Posts tonen met het label plaatjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plaatjes. Alle posts tonen

zaterdag 11 juli 2009

Plaatjes

Sommige plaatjes wìl je gewoon niet in je hoofd hebben. Was het vroeger tijdens de pubertijd vooral het plaatje dat je ouders ‘het’ überhaupt al deden, laat staan hoe ze ‘het ‘dan deden, tegenwoordig zijn het vele plaatjes die ik bepaald niet in mijn hoofd wil hebben.

Plaatjes ontstaan bij mij spontaan als ik iets hoor, zie of iets lees. Ik heb mezelf inmiddels enige zelfbeheersing aangeleerd op juist dat terrein, maar op de meest onverwachte momenten
overvalt het me toch weer. Zo ook vanmorgen. Ik zat nietsvermoedend de krant te lezen, en opeens stond het daar, zomaar. ‘Likken aan Rieu’ stond er, en ik werd meteen onpasselijk. Gatsie bah! Toegegeven, het verder onschuldige berichtje ging over het eerdaags verschijnen van een postzegelboekje met de afbeelding van de violist, maar de combinatie postzegels en Rieu kon ik ook visueel een stuk beter rijmen dan likken aan Rieu.

Een paar centimeter lager staat het kopje ‘Bikini’, waaronder wordt verhaald dat actrice Gwyneth Paltrow na te zijn afgevallen weer prima in een bikini past. Kijk, dáár kan ik wel wat mee. Net als dezelfde plaatjes van enige andere dames (die ik niet bij naam zal noemen) in bikini overigens, maar dat terzijde.

Door mijn visuele ingesteldheid ben ik niet geschikt voor een aantal beroepen, maar weer juist uitermate geschikt voor een aantal andere. Leverworst maken bijvoorbeeld. Ik zou elke dag al misselijk zijn bij het opstaan, als ik zou weten dat ik de hele dag leverworst zou moeten maken. Opmerkelijk genoeg heb ik bepaald geen afkeer van leverworst, en is het dan ook vaak een favoriet broodbeleg. Net als eieren trouwens, iets waar je vooral ook niet al te veel over moet nadenken als je op het punt staat een uitsmijter te bakken.
Aan de andere kant liggen veel meer mijn kansen. Zo had ik afgelopen donderdag een uitermate interessant gesprek met een dame die voor haar dagelijks brood bruggen bouwt. Nee, niet die van beton en staal, maar die virtuele tussen mensen. Het gesprek kwam op diverse technieken om optimaal resultaat te behalen, en terwijl zij vertelde, kon ik moeiteloos mijn plaatjes met haar meebouwen. Hetzelfde principe geldt overigens ook als ik ergens voor het eerst binnenkom, en mij gevraagd is om daar orde op zaken te stellen.

Vanaf het moment dat ik de parkeerplaats opdraai, staan mijn voelhorens uit en begin ik mijn eerste plaatje te construeren. Elk detail dat ik opmerk staat erin: van hoe er geparkeerd wordt, hoe de uitstraling van het gebouw is, hoe de ontvangst is, hoe de koffie smaakt…alles. Vergelijk het maar een beetje met de houding die iemand aanneemt als die iets zegt. Die houding zegt namelijk doorgaans véél meer dan wat er daadwerkelijk in woorden wordt gezegd. En voor wie daarvoor open staat is het een zéér welkome bron van extra informatie. Veel mensen weten namelijk helemaal niet van zichzelf welke informatie ze allemaal vrijgeven, en daar kan je als consultant dan later weer je voordeel mee doen.

Plaatjes, ik zou niet weten hoe de wereld eruit zou zien zònder. Ze zijn mijn wereld en, inmiddels, mijn werk. En de belangstelling is groeiende. Bij elke gelegenheid die ik heb om over beelddenken te vertellen tref ik geïnteresseerd gehoor. Ook heb ik al een aantal visitekaartjes verzameld van mensen die verder willen praten als mijn workshop eenmaal klaar is later in het jaar. Allemaal héél positief en hoopgevend voor een startend ondernemer als ik. Maar het onsmakelijke plaatje van Rieu moet ik nog even zien kwijt te raken. Gatsie bah!

11-07-09

woensdag 4 februari 2009

Epiphany

Je hebt zo van die momenten dat er opeens dingen op z’n plek vallen. Je hangt rustig wat op de bank en dan valt het antwoord op die ene vraag opeens uit de lucht, een regelrechte openbaring.
Een paar dagen reeds draaide mijn brein overuren. Dat begon op het moment dat H.D. in zijn workshop over Strategie eerst riep dat het anders moest, en daarna dat ik het zo wel kon laten omdat hij het ook niet wist. Maar hoewel ik ook niet helemaal tevreden was over mijn eigen bedrijfsplannen, ik zag steeds maar niet hoe het dan anders moest.

In zulke situaties is het dan het beste om het maar gewoon even met rust te laten, het te laten ‘sudderen’ zoals H. het uitdrukte. En op zich kwam dat mooi uit, want mijn aandacht werd de dag erna vrijwel volledig opgeëist door collega’s die nog niet zo handig zijn met programma’s als Excel en PowerPoint. Maar terwijl ik uitlegde hoe je kolommen moet invoegen en werkbladen een andere naam kunt geven maalden mijn hersenen gewoon door.
En gisteravond viel het kwartje opeens, zomaar. Opeens werd zonneklaar wat ik eerst niet kon zien en nu ineens zo duidelijk was als wat. Van schrik liet ik bijna mijn beker koffie uit mijn handen vallen in mijn haast om dat ene steekwoord aan het papier toe te vertrouwen. Gek eigenlijk, want als zo’n idee eenmaal heeft postgevat kan ik het niet eens meer vergeten, hoe graag ik dat ook zou willen.

‘Zoek de gemeenschappelijke factor!’, dat was de boodschap geweest op maandag. En wat een boodschap. Want hoe combineer je in vredesnaam drie, schijnbaar ongerelateerde, diensten onder één noemer? Eén noemer die dan ook nog lekker moet klinken en tegelijkertijd alles omvat? En ik, die toch doorgaans bepaald niet om woorden verlegen zit, wist het antwoord niet.
Een ander vervelend aspect van een epiphany is, in mijn geval althans, dat ik de onbedwingbare neiging krijg om de ‘verloren tijd’ te willen inhalen. En da’s best lastig midden in de nacht. Mijn liefste sliep en ik lag de ene kans na de andere te bedenken. Om vier uur was ik nog steeds -of alweer, daar wil ik even afwezen- klaar en klaar wakker, dus besloot ik de echtelijke sponde maar te verlaten en koffie te gaan zetten. En met een dampende en schuimende cappuccino voor mijn neus vatte ik een schrijfblok en begon de nieuwe lijnen van mijn toekomstige bedrijf te schetsen.

Nu ben ik best apart in dergelijke dingen, want ik denk voornamelijk visueel. Ik heb dan dus vooral baat bij plaatjes die mijn gedachten onderstrepen. Google is dan een geweldig hulpmiddel op zo’n moment. Ik tik een net bedachte term in en kijk welk soort plaatjes daarbij verschijnen. En die plaatjes helpen me dan weer de gedachtelijnen verder te vervolgen en een extra dimensie toe te voegen aan mijn verhaal. Soms zit er zelfs een plaatje tussen dat het oorspronkelijke idee werkelijk perfect omschrijft, en ook deze keer werd ik niet teleurgesteld. Ik weet nu hoe het bedrijfslogo eruit moet komen te zien en in welke richting de wervende teksten moeten gaan. Ik moet ze nog wel even schrijven, maar daar maak ik me allesbehalve zorgen over. Dát lukt me wel.

Een grotere uitdaging vormt het idee dat direct in het verlengde van mijn bedrijfsidee ligt en dat ik vannacht ook heb liggen uitbroeden. Maar om dat uit te kunnen voeren heb ik de hulp van anderen nodig, en ik weet al precies wie. Als ik om half negen zijn nummer bel krijg ik alleen het antwoordapparaat. Bij de poging om negen uur neemt een collega op en blijkt M. nog niet gearriveerd te zijn. Zucht! Waarom moet hij nu precies vandaag besluiten wat later te komen? Maar de behulpzame collega verzekerd me M. de boodschap meteen door te geven zodra hij binnenkomt. En dat werkt. Nauwelijks een kwartier later gaat de telefoon en klinkt de stem van M. Het kost hem even moeite om in zijn geheugen te graven naar het gesprek dat we eind vorig jaar met elkaar hadden, maar dan weet hij het weer. Gelukkig heeft hij aan het eind van de middag ook nog een gaatje in zijn agenda om me te kunnen ontvangen. Nu maar hopen dat ik hem net zo enthousiast kan krijgen voor mijn idee als ik dat zelf ben. Dan zou het wel eens kunnen dat alles in een stroomversnelling terecht gaat komen. Ja, ondernemerschap is wel degelijk kansen zien en kansen grijpen. En van mij mag het volgas!

04-02-09