maandag 20 oktober 2008

Liever Bos?

Uit een recente peiling van Maurice de Hond zou blijken dat momenteel 38% van de kiezers Kawouter Bos als premier zou verkiezen boven Jan Peter Balkenende. De huidige premier scoort slechts positief bij 35% van de kiezers.
Volgens De Hond is de stijgende populariteit van Bos vooral te danken aan diens optreden in de kredietkrisis, een optreden dat wereldwijd bewondering schijnt te oogsten. Maar wie Bos een aantal dagen geleden zag in het programma Netwerk, moet toch gezien hebben hoe zeer Bos genoot van de aandacht. De zelfvoldane grijns was namelijk niet van zijn gezicht te bijtelen, zo duidelijk genoot hij ervan dat niet Balkenende maar hij deze dagen steeds in de spotlights staat. Toen Bos gevraagd werd of alle aandacht voor hem in de media niet een belemmering vormde voor zijn verstandhouding met de premier, zag je Bos het werkelijke antwoord inslikken en, in plaats daarvan, antwoorden dat het tussen hem en de premier prima gaat.
In mijn ogen doet Bos het momenteel inderdaad goed, hij maakt een redelijk solide indruk, maar we moeten daarbij bepaald niet vergeten dat Bos een heel leger aan ambtenaren en medewerkers om zich heen heeft die hem begeleiden, hem voorzeggen, en het werkelijke werk opknappen. Bos is slechts de man op de hoogste stoel en kan dus de volledige eer voor zichzelf opeisen, iets wat hij met iets te veel verve doet. Maar maakt het feit dat Bos als crisismanager redelijk tot goed uit de verf komt, dan ook dat hij het goed zou doen als eerste minister? Mijn antwoord daarop is ‘nee’. De PvdA is niet voor niets teruggevallen tot een dramatisch niveau in de peilingen. Die daling is vooral aan Bos zelf toe te schrijven. Niet alleen de ‘Bos-tapes’, maar ook diens gedraai en gekonkel tijdens en na de verkiezingen hebben daarvoor gezorgd, om het over de talloze belastingverhogingen maar helemaal niet te hebben.

Wie Kawoutertje Bos nu dus meteen voor zijn optreden in de kredietcrisis wil belonen met een termijn in het torentje, heeft òf een probleem met zijn korte-termijn-geheugen, òf weet gewoon niet beter. Zijn een enorm gedrocht als het generaal pardon of bijvoorbeeld de rellen in Slotervaart dan al vergeten? De moord op Fortuyn dan, of die op Theo van Gogh? Een groot deel van al die gebeurtenissen is terug te voeren op het verplichte ‘politiek correcte denken’ dat jarenlang ons leven bepaalde, nòg overigens, en dat de maatschappij enorme schade heeft toegebracht. Het generaal pardon is een puur links feestje dat nu al véél meer kost dan ooit werd begroot, en feitelijkl vanaf het prille begin al gedoemd was te mislukken. En dan heb ik het nog niet eens over al die draaideurcriminelen die niet eens schijnen te kunnen worden uitgezet, ondanks het feit dat ze zich hier jarenlang schuldig hebben gemaakt aan talloze misdrijven.

Een substantieel deel van alle grote problemen waar we nu als maatschappij mee worstelen, denk ook bijvoorbeeld aan de enorme problemen in het onderwijs en de problemen met (allochtone) jongeren in de grote steden en, meer recentelijk in Gouda, zijn direct terug te voeren op het linkse politieke van de jaren zestig en zeventig, een nog behoorlijk recente verleden dus. Bos is een belangrijk exponent van dat verleden. De miljarden waar hij nu zo kwistig mee rondstrooit zijn er helemaal niet, en zullen dus door u en mij extra moeten worden opgebracht, zeker nu de ING er dit weekend al gebruik van heet gemaakt. En die extra opbrengsten gaat Bos binnenhengelen door extra belastingen en accijnzen, en door het verder versoberen van bestaande voorzieningen zoals die van de ziektekosten. En dan zou Bos onze volgende premier moeten worden? Nee, mijn devies is en blijft dan ook: ‘Bos? Nee, liever niet!’

20-10-08

zaterdag 18 oktober 2008

Digitale sporen


De Nationale Parken van Amerika houden hun bezoekers voor dat ze vooral goede herinneringen moeten meenemen en niets anders dienen achter te laten dan hun voetstappen. Alhoewel het verdacht veel lijkt op het vroegere ‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, de eigenaar van dit park de schillen en de dozen’, is het een feit dat overal waar we gaan, we een herleidbaar spoor achterlaten, en tegelijkertijd sporen meenemen die ons weer linken aan die bewuste plaats. In de forensische wetenschap wordt dat ‘het principe van Locard’ (1877-1966) genoemd.

Met de opkomst van internet, de laagdrempeligheid van het fenomeen, de steeds beter wordende zoekmachines, en de enorme vlucht die vriendensites zoals Hyves hebben genomen, is er een gevaar ontstaan dat nog veel te weinig onderkend wordt door de vele gebruikers van het internet: het nalaten van digitale sporen.
Vroeger, voor de opkomst van het internet, kon je door bijvoorbeeld simpelweg te verhuizen, een gedane misstap verhullen. De nieuwe omgeving was tenslotte niet op de hoogte van wat je gedaan had en de uitwisseling van nieuws en wetenswaardigheden over grotere afstanden was er nauwelijks, of op z’n minst een heel stuk langzamer dan tegenwoordig. Vandaag de dag is alles namelijk razendsnel terug te vinden en op te roepen vanachter de eigen computer.
Ben je ooit op een feestje vreselijk los gegaan en heb je halfnaakt staan dansen? Als er iemand met een mobiele telefoon met camerafunctie in de buurt was, dan heb je grote kans dat deze escapades ergens op internet te vinden zijn. Als de compromitterende foto’s dan ook nog voorzien zijn van je echte naam, dan kan een ieder die dat wil deze jeugdzonde boven water toveren. Dat hoeft op zich niet ernstig te zijn, maar het wordt een stuk vervelender als een dergelijke jeugdige onbezonnenheid een rol gaat spelen in je latere leven, bijvoorbeeld bij een sollicitatie.
In mijn carrière heb ik honderden sollicitatiegesprekken gevoerd en, in de voorbereiding, dikwijls dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het internet om achtergrondinformatie over de sollicitant op te zoeken. En soms komen daar opmerkelijke feiten bij aan het licht. Zo ontdekte ik dat een van de mannelijke sollicitanten al eerder in de problemen was gekomen met een werkgever vanwege diefstal, en dat een andere, vrouwelijke sollicitant, een verleden had, inclusief de weinig verhullende foto’s op een persoonlijke internetsite, dat duidde op een nogal losse seksuele moraal. Het eerste geval doet meteen alarmbellen rinkelen en schetst een somberder beeld voor de kansen van die sollicitant dan het tweede geval. Dat speelt zich meer af in de privésfeer tenslotte, maar noopte mij wel om tijdens het gesprek een aantal zéér specifieke vragen te stellen en extra zorgvuldig haar referenties en antwoorden te checken. Uiteindelijk werden beiden niet aangenomen, maar dat terzijde.

Toch kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn met wat we doen. Niet alleen in het gewone leven, maar zeker ook met wat we op internet allemaal uitspoken. Een handgeschreven brief, in boosheid geschreven, kan jaren later onverwachts opduiken en tot lastige vragen leiden, maar die kans is stukken kleiner dan het risico dat je loopt als je een dergelijke frustratie digitaal hebt geuit. Zeker als je dat ook nog onder je eigen naam, of gemakkelijk te herleiden pseudoniem hebt gedaan. Legio zijn de voorbeelden van jonge kinderen die achteloos omspringen met personalia, en net zo achteloos persoonlijke informatie prijsgeven als adres en telefoonnummer, waarmee ze een direct gevaar lopen indien dit gebeurde aan personen met, al dan niet, kwade bedoelingen. Ook legio zijn de verhalen van (veelal jonge) vrouwen die meer van zichzelf hebben laten zien voor een webcam dan verstandig was.
Ik vind dan ook dat het niet vaak genoeg gezegd en herhaald kan worden: wees je er continu van bewust dat alles wat je op internet doet ook weer te achterhalen is, hoe onschuldig het op dat moment ook lijkt en hoe veilig je jezelf ook waant in het gezelschap van die ander. Door de relatieve anonimiteit van het internet kan je er nooit honderd procent vanuit gaan dat de persoon aan de andere kant evenzo eerbare bedoelingen heeft als jijzelf. Denk dus altijd goed na voor je überhaupt je camera aanzet en voor je op de entertoets drukt. Zaken die eenmaal op internet staan zijn vrijwel onverwijderbaar, en zullen dus steevast opduiken op juist die momenten dat je dat niet kunt gebruiken, en het argument van een ‘jeugdzonde’ is dan vaak niet afdoende. Internet is een fantastisch medium en een enorme verrijking van onze wereld, mits op een verstandige manier gebruikt en als de verkregen informatie ook met de nodige scepsis wordt bekeken. Bij kanten en boeken vindt er altijd nog een zekere correctie plaats voor informatie wordt vrijgegeven, maar op internet kan een ieder vrijwel straffeloos informatie plaatsen die niet of nauwelijks gecontroleerd of geverifieerd wordt. Daarom is het gebruik van gezond verstand altijd aan te raden bij elke stap die je op de digitale snelweg, en al haar zijwegen en achterafstraatjes, zet. Bedenk altijd dat de buitenwereld een compleet andere doelstelling kan hebben dan jij en handel daarnaar. Alleen op die manier is een bezoek en verblijf in de virtuele wereld voldoende veilig voor nu en voor je eigen toekomst.

18-10-08