zaterdag 25 april 2009

Meningen

Nederlanders zijn wereldberoemd om hun meningen. Met een opgeheven vingertje reizen onze bewindslieden al decennia lang over de wereld om andere landen te vertellen dat ze het verkeerd doen. Ik heb daar altijd een verschrikkelijke hekel aan gehad.
Ook in beperktere kring houden we er graag meningen op na. Meningen over veel, zo niet over alles, maar vooral over die zaken die niets met onszelf te maken hebben. Want dan gelden namelijk opeens héél andere regels. Dat zou je hypocriet kunnen noemen, maar aan zo’n uitspraak waag ik mezelf niet. Ik ben bepaald ook niet vrij van zonde zeg maar.
Waar ik me echter heel druk over kan maken is het feit dat ik mensen vaak meningen hoor verkondigen die niet voortkomen uit henzelf. Zo sprak ik laatst een dame die nogal sterk stelling nam ten opzichte van het gedrag van haar onchristelijke buren. Die deden maar en hielden geen rekening met haat begrip van zondagsrust. Op mijn vraag waar voor haar die zondagsrust dan op gestoeld was, kwam het antwoord dat het een begrip uit de bijbel was en dientengevolge dus diende te worden opgevolgd.

Nu ben ik de laatste om deze dame de bijbel te willen afnemen. Het boek bezorgd haar innerlijke rust en een richting om na te volgen in deze krankzinnige wereld. Waar ik een behoorlijk beetje meer moeite mee heb is het feit dat ze alles klakkeloos overneemt wat haar erover wordt verteld. Nergens plaatst ze vraagtekens en zodra er in de kerk iets wordt gezegd is het meteen een vaststaand feit,

Eenzelfde houding bespeurde ik vanmorgen in de krant in een artikel over een middelbare scholier die, na het uitkomen voor zijn homoseksuele geaardheid, stelselmatig werd gepest en geterroriseerd daar een groepje van allochtone klasgenoten. Eenmaal daarop aangesproken werd door het groepje aangevoerd dat homoseksualiteit nu eenmaal niet mag van de islam en dat ze daarom zo reageerden.
Waarom is het toch zo moeilijk om zelf na denken en zelf een mening te vormen over een onderwerp? Natuurlijk worden we de hele dag bestookt met meningen, de televisie, de krant en tijdschriften zitten er vol mee. Maar ontslaat dat ons van de verantwoordelijkheid om die meningen tot ons te nemen en daar vervolgens zelf een mening over te vormen? Ik dacht het toch niet.

Nu besef ik me terdege dat ik het over een hoop onderwerpen wel nooit eens zal worden met een hoop mensen om me heen, maar dat hoeft ook niet. Als een mening goed is onderbouwd kan die prima afwijken van de mijne zonder dat het iemand enige schade zal toebrengen. Maar in menige discussie die ik voer bemerk ik dat een mening niet altijd ergens op is gebaseerd. Vaak is het louter en alleen een herhaling van een invloedrijk iemand er ooit over heeft gezegd. Die mening wordt dan klakkeloos overgenomen en tot waarheid verheven, of die nu gebezigd is door iemand als nationaal uithangbord tegen plastische chirurgie Marijke Helwegen, of een persoon met een iets indrukwekkender status op het wereldtoneel als Ghandi of dr. Martin Luther King. Voor mij zit daar toch wel duidelijk een verschil tussen. De eerste kan ik met goed fatsoen niet eens echt serieus nemen, de laatste twee toch een heel stuk meer. Beide heren hebben doorgaans een heel stuk langer en dieper nagedacht over hun uitspraken, en waren zich daarbij ook nog eens bewust van hun invloed en voorbeeldfunctie, daar waar Marijke Helwegen vooral kakelt ter meerdere eer en glorie van Marijke Helwegen.

In mij jonge jaren heb ik me vreselijk afgezet tegen een heel scala van meningen en opvattingen. En vele daarvan heb ik inmiddels bijgesteld, simpelweg omdat ik erachter kwam dat ze het toch (deels) bij het rechte eind hadden. Dat zie ik overigens geenszins als een nederlaag, meer als het resultaat van iets wat men eufemistisch ook wel ‘ voortschrijdend inzicht’ noemen. Meningen veranderen namelijk. Soms door een toenemende kennis over het specifieke onderwerp, soms simpelweg doordat we meer levenservaring opdoen en meer inzicht krijgen in hoe de dingen werken.

De wereld zit wat dat betreft heel mooi in elkaar: elke volgende generatie stelt de daden en overtuigingen van de vorige generatie (hun ouders) ter discussie. Dat is al eeuwen zo, en al eeuwen zorgt dat er, onder andere, voor dat we ons blijven ontwikkelen. Niet altijd in een richting waarin ik denk dat we ons zouden moeten ontwikkelen, maar dat is altijd nog beter dan star aan het oude blijven vasthouden.

Toch kom ik dagelijks mensen tegen die niet veel verder komen dan leeghoofdig de mening van anderen na te pappagaaien alsof het hun eigen mening betreft. Die mensen zou ik dringend willen uitnodigen die grijze massa onder hun eigen schedeldak eens wat vaker en op een andere manier te benutten. Door het voortdurend stellen van kritische vragen kun je een eigen idee en mening ergens over vormen. Je leert bovendien ook nog eens iets nieuws en krijgt ook nog eens inzicht in andere belevingswerelden dan slechts je eigen kleine wereldje.

Wellicht dat dan ooit een item als ‘Lekker Slim’ van de tv kan verdwijnen, waarin strakke jonge dames een vraag wordt voorgelegd. Gisteren was dat de vraag wat een missionaris is. Beide dames waren zich volledig bewust van het missionaris-standje en concludeerden derhalve dat een missionaris dus een seksuoloog moest zijn. Iets beter dan een kamelen-verzorger, een ander antwoord uit de drie gegeven mogelijkheden, maar nog steeds stuitend fout. Zolang het klokje maar niets te maken heeft met het klepeltje blijven we geteisterd worden door dergelijke leeghoofden en na-praters. En nee, iets wordt bepaald niet meer waar als je het harder gaat verkondigen!

25-04-09

donderdag 23 april 2009

Marketingmoe

Als beginnend ondernemer is een marketingplan een essentieel onderdeel van je bedrijfsplannen. Je moet duidelijk voor ogen hebben wie je klanten zijn en waar en hoe je ze het best kunt benaderen. En dat is op zich al best lastig want de wereld veranderd voortdurend.
Nu hebben we bij de KEB inmiddels meerdere trainingen op het gebied van marketing gehad, dus mijn eigen doelgroep staat me inmiddels redelijk duidelijk voor ogen. Ze daadwerkelijk ook vinden en bereiken middels diverse uitingen is echter weer een heel ander verhaal. Want welke middelen moet je nu inzetten? Een website is tegenwoordig iets waar je niet onderuit kunt, alhoewel ik nog regelmatig mensen tegenkom die daar anders over denken. Voor hen is het echter vaak een kwestie van desinteresse en kosten, als beginnend of kleine ondernemer heb je namelijk doorgaans niet zo heel veel geld ter beschikking voor marketing en reclame. Bovendien is niet elke reclame-uiting voor elke doelgroep geschikt.

Het bezig zijn met marketing zette me ook aan het denken over in welke doelgroepen ik word geacht te vallen. Een kleine speurtocht in de ochtendkranten van vanmorgen bracht er al twee: de ‘bezorgde burger’ en ‘calimero’. De ‘bezorgde burger’ is iemand die hecht aan normen en waarden, bezorgd is over de stijgende criminaliteit, weinig vertrouwen heeft in de politiek, en is doorgaans van mannelijke kunne en zo rond de 47 jaar oud. Ik voldoe alleen niet helemaal aan het laatste criterium, maar ik ben inmiddels al aardig op weg. De tweede omschrijving baart me iets meer zorgen. Ik voel me namelijk bepaald geen Calimero, want met mijn 1.96m en gewicht ‘iets’ boven de 100 kg voldoe ik in ieder geval al niet aan enige fysieke criteria van dat kleine tekenfilmkuikentje. Toch ben ik er eentje, althans volgens San van Suchtelen van het Eindhovens Dagblad. Die kopte namelijk vanmorgen ‘Veertig calimero’s op marketingles’ boven zijn artikeltje. Het beschreef de training in Calimeromarketing van afgelopen maandagmiddag in een oud schoolgebouw in Woensel West. De bedenkster ervan, Karen Romme, hield een aansprekend betoog over de sterke kanten en marketingkansen van kleine bedrijfjes, en deed dit uit de losse pols voor een gehoor van ruim veertig (al dan niet startende) kleine ondernemers. Van Suchtelen, zelf freelancer, was een van die veertig, net als ondergetekende.

Investeren in je netwerk en een goed visitekaartje kwam als belangrijkste uit de bus, ware het niet dat investeren in je netwerk niet perse hoeft aan de statafel op een pakkenparade. Persoonlijke aandacht en inleven in de situatie van de ander wel. Het koesteren van je klanten dus. Maar de hoeveelheid van klanten maakt dat soms best lastig. Zo heeft een winkelier veel meer klanten over de vloer dan tekstschrijvers als Van Suchtelen en ondergetekende.

Toch weet ook Romme dat haar vakgebied wel altijd een enigszins ondergeschoven kindje zal blijven bij veel ondernemers. Zij zijn liever bezig met datgene waar ze goed in zijn en passie voor hebben, en dat is doorgaans niet de marketing. Toch ontkom je er niet aan om iets van een marketingstrategie te hebben voor je bedrijf. Maar een compleet uitgewerkte marketinganalyse is ook niet echt nodig, alhoewel het wel inzichten geeft die je op een andere manier niet even snel boven tafel krijgt.

Inmiddels heb ik bijna nachtmerries van de ‘Vier P’s’, Product, Prijs, Plaats en Promotie. Zeker nu men het er al over de vijfde heeft: Personeel. Ik moet er echt niet aan denken om personeel te hebben! Ik ben juist zo blij dat ik er juist vanaf ben. In mijn vorige baan had ik zo’n honderd van die krabbekokers rondlopen, elk met zijn eigen verhaal, problemen en redenen waarom ze vandaag niet konden werken. Slechts één keer heb ik iemand gefeliciteerd met zijn opgegeven reden voor het niet verschijnen op maandagmorgen: hij was namelijk ’s nachts door de politie van zijn bed gelicht en zat achter de tralies. Dan kun je inderdaad niet verschijnen, alhoewel hij dan wel weer schuld had aan de reden dat hij was opgepakt.

Maar voorlopig ga ik dat dus zo lang mogelijk uitstellen. Het wordt in deze tijden nog moeilijk genoeg om mijn eigen schoorsteen aan het roken te krijgen en te houden. Hetgeen natuurlijk niets zegt over de hand en spandiensten die mijn lieftallige echtgenote straks voor mij gaat uitvoeren. En ik mag dan wel een afkeer hebben gekregen van al die P’s waar ik de afgelopen weken mee aan het stoeien ben geweest, van mijn eigen P-tje heb ik nog lang niet genoeg. Die mag me zelfs midden in de nacht wakker maken…

23-04-09