Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

woensdag 23 mei 2012

Klein geweest

In de doelgroepen taxi zijn het mijn passagiers die bepalen of, en zo ja welke, muziek er wordt gedraaid. Vooral M. heeft het tot haar taak verheven om voor de cd's te zorgen. Haar (voornamelijk Nederlandstalige) muzieksmaak heeft nog wel eens tot gevolg dat ik me getracteerd weet op de vocale 'prestaties' van lokale artiesten van zéér bedenkelijk niveau. Soms zijn deze opnamen duidelijk voor een habbekrats op cd gezet, of is het in dialect gezongen repertoire voor mij als import-brabo niet eens te volgen, maar soms zitten er best aardige deuntjes tussen en zingen we gezamenlijk uit volle borst mee terwijl het Brabantse landschap aan ons voorbvij trekt.
En zo kon het gebeuren dat vanmorgen een cd van Jantje Smit op stond. Dit was voor T. aanleiding om bij mij te informeren wie deze zanger dan wel was. Op mijn antwoord: "Jantje Smit" ontstond enige verwarring, vooral door de toevoeging van dat -tje.
Ik legde daarop uit dat 'Jan', op het moment dat hij deze cd volkweelde, 'Jantje' genoemd werd, omdat hij destijds een stuk kleiner en jonger was. Het duurde even voor T. deze informatie had verwerkt. Toen vroeg hij aarzelend: "Ben ik ook klein geweest?"
Ik kon daar natuurlijk, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, positief op antwoorden: "Ja T., jij bent ook klein geweest."
T. nam dit stukje informatie niet meteen voetstoots aan, en wilde weten of ik dan ook klein was geweest. "Ja, ook ik ben ooit klein begonnen! Je zou het niet zeggen, maar ook ik ben -met mijn bijna twee meter lengte- ooit geboren als klein baby'tje." Dat scheen T. te overtuigen. Of toch niet? Want een paar kilometer verder kwam de benepen vraag van ergens achter mij: "En Gerard Joling?" Ik schoot in de lach, maar kon nog net ter geruststelling uitbrengen: "Ja, zelfs Gerard Joling is ooit klein geweest!"

maandag 31 augustus 2009

Grafmuziek

Ik ben niet iemand die vaak en langdurig stil staat bij de eindigheid van het leven, maar door mijn eigen ziekte een aantal jaar geleden en het overlijden van mijn schoonmoeder eerder dit jaar, spookt ‘het einde’ af en toe door mijn hoofd.
Voor veel mensen is het een angstig idee: het leven zoals we dat allemaal kennen eindigt, en dan? Omdat ik noch religieus, noch erg spiritueel ben aangelegd, heb ik geen visioenen over ‘De Grote Man’ of te worden herboren in een vorm die reflecteert hoe ik mijn leven heb geleefd. Ik beschouw het eerder als een nieuw avontuur, dat me wellicht op plekken brengt waarvan ik nu niet eens kan dromen. Toch kan het ook zomaar zo zijn dat er na dit leven helemaal niets meer is dan de eeuwige duisternis en ‘doodse’ stilte.

Ik moet zeggen dat het niet een dilemma is dat me erg bezig houdt, ik concentreer me liever op het leven op dit moment: daar is nog genoeg te doen tenslotte. Maar omdat ik me tegelijkertijd besef dat het ook zomaar ineens voorbij kan zijn, heb ik wel nagedacht over hoe ik mijn eigen afscheid geregeld zou willen hebben. En muziek speelt daarin een hele belangrijke rol. In het vierde deel van zijn hoofdwerk, Die Welt als Wille und Vorstellung (1819) schreef Arthur Schopenhauer: ‘Muziek is het antwoord op het mysterie van het leven. Als de meest diepzinnige van alle kunsten, drukt het de diepste gedachten van het leven uit.’
Ik zou me geen leven kunnen voorstellen zonder muziek. Niet dat het verhuizen naar een onbewoond en tropisch eiland niet af en toe door mijn hoofd speelt maar ik neem dan wel, behalve mijn liefste, een platenspeler, een cd-speler en een enorme berg vinyl en cd’s mee.

Als het moment eenmaal is gekomen dat ik het dagelijkse werkelijkheid heb verlaten, wil ik niet dat er alleen maar getreurd wordt. Ik mag hopen dat er een enkeling bij zal zijn die mijn verscheiden betreurt, maar àls er al mensen zijn die mijn lichaam op zijn laatste reis wensen te begeleiden, dan hoop ik dat men vooral mijn leven memoreert en viert in plaats van mijn verscheiden. Ik zou dan ook het liefst met een New Orleans-achtige optocht aan de laatste reis beginnen. Geen zwarte pakken achter mijn kist, maar witte. Voorafgegaan door een blaasorkest van die doorleefde zwarte mannen op weg naar de plek waar men daadwerkelijk afscheid gaat nemen. En, als ik dan toch mag kiezen, dan het liefst op een warme zomerse dag met een stralend blauwe lucht.

Eenmaal in de aula mag er best een woordje worden gesproken, maar de toon mag niet te zwaar zijn. Er mag best gelachen worden vind ik, mijn leven heeft tenslotte al zoveel idiote wendingen gekend dat daar best een vrolijke noot bij past. Maar de hoofdmoot moet toch vooral muziek zijn. Ik heb daartoe drie nummers uitgekozen die alle drie een speciale betekenis voor mij hebben, en daar het mijn afscheid betreft, bepaal ik nog één keer lekker naar welke muziek zal worden geluisterd.

Als eerste moet worden gespeeld Somewhere in Time, een klassiek stuk van Rachmaninov (variatie op een thema van Paganini) dat de soundtrack vormt van de gelijknamige film uit 1980. Voor mij het symbool voor zowel de liefde als alle mensen, en niet alleen de vrouwen, die ik in mijn leven heb liefgehad. Vervolgens een nummer dat, sinds ik het de eerste keer hoorde, me elke keer duidelijker maakt waar het in het leven precies om draait: de relatie die je hebt met de mensen om je heen, of het nu familie of goede vrienden betreft: Family Tree van Venice. Een nummer dat speciaal geschreven lijkt voor dergelijke momenten en, wat mij betreft, mijn gevoelens op dit moment perfect verwoord. Het nummer waarmee ik de bijeenkomst wil laten eindigen is een redelijk onbekend nummer, maar wel een dat me, sinds ik het jaren gelden voor het eerst hoorde, elke keer nog steeds heftig kippenvel bezorgd: Le Matin Sur La Rivière van Eve Brenner (ook wel bekend onder de titel Aamu Joella). Het is op die klanken dat ik afscheid wil nemen van mijn dierbaren en aan mijn volgende avontuur beginnen. De muziek laat ruim voldoende ruimte aan de aanwezigen om voor zichzelf te bepalen of het een afscheid voor ‘even’ of voor ‘altijd’ gaat zijn, geheel afhankelijk van mijn relatie met de betreffende persoon. Een aantal heb ik, volledig in ‘jest’ overigens, al toegezegd om regelmatig te komen spoken als ik daar maar enige kans toe zie…

Maakt het stilstaan bij het eind van mijn eigen leven mij daarmee een somber mens? Nee. Heb ik angst voor dat einde? Ook niet echt, maar wat mij betreft mag het nog wel even duren voor het zover is. Wat dat betreft passen de woorden van mede-Hagenaar Paul van Vliet perfect: ‘..ik hoop dan dat ik van mijn sterfbed op zal staan en zeggen: Geef mij mijn jas eens aan, ik heb nog veel te doen!

31-08-09

vrijdag 28 november 2008

Geluidsoverlast

In de wijk waar ik woon staan een aantal panden die door de eigenaar gesplitst zijn en vervolgens voor kamerbewoning verhuurd worden. Het naast ons gelegen pand voldoet aan die beschrijving en wordt momenteel bewoond door drie jonge mannen. Op zich niets mis mee, maar we hebben al maanden last van geluidsoverlast in de vorm van een vrijwel continue gebonk van hun muziek.
Nu ben ik opgevoed met de gedachte dat je dit soort zaken bespreekbaar moet maken, dus heb ik inmiddels al meerdere keren bij de heren op de stoep gestaan om aan te geven dat het iets te gortig was, of om te verzoeken de muziek uit te zetten om ons de gelegenheid te geven een oogje dicht te kunnen doen. Dat laatste geval was overigens pas rond middernacht.

Over het algemeen beschouw ik mezelf als een alleszins redelijk mens. Ik ben ook jong geweest, en dat is nog niet eens zo lang geleden dat ik het me niet meer kan herinneren, en kan ik over het algemeen best begrip opbrengen voor feestjes en het feit dat je de muziek af en toe eens keihard zet bij een goed nummer om vervolgens ook nog eens keihard mee te zingen. Ikzelf doe dat liever niet, want ik bezit bovendien voldoende zelfkennis om te weten dat mijn eigen zangstem zeker in de categorie ‘geluidsoverlast’ zou vallen. Nu mag ik gráág zingen, maar dat beperk ik nu dan maar tot die momenten dat ik mijn bolide achteraan de file moet aansluiten en er weinig beweging in het geheel te bespeuren valt. Op die momenten gaat de stereo graag dan wat harder en kan ik ongegeneerd zitten meebrullen. En dat laatste mag redelijk letterlijk worden genomen overigens. Ik heb zelfs een speciale cd in de auto waarbij dat meebrullen uitermate goed gaat en ik zou, alleen daarom al, bijna vrijwillig de file opzoeken. Vooral ook om de reactie van medeweggebruikers die de meest vreemde gezichten trekken zodra ze me zo bezig zien. Het schijnt best een apart gezicht te zijn om een boom van een kerel zo gepassioneerd mee te zien brullen, tenminste als ik op de reacties mag afgaan. Maar op zulke momenten kan ik daar bepaald niet wakker van liggen.

Anders wordt het op momenten zoals gisteravond. Ik kwam rond 23.00 thuis na een rumoerige vergadering en trof mijn liefste aan in een staat die deed vermoeden dat ze werkelijk aan het eind van haar latijn was. Want wat was het geval? Vlak na mijn vertrek een paar uur eerder was de volumeknop bij de buren open gedraaid en werd ze gebombardeerd door een constant gedreun door de muur. Nu is moderne house-achtige muziek al niet echt aan ons besteed, maar het nadeel van muziek door de muur is nog dat alleen die vervelende basdreun echt doorkomt en zodanig niet eens meer als muziek is te herkennen, het is alleen maar vervelend en irritant. Rond 20.00 is ze vervolgens naar buiten gegaan en heeft op de deur en het raam gebonkt om de aandacht van de bewoners te trekken om ze te kunnen vragen of het allemaal wat zachter kon. Daar werd niet op gereageerd en het gebonk bleef maar door gaan. Eerst probeerde ze nog het geluid te negeren, maar toen het onmogelijk bleek om haar favoriete programma op tv te volgen, is ze uit pure armoe zelfs naar de zolder gevlucht om het geluid te ontlopen. Daar was het weliswaar iets minder, maar nog steeds goed hoorbaar helaas.
Toen ik rond 23.00 de sleutel in het slot stak hoorde ik binnen het geluid van een brekend iets en het op de grond vallen van de scherven. Enigszins geschrokken ging ik gehaast naar binnen en trof mijn geliefde aan in een staat die zich het best laat beschrijven met ‘moordneigingen’. Daar de heren niet wensten te reageren op een vriendelijk verzoek, probeerde ze nu hun aandacht te trekken door met een bloempot op de muur te bonken, een actie waarop de bloempot niet berekend was en dientengevolge dus sneuvelde. Binnen een paar minuten stond ik dus weer buiten op hun voordeur te bonken, maar wederom kreeg ik, tot drie keer toe, niet thuis en was de maat dus vol. Hier moest duidelijk iets drastisch gebeuren. Daar de muziek plotseling zweeg, men had mij dus wel degelijk horen bonken, besloot ik het daar voor dat moment bij te laten en het bellen van de politie tot vandaag uit te stellen.

Inmiddels heb ik dus nu melding gemaakt bij de wijkagent van het gebeurde, en tevens van het feit dat het al zo lang gaande is. Ik ben er bepaald niet op uit om het die jongens lastig te maken, maar als praten niet meer helpt, dan zie ik me genoodzaakt om andere middelen in te schakelen, en dat heb ik dus nu gedaan.
Maar toch vind ik het jammer dat het zover heeft moeten komen. Ik kan best leven met, af en toe, wat geluidsoverlast en een feestje. Maar wees dan zo vriendelijk om even aan te bellen of een briefje in de bus te stoppen dat er een feestje aankomt en je vooraf te verontschuldigen voor de overlast. Dat scheelt een hoop gezeur en houd de relatie met de buurt een stuk fijner. Deze woningen zijn toch al vreselijk gehorig, dus een extra reden om een beetje extra rekening met elkaar te houden. Bovendien hebben wij ook recht op een bepaalde vorm van rust en woongenot na een dag hard werken. Dat moet toch niet zo héél moeilijk zijn?

28-11-08