Posts tonen met het label 2CV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2CV. Alle posts tonen

maandag 4 januari 2010

2010

Vandaag is de eerste werkdag van het nieuwe jaar, en de toon voor het jaar (b)lijkt alweer gezet. Zo hebben, in een poging het jaar zo braaf mogelijk te beginnen, agenten van de politie IJsselland een vrouw bekeurd voor het in de auto hebben van een broodmes dat ze eerder die dag bij de bakker had gekregen tegen inlevering van een volle spaarkaart.

Ook op het spoor is men het jaar goed begonnen. Daar echter met een schorsing. De NS schorste namelijk Rens Kamminga, een eigen medewerker, voor het uitvoeren van een treinrit met passagiers tussen Utrecht en Amsterdam, terwijl deze medewerker alleen bevoegd was met lege treinstellen te rangeren. Deze medewerker beging deze overtreding op 21 december j.l., precies de dag dat vrijwel het hele land gebukt ging onder de winterse omstandigheden en de NS wanhopig en uitermate beschamend faalde om ook maar enige vorm van dienstverlening te handhaven. Het bewuste treinstel zat reeds overvol met passagiers die dolgraag naar hun werk wilden, en stond al enige tijd te wachten op het personeel dat maar niet kwam. Kamminga, aangespoord door collega’s in dezelfde trein, bedacht zich geen moment en sprong op de bok. De twee collega’s die hen als conducteurs bijstonden, wacht eenzelfde schorsing.

Na de mislukte aanslag op de vlucht naar Detroit van afgelopen kerst, zijn de moslimfanatici een stapje inmiddels verder gegaan. Dit maal in de persoon van een 28 jarige Somaliër. Deze idioot verschafte zich met een bijl toegang tot het huis van de Deense cartoonist Kurt Westergaard (bekend van de spotprenten), en wilde deze te lijf terwijl hij op zijn 5 jarige kleindochtertje paste. De aanslag heeft de lokale veiligheidsdiensten overigens ernstig in verlegenheid gebracht, want zij waren het die de woning van Westergaard na eerdere pogingen hadden beveiligd met steviger deuren en bewakingscamera’s. Blijkbaar dus bepaald niet voldoende.

Ook in het kader van ‘veiligheid’ heeft het Britse tabloid Sunday Express een test gedaan van de beveiliging op Schiphol, en noemt onze nationale luchthaven nu prominent op de voorpagina Terror Airport. Een fotograaf van het bald is er namelijk in geslaagd om, ongezien en ongecontroleerd, een injectiespuit met insuline mee te nemen aan boord van een vlucht naar Londen. Uit de foto’s in de krant valt op te maken dat het hier eenzelfde soort actie betreft als we kennen van Alberto Stegeman, praatjesmaker van het SBS6-programma Undercover in Nederland. Het lijkt allemaal heel wat, maar als je jezelf maar even in de details verdiept is er doorgaans maar weinig aan de hand. Ik zeg hier bewust ‘weinig’, en bepaald niet helemaal niets!

Is het dan alleen maar kommer en kwel aan het begin van dit jaar? Nee, absoluut niet! Ik heb er zelfs al een heuse held en voorbeeld bij. Die verscheen deze morgen in de persoon van toptechneut Albert de Gier. Deze kanjer is er namelijk in geslaagd een oude 2CV uit 1984 niet alleen om te bouwen tot elektrische auto, hij kreeg het vehikel ook nog een goedgekeurd om de weg op te mogen! Hulde, absolute hulde! Iedereen die zich ervoor inzet om een van de mooiste auto’s ooit gemaakt voor uitsterven te behoeden, verdient wat mij betreft niet alleen de eeuwige roem, maar ook nog eens een standbeeld!
Nu is de oplossing die De Gier heeft gekozen voor zijn rode 2CVolt nog bepaald niet volmaakt en alles behalve productierijp. Behalve een zéér beperkte actieradius van zo’n 70 km, zijn er ook nog meerdere probleempjes op te lossen zoals de ontwaseming van de ruiten. Een niet onbelangrijk fenomeen in deze tijd van het jaar, maar De Gier geeft aan dat deze ‘tekortkomingen’ zijn volgende project gaan vormen. Ik roep De Gier dan ook bij deze op om, als hij deze probleempjes heeft opgelost, daarvan terstond kond te doen. Ik zou namelijk zomaar wel eens zijn eerste klant kunnen worden als er een goede elektromotor voor 2CV’s op de markt zou komen.

Tenslotte nog een berichtje van geheel andere aard. Dit keer over het raadselachtige fenomeen ‘vrouw’. Nu zijn wij mannen al jaren gek gemaakt met het idee dat een vrouw, buiten een geheel eigen logica, ook een plekje zou hebben dat de G-spot genoemd wordt. Menig relatie is er inmiddels op stukgelopen, omdat manlief in al zijn erotische onhandigheid het plekje maar niet kon vinden. Professor Tim Spector (onthoud die naam, want hij is een van de onbetwiste helden van 2010!) heeft nu aangetoond dat de G-spot slechts bestaat in de fantasie van vrouwen en sekstherapeuten! Kunnen wij mannen ons tenminste weer beroepen op ons uitblinken in de edele kunt van het ‘de weg kunnen vinden’ of ‘kaart lezen’..

Tegelijkertijd heeft een Amerikaanse chirurg (waar anders..) al een kunstmatige G-spot weten te construeren. Wie er een heeft, zo vertelt het artikeltje, schijnt bij het ‘nemen’ van een verkeersdrempel al een orgasme te kunnen krijgen… Ik zou hier natuurlijk nog veel over kunnen zeggen, maar dat ga ik niet doen. Dat laat ik aan de fantasie van de lezer over. Het enige wat ik er nog aan wil toevoegen is dit: de dokter zal het de komende tijd errug druk krijgen!

Tot slot wens ik u allen het allerbeste voor 2010! Het is mijn wens en ijdele hoop dat we dit jaar eens zullen leren wat verdraagzamer tegenover elkaar te staan. Iemand ander met geweld op andere gedachten proberen te brengen werkt niet en heeft nog nooit gewerkt! Verspilde moeite dus, maar we kunnen wel proberen met z’n allen iets terug te winnen van respect voor elkaar en het geven van werkelijke aandacht. En, als ik toch bezig ben, pleit ik er ook nog even voor dat het onderwijs weer onderwijs mag worden. Want zonder goed onderwijs, en daarmee inzicht in je eigen rol en verantwoordelijkheden in de maatschappij, zijn alle andere initiatieven tot verandering al bij voorbaat verspilde moeite…

04-01-10

maandag 28 september 2009

Kolder in de kop

Het overviel ons zomaar afgelopen week. Onvoorbereid en onverwacht bekroop ons het onbedwingbare verlangen het land en het geleuter te ontvluchten in den vreemde. Omdat we vlak bij Eindhoven Airport wonen, togen we eerst daarheen, maar vanaf daar wordt alleen op zonbestemmingen gevlogen. Bovendien kennen ze ‘in de provincie’ een begrip als een echte last minute balie niet. Dus togen we naar Reisbureau van Gerwen, waar Monique de Munnik onze wens in daden wist om te zetten. Reisdoel werd Parijs, die andere lichtstad. En niet ‘par TGV’, zoals me donderdagavond nog werd gevraagd, maar gewoon ‘par Citroën’.

Jarenlang heeft Parijs de reputatie gehad een stad te zijn met chagrijnige obers en onvriendelijke service, maar tijdens ons bliksembezoek bleek eerder het tegenovergestelde. Ons hotel lag middenin de wijk ‘Le Marais’, met op nog geen tien meter lopen op beide straathoeken een café/brasserie. Kostje gekocht dus. Het weer werkte bovendien ook nog eens mee met overdag hoge temperaturen en overvloedige zonneschijn die slechts tegen het vallen van de avond noopte tot het aantrekken van een vest of trui. Maar met een ‘Pression’ en een ‘Sancerre’ voor ons op tafel was het zelfs op het terras tot in de late uurtjes prima uit te houden.

De zaterdag was voor een zéér selectieve bezichtiging van de stad en familiebezoek, want het roemruchte geslacht de L’Ecluse is niet alleen berucht, maar minstens even wijdverbreid. Nazaten zijn overal op de aardbol te vinden, en niet in de laatste plaats aan de oevers van de Seine.

Het is opvallend dat door de hele geschiedenis van de familie een aantal beroepen steeds weer de kop opsteken. Zo was er de beroemde Charles de L’Ecluse (Arras 19 februari 1526 – Leiden 4 april 1609), die in 1593 tot professor werd benoemd aan de Universiteit van Leiden, en gezien wordt als de grondlegger van onze hedendaagse tulpenkwekerij en bollenindustrie. Latere nazaten legden zich ook toe op plantengroei, maar deze kon zich verheugen op constante interesse van, vooral, de Franse justitie. Een ander beroep dat regelmatig in de stamboom voorbij komt, is dat van herbergier. Een beroep dat ook nog heden ten dage door de familie wordt uitgeoefend. Zo is er o.a. een gelijknamig hotel in een wijndorpje aan de Moezel in Luxemburg, een camping in de Drôme, en een wijnbar op 15, Quai des Grands Augustins, waar vele grote artiesten hebben opgetreden: Marceau, Barbara, Brel, Ferré, Lama, Devos en Noiret. Maar onze korte reis was niet geheel bedoeld als gastronomisch. Een net zo belangrijk deel was ook bedoeld om ‘uit te waaien’ en het hoofd weer even leeg te maken. En dat is proefondervindelijk het best te realiseren door op een zonnig terras neer te strijken en het drukke leven aan je voorbij te zien trekken.

Gezeten op één van de vele beroemde terrassen die Parijs rijk is, ‘Le Chat Noir’ op Bvd Sebastopol in dit geval, viel ons oog op een ander hoopvol stemmend ondernemersinitiatief. Het vaart wel onder de naam ‘4 roues sous 1 parapluie’ (4 wielen onder 1 paraplu) en biedt de mogelijkheid om de highlights van Parijs te aanschouwen vanaf de achterbank van een heuse 2CV! En dat het populair is onder toeristen bleek uit de gestage stroom van lelijke eendjes die aan ons terras voorbij hobbelden.

De hernieuwde kennismaking met Parijs was ‘just what the doctor ordered’. Ik vraag me alleen af of ‘Monsieur Le Docteur’ ook de Mojito als medicijn zou hebben voorgeschreven die bij mijn liefste bijna het licht uitdeed zaterdagavond. Hij zou ongetwijfeld de hoeveelheid Sancerre hebben afgeraden die eraan vooraf ging. Gelukkig bleven de gevolgen beperkt tot wat door een goede nachtrust en een stevig ontbijt volledig teniet kon worden gedaan.

28-09-09

zaterdag 13 juni 2009

Mooi Nie!

Terugkomen van vakantie en dan de enorme stapels post doorworstelen die zich in je afwezigheid op de deurmat hebben verzameld. Gelukkig kan het meeste rechtstreeks het ronde archief in: ongelofelijk wat een junkmail er eigenlijk op de mat valt.

Tussen al de rekeningen ook een brief van mijn eigen garage. Nu ben ik erg tevreden over mijn garage, maar deze geste vond ik toch wat minder. Uit naam van de nationale sloopregeling boden ze me namelijk een bedrag van € 750 aan voor mijn eendje. Op voorwaarde, dat dan weer wel, dat ik een jonger exemplaar zou aanschaffen.

Maar in 1986, het geboortejaar van mijn ‘’D’Olle Grieze’, is Citroën gestopt met het produceren van de 2CV. Hoe kan ik dan in hemelsnaam een jonger exemplaar aanschaffen? Nu snap ik de sloopregeling wel en sta ook best achter de uitgangspunten, maar voor mij is er een GROOT verschil tussen een oude auto en een klassieker. In mijn geval heb ik beide: een oude(re) auto voor doordeweeks en een klassieker voor de speciale momenten. In het geval van deze klassieker dienen die speciale momenten trouwens òòk nog eens vergezeld te gaan van mooi en droog weer, dus die zijn op de vingers van één hand in een jaar te tellen.

Ik denk dat ik in afgelopen vijf jaar welgeteld tweeduizend kilometer met ‘D’Olle Grieze’ gereden. Dat is een gemiddelde afstand van net één kilometer per dag. Als ik daarmee als de grootste veroorzaker van het gat in de ozonlaag wordt gezien, so be it. Als ik met die ene kilometer hoofdelijk verantwoordelijk ben voor het smelten van de ijskappen en de algemene opwarming van de aarde, dan heb ik een zwaar dilemma. Aan de ene kant is het natuurlijk vreselijk sneu voor de ijsberen, maar ik zou best opteren voor een iets warmer klimaat. Een klimaat vooral waarin we vaker mooie dagen hebben en waarin ik dus vaker ‘D’Olle Grieze’ van stal kan halen.

Op het moment dat ik dit schrijf realiseer ik me dat ik nu een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking tegen me in het harnas jaag. En omdat ik er nu eenmaal zo over denk, zal ik het meteen nog maar een stukje erger maken: Ik geloof namelijk helemaal niet in het feit dat CO2 de boosdoener is in de opwarming van de aarde! Voor alle onderzoeken die er gedaan zijn naar die opwarming, zijn er net zo vele die stellen dat er helemaal geen sprake is van opwarming. Persoonlijk houd ik het erop dat de aarde een zekere regelmaat van klimaatveranderingen kent, en momenteel ervaren we een opwarming. Dat zoiets de wereld zoals we die kennen drastisch kan veranderen lijkt me logisch, maar het is al eerder gebeurd en zal nog vaker gebeuren. De grootste veroorzaker van de huidige opwarming is de zon, en niet de mens. Dat staat overigens dan bepaald niet los van het feit dat ons gedrag bepaald niet bijdraagt aan een schonere en leefbaardere wereld.

Om terug te komen op de sloopregeling, mijn antwoord daarop lijkt me duidelijk: ‘Mooi Nie!’ Ik ben erg gehecht aan mijn klassieker en ben van plan dat ook de komende jaren ook te blijven. Deze regering zal in de komende tijd wel een aantal nieuwe belastingmaatregelen bedenken om stijfkoppen als ondergetekende alsnog te dwingen afstand te doen van hun oude auto. Mijn antwoord aan het zal dan zijn: ‘Zolang als ik het kan betalen blijft ‘D’Olle Grieze’ van mij!’ En tenzij men met overtuigend en overweldigend bewijs komt dat ik de veroorzaker ben van al het klimaatleed, blijft dat ook zo. Ik zal mijn bijdrage aan het klimaat wel op andere manieren blijven leveren.

13-06-09

vrijdag 17 april 2009

Rouwproces II

Net weer een beetje terug mens en dan gevecht moeten leveren met je werkgever over je baan. Ik wist al dat mijn oorspronkelijke functie, althans de benaming ervan, was opgeheven. Bovendien wist ik, al sinds de overname in 2004, dat men mij graag kwijt wilde. Maar dat mijn werkgever tot deze leugens in staat zou zijn kan ik nog steeds niet goed begrijpen. Vooral ook niet omdat er voor mij, én na mij, meer collega’s voor de rechter hebben gestaan die vrijwel allemaal óók van de rechter gelijk hebben gekregen. Omdat al die rechtszaken echter bij verschillende rechtbanken door het hele land hebben gediend, is er dus geen rechter geweest die eens in de archieven is gedoken en bekeken heeft dat deze werkgever wel heel veel personeel heeft dat opeens niet meer deugd.

Ik besef me heel goed dat ik die strijd niet aan zal gaan: ik win er niets mee en het levert me feitelijk ook niet veel op. Wat zou een rechter namelijk kunnen zeggen? ‘Foei, mijnheer de werkgever, dat mag u nooit meer doen!’ of zoiets? Ik twijfel trouwens of er überhaupt een zaak van te maken zou zijn, want je kunt aanvoeren dat het steeds om verschillende gevallen en verschillende mensen gaat. Toch steekt het dat het steeds dezelfde werkgever betreft en dat er verder nog tal van acties zijn uitgevoerd waarbij mensen meer werk moesten doen tegen minder slaris. Iets waar ze bepaald niet de schoonheidsprijs mee verdienen, zeker niet als je meeneemt hoe dergelijke ‘afspraken’ tot stand komen.

Maar goed, de situatie is nu eenmaal zoals ze is en ik moet verder. Toch merk ik dat het toch voelt als een rouwproces. Een rouwproces waarbij, vlak voor het eind, dingen zijn gezegd en beweerd die ronduit verzonnen en gelogen zijn. Zo had mijn werkgever een mail aan zijn dossier tegen mij toegevoegd waarin mijn liefste de vele vrienden bedankte voor hun belangstelling, bezoekjes en bezorgdheid in de meest spannende weken. Heel slim had ze een mailgroep aangemaakt zodat ze het hele verhaal niet steeds opnieuw hoefde te vertellen, iedereen kreeg regelmatig een schriftelijke update met de laatste nieuwtjes en vooruitzichten.

Nu had ik gesteld dat mijn werkgever ronduit nalatig was geweest tijdens zowel de hernia- als de daarop volgende ziekenhuisperiode. Om dit te kunnen weerleggen had men de hand weten te leggen op dat bedank-mailtje en dacht daarmee te kunnen aantonen dat ze wel degelijk betrokken waren geweest, men had namelijk dat bewuste mailtje. Alleen was nogal opvallend dat alle geadresseerden waren verdwenen. Wij konden gelukkig simpelweg aantonen dat niemand op het hoofdkantoor op de adressenlijst stond en dat de dankwoorden in het bericht dus helemaal niet voor hen waren bedoeld. Een ander opmerkelijk item was de brief waarin de beëindiging van mijn allereerste halfjaars-contract in 1989 werd aangekondigd. Die brief was aan het dossier toegevoegd onder het mom van ‘’…toen wilden ze hem ook al kwijt!’ Maar ook daar was het weerwoord simpel door te stellen dat dit een automatisch brief betrof, en er een heleboel mensen bijna twee decennia lang hadden zitten slapen als ik negentien jaar later nog steeds in diens bleek te zijn.

Wat me ook erg tegen stond was de pogingen die men deed om mijn functie-inhoud af te zwakken. Er werd van alles beweerd, maar ik kon elke bewering tegenspreken en onderbouwen met officiële memo’s en brieven, stuk voor stuk ondertekend door mijn werkgever en/of personeelszaken. Stukken waarin precies het tegenovergestelde werd medegedeeld van wat men nu probeerde te beweren. Gelukkig was de rechter niet bevattelijk voor het slappe verweer van ‘..dat hebben we zo meegedeeld voor het personeel! De werkelijkheid was anders…’

En nu zijn we ruim een half jaar verder. Ik ben druk bezig een nieuw leven op te bouwen te midden van alle verdriet die sindsdien over ons is uitgestort. De ernstige en levensbedreigende ziekte van mijn schoonvader, de voortschrijdende ziekte van mijn eigen vader en diens uiteindelijke opname en, last but not least, het overlijden van mijn lieve schoonmoeder na een lange en moedig gedragen ziekte. En ik begrijp ook wel dat het behoorlijk veel is wat we de afgelopen jaren te verstouwen hebben gekregen. We zitten nog middenin het afscheid nemen van ‘Mammie P.’ (zoals ik haar noemde) en intussen is er her en der weer het een en ander gebeurd, zoals mijn beste vriend die door een hele moeilijke periode heen gaat. Als mens kan me dat nu eenmaal bepaald niet onberoerd laten, vooral niet als je er zo dicht bij betrokken bent. Vreemd is het dus bepaald niet als de pijp op een bepaald moment even leeg blijkt te zijn. En dat komt eigenlijk nooit uit. Ik zit middenin een leertraject en moet over een paar weken een volgende ‘proeve van bekwaamheid’ afleggen. Voor dat het echter zover is moet ik nog een hele berg werk verzetten, maar er komt niet veel goeds uit mijn handen momenteel.

Daarom heb ik besloten deze dagen tot ‘mij-tijd’ te bestempelen. Tijd waarin ik even niets hoef en waarin in ook even niets anders ga doen dan voor mezelf en voor mijn allerliefste zorgen. Morgen staat een etentje op het programma met mijn beste vriend en zijn vriendin, een ‘first’ na alle perikelen van de afgelopen weken. Ik hoop dat we dat etentje kunnen afsluiten, een goed glas wijn in de hand, met een positieve kijk op de toekomst. Ik ben namelijk allesbehalve negatief gestemd over die toekomst, het positieve is alleen een beetje ondergesneeuwd.

De komende dagen ga ik dus vooral gebruiken om voor mezelf een aantal zaken af te sluiten, of ik ga in ieder geval een poging daartoe doen. En ook al zitten de omgevingsfactoren niet echt mee, er is meer dan genoeg om blij mee te zijn en dat moet weer naar de voorgrond. Bovendien moet ik me weer gaan realiseren dat ik wel een vriend of echtgenoot kan zijn, maar dat ik niet van mezelf hoef of kan verwachten dat ik een ieders problemen kan oplossen. Er zijn en luisteren is vaak al genoeg, al zou ik dolgraag vaak zoveel méér voor mijn dierbaren willen betekenen. Daarna gaat mijn focus terug naar het KEB-traject. Ik kan en wil dat succesvol afsluiten. De komende twee presentaties moeten dus gelikt en goed worden, al weet ik momenteel nog bepaald niet hoe. Maar lukken gaat het!

En dat rouwproces? Tijd heelt vele wonden, maar bepaald niet alle. Er is mij onrecht aangedaan, er is ronduit gelogen, maar ik ben in het gelijk gesteld. Toch blijft er ergens het gevoel hangen dat ik tegelijkertijd heb verloren. Een gevoel dat ik dus los moet zien te laten omdat het me hindert in wat ik aan het opbouwen ben: een nieuw leven en een nieuw bedrijf.

Een paar nachten goed en lang slapen zal ook helpen, net als een zonnetje en het vooruitzicht dat ‘D’Olle Grieze’ (= mijn grijze 2CV) binnenkort weer van stal kan. Eind mei gaan mijn liefste en ik op vakantie, een welverdiende vakantie. Ik hoop dan ook op het vliegtuig te kunnen stappen met één gedachte in mijn hoofd: ‘het was best zwaar allemaal, maar we hebben het gered!’ Om dan na de vakantie uitgerust en bruinverbrand terug te keren, trappelend van ongeduld om mijn nieuwe bedrijf officieel van start te laten gaan!

17-04-09 II

zaterdag 14 juni 2008

Zestig!

In 1935 gaf de Franse autobouwer André Citroën de opdracht om een TPV te ontwerpen voor gebruik op het ruige platteland. Daarbij was vooral belangrijk dat de auto zuinig, goedkoop, duurzaam en eenvoudig te bedienen moest zijn. Uiterlijk was daarbij volstrekt onbelangrijk.

Na marktonderzoek bleek dat de doelgroep vond dat deze TPV (= Toute Petite Voiture) een tweetal boeren, een kilo of wat piepers of, ook niet geheel onbelangrijk, een vat wijn van 50 liter probleemloos moest kunnen vervoeren. En dan niet alleen over de weg, maar zeker ook dwars over het veld. Bovendien moest er genoeg hoofdruimte overblijven voor de boeren om een hoed te dragen als ze zondags ter kerke gingen.

Stond het originele prototype oorspronkelijk gepland stond voor lancering op de ´Salon d´Automobile´ van oktober 1939, de naderende oorlog zorgde ervoor dat het uiteindelijke ontwerp, op vele punten aangepast en behoorlijk veranderd t.o.v. het prototype, pas in 1948 haar wereldpremière beleefde. Onder de oorspronkelijke doelgroep, de boeren, was de TPV meteen een enorm succes, ze omarmden het autootje meteen. Het feit dat Citroën het autootje in het begin als gratis reclame leverde aan boeren, huisartsen en kunstenaars, is daar zeker debet aan. De enorme populariteit deed de wachttijd zelfs oplopen tot drie jaar! Toch begon toen een zegetocht die nog tot op de dag van vandaag voortduurt. En, alhoewel projectleider Boulanger het project ooit als ´paraplu op wielen´ omschreef, heeft de 2CV inmiddels haar plek als stijlicoon gevonden in ons collectieve geheugen.

Er is mij, als 2CV- eigenaar èn –rijder vaak, en ietwat smalend, gevraagd om de liefde voor de ´lelijke eend´ onder woorden te brengen. De 2CV mag dan wel prettig en nostalgisch ogen, maar verder is ze vooral Spartaans en voorzien van weinig luxe of uitrusting. Het enige wat ik tegen dergelijke criticasters wil zeggen is het volgende:
´Mes Amis, ik kan jullie alleen maar betreuren! Wie het enorme plezier en genot niet kent van een 2CV met open dak op een zonnige dag, heeft nog nooit waarlijk geleefd. Het is namelijk de enige auto die ik ken die niet alleen een glimlach tovert op het gezicht van zijn berijder en diens passagiers, maar ook op het gezicht van een ieder die hij onderweg tegenkomt. In geen enkele andere automobiel die ik ooit heb gereden, heb ik zoveel vriendelijkheid en liefde ontvangen als in de vele kilometers in de 2CV. Ik ben door wildvreemden deelgenoot gemaakt van eerste liefdes, strandfeesten uit lang vervlogen tijden, nostalgische kampeervakanties en een heel scala aan andere plezierige, én minder plezierige, (jeugd)herinneringen. Stuk voor stuk gedeeld door vrienden die, tot een paar seconden daarvoor, nog volstrekte vreemden waren. Want de 2CV verbroedert. Of ik nu de binnenwegen van ons eigen land, van België, of waar dan ook in Europa verken, ik ontmoet overal alleen maar vrienden. En nee, ik ga niet hard, maar waarom zou ik ook? Ik heb tenslotte geen haast. Mijn leven wordt, achter het stuur van mijn ´Olle Grieze´ niet krampachtig voortgedreven door mobieltjes, Ipods of afspraken. Mijn enige afspraak is met de einder, en het maakt niets uit hoe lang ik erover doe om er te komen. De reis erheen is het avontuur tenslotte, nooit het einddoel. En mocht ik onverhoopt onderweg behoefte hebben aan een korte pauze, met een simpele beweging staat mijn achterbank naast de auto en kan ik in alle comfort en op ´t gemakje kijken hoe jullie voorbij razen, terwijl het leven onderwijl en ongemerkt aan je voorbij trekt.
Of ik iets mis? Neen, absoluut niet! Mocht ik een keertje zwaar beladen zijn, dan kan ik met een simpele beweging de koplampen van binnenuit bijstellen. Oh, dacht je dat zoiets alleen in een ´moderne auto´ kon? Een boordcomputer? Ook die heb ik niet, dus die kan ook niet kapot gaan. En waarom zou ik die trouwens nodig hebben? Om bij te houden waar ik ben en hoe snel ik er ben gekomen? Voor mij is wat ik onderweg heb gezien en wie ik onderweg heb ontmoet van een véél groter belang. Startproblemen? Nee hoor. Als ze een keertje wat moeite heeft om op gang te komen dan heb ik altijd nog de slinger. Wat dat is, een ´slinger´? Tja, dát is inderdaad een probleem. Een slinger, beste vriend, is zelfredzaamheid zónder de wegenwacht te hoeven bellen. Ok, het vraagt enige handigheid, maar als je de slag eenmaal te pakken hebt, is het een fluitje van een cent.
Die snelheid, daar blijf je op hameren he? Laat ik het je dan zo zeggen. Als we tegelijkertijd vertrekken richting de Côte d´Azure, ben jij wellicht een paar uur eerder op de plaats van bestemming dan ik, maar je bent dan nog net zo wit en gestrest als toen je vertrok. Ik, daarentegen, ben volledig uitgerust, vrij in mijn hoofd, en bovendien reeds bruin gebrand als ik een uurtje of twee later bij je aanschuif op het terras. Dus, ben ik zoveel slechter af? Ik denk het niet. Maar, wat je er ook van mag vinden, ik daag je uit om het gewoon eens te proberen. Daarna praten we wel weer verder! Maar bedenk wel, een rijder in een eendje is er niet zomaar eentje´

14-06-08