Posts tonen met het label ouders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ouders. Alle posts tonen

donderdag 20 oktober 2011

Peuters & iPhones

De Amerikaanse onderzoeker Michael Levine, directeur van het Joan Ganz Coony Center, vindt het geen enkel probleem als kinderen al op zéér jonge (peuter-) leeftijd kennis maken met smartphones en computertablets. “Hun hersenen worden getraind en het intelligentieniveau stijgt” zegt hij. De weerstand bij veel ouders tegen besmetting met het iPhone virus op een dermate jonge leeftijd noemt hij ‘betweterig’ en Calvinistisch’.

Ondanks het feit dat ik zelf géén kinderen heb, en ook al niet erg Calvinistisch ben ingesteld, kan ik het alleen maar grondig met Levine oneens zijn! Het spreekt voor zich dat onze kinderen moeten leren om met de beschikbare techniek om te gaan. Deze maakt tenslotte een groot deel van hun toekomst uit. Maar ik betwijfel sterk of dat al op de peuterleeftijd moet. Peuterhersenen kunnen op vele andere manieren geprikkeld en gestimuleerd worden, zonder daarbij de deur meteen open te zetten voor alle gevaren en ongewenste blootstellingen die tegenwoordig inherent zijn aan de wereld achter het touchscreen.

Ik plaats dan ook grote vraagtekens bij het verhaal van Levine. Willen we kinderen op die leeftijd echt al de boodschap mee geven dat de wereld niet groter behoeft te zijn dan die van het betreffende computerscherm? Mijns inziens is het een absoluut verkeerd signaal als kinderen op die leeftijd al leren dat elk probleem en elke uitdagingen die je in het leven tegen komt, opgelost kan worden als je de juiste App maar hebt gedownload, op een knopje hebt gedrukt, of met je vinger over een schermpje hebt bewogen.

Tussen de kaften van kinderboeken ligt ook een heel universum verborgen dat erom vraagt om verkend te worden. De kans dat een van de schurken daaruit verkeerde plannen met uw kind heeft en die ook ten uitvoer brengt is nagenoeg verwaarloosbaar. Bovendien stimuleert (samen) lezen de fantasie van het kind veel meer dan een vooraf elders gecreëerde digitale wereld.

In tegenspraak van Levine ben ik van mening dat juist de huidige generatie kinderen vooral, en zo lang mogelijk, de kans moeten hebben om kind te zijn, met andere kinderen te spelen en te zo de wereld te ontdekken. Ze hebben tenslotte nog een heel overprikkeld leven voor zich. Het is nergens voor nodig om daar al op zo’n jonge leeftijd mee te beginnen.

20-10-11

vrijdag 12 maart 2010

Zelfs ‘op tijd’ is nog te laat (deel V; Slot)

Het leven gaat verder, en er is alweer een week verstreken sinds J. overleed. Mijn liefste en ik zijn weer thuis en trachten de draad van het gewone leven weer op te pakken. Toch betrap ik zowel mijn liefste als mijzelf erop, nog steeds als in een roes rond te lopen; alsof de wereld in slow motion aan ons voorbij trekt.

Het zou te gemakkelijk zijn om te stellen dat we de realiteit niet onder ogen willen zien, die is ons juist pijnlijk duidelijk. De oorzaak zit hem meer in de enorme hoeveelheid vragen waarmee we zijn achtergebleven, en juist die hoeveelheid heeft me aan het denken gezet.

In onze razendsnelle prestatiemaatschappij zijn, of lijken, slechts bezit en status nog relevant als indicatoren van (maatschappelijk) succes. Maar wat weten we nog van onze naasten, van onze familie of onze ouders? Kennen we hun levensverhaal, hun successen en triomfen? Weten we iets van de (soms) moeilijke beslissingen die ze in hun leven hebben moeten nemen en welke ze (mede) gevormd hebben tot de mensen zoals wij ze kennen? Weten we werkelijk wat hen vroeger is overkomen en wie ze diep van binnen nu eigenlijk zijn?

Als kind begreep ik er niets van als mijn opa mij aansprak op het feit dat ik ‘stamhouder’ van de familie was. Ik was op de leeftijd van een jaar of tien nog helemaal niet met meisjes, laat staan met trouwen en kindertjes krijgen, bezig. Maar naar mate ik ouder wordt komen af en toe vragen naar boven over het hoe en waarom van bepaalde gebeurtenissen in mijn eigen (familie-)geschiedenis.

Zo kreeg ik nadat mijn vader in een verzorgingshuis was opgenomen een aantal fotoboeken in handen van mijn grootouders. Daarin bladerend kwam ik er niet alleen achter dat ik héél weinig wist van mijn grootouders, maar nog minder van de personen achter de rol van ‘mijn opa en oma’. Ik heb mijn grootvader eigenlijk nooit anders gekend dan ‘met pensioen’. Ik werd in 1966 geboren, en hij stopte officieel in 1968 met werken. Maar te vragen wie hij was en wat hij deed in zijn werkzame leven, is nooit in mij opgekomen. Tot nu toe dan, maar nu is het te laat.

Eenzelfde fenomeen zie ik nu ook bij mijn liefste. Uit de eerste zaken die vanuit Frankrijk zijn meegekomen komt een beeld naar voren van een heel andere man dan mijn liefste en haar zus van hun vader hadden. De man blijkt uit veel meer dimensies te hebben bestaan dan je zo uit de eerste hand zou zeggen, en dat intrigeert mateloos. Het roept bovendien vragen op die, nu de betrokkene is overleden, nooit meer helemaal beantwoord zullen kunnen worden. Daarmee gaat niet alleen een uniek stuk familiegeschiedenis verloren, maar het onthoudt zijn kinderen en kleinkinderen er ook van zichzelf in het juiste perspectief van de familiegeschiedenis te plaatsen.

Ouderen worden in deze tijd vaak afgeschilderd als vermogend, midden-in-het-leven-staand en zelfstandig, maar tegelijkertijd zijn ze zo goed als ‘afgedaan’. Ze spelen in het maatschappelijk leven nauwelijks nog een rol van betekenis, en zodra ze ook maar enigszins ‘lastig’ of hulpbehoevend worden, stoppen we ze weg in verzorgingshuizen of aanleunwoningen. En ik begin er steeds meer van overtuigd te raken van het feit dat we niet alleen de ouderen, maar ook onszelf en onze kinderen daarmee te kort doen.

Ik zou er best wat voor over hebben als ik ook nu nog toegang zou kunnen hebben tot mijn ouders en mijn grootouders. Met de kennis en (levens-)ervaring die ik nu heb, zou ik geen enkele kans meer voorbij laten gaan om hen te bevragen over de personen die op de foto’s staan, en hen te vragen naar hun eigen jeugd en ervaringen in het leven. Die kennis mis ik nu als ik de foto’s bekijk, en dat ervaar ik inmiddels als een héél groot gemis.

12-03-10

donderdag 26 februari 2009

Vechtscheiding

Ik vind het nog steeds verbijsterend en schokkend om te zien wat veel gescheiden ouders elkaar, en daarmee hun kinderen, aandoen. Je kunt namelijk wel besluiten om geen partners meer te willen zijn, maar ouders ben en blijf je voor de rest van je leven.

Het zal even voor half elf zijn geweest toen ik langs de plek op de A9 reed waar luttele minuten het Turkse vliegtuig zou crashen. Ik was op weg naar A. om een van mijn beste vrienden te bezoeken. Hij had me een week eerder al gevraagd om langs te komen, maar door het plotselinge overlijden van mijn schoonmoeder lagen mijn prioriteiten eerst elders. Maar vandaag was het zover, en ik was benieuwd wat hij me te vertellen had.

Ik ken P. al ruim 15 jaar en ken hem als een liefdevol en zorgzaam man. P. en ik hebben een bijzondere band die zich niet zo snel laat omschrijven, maar na een aanvankelijk wat rumoerige start, kunnen we nu redelijk met elkaar lezen en schrijven. En het zal een week of wat geleden zijn dat ik sterk het gevoel kreeg dat het niet goed ging met P. en zijn mobiele nummer belde. Als antwoord kreeg ik de voicemail met daarop de mededeling dat hij ziek was. Wat het precies was in de bewoording weet ik nog steeds niet, maar ik wist meteen dat er meer aan de hand was, véél meer. Gelukkig kreeg ik niet veel later zijn vriendin te pakken. Die bevestigde dat er inderdaad een en ander was voorgevallen, en dat P. er even ‘helemaal doorheen’ zat. Wat er dan precies was voorgevallen wilde ze door de telefoon niet zeggen, maar dat het niet goed zat was me overduidelijk.

En gisteren was het dus eindelijk zover. Ruim voor elven belde ik aan en P. liet me binnen. In niets leek de man die de deur voor me opende op de P. die ik zo goed ken. Deze figuur was gebroken, terneergeslagen en volkomen op. Even later kwam, met een dampende mok koffie in de hand het hele verhaal eruit. Er was inderdaad iets voorgevallen en dat had bij P. een diep weggestopt voorval uit zijn jeugd weer opgerakeld. En even kon ik niet bepalen wat ik erger vond, maar naar mate het gesprek vorderde werd die keuze overduidelijk.

Ik weet hoe het voelt als je ouders uit elkaar gaan. Ik weet ook hoe het voelt als dat niet op de meest vriendschappelijke manier gaat. En ik heb er jaren over gedaan om te accepteren dat het soms beter is om uit een gebroken gezin te komen dan erin te leven. Met de kennis en ervaring die ik nu heb begrijp en accepteer ik dat, alhoewel ik nog steeds vind dat het allemaal een behoorlijk stuk minder extreem had gekund. Maar, hoe het ook zij, ook P. is jaren gelden op een aparte manier gescheiden. Precies op het moment dat zij zwanger was van de tweede.

Ook deze scheiding was geen vrolijke. Er was alcohol in het spel, en pillen. Beiden in behoorlijke hoeveelheden. P. raakte door de scheiding de weg een beetje kwijt en kwam in de crisisopvang terecht. Een periode die hem, achteraf, heel veel heeft opgeleverd en heeft gebracht. Want hij kwam in die periode ook zijn latere vriendin tegen. Maar ondertussen mocht hij zijn kinderen niet zien. In die eerste periode wellicht verstandig, mits het ook om die reden was gedaan, maar de ex bleek erg rancuneus. Jarenlang werd P. aan het lijntje gehouden en zelfs ’s nachts lastig gevallen als ze weer eens (te) veel gedronken had. Maar gaandeweg de jaren kwam er toch een omgangsregeling en leerde ik ook zijn twee schatten van kinderen kennen.

En ook al wil ik er zelf geen, ik kon aan P. zien dat hij van zijn kinderen genoot. Van zijn zoon die zo vreselijk op hem lijkt en van zijn dochter die, met haar onbevangen kinderogen, de wereld zo op haar eigen manier bekijkt. En ik zag P. ook groeien in zijn rol als vader. Eerst alleen en later met zijn vriendin. De kinderen waren alles en alle grillen van de ex werden in de flow meegenomen. Meerdere keren stond hij bij zijn ex voor de deur als er weer een crisis was, maar één ding was zeker: in A. hadden de kinderen een veilige en warme thuishaven.

Meerdere keren ging het mis. Dan was er die vreselijk lange tijd dat zijn kinderen van hem werden weggehouden. Ik heb die perioden veelal van nabij meegemaakt. Maar ondanks zijn problemen en ondanks het gemis was P. toch altijd die vriend die er altijd was als ik hem nodig had. En vaak met een klein cadeautje of een grapje. Altijd liefdevol en altijd met zorg uitgekozen. Ook toen ik in het ziekenhuis lag was P. degene die er van de vrienden het vaakst was. Soms alleen en soms met zijn hele gezinnetje.

En nu zat diezelfde P. als een gebroken man tegenover me aan tafel, huilend en vertwijfeld. En allemaal veroorzaakt door een beschuldiging van zijn ex omtrent ‘grensoverschrijdend gedrag’. Hoe langer ik naar zijn verhaal luisterde, hoe duidelijker het plaatje werd. Zijn ex had eindelijk de stok gevonden om mee te slaan en had raak geslagen. Niet dat ik voor één seconde geloof dat er sprake is geweest van ‘grensoverschrijdend gedrag’, maar nu had ze eindelijk een wapen in handen waarmee ze P. diep kon raken. En, of ze het geweten heeft kan ik niet bewijzen, maar die beschuldiging refereerde aan een pijnlijke jeugdherinnering en bracht die weer, net zo pijnlijk, aan de oppervlakte.

Ik zal wel nooit begrijpen waarom mensen elkaar zulke zaken aandoen. Ik kan nog meegaan in het feit dat je met elkaar bent ‘uitgepraat’, om maar eens een eufemisme te gebruiken, want vaak is er allesbehalve sprake van stilte. Tegen een beschuldiging van‘grensoverschrijdend
gedrag’, of dit nu door de dochter of de ex gebeurt, is een man vrijwel machteloos. Het bijbehorende stigma is dermate groot dat, ook als later blijkt dat er helemaal niets aan de hand was (en ik ben ervan overtuigd dat zulks ook hier het geval is!), de zweem van verdenking langdurig blijft hangen. En dat geldt dan niet alleen voor de directe omgeving, ook in de rechterlijke macht zijn voorbeelden te over van vooringenomenheid na zo’n beschuldiging.

Maar het meest vrees ik toch voor de kinderen. Beide zijn in de puberleeftijd en dientengevolge zeer beïnvloedbaar. En alhoewel de moeder aangeeft te handelen in belang van haar kinderen door ze van hun vader weg te houden, vroeg of laat zal dat zich wreken. Dat kan even duren, maar zodra de kinderen op een leeftijd zijn dat ze meerderjarig zijn en zelfstandig gaan bepalen hoe ze tegenover bepaalde gebeurtenissen uit hun jeugd staan, ze het hun moeder ooit kwalijk gaan nemen dat ze hun vader niet meer mochten zien. Bovendien hebben opgroeiende kinderen beide ouders gewoon nodig, de moeder én de vader.

Ik weet niet of de enorme hoeveelheden tekst die ik over P. heb uitgestort effect hebben gehad. Uit het bedanktelefoontje dat ik later op de avond van zijn vriendin kreeg denk ik van wel. Ik kan alleen maar hopen dat ik een aantal zaken duidelijk op een rijtje heb kunnen zetten en heb kunnen aantonen dat een beschuldiging nog niet betekent dat je ook maar iets hebt fout gedaan. Dat het nu deze beschuldiging betrof en niet een andere, een paar weken later. Opgestookt door haar nieuwe partner of niet, het broeide al maanden en het was dus feitelijk wachten op de volgende klap. En die is nu gekomen. P. heeft er echter meer aan om eerst tijd en aandacht aan zichzelf, zijn verleden en zijn thuissituatie te besteden, dan bezig te blijven met zoeken naar antwoorden die er simpelweg niet zijn. Zijn kinderen hebben tenslotte veel meer aan hem als hij zijn eigen zaken weer op een rijtje heeft en daarmee voldoende energie en kracht over heeft om de strijd met zijn ex aan te gaan. En dat is een strijd die zeker gaat komen, al is het juiste tijdstip daarvoor nu nog niet aangebroken.

Via deze weg wil ik P. nog zeggen dat ik voor de volle honderd procent overtuigd ben van zijn onschuld en goede bedoelingen. Ik zal hem dan ook, op alle mogelijke manieren (blijven) steunen in zijn strijd. Of het nu gaat om het verwerken van die vreselijke gebeurtenissen uit zijn jeugd, of het later aangaan van de strijd met zijn ex om zijn kinderen. Ik zal er altijd voor hem zijn, ook al woon ik wat verder weg.

Tot zijn ex zou ik tot slot het volgende willen zeggen: wat je motieven ook mogen zijn: onenigheid over de manier van opvoeden, de hoogte van de kinderalimentatie of jaloezie op de manier waarop P. met jullie kinderen omgaat, dergelijke zaken mag je nooit en te nimmer uitvechten over de ruggen van de kinderen. Dat is een zaak tussen jullie en tussen jullie alleen. De nu geuite beschuldiging raakt kant noch wal en dat weet je. Dat het jouw agenda volgt is alleen maar triest te noemen, maar daarom niet minder onvergeeflijk. Ik hoop dat je inziet dat deze handelswijze verkeerd is en, desnoods via een mediator, weer in gesprek gaat om de verhoudingen zo snel mogelijk weer te normaliseren. Het feit dat jij P. niet meer in je leven wilt hebben betekent nog niet dat je kinderen hun vader dan maar moeten missen, zij houden tenslotte zielsveel van hem. Dat is ronduit egoïstisch en verkeerd. En ooit zul je dat aan je kinderen moeten zien uit te leggen. En hoe denk je dat te doen als je nu al weet, net als je kinderen het weten, dat dit verhaal van geen kanten klopt?

26-02-09

zondag 28 september 2008

Toekomstdromen

Iedere ouder wil het beste voor zijn of haar kind, dat lijkt me logisch. Het kind moet vooral een beter en rijker leven hebben dan de ouders hadden in hun eigen jeugd, met meer kansen, meer mogelijkheden, een hogere opleiding, en dan vooral omringd door meer en luxer spullen dan pa en ma destijds bezaten.
Ik zie mijn vader nog staan in de deuropening. Het was de deuropening van de vergaderzaal in het statige kantoorpand waar mijn vader een van de vennoten was. Hij had me net aan een van de nieuwe kantoorgenoten voorgesteld, hetgeen gevolgd was door een opmerking die ik niet verwachtte ooit nog te horen. Pa zei namelijk, net niet nonchalant genoeg, ´…maar ik denk niet dat hij hier ooit zal komen werken…´ Even keek ik verschrikt opzij, maar elk spoor van de mededeling was alweer van zijn gezicht verdwenen.

Tja, soms is er namelijk sprake van een reeds grotendeels uitgestippeld levenspad. Dan staat bij de geboorte al vast in welke richting het kind later geacht wordt carrière te maken, in welke firma, en ook op welk niveau die carrière ongeveer zou moeten eindigen. Bij mij was dat oorspronkelijk het notariaat, en mijn vader had het liefste gezien dat ik dat op zijn kantoor zou doen. Maar ik ben gelukkig al heel vroeg begonnen me daartegen te verzetten, met als resultaat dat Pa slecht ´mild teleurgesteld´ was toen ik mijn toekomst in een totaal andere richting koos. Als is ´mild teleurgesteld´ wellicht toch als understatement te classificeren.

Ik moest sterk aan dat ene voorval denken toen ik vanmorgen las over de dochter van die Imam die in Londen de kost verdient als paaldanseres. Heel veel verder kun je niet afgeraken van de normen en waarden die je ouders je hebben getracht mee te geven. Waarmee overigens geenszins gezegd is dat het verkeerd is je eigen pad te verkiezen boven datgene wat je ouders voor je hebben uitgedacht. Zeker als je vader een omstreden figuur is die meent dat de Britten de aanslagen van 2005 vooral toch aan zichzelf te danken hebben, en ook nog eens grote bewondering uitspreekt voor de plegers van de aanslagen van 11 september. Dan kan ik me levendig voorstellen dat je weg wilt uit een dergelijke gedachtewereld, een dergelijke danscarrière is dan zo´n beetje het ultieme gevoel van wraak.
Mijn vader was gelukkig alles behalve bekrompen, en heeft mijn omzwervingen altijd met belangstelling gevolgd. Nooit is er een moment geweest waarop hij me vroeg of ik achteraf geen spijt had dat ik geen rechten ben gaan studeren. Dat kan natuurlijk komen omdat hij bang was voor het antwoord, want dat is nog steeds onveranderd: Nee, ik moet er nog steeds niet aan denken! Op mijn spaarzame sollicitaties de afgelopen twintig jaar heb ik altijd het een en ander moeten uitleggen over mijn CV. Niet dat er grote gaten inzitten, ik heb tenslotte continue gewerkt, maar vooral omtrent de keuzes die ik erin heb gemaakt. Mijn loopbaan volgt namelijk niet de standaard rechte lijn naar boven, maar eerder een grillig patroon dat af en toe naar links, af en toe naar rechts, en zelfs af en toe een stap terug lijkt te doen. En ja, dat zijn altijd bewuste keuzes geweest. Een verandering van job was, en is, voor mij alleen interessant als ik het gevoel heb dat ik me erdoor kan ontwikkelen. Of dat nu in de breedte of in de diepte is. De top te bereiken is nooit mijn doel geweest, plezier hebben in wat ik doe echter wel, net als genoeg verdienen om een beetje geld over te houden nadat de rekeningen zijn betaald. En tot nu toe lukt dat aardig.
Een paar keer bleken mensen te hebben getwijfeld om me ergens voor te vragen. Dan wisten ze niet of een bepaalde baan voor mij interessant genoeg zou zijn, hoe graag ze me ook wilden hebben, maar als ze me dan eenmaal hadden gevraagd dan was ik meestal ook snel over de streep. Geen absurde salariseisen van mijn kant, noch een dikkere auto dan mijn collega. Als er voldoende uitdaging voor mij te vinden is in een klus dan kom ik, desnoods op de fiets.
En nu is dan eindelijk de tijd gekomen me aan mijn eigen toekomstdromen te gaan wijden. En voor de omgeving liggen die bepaald niet in de lijn van wat ik tot nu toe heb gedaan, en dat doet vaak wenkbrauwen fronsen. Dan wordt er bezorgd gevraagd of ik, op mijn leeftijd, het niet beter op vertrouwd terrein kan houden. Maar diegene die mij beter kent weet juist dat mijn huidige plannen dichterbij liggen dan al het andere dat ik ooit heb gedaan. Een carrièreswitch van 180° maken is een risico, dat besef ik me maar al te goed. Zeker als je al in de veertig bent. Maar evenzo geldt dat als ik het niet nu doe, ik er de rest van mijn leven spijt van zal hebben, en dat was ik toch ook weer niet van plan.
Wat ik dan van plan ben? Laat ik er het volgende over zeggen: de precieze plannen blijven nog even geheim, want er moet hier en daar nog even stevig onderhandeld worden. Maar eind volgende maand, en wellicht eerder, zal het nieuwste project het levenslicht zien, en ik kan hier nu niet zeggen hoe zeer het kriebelt en aan alle kanten jeukt om er eindelijk mee aan de slag te kunnen gaan. Als het eenmaal zover is, zal ik er op deze plek zeker kond van doen, maar tot die tijd moet iedereen nog even geduld hebben. All will be revealed….

28-09-08

zondag 27 juli 2008

Namen


Ik vraag me wel eens af of ouders beseffen wat ze hun kind aandoen als ze het opzadelen met een bijzondere voornaam, al dan niet in een ´lollige´ combinatie met de achternaam. Ik snap de vreugde en de trots van ouders als hun eerste kind wordt geboren, dat is tenslotte ook voor hen een wereld-veranderende gebeurtenis. Maar zou je niet eerst even nadenken voor je het kind opzadelt met een naam waarvan je al van te voren weet dat het ermee gepest gaat worden?
In de ´Alles-moet-maar-kunnen-jaren´ die achter ons liggen was het niet ongebruikelijk om een kind te vernoemen naar een chemische substantie. Vooral niet als het kind onder invloed ervan was verwekt. Dat lijkt misschien geweldig leuk op dát moment, maar hoe zit het als het kind naar school moet? Hebben de ouders erbij stil gestaan dat het kind dan te lijden heeft onder een naam als Whiskey of Wiet? Vaak niet. Maar de inspiratiebron voor ouders is daarmee bij lange na niet uitgeput. Waar ik nog enig begrip kan opbrengen is wanneer beroemde, of geëerde (voor)ouders of geografische aanduidingen een weg vinden in de naamgeving. Ik ben tenslotte zelf ook vernoemd naar mijn grootvader. Anders wordt het wanneer hobby´s, liefhebberij, muzikale smaak, religie, politieke voorkeur of celebs van dat moment de naamgever worden. Niets is namelijk vergankelijker dan roem. Bovendien kunnen religieuze gevoelens en politieke overtuigingen veranderen over de jaren. En als je dan je kind ´Burning Bush´ of ´Jihad´ hebt genoem, zullen ze je echt voor eeuwig dankbaar zijn. Ik zou het mijn nageslacht niet aan durven doen om ze de Grote Boze Buitenwereld in te sturen met een naam als ´Strijkje de L´Ecluse´ omdat ik nu toevallig verzot ben op vioolmuziek? ´Aria de L´Ecluse´ al evenmin trouwens, al ligt in die laatste variant de vermoedelijke boosdoener verscholen in de initialen (ale). Archimedes van Puffelen dan? Elvis de Jong?

Begrijp me goed, ik heb bepaald geen probleem met humor. Humor mag, maar humor mag nooit en te nimmer ten koste gaan van een ander. Een kind de wereld in schoppen met ´Talula Does The Hula From Hawaï´ als naam is bepaald niet grappig, maar gewoon crimineel. Toch deden Nieuw-Zeelandse ouders dat negen jaar geleden. Recent liet het meisje haar naam veranderen en moest hierbij tijdelijk onder voogdij van de rechtbank geplaatst worden, om deze naamsverandering überhaupt mogelijk te maken. Denkelijk omdat de ouders niet wilden meewerken. Dat recentelijk een buschauffeur in de VS zijn naam liet veranderen in ´In God´ als voornaam, en ´We Trust´ als achternaam, kun je de ouders helaas niet verwijten. Je kunt ze hoogstens kwalijk nemen dat ze hun kind niet tegen zichzelf in bescherming hebben genomen. De man zelf is echter meerderjarig en moet het dus helemaal zelf weten, maar echt slim vind ik het niet.
Ouder wensen doorgaans het allerbeste voor hun kind. Soms zelfs hopen ze, tegen beter weten in, dat hún spruit de nieuwe Einstein of Mozart wordt, en doen er alles aan om die wens te laten uitkomen. Er zijn gekkere dingen gebeurd, maar het zou kunnen. Helaas blijkt uit de praktijk dat het merendeel van de nieuw-geborenen zichzelf in de Grote Massa staande zullen moeten zien te houden zònder al die speciale talenten en gaven die hen door de trotse ouders worden toegedicht. Dan helpt het niet bepaald als een kind het moet doen onder de naam van iets of iemand die associaties oproept aan iets heel anders. Je zoon ´Adolf´ noemen roept nu eenmaal bepaalde associaties op die een zeker effect op diens leven zullen hebben, of je wilt of niet. ´Winston´ weer iets minder, maar waarom zou je daarvoor kiezen als de achternaam het veelvoorkomende ´Jansen´ is? Wat is er mis met ´Kees´ of ´Harry´? Denk als ouders gewoon even na voor je een bepaalde naam aan je kind geeft. Wat nu een uitermate goed idee lijkt, hoeft dat over twintig jaar bepaald niet meer te zijn. Denkt iemand nu echt dat over pakweg twintig jaar iemand nog weet wie Paris Hilton is, laat staan waarom ze in hemelsnaam beroemd werd? Ik twijfel of er nu nog iemand is die het weet.

Het leven biedt, zònder een dergelijke handicap, al meer dan genoeg uitdagingen. Als ouders heb je de taak om je kind goed voor te bereiden en uit te rusten voor zijn rol en plaats in de maatschappij. Wat die plek later ook mag blijken te zijn. Dat die meestal een andere is dan je als ouders zélf bedacht had, laten we dan maar even in het midden. Kindermishandeling is nu eenmaal strafbaar. Het meegeven van een freaky naam valt daar, wat mij betreft, absoluut onder. Hoe grappig of goedbedoeld die ook geweest mag zijn op het moment van conceptie of geboorte. Gewoon even nadenken dus. En het liefst iets verder dan je eigen ego. Zo moeilijk is dat toch niet? Laat kinderen ondertussen gewoon bijzonder zijn van zichzelf, dat scheelt een hoop hartenpijn later.

27-07-08

zaterdag 12 juli 2008

Nomofobie


Afgelopen week was ik druk aan het klussen in huis. Op zich heb ik daar geen hekel aan en, als je eenmaal bent begonnen, valt het allemaal reuze mee en zie je de boel gewoon onder je handen opknappen. Deze keer waren de gang en de hal aan de beurt. Beiden hadden, na diverse interne verhuizingen en een lekkage, behoorlijk te lijden gehad en waren toe aan een opknapbeurt en een frisse nieuwe laag verf. En als ik aan de slag ga doe ik dat met muziek aan en de telefoon uit.
En juist dat laatste schijnt de moderne wereldburger steeds meer problemen op te leveren. Zoveel zelfs, dat er een naam voor is bedacht: Nomofobie, ofwel de angst om onbereikbaar te zijn. Ik heb daar weinig last van, eerder zelfs van het omgekeerde: de angst om altijd bereikbaar te zijn. Voor mij is een mobiele telefoon namelijk uitermate geschikt voor één ding: bellen of gebeld worden op het moment dat mij dat uitkomt, als ik wil bellen dus. Zodoende komt het wel eens voor dat enthousiaste bellers mijn voicemail krijgen in plaats van rechtstreeks in mijn fysieke oor te kunnen toeteren. Nu is niet iedereen even gecharmeerd van een voicemail, de meesten nemen ook niet eens de moeite iets in te spreken, maar verwachten daarbij wel dat je subiet terugbelt zodra je ziet dat ze hebben gebeld. Maar bij mij werkt dat doorgaans zo niet. Als je iets van me wilt en in die pogig mijn voicemail treft, dan bel je op een later moment nog maar eens terug, òf je laat een berichtje achter waaruit ik kan opmaken dat je het op prijs zou stellen als ik de getoonde interesse in mijn persoontje zou reproduceren en zou beantwoorden met een telefoontje in de tegenovergestelde richting. En zodra dat passend is zal ik dat ook zeker doen, maar niet eerder dan op dat precieze moment.
Toch lijkt het of dergelijke ´Regels ter Regulering van de intermenselijke Communicatie over de Telefoon´, kortweg de RRCT, niet gelden voor communicatie tussen ouder en kind. Zelfs niet als betreffende kind reeds decennia geleden, al dan niet met zekere dwang, het ouderlijk nest heeft verlaten. Als ouders bellen heb je als kind namelijk simpelweg maar tijd te hebben of tijd te maken. Als kind dien je gewoon bereikbaar te zijn voor een bezorgde, angstige, belangstellende, ´door-God-en-de-hele-wereld-in-de-steek-gelaten´ , alleen-zijnde of anderszins in het fysieke welzijn aangetaste ouder. Dat geldt trouwens weer niet andersom. Deze ouders zijn vlotte zestigers of zeventigers die nog volop in het leven staan en het ´drukker hebben dan ooit!´. Hen dus lastig vallen met jouw zielepijntjes màg eventueel dan nog wel, maar dan uitsluitend op afspraak en op het moment dat het hèn uitkomt. Ergens tussen het bridgen en de dansles dus. Of, voor de hele moderne onder hen, ergens tussen de computercursus ´Windows voor Senioren´ en het Nordic Walking of het partijtje golf.
Maar goed, zélf onbereikbaar zijn is tegenwoordig ´not done´, een echte ´faux pas´ als je prijs blijft stellen op regelmatige interesse of contact met mede aardbewoners van familiaire aard. Als ik echter eerlijk ben is die behoefte bij mij niet bijster ontwikkeld en vind ik het heerlijk om af en toe eens ongestoord mijn eigen ding te kunnen doen zònder daarbij gestoord te worden over de ´Lotgevallen van Buurvrouw S.´ of de ´Schandelijke Affaire van Nicht G.´ Die laatste is overigens prima in staat haar eigen beslissingen te nemen en is daarbij slechts bezig om jaren van een, al dan niet ingebeeld, ´tekort´ in één keer horizontaal met haar donkere minnaar in te halen. Maar dat terzijde.

Als ik eerlijk ben, zit ik daar allemaal niet bepaald op te wachten. Bovendien kan ik mezelf ook niet echt betrappen op een sterk ontwikkeld schaamtegevoel omtrent die desinteresse. Het interesseert me niet en af en toe vind ik het gewoon heerlijk om ´onvindbaar´ te zijn, al is het in mijn eigen huis of tuin. Ook als ik met ´D´Olle Grieze´ erop uit ben getrokken, vind ik het heerlijk om daarbij de telefoon thuis te laten, dan wel uit te zetten. Natuurlijk begrijp ik wel dat ouders maar al te graag precies op de hoogte zijn van wat zoonlief allemaal uitspookt, maar geloof me, als ouders wil je helemaal niet alles tot in detail weten. Bovendien voel ik me helemaal niet verplicht, noch ben ik van zins, tot in detail verantwoording af te leggen over mijn bewegingen en beweegredenen. Dat heb ik nooit gedaan en ben dan ook absoluut niet van plan om daarmee nu opeens te gaan beginnen. Het argument ´maar je woont ook zó ver weg!´ is daarbij trouwens geen excuus. Het is ook geen uitnodiging om in het te koop staande huis hier tegenover te komen wonen trouwens, maar dat is een hele andere discussie.
Nee, bereikbaar zijn is bepaalde gevallen prima, maar dat hoeft absoluut niet continue. Buiten acute noodgevallen kan ik me niet voorstellen dat de noodzaak tot communiceren zo groot is dat het niet een uurtje of wat zou kunnen wachten. Mensen die daar anders over denken lijken te lijden aan een chronisch geval van zelfimportantie of zelfoverschatting en dienen de oplossing daarvoor elders te zoeken, ik kan hen daarbij toch niet helpen. De rest die echt iets van mij wil, is bij deze uitgenodigd de voicemail in te spreken en dan bel ik heus wel terug. Een korte mededeling is daarbij ruim voldoende. Het is nergens voor nodig het hele bandje scheldend vol te toeteren en daarbij geen enkele ruimte over te laten voor mensen die wèl wat belangrijks te melden hebben. Dergelijke boodschappen hebben eerder een averechts affect. De rest bel ik, braaf als ik nu eenmaal ben, toch wel terug. Beter is het om te accepteren dat de Heer en Mevrouw de L´Ecluse af en toe ff de hort op zijn. Gewoon samen met z´n tweetjes, en dat is alles behalve asociaal: dat is heerlijk!

12-07-08