Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

dinsdag 23 maart 2010

Meedenken

Ik vind het een zorgelijke trend dat fabrikanten, wetenschap en onderwijs steeds vaker de handen ineen slaan om producten op de markt te brengen die ‘meedenken’. Vroeger had je een bank die dat pretendeerde te doen, en kijk wat er daarmee is gebeurd…

Als ik mijn lief een sms wil sturen geeft mijn telefoon aan welk woord hij denkt dat ik bedoel. Maar negen van de tien keer slaat hij de plank volledig mis. Als ik wil intoetsen: ‘Je bent een schat’, wil hij er steevast: ‘Je bent een schavuit’ van maken. Dat klopt òòk wel weer, maar sommige waarheden moet je op bepaalde momenten nu eenmaal voor je houden. En bovendien, wie gebruikt het woord ‘schavuit’ tegenwoordig nog?

Onze Grote Vrienden van Microsoft zijn ook al uit het meedenkhout gesneden. Buiten het feit dat ze de hele menustructuur hebben ‘gemoderniseerd’ zodat ik niets meer kan vinden, vullen de programma’s spontaan mijn wensen in. En niet dat ze de moeite nemen om even vragen of ik het echt wel zo bedoelde en of ik die formule ook echt zo wilde hebben. Nee, ergens bij Microsoft heeft er ooit iemand besloten dat ze mijn werk gewoon overrulen met dat wat zij blijkbaar vinden dat ik eigenlijk had moeten zitten doen.

En nu sluipt dat irritante ‘meedenken’ ook al onze auto’s binnen. Niet alleen hebben autofabrikanten de asbak en sigarettenaansteker inmiddels verbannen naar het optiepakket, de moderne auto krijst en piept op de meest irritante momenten. Zo had ik enige tijd geleden een leenauto mee, omdat mijn eigen vervoer bij de garage stond. Het was een auto van Italiaanse makelij, waarvan ik de naam niet zal noemen omdat het een Fiat was. Nu wil ik daar doorgaans nog niet dood in worden aangetroffen, maar als je afspraken hebt door het hele land moet je toch wat. Dus stuurde ik de Fiat de snelweg op en trok het gas open. Begint dat kreng me toch ineens te piepen dat ik te hard aan het rijden ben! Dat maak ik toch zeker zelf wel uit?
Op de vakbeurs Intertraffic in de Amsterdamse Rai, wordt deze week het zogenaamde SPITS-project aan de bezoekers getoond. Dit project is een samenwerking tussen diverse fabrikanten en universiteiten, en heeft tot doel de auto met de bestuurder te laten meedenken. Zo moet de auto mij straks dus gaan waarschuwen als er een spookrijder is gesignaleerd (heb je daar de radio niet voor?), of ga ik gemaand worden mijn snelheid te verlagen als ik een school nader. Ehhhh, zou het gegeven dat ik rond half negen ‘s ochtends een hoop moeders met kinderen allemaal dezelfde kant op zie gaan, daar niet òòk een teken van kunnen zijn? Misschien? Wellicht?

Het ontwikkelen van steeds méér technologie die het denken van ons overneemt vind ik een hele slechte zaak. En natuurlijk ken ook ik de ongevalsstatistieken die zeggen dat de mens in de meeste gevallen de veroorzaker is van al die ongelukken. Maar door juist steeds meer voor die mens te gaan denken, bereik je juist het tegenovergestelde. Dan gaan mensen zich juist verlaten op de techniek, en zie ik de eerste verdachte al voor de rechtbank staan: ‘Ja maar, edelachtbare, op geen enkel moment heeft mijn auto mij gewaarschuwd voor dat spelende kind! Hoe kon ik dat dan in hemelsnaam weten?’

Ik hoor de voorstanders van dergelijke technologie zich alweer warm lopen in de coulissen. Zij lezen blijkbaar nooit de krant, en beseffen zich dus niet dat er heden ten dage ook al mensen zijn die blindelings de instructies van hun TomTom volgen en daarmee een trap afdonderen, de gracht inrijden, of zelfs een rivier, terwijl het autoveer over de Westerschelde toch al enige tijd is opgeheven.

In dit kader pleit ik hartgrondig voor het gebruik van het gezonde verstand, maar dat is dan wel iets wat we de jeugd weer ouderwets moeten bijbrengen. Dat de onderwijsvernielingen van de afgelopen decennia (zei ik dat ècht hardop?) op een schromelijke mislukking zijn uitgelopen weten we inmiddels allemaal, dus moeten we terug naar een onderwijsvorm waarbij we weer leren onze eigen hersenen te gebruiken, en juist niet blindelings te vertrouwen op de techniek. Dan hebben we al die overbodige gadgets helemaal niet nodig, en kunnen de wetenschappers zich gaan bezighouden met zaken die er werkelijk toe doen.

23-03-10

zaterdag 4 oktober 2008

Hoe lang bestaat God nog?

De vooruitgang in de medische wetenschap gaat razendsnel, maar veel wetenschappers beseffen dat we weliswaar tegenwoordig een hoop weten, maar tegelijkertijd ook nog héél veel meer niet weten. Prof. Dr. Dick Swaab, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam, is er zo eentje uit de laatste categorie. Hij beseft naarmate hij langer meeloopt en gaandeweg ouder wordt, dat hij nú nog net zoveel vragen, zij het van een ander kaliber, heeft als toen hij in 1966, als student, zijn eerste schreden op het gebied van hersenonderzoek zette.

In de vandaag in de Telegraaf gepubliceerde beschouwing, gaat Swaab in op een aantal historische figuren, wiens leven niet alleen ruimschoots gedocumenteerd is, maar welke ook een grote stempel hebben gedrukt op de wereld zoals wij die momenteel kennen. Figuren ook die allemaal, stuk voor stuk, een sterk ontwikkeld gevoel voor spiritualiteit hadden.
Swaab legt in zijn beschouwing een mogelijke link tussen deze spiritualiteit en hersenziekten. Hersenziekten die niet alleen de spirituele of religieuze ervaringen zouden kunnen verklaren, maar ook een heel scala aan andere eigenschappen, gedragingen en karaktertrekken die deze personen destijds kenmerkten. Zo herkent hij in de gedragingen en religieuze ervaringen van apostel Paulus het ziektebeeld van iemand die de gevolgen ondervindt van temporaalkwab epilepsie. Een waarschijnlijkheidsdiagnose die trouwens ook al eerder door anderen is gesteld.
Ook Mohammed, grondlegger van de islam, zou epilepticus zijn geweest. Ook zijn epileptische aanvallen gingen van kinds af aan gepaard met religieuze ervaringen. Dat ook kunstschilders niet onaantastbaar zijn, blijkt uit de persoon van Vincent van Gogh. Van Gogh werd in 1889 opgenomen in Saint-Remy-de-Provence vanwege epilepsie, maar had daarnaast nog last van veel meer andere kwalen. Tijdens van Gogh’s psychotische aanvallen had ook hij last van visuele en auditieve hallucinaties en bizarre religieuze en paranoïde wanen.

Als ik de beschouwing zo lees en herlees, kan ik het niet nalaten me af te vragen of de voortschrijdende wetenschap een eind gaat maken aan het bestaan van God. Natuurlijk weet ik dat dit een vraag is die mensen al eeuwenlang bezig houdt, maar de vraag wordt wel steeds actueler. Daar waar in vroeger tijden in alle natuurkundige verschijnselen de ‘hand en de macht van God’ werd gezien, heeft de wetenschap veel van deze verschijnselen inmiddels weten te verklaren, of is bezig dat te doen of te verfijnen. Maar wat zou er nu gebeuren als aangetoond zou kunnen worden dat spiritualiteit en religie niet veel meer zijn dan een functie van de hersenen? Dat de visioenen en het contact met God van, bijvoorbeeld, Paulus stomweg uit zijn eigen hersenen kwamen en helemaal niet van buiten, en al helemaal niet van boven? Als aangetoond zou kunnen worden dat Mohammed’s epileptische aanvallen verantwoordelijk waren voor zijn dialogen met God? Dat de religieuze overtuigingen die Jeanne D’Arc voortdreven feitelijk de gevolgen waren van haar zeldzame ziekte? Kun je dan feitelijk niet ook stellen dat God dus niet bestaat?
In een dergelijke discussie moet echter vooropgesteld worden, dat voor de betrokkenen de ervaringen onbetwistbaar reëel zijn. Voor hen zijn de ervaringen, hoe extreem ook wellicht voor de buitenwereld, net zo waarachtig en echt als het kopen van een brood bij de bakker. Historisch gezien geloof ik namelijk niet dat ook maar één van de genoemde personen in de beschouwing van Swaab de intentie had de kluit te belazeren, dan wel beschuldigd zou kunnen worden van handelingen voor louter persoonlijk gewin. Elke genoemde persoon wist zich uitverkoren en handelde uit de volle overtuiging een opdracht te hebben van een hogere macht die uitgevoerd moest worden. Met als resultaat de vaak dramatische, en nogal levensbekortende, consequenties.

Voor mij is een discussie over het (al dan niet) bestaan van God bovenal een persoonlijke levensvraag. Eentje die niet alleen een grote invloed heeft op de manier waarop iemand zijn eigen leven inricht, maar vooral ook op de manier waarop hij of zij in de maatschappij staat, en ook hoe die maatschappij is ingericht. Ik kan dan ook alleen maar voor mezelf spreken als ik zeg dat ik de vraag of God bestaat, jaren geleden reeds met ‘nee’ heb beantwoord. In mijn leven is er geen plaats voor een Hogere Macht, ook al besef ik me maar al te goed dat er vele terreinen in mijn leven zijn waarop ik geen enkele invloed heb, grotendeels afhankelijk ben van de omstandigheden en de luimen van anderen. En alhoewel de wetenschap door de eeuwen heen een hoop van de magie weggepoetst, er is een hoop begrip en verwondering voor teruggekomen over hoe ingenieus e.e.a. in elkaar steekt. Ook zie ik ook zeker wel de schoonheid, de wreedheid en de onbegrensde kracht van dat wonderbaarlijke fenomeen dat we doorgaans ‘de natuur’ plachten te noemen. Als ik de schoonheid van de natuur zie, en me realiseer hoe alles samenwerkt en samenhangt, zou ik bijna zelfs in een God kunnen gaan geloven, maar bijna is nog net niet helemaal. Ook ben ik bepaald niet blind voor mensen die steun en vertrouwen vinden in hun geloof en geloofsbeleving. Ik kan soms zelfs bewondering hebben voor de manier waarop zij berusten in hun tegenspoed en daarin een groter plan zien dat groter is dan zijzelf en waarop ze blindelings kunnen vertrouwen zónder het persé te hoeven begrijpen. Ik kan dat namelijk niet blindelings, daar ben ik veel te eigenwijs en eigengereid voor. Ik sta met een gezonde dosis scepsis in het leven en neem weinig voor waar aan zonder de zaken eerst overdacht en doordacht te hebben. Voor mij is de vraag of er een God bestaat dus een reeds gepasseerd station, maar ik begrijp inmiddels hoe verwondering over de wereld en onbegrip uiteindelijk tot een godsbeeld kunnen leiden. Ik respecteer en begrijp dat, maar dat vormt geenszins een reden om er dus maar aan deel te nemen. Voor mij is er ook volop mysterie, schoonheid en complexiteit in het leven te vinden zonder het nog eens nodeloos te compliceren met een hogere macht die, in mijn optiek, toch al erg onwaarschijnlijk is. Het leven biedt ook zònder genoeg waar ik me over kan verwonderen en intens van kan genieten, ik kan er zelfs blij van worden of uitermate gefrustreerd als het weer eens niet gaat zoals ik graag zou willen. De vraag of God bestaat is dus eentje die ieder voor zich moet beantwoorden, in alle rust en zonder zich daarbij te laten leiden door de mening van anderen of druk van buitenaf. Voor velen zal het beantwoorden van die vraag, en de vele nieuwe vragen die daaruit volgen, echter een beproeving zijn. Los komen van opvoeding, cultuur en andere sociale invloeden is geen sinecure en doorgaans een ware beproeving tijdens de levensreis, maar ook een reis die veel kan opleveren. De wetenschap mag tenslotte vaak menen soms de absolute waarheid in pacht te hebben, maar er zullen altijd zaken blijven waarop zowel de religie als de wetenschap een bevredigend antwoord schuldig moeten blijven. En dat is maar goed ook.

04-10-08