vrijdag 20 maart 2009

De leugens van Big Brother

Het is maar goed dat we er niet steeds bij stilstaan hoe veel gegevens er dagelijks van onze handel en wandel worden geregistreerd en vastgelegd, we zouden ons doodschrikken.
Neem nu eens een doorsnee dag. Om half acht gaat de wekker en geheel uitgerust spring je uit bed en onder de douche. Met de slimme energiemeter die de overheid ons wil opdringen wordt dat feit straks feilloos vastgelegd. Niet alleen hoe laat u onder de douche stapt, maar ook hoe lang u er onder blijft staan. Het ontbreekt alleen nog aan een camera om te zien of u er werkelijk alleen onder staat, maar dat terzijde.

Na de douche kleed u zich aan en gaat naar beneden voor uw ontbijt en de krant. Welke krant u leest en uw ontbijtgewoontes zijn ook bekend. Uw adresgegevens staan immers in de systemen van krant, en ook de supermarkt weet precies wat er in uw karretje zat toen u kwam afrekenen.
Na een laatste vluchtige kus op de wang van uw partner verlaat u het huis en stapt in de auto. Nog voor u de straat goed en wel uit bent gereden bent u al door minstens één camera gesignaleerd. Officieel hangen ze er om ‘overzicht te houden en bij onraad handelend te kunnen optreden’, maar wie dagelijks de kranten leest weet dat de politie in geen velden of wegen te bekennen is als het werkelijk fout gaat. Behalve als je een paar minuten te laat terug bent bij je auto om de parkeermeter bij te vullen. Maar ook dat is geheel terzijde.

Een paar minuten later draait u de radio aan en de snelweg op. De camera’s boven uw hoofd hebben u gezien. Ze weten niet alleen hoe hard u rijdt, maar ook welke richting u op de snelweg heeft ingeslagen. Onderweg rijdt u keurig de maximum snelheid, want van die andere controlerende camera’s bent u zich wel continue bewust. Eenmaal op het werk aangekomen bent u per kilometer snelweg minimaal op vijf verschillende beeldschermen te zien geweest. Net als het feit of u keurig twee handen aan het stuur heeft gehad en of u wel alleen in de auto zat.

Voor u het pand van uw werkgever kunt betreden passeert u ook nog diverse camera’s. Die op de parkeerplaats en die bij de ingang. Officieel hangen ze er om de boel ’s nachts te bewaken, maar om de een of andere duistere reden worden ze overdag nooit uitgezet. En u vraagt zich dan af hoe uw baas toch steeds te weten komt dat u even een paar minuten later was?

Aan het eind van de dag gaat u, op weg naar huis, nog even langs het winkelcentrum. U koopt wat zaken bij de bouwmarkt om thuis lekker verder te kunnen klussen, en stopt ook nog even bij de bloemenstal om uw partner met een ruikertje te kunnen verrassen: u bent tenslotte vandaag alweer vijf heerlijke jaren samen. Gelukkig is het nog net niet zover dat er plots een ambtenaar opduikt die u komt vragen voor wie die bloemen zijn, want vanuit de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) weet men al dat uw partner op deze datum vijf jaar geleden op uw adres werd bijgeschreven.

Na een heerlijk diner en een avondje televisiekijken gaat u dan om tien uur naar boven. De Big Brother van het kabelbedrijf weet inmiddels wat u zoal hebt bekeken deze avond dankzij uw digitale tv-abonnement. Men weet ook precies of u meteen bent gaan slapen, want diezelfde slimme energiemeter heeft precies geregistreerd dat het bedlampje pas om kwart over elf uitging. Gelieve dus even schriftelijk aan te geven of u A: heeft liggen lezen, B: met uw partner de dag nog even hebt doorgenomen, C: vakantieplannen heeft liggen maken, of D: iets anders heeft liggen/hangen/staan doen. Antwoorden s.v.p. middels de bijgesloten portvrije envelop en binnen twee dagen op te sturen naar Postbus 51 te Den Haag.

Natuurlijk is bovenstaand voorbeeld ietwat overdreven gesteld. Maar let er maar eens op hoeveel camera’s u dagelijks tegenkomt en hoe vaak u uw bankpas door een gleuf haalt om iets af te rekenen. Elk van die bewegingen wordt ergens door iemand vastgelegd.

Treffender wordt het als er een situatie zou zijn zonder al die camera’s en andere manieren voor het verzamelen van data over uw leven en uw gedragingen. Als er op een avond een ambtenaar bij u op de stoep zou staan om in één avond al die gegevens die nu her en der verspreid over u liggen opgeslagen uit u los te peuteren, dan zou u zich doodschrikken. Niet alleen kwam hij met een steekwagen vol formulieren, maar ook zou u versteld staan en verbijsterd zijn over het detailniveau waarop er gegevens over u bekend zijn. Welke boter u op het brood smeert, of u voorkeur heeft voor kaas of worst en welke kleding u via de postorder de afgelopen tijd heeft besteld. En ja, ze weten óók waarom u toch steeds zoveel batterijen koopt bij de supermarkt.

Ik snap best dat een bepaalde hoeveelheid gegevens nodig zijn in het kader van het algemeen belang, om onze veiligheid enigszins te kunnen waarborgen. Maar van een heleboel gegevens die nu door bedrijven en instanties worden vastgelegd kun je het nut ernstig in twijfel trekken. De marketeer zal u zeggen dat de bedrijven al die gegevens nodig hebben om u juist die producten te kunnen aanbieden die u nodig heeft. Sommigen zeggen dat ze de gegevens gebruiken om de consument op maat gesneden aanbiedingen te kunnen doen. Maar de enige aanbiedingen die ik stelselmatig via de mail en post krijg behelzen juist aanbiedingen om iets aan die maat te doen. Of dat nu mijn buikomvang of die ‘andere lengte en omvang’ betreft.
Gelooft u het allemaal nog? Ik niet! Nu wil de overheid ons dus zo’n slimme energiemeter achter de voordeur plaatsen. Zogenaamd om ons ‘bewust te maken van ons verspillend gedrag’. Gelooft u dat nu werkelijk? Ik zie alleen maar een volgende poging van een immer betuttelende overheid om ook achter de Nederlandsche Veurdeur haar invloed verder te kunnen uitbreiden. Van het plaatsen van zo’n onding is het maar een kleine stap (terug) naar een klop op de deur die komt vragen waar de kindertjes blijven…

20-03-09

woensdag 18 maart 2009

Bedankt!?!.....denk ik...

Zelden heb ik me weer zo jong gevoeld als de afgelopen dagen, het leek wel alsof ik terug was op de middelbare school en de examenperiode op het punt stond te beginnen. Maar niets was minder waar. Ik ben reeds 23 jaar van school en de ‘beproeving’ waar we voor stonden behelsde niet anders dan een presentatie te geven van waar iedere KEB-deelnemer momenteel staat in zijn ontwikkeling tot zelfstandig ondernemer.

Voor mijn eigen situatie had ik een duidelijke afweging gemaakt. Ik kon kiezen om ofwel het beelddenken een prominente rol in mijn presentatie te laten hebben (en het risico te lopen dat het verder alleen nog maar daarover zou gaan), of ik kon me richten op hoe ik mijn bedrijf wilde inrichten en welke diensten ik zou gaan aanbieden. Ik koos voor het laatste, maar gaf de panelleden vooraf een pagina of negen ondersteunende tekst mee ter voorbereiding.

Dinsdagmiddag, 15.48. slechts een paar minuten later dan gepland kon ik aan mijn presentatie beginnen. In de zaal niet alleen de beide panelleden, maar ook twee leden van ‘Taskforce 5’, waarbij ‘Queen V.’ zelfs speciaal van huis van huis was gekomen om mijn presentatie te beluisteren. Als dank vroeg ik haar om het commentaar van het panel in steekwoorden voor me te notuleren.

En dan ben je klaar met je presentatie en verkeer je in afwachting van datgene wat gezegd gaat worden. Al snel bleek ik toch een verkeerde keuze gemaakt te hebben. Het hele beelddenken intrigeert mensen zo dat je er niet omheen kunt er meer aandacht aan te besteden. Bovendien had het panel de begeleidende tekst met de titel ‘De gedachte en filosofie achter…’ opgevat als een begin van een businessplan. Misverstandje dus, want als ik het als zodanig had bedoeld had ik het wel in een businessplan-format gegoten en het ook zo’n naam meegegeven.

Bonuspunt was wel dat het panel in zag dat mijn dienstverlening onderscheidend is. Dat dan gelukkig weer wel. Niet dat ik dat niet zelf ook al had gemerkt, maar het is toch mooi meegenomen als andere ondernemers dat ook erkennen en er ook zo tegenaan kijken. Dat geeft de burger weer moed.

Een merkwaardige discussie ontspon zich een paar minuten later. Ik gaf in mijn presentatie aan dat ik het tekstschrijven als apart onderdeel van mijn bedrijf wilde positioneren, omdat het haaks staat op mijn andere bedrijfsactiviteiten van bedrijfsondersteuning, interim management en coaching. Tekstschrijven pas niet goed in dat rijtje, en het daarbij noemen roept alleen maar vragen op. En vragen oproepen is niet handig als je serieus en betrouwbaar wilt overkomen. En dus moet het apart, ik moet alleen nog bedenken hoe dan precies.
De discussie ontspon zich voornamelijk over de opmerking van een van de panelleden dat ik het tekstschrijven wellicht beter als binnenkomer kon gebruiken. Mijn reactie daarop was dat ik, eenmaal bekend als tekstschrijver, erg veel extra moeite zou moeten doen om òòk als adviseur of coach serieus genomen te worden. Andersom zou eventueel wel kunnen werken. Eerst als coach of als interimmer of als coach ergens binnen komen en dan laten weten dat ik eventueel óók met het schrijven van bedrijfsteksten van dienst kan zijn. Na nog wat heen en weer gepraat moest het panel toch bekennen dat ik waarschijnlijk gelijk had.

Na nog een paar clichés, zoals het feit dat het belangrijk is om een potentiële klant te laten weten wat je in het verleden zoal aan ervaring hebt opgedaan, zat de tijd erop. Eenmaal thuis besloot ik er eerst maar eens een nachtje over te slapen alvorens tot een oordeel te komen wat ik nu van deze exercitie geleerd had. En nu is dat nachtje voorbij.

Heb ik wat geleerd gisteren? Welzeker. Het heeft me in elk geval gesterkt in mijn idee dat ik op de juiste weg ben. Ik heb een goed idee in handen en ben er tevens sterker van overtuigd geraakt dat ik voor een aantal ondernemers duidelijk een verschil kan maken. Na deze eerste presentatie is het nu zaak om te gaan werken aan de financiële onderbouwing. Daar heb ik een paar weken de tijd voor, en daarna volgt weer een presentatie voor alleen dàt onderdeel van mijn plannen.
Een ander leerpunt is dat het bedroevend gesteld is met de humor. Leren ze je eerst dat er in elke presentatie een uitsmijter moet zitten, gééf je ze vervolgens niet één maar twee uitsmijters, dan moet je eerst uitleggen wat een gebakken ei in je presentatie doet. Pas dan wordt het begrepen. Humor is prima, maar het moet dan wel overduidelijk en minder subtiel worden gebracht.
Tot slot het beelddenken. Dat moet er òf helemaal uit, òf slechts subtiel vermeld worden bij training en coaching. Dat ik technieken daarvan ook gebruik bij management, coaching en begeleiding zal een ondernemer waarschijnlijk volstrekt koud laten. Als het een rol blijkt te (kunnen) spelen is het op dat moment vroeg genoeg om er over te beginnen.

18-03-09