donderdag 26 november 2009

Zinnen

Als taalliefhebber is het een waar feestje om met taal bezig te kunnen zijn en er vervolgens òòk nog voor betaald te worden. Dat gaat weliswaar niet altijd op, maar in dit geval gelukkig wel.
Voor een nieuw project moesten er een paar zinnen komen die, op zichzelf staand, een beeld zouden oproepen. Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar als je er eenmaal aan begint valt het toch best tegen. Een van de plekken waar je echter dagelijks zinnen tegen komt over vrijwel elk denkbaar onderwerp, is natuurlijk het nieuws. Gesproken of gedrukt, dagelijks is er een geheel nieuwe aanvoer.

En wellicht is het de speciale focus waarmee ik nu de krant lees, maar opeens haal ik uit vrijwel elk artikel mooie zinnen. Zinnen die inderdaad een beeld oproepen of, zoals in een aantal gevallen, je aan het denken zetten. Natuurlijk kun je de zinnen eigenlijk niet los zien van het artikel waaruit ze komen, maar als ze me ook op zichzelf staand aanspreken, dan kan ik ze gebruiken. Een paar voorbeelden.
In een artikel over een optreden van de band Napalm Death, zegt de zanger: ‘..als je in maximaal twee minuten je boodschap kunt overbrengen, waarom zou je er dan langer over doen?’

In een andere krant vond ik een artikel over een sportfestijn waarvan de opbrengsten naar een goed doel gaan: hulpbehoevende kinderen. De organisatie van vrijwilligers is zo gemotiveerd dat ze nauwelijks kunnen wachten tot het startschot weerklinkt, maar vooralsnog is volstrekt onduidelijk hoeveel mensen er aan de start zullen verschijnen. De organisatie vraagt zich dan ook af: ‘Weggooien is doodzonde en het laatste wat we uiteraard willen is mensen teleurstellen, maar hoeveel krentenbollen –voor in de pauze van de tocht- moeten we in hemelsnaam bestellen? Je zou toch denken dat de organisatoren wel andere prioriteiten zouden hebben, maar bij deze tocht blijken het toch krentenbollen te zijn.

Een ander artikel stemt me minder vrolijk. Hierin geven agenten aan weinig vertrouwen te hebben in het overheidsbeleid en beklagen zich erover: ‘Van boevenvangers zijn we nu een cijferfabriek geworden.’ Door het moeten voldoen aan opgelegde prestatiecontracten zijn agenten dus vaker bezig met administratie en andere zaken dan het feitelijke politiewerk van ‘boeven vangen’. Ik ben toch blij dat ik een andere carrièrekeus heb gemaakt. Ik zou bepaald niet geschikt zijn in een dergelijke cultuur mijn werk te doen.

Tot slot viel me een bijschrift bij een foto positief op. Als een soort persiflage op het bekende: ‘Hier Parijs, hier Jan Brusse!’ staat er bij een foto van een bellende pelgrim onder een paraplu: ‘Hier Mekka, het is nat’. Hetgeen, gezien de foto, bepaald geen overdreven reactie is trouwens.

Nu heb ik persoonlijk helemaal niets met Mekka of de jaarlijkse bedevaart, toch kan ik vrolijk worden van zo’n foto. Het is een kwinkslag en een knipoog die we allemaal hard nodig hebben in deze financieel sombere en donkere tijden. Het zijn dan ook dergelijke zinnen die de hele wereld weer een stukje terug in perspectief plaatsen en je weer even uit je sombere sleur halen. Ze laten zien dat, wat er ook in de dagelijkse werkelijkheid allemaal aan rottigheid mag gebeuren, elders op de wereld het leven gewoon doorgaat. Mensen vooral, gaan gewoon door met het doen van hun eigen dagelijkse dingen, en dat stemt me dan toch wel weer hoopvol. Buiten al die herrie die voor muziek moet doorgaan, buiten alle terecht klagende agenten en heftige regenbuien in Mekka en omstreken, is er altijd dat sprankje hoop aan de horizon. Het is niet altijd even duidelijk, maar wie het zoekt kan het tòch elke dag weer vinden. Gelukkig maar.

26-11-09

maandag 23 november 2009

Wijsje

Het gebeurt me niet vaak, maar vanochtend werd ik wakker met een wijsje in mijn hoofd. En terwijl ik dit schrijf weet ik dat er een aantal mensen zullen zijn die, als ze dit lezen, dat Kinderen voor Kinderen melodietje voorlopig niet uit hun hoofd kunnen krijgen. Het zij zo, ik kan het tenslotte òòk niet helpen. Gelukkig was het wijsje van vanmorgen van een heel andere orde. Het betrof een fragment van een musicalliedje uit Mary Poppins dat begint met de woorden: ‘With tuppence for paper and strings, you’ve got your own set of wings..’

Nu zijn de associaties van mijn brein niet altijd even duidelijk in hun oorsprong, maar deze kon ik moeiteloos plaatsen. Ik heb het licht namelijk gisteravond uitgedaan na het lezen van enige pagina’s uit Agatha Christie’s Postern of Fate,waarin Thomas en Tuppence Beresford de hoofdrol vertolken. Een eitje dus, maar tegelijkertijd vroeg ik me af of de associatie niet eigenlijk verder ging.
Het liedje gaat natuurlijk over vliegeren, maar het gaat net zo goed over vrijheid. Vooral de vrijheid die je kunt voelen als je aan het vliegeren bent: With your feet on the ground/ you’re a bird in flight/ With your fist holding tight/ to the string of your kite.

Als zelfstandig ondernemer heb je een behoorlijke dosis vrijheid, maar toch zijn er telkens weer mensen die vinden dat ik het anders zou moeten doen. Mensen die commentaar hebben op de manier waarop ik mijn sales bedrijf, die vinden dat het regelmatig updaten of veranderen van mijn websites zonde van de tijd is, of vinden dat ik me toeleg op de verkeerde markten en daarmee de moeilijke weg kies. Ik luister meestal wel naar hen, wellicht zit er in hun commentaar tenslotte een leermoment, maar meestal kan ik er weinig mee. Goede raad is welkom, maar meestal zegt het gegeven commentaar méér over de persoon die het commentaar uitspreekt dan over mij, degene over wie het commentaar zou moeten gaan.

Het is me opgevallen dat er namelijk vaak een verlangen uit spreekt om zelf ook de dagelijkse sleur te doorbreken, maar overwegingen als ‘hypotheek’, ‘zekerheid’ en ‘verplichtingen’ verhinderen dat.
Als ik ze vervolgens vertel dat ook ik gewoon, en net als zo velen, een hypotheek heb en òòk de nodige (financiële) verplichtingen, dan is dat opeens anders. Ook het feit dat ik nog steeds dagelijks aan het knokken ben om ook maar enig gevoel van ‘zekerheid’ te verkrijgen, valt dan blijkbaar in die categorie. Vreemd.

Het verhaal wat ik ze meestal als antwoord meegeef (en ook vertel aan de startende ondernemers die ik mag begeleiden) kan, met een beetje moeite, omgebouwd worden tot een analogie van het vliegeren:
Het kost niet veel geld om je eigen zaak te beginnen. Met (relatief) een paar centen (tuppence for paper and strings) ben je er doorgaans al. Wat er echter daarna gebeurt, hangt grotendeels af van twee factoren: je eigen vliegerkunst èn een beetje geluk. Er moet namelijk wel wind staan, anders kun je blijven rennen zonder dat je vlieger ooit het luchtruim zal kiezen. Gelukkig leven we in Nederland in een situatie waarin er vrijwel altijd wind staat. Wellicht niet altijd voldoende om je vlieger tot grote hoogte te doen opstijgen, maar je kunt er toch bij vliegeren.

Wacht je echter met het oplaten van je vlieger tot de meest gunstige omstandigheden zich voordoen, dan kun je wel eens erg lang moeten wachten. Langer soms, dan je jezelf financieel kunt of wilt veroorloven. Ben je echter op het moment dat de wind opeens opsteekt al aan het vliegeren, dan kun je er vanaf het allereerste moment optimaal gebruik van maken. Je kunt je vlieger alsmaar hoger laten stijgen, net zolang als je touw is, of je kunt het wat voorzichtiger aan doen zoals de meesten. Het wordt dan misschien allemaal wat minder spectaculair, maar je spullen blijven er wel heel bij, de voldoening is vaak even groot, en bovendien kun je de tijd gebruiken om te oefenen. Zodoende bereid je jezelf voor om optimaal te profiteren van de volgende windvlaag.

23-11-09