vrijdag 29 februari 2008

Een glimp van Gerechtigheid

Rokers vormen zo langzamerhand een bedreigde diersoort die, net als zo vele andere diersoorten die op het punt staan te verdwijnen, niet door al te veel mensen gemist zal worden. Dat is het beste te merken aan reacties van anderen als je, na een heerlijke maaltijd in een goed restaurant, even zit uit te buiken met een sigaretje. Regelmatig hoor je dan, nèt iets te hard, een andere gast zich hardop afvragen of roken niet toch al verboden is in openbare gelegenheden? Nee dus, da’s pas later dit jaar, maar de horeca verliest straks een hoop trouwe en veel verterende klanten, waaronder mijn liefste en ondergetekende.
Maar dat rokers ook in marketing opzicht een doelgroep zijn dringt nog niet echt tot bedrijven door. Nu reclame grotendeels verboden is en je op veel openbare plekken al niet meer mag roken, moeten de bedrijven die er wél brood in zien creatief worden. Verzekeringsmaatschappij Paerel Leven snapt dat, en komt met de ‘Paerel Leven Rokers Lijfrentepolis’, een polis met een hogere lijfrente dan gewone lijfrentepolissen. De winst voor het bedrijf zit hem in de lagere levensverwachting van rokers ten opzichte van hun niet rokende soortgenoten. Met een eerste inleg van € 20.000, een handtekening en het inleveren van een plasje kan de verzekering worden afgesloten. Het bedrijf garandeert dan een hogere periodieke uitkering en een gegarandeerde teruggave van je inleg. Al met al een mooi intiatief dat zéker navolging verdient van andere bedrijven.
Cabaretier Harrie Jekkers had het jaren geleden al over een reservaat voor rokers dat dan waarschijnlijk op de Veluwe gevestigd zou worden, en waar op zondag bussen vol dagjesmensen zouden langskomen om ‘rokertjes te kijken’. Zó ver zie ik het niet komen, maar de anti-rook lobby vertoont soms wel maffia-achtige trekjes. En ze hebben de publieke opinie mee. Het is nu nog slechts wachten op een campagne waarin rokers aangewezen worden als dé veroorzakers van het broeikaseffect, en de jacht kan beginnen. De tijd van ‘Daar komen we samen wel uit!’ is allang voorbij, en inschikkelijkheid is iets dat alleen nog van de kant van rokers wordt vereist. De niet-roker staat ondertussen in het volle daglicht en de roker is verbannen naar de coulissen, naar het achterland. Maar daar waar rokers samenkomen is het standaard gezellig, dus zal het tussen de coulissen, of in die ver weggestopte oorden, ook vast wel worden. Van mij mogen de Woningbouwcoöperaties zelfs best een apart dorp bouwen voor rokers, een stadswijk aan de rand van de snelweg, die dan hoogstwaarschijnlijk ‘Kuchdorp’ gaat heten of zo. Als de huizen een beetje leuk in de prijs zijn ga ik er zó wonen. Er is nog een dorp in Groningen dat nogal leeg staat. En omdat het zonde is om te slopen kan met een grondige renovatie het dorp Ganzedijk blijven bestaan als ‘Geuzendijk’, de plek waar de laatste Nederlandse roker dapper stand hield tegen de oprukkende anti-rokers.
Voor de doorstroming op de woningmarkt is het trouwens ook een goed initiatief, want rekening houdend met de kortere levensduur van rokers, ligt die doorstroming ook meteen een stuk hoger.
Maar er is één ding waar ze nu eens mee moeten stoppen, en dat is het eeuwige geblaat dat rokers de samenleving handenvol geld kosten. Dat is namelijk de grootste onzin. We zouden meer kosten qua ziektekosten, maar in die discussie wordt altijd vergeten te vermelden dat we ook méér betalen voor onze polis terwijl die, door een kortere levensverwachting, eigenlijk goedkoper zou moeten zijn. Maar goed, de roker klaagt niet. Die dampt rustig door en wacht af. Het moment dat hij wordt ontdekt als nieuwe doelgroep is aanstaande. Het eerste bedrijf dat het door heeft staat in de startblokken; de eerste glimp van gerechtigheid voor een onderdrukt volk…

29-02-08

woensdag 27 februari 2008

Van dubbeltjes en kwartjes

´Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje!´ Iedereen kent het spreekwoord, maar niets is minder waar. Het dient slechts om de verschillen tussen mensen in stand te houden.
Enige tijd geleden kwam een mevrouw bij mij solliciteren naar een uitvoerende functie die ik vacant had. In de bevestigingsbrief vroeg ik haar een aantal bescheiden mee te nemen naar het sollicitatiegesprek, zoals een CV en haar paspoort. Op het afgesproken tijdstip stond ze daar, duidelijk onwennig en stiknerveus. Ik liet haar plaats nemen en vroeg of ze wat wilde drinken. Koffie wilde ze wel, met melk en suiker. Eenmaal tegenover elkaar gezeten begon ik over koetjes en kalfjes om haar wat op haar gemak te stellen, maar ik moest echt trekken om er zinnige antwoorden uit te krijgen. Ik besloot van tactiek te veranderen en vroeg naar haar CV. Ze bloosde. ´U zult me wel héél dom vinden, ´ begon ze, ´maar voor mij is een CV een verwarming! En ik durfde u niet te bellen om te vragen wat u nu precies bedoelde..´
Lachend vertelde ik dat ze beslist niet de enigste was met dat probleem en dat ze zich dus helemaal nergens voor hoefde te schamen. Een CV op papier is altijd handig, maar met een ´gesproken CV´ kan ik ook altijd prima uit de voeten. En ze begon te vertellen. Van schooljaren tot en met haar huwelijk en kinderen. En nu, nu de kinderen allemaal op de middelbare school zaten, wilde ze graag aan het werk om een paar extra centen te verdienen.
´Maar,´ bekende ze, ´ik kan alleen niks..´
Ik weet niet hoe vaak ik die opmerking in mijn carrière al niet heb gehoord: ´Ik kan niks..´ Vaak uitgesproken door moeders met grotere kinderen, gescheiden vrouwen of vrouwen die na jaren voor hun bejaarde en vaak ziekelijke ouders te hebben gezorgd, weer de eerste wankele stappen op de arbeidsmarkt zetten. Als ik ze dan zeg dat ik ze niet geloof en daarbij ook nog beweer dat ik zo vijf dingen kan opnoemen waar ze goed in zijn, zie je een blik van absoluut ongeloof verschijnen, en wordt ik uitgedaagd die zaken dan ook te noemen. En dat is helemaal niet moeilijk. Voor al de drie eerder genoemde groepen vrouwen geldt namelijk dat ze wel degelijk een hoop talenten in huis hebben. Ze hebben namelijk jarenlang een heel gezin georganiseerd, gezorgd voor hun kinderen, hun ex-man in staat gesteld om carrière te maken, dag in dag uit voor hun gezin boodschappen gedaan en gekookt, slecht ter been zijnde ouders op tijd bij dokters afgeleverd, zieken verpleegd, op school geholpen etc.. etc. En het leuke van dat soort gesprekken is dat je mensen voor je ogen ziet groeien. Alhoewel er vaak op huishoudelijk werk van en door moeders wordt neergekeken, veel van de vaardigheden die ze thuis gebruiken om de boel draaiende te houden en in goede banen te leiden, zijn precies dezelfde die ze op de arbeidsmarkt kunnen gebruiken. Vraag er een goede secretaresse of office manager maar eens naar. En een aankomende cateringdame hield eens, bij hoog en bij laag vol, dat ze absoluut niet kon koken! Nu had ik haar twee kanjers van zoons al eens gezien bij haar eerste gesprek, en die zagen er nou niet bepaald uit alsof hun moeder een absolute ramp was in de keuken. Niet dat ze dik waren, alles behalve, maar ze waren goed doorvoed en, gezien hun respectabele lengte, kwamen ze echt niets te kort. Toen ik haar dat voorhield riep ze dat ik dát niet met elkaar mocht vergelijken. Een overwerkmaaltijd voor een paar bouwvakkers maken was tenslotte héél iets anders dan koken voor haar eigen zoons! Ze kon me alleen niet uitleggen waar dat verschil hem dan precies in zat. Ik wel, maar niemand vroeg haar ook om op sterrenniveau te koken, ze miste alleen het zelfvertrouwen om het in een andere keuken precies zo te doen alsof ze het thuis zou doen. Gelukkig vond ze dat zelfvertrouwen en hadden we een lange tijd érg tevreden bouwvakkers te gast. De moraal? Laat je niks aanpraten of wijsmaken! Je kunt altijd véél meer dan je zelf denkt!

27-02-08