en niets anders dienen achter te laten dan hun voetstappen. Alhoewel het verdacht veel lijkt op het vroegere ‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, de eigenaar van dit park de schillen en de dozen’, is het een feit dat overal waar we gaan, we een herleidbaar spoor achterlaten, en tegelijkertijd sporen meenemen die ons weer linken aan die bewuste plaats. In de forensische wetenschap wordt dat ‘het principe van Locard’ (1877-1966) genoemd.

Met de opkomst van internet, de laagdrempeligheid van het fenomeen, de steeds beter wordende zoekmachines, en de enorme vlucht die vriendensites zoals Hyves hebben genomen, is er een gevaar ontstaan dat nog veel te weinig onderkend wordt door de vele gebruikers van het internet: het nalaten van digitale sporen.
Vroeger, voor de opkomst van het internet, kon je door bijvoorbeeld simpelweg te verhuizen, een gedane misstap verhullen. De nieuwe omgeving was tenslotte niet op de hoogte van wat je gedaan had en de uitwisseling van nieuws en wetenswaardigheden over grotere afstanden was er nauwelijks, of op z’n minst een heel stuk langzamer dan tegenwoordig. Vandaag de dag is alles namelijk razendsnel terug te vinden en op te roepen vanachter de eigen computer.
Ben je ooit op een feestje vreselijk los gegaan en heb je halfnaakt staan dansen? Als er iemand met een mobiele telefoon met camerafunctie in de buurt was, dan heb je grote kans dat deze escapades ergens op internet te vinden zijn. Als de compromitterende foto’s dan ook nog voorzien zijn van je echte naam, dan kan een ieder die dat wil deze jeugdzonde boven water toveren. Dat hoeft op zich niet ernstig te zijn, maar het wordt een stuk vervelender als een dergelijke jeugdige onbezonnenheid een rol gaat spelen in je latere leven, bijvoorbeeld bij een sollicitatie.
In mijn carrière heb ik honderden sollicitatiegesprekken gevoerd en, in de voorbereiding, dikwijls dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het internet om achtergrondinformatie over de sollicitant op te zoeken. En soms komen daar opmerkelijke feiten bij aan het licht. Zo ontdekte ik dat een van de mannelijke sollicitanten al eerder in de problemen was gekomen met een werkgever vanwege diefstal, en dat een andere, vrouwelijke sollicitant, een verleden had, inclusief de weinig verhullende foto’s op een persoonlijke internetsite, dat duidde op een nogal losse seksuele moraal. Het eerste geval doet meteen alarmbellen rinkelen en schetst een somberder beeld voor de kansen van die sollicitant dan het tweede geval. Dat speelt zich meer af in de privésfeer tenslotte, maar noopte mij wel om tijdens het gesprek een aantal zéér specifieke vragen te stellen en extra zorgvuldig haar referenties en antwoorden te checken. Uiteindelijk werden beiden niet aangenomen, maar dat terzijde.

Toch kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn met wat we doen. Niet alleen in het gewone leven, maar zeker ook met wat we op internet allemaal uitspoken. Een handgeschreven brief, in boosheid geschreven, kan jaren later onverwachts opduiken en tot lastige vragen leiden, maar die kans is stukken kleiner dan het risico dat je loopt als je een dergelijke frustratie digitaal hebt geuit. Zeker als je dat ook nog onder je eigen naam, of gemakkelijk te herleiden pseudoniem hebt gedaan. Legio zijn de voorbeelden van jonge kinderen die achteloos omspringen met personalia, en net zo achteloos persoonlijke informatie prijsgeven als adres en telefoonnummer, waarmee ze een direct gevaar lopen indien dit gebeurde aan personen met, al dan niet, kwade bedoelingen. Ook legio zijn de verhalen van (veelal jonge) vrouwen die meer van zichzelf hebben laten zien voor een webcam dan verstandig was.
Ik vind dan ook dat het niet vaak genoeg gezegd en herhaald kan worden: wees je er continu van bewust dat alles wat je op internet doet ook weer te achterhalen is, hoe onschuldig het op dat moment ook lijkt en hoe veilig je jezelf ook waant in het gezelschap van die ander. Door de relatieve anonimiteit van het internet kan je er nooit honderd procent vanuit gaan dat de persoon aan de andere kant evenzo eerbare bedoelingen heeft als jijzelf. Denk dus altijd goed na voor je überhaupt je camera aanzet en voor je op de entertoets drukt. Zaken die eenmaal op internet staan zijn vrijwel onverwijderbaar, en zullen dus steevast opduiken op juist die momenten dat je dat niet kunt gebruiken, en het argument van een ‘jeugdzonde’ is dan vaak niet afdoende. Internet is een fantastisch medium en een enorme verrijking van onze wereld, mits op een verstandige manier gebruikt en als de verkregen informatie ook met de nodige scepsis wordt bekeken. Bij kanten en boeken vindt er altijd nog een zekere correctie plaats voor informatie wordt vrijgegeven, maar op internet kan een ieder vrijwel straffeloos informatie plaatsen die niet of nauwelijks gecontroleerd of geverifieerd wordt. Daarom is het gebruik van gezond verstand altijd aan te raden bij elke stap die je op de digitale snelweg, en al haar zijwegen en achterafstraatjes, zet. Bedenk altijd dat de buitenwereld een compleet andere doelstelling kan hebben dan jij en handel daarnaar. Alleen op die manier is een bezoek en verblijf in de virtuele wereld voldoende veilig voor nu en voor je eigen toekomst.

18-10-08