zondag 9 maart 2008

Oermens

De krant was lekker vroeg vanochtend. Het was nog nét geen zeven uur toen ik de brievenbus hoorde klepperen. De man en zijn krant, het zou eigenlijk opgenomen moeten worden in de Universele Verklaring van Rechten van de Mens. ´Voordat de man zijn (ochtend-)krant heeft gelezen mag men niets van hem verwachten.´ Iets van de strekking.
Enfin, ik was al enige tijd wakker en in ernstig in conclaaf of ik nog terug naar bed zou gaan en tegen het warme welkom van mijn vrouw zou aankruipen. Een zeer aanlokkelijk vooruitzicht, tot mijn oog viel op een artikel onderaan de voorpagina. Ik was gelijk wakker en vergat terstond mijn verdere knuffel en slaapplannen.
`Hoogleraar: ´Eet zoals de oermens´ stond erboven. Nu is in het roemrijke geslacht van de L´Ecluse ´de holbewoner´ een bekend fenomeen. Ikzelf ben er meermalen mee vergeleken en voel me daar, bij tijd en wijle, prima bij. Volgens de betreffende hoogleraar van de Rijksuniversiteit van Groningen zijn de menselijke genen sinds de oertijd nauwelijks veranderd, en ontbeert de Moderne Mensch in zijn voedingspatroon vooral zaken als visolie, vitamine D en foliumzuur. We zouden dus, volgens die knappe kop, ons eetpatroon moeten veranderen in de supermarkt vooral op jacht moeten gaan naar etenswaren die voornoemde stoffen in ruime mate bevatten. ´Onze voorouders aten veel vis, fruit en zaken die in of langs het water te vinden zijn, en dat moeten we nu ook doen´ doceert de hooggeleerde heer ons.´Ik zeg niet dat we dan langer leven, maar wel gezonder.´ Waarvan akte!
Ik lees dit soort artikelen altijd graag, en kan lekker zitten fantaseren over hoe het zou zijn als ik mijzelf daadwerkelijk fulltime als holbewoner zou manifesteren. De hoogleraar heeft trouwens gelijk as hij opmerkt dat onze genen, die toch bepalen we wij als mensen zijn, in al die eeuwen nauwelijks veranderd zijn. Je hoeft maar om je heen te kijken dat we, op bepaalde vlakken, evolutionair bepaald weinig vooruitgang hebben geboekt. Het lijkt zelfs soms alsof we regelmatig een stapje terug doen en het recht van de sterkste weer laten gelden. Of degene die het hardst schreeuwt, maar feitelijk is dat een pot nat. Terug naar de oermens dus. Geen gezeur meer over merkkleding, geen mobiele communicatie en geen haast. Leven met de seizoenen en met de kippen op stok. Nu weet ik niet of kip vitamine D of foliumzuur bevat, het zal wel niet, maar ik zou toch ernstig ongelukkig worden als ik kip, in welke vorm dan ook, uit mijn dieet zou moeten schrappen, maar dat terzijde. Ik zie mezelf wel in een grot, met berenvel, relaxen bij het knapperend haardvuur. Af en toe op jacht lukt ook nog wel, en het hele principe van ´knuppel, klop en vrouw naar grot slepen´ heeft ook absoluut potentie en maakt het leven bovendien een stuk overzichtelijker en eenvoudiger. Tja, je moet er wat voor overhebben, maar ik denk dat we er wel een stuk gelukkiger door zouden worden. Nu we van gekkigheid vaak niet weten wát we moeten kiezen, als er niks is valt er niks te kiezen. Dan gaat het leven simpelweg over eten en overleven tot morgen. Is het fileprobleem ook in één keer opgelost.
Toch kan ik niet nalaten om me af te vragen waarom iemand zo´n oproep zou doen. Tot op heden is het nog steeds zo dat als de bevolking ernstig behoefte ergens aan heeft, dat de overheid het dan wel ergens in laat stoppen. Zo kregen we bijvoorbeeld extra jodium in het zout en fluor in het water, dus deze oproep heeft andere achtergronden. Ik lees het artikeltje nogmaals en dan begint het te dagen. Het is zelfs zo voor de hand liggend dat het bijna beschamend wordt. De man beweert tenslotte dat onze voorouders vooral dingen aten die in en langs het water groeiden. Op zich interessant en ongetwijfeld op waarheid berustend. En hoe heet de goede man? Muskiet! Precies! En waar vind je die doorgaans in grote getale? Langs de waterkant ja. De man is gewoon eenzaam!

09-03-08

zaterdag 8 maart 2008

Ouderdomsverschijnselen

Met het klimmen van de jaren komen de gebreken, niemand ontkomt eraan. Ook ik niet. Ik leefde tot voor kort in de overtuiging dat ik een vrijwel feilloos oog voor detail had en alles zag, maar die overtuiging werd vanmorgen wreed de bodem ingeslagen. Nu weet ik het zeker, ik ben toegetreden tot de rijen der aftakelenden, de orde der toekomstige fossielen.
Gisteravond stond ik af te wassen nadat mijn lief gekookt had. Een klusje waar ik geen hekel aan heb en bovendien eentje waarbij je direct eer van je werk hebt. Het aanrecht is na een par minuten dan weer veranderd van een vette plakzooi in een leeg en schoon oppervlak, klaar voor alles wat je maar kunt bedenken dat je op een aanrecht zou willen doen. Met de afwas aan kant moest ook het fornuis schoon, dus haalde ik de spatplaatjes en de gietijzeren ringen eraf en begon, om even later tevreden naar het glimmend eindresultaat te kunnen kijken. De spatplaatjes en gietijzeren ringen zette ik, zoals altijd, te drogen op een vaatdoek tegen de muur. Vanmorgen, terwijl ik stond te wachten tot het water kookte voor mijn eerste bakkie capp, wilde ik het fornuis weer in orde brengen. Nu heeft de ontwerper destijds een zeer ingenieus systeem bedacht zodat alles maar op één manier en op één plek past. Door een systeem van openingen van verschillende grootte, en spatplaatjes met één of twee inkepingen is het dan dus een fluitje van een cent om alle onderdelen weer op de juiste plek terug te leggen. Alleen heb ik altijd moeite met die verrekte gietijzeren ringen. Er zijn twee grote en twee kleine, dus zo héél moeilijk zou het niet moeten zijn…zou je zeggen. Toch moet ik zo’n ding minstens drie keer omdraaien om te zien welk exemplaar nu één en welk exemplaar twee uitstulpingen heeft die weer in de uitsparingen van de spatplaatjes passen. En waar het nu precies aan lag deze morgen weet ik niet, maar vanmorgen zag ik opeens dat er onderop de gietijzeren ringen letters stonden. Afkorting LV voor, vermoed ik, links voor en RA voor rechts achter. Ik was er even stil van. Ik was dus al jaren aan het stuntelen om alles weer op de juiste manier in elkaar te passen en al die tijd had de ontwerper dus al rekening gehouden met domoren als ik? Hij was me zelfs al voor geweest en had me al die moeite zelfs al willen besparen! Doch ik, de stommeling, wenste het niet te zien en had de vooruitziende blik van deze Meester dus nooit op waarde geschat! Maar nooit meer dus. Ik neem alsnog mijn hoed af, weliswaar vele jaren na dato, voor het vooruitziend genie van deze noeste en wakkere werker. De man die, in tegenstelling tot zovele moderne ontwerpers, de ziel nog begreep van het eenvoudig mannenbrein dat best wel wil helpen in het huishouden maar sommige zaken simpelweg niet begrijpt. Afwassen kan ik, stofzuigen ook, en daarbij snap ik zelfs ook nog wel dat je niet altijd ergens omheen maar ook soms ergens onderdoor moet stofzuigen. Maar sommige dingen snap ik gewoon echt niet, en die worden er bepaald niet beter op met het gestaag klimmen van de jaren. De was doen is precies zo’n voorbeeld. In mijn alleenwonende jaren gingen witte t-shirts en witte overhemden gezellig gezamenlijk in de wasmachine. Wit is tenslotte wit en dat kon dus prima samen, dacht ik. Vandaag de dag, geheel opnieuw getraind en hertraind door Mevrouw de L’Ecluse, weet ik beter. Overhemden mogen NOOIT samen met t-shirts in één trommel en al helemaal niet in de droger! Foei Henry, dreiwerf foei!
Mezelf verslagen weten bij die, zo ogenschijnlijk doodsimpele, huishoudelijke klusjes was altijd al een kwelling voor mijn teer mannelijk ego, en nu is daar de eerste voorbode van ouderdomsaftakeling bijgekomen. En op zich is ouder worden niet erg, het dingen niet meer kunnen wel. Maar waar ik het meest tegenop zie is het feit dat er straks iemand langs gaat komen die gemaakt vriendelijk en belangstellend komt vragen of ‘WIJ deze ochtend al geplast hebben?’ of komt informeren of ‘WIJ braaf ons toetje hebben opgegeten?’. Ik ben bang dat ik tegen die tijd nóg veel opstandiger en dwarser ga worden dan dat ik nu al te boek sta, want van mezelf weet ik het wel, en van jou wil ik het niet eens weten! Gelukkig is de echte ouderdom nog ver verwijderd, en tot die tijd rommel ik dus maar rustig verder met mijn goede bedoelingen. Dan doe ik er maar wat langer over…tot ik ontdek dat er meerdere ontwerpers zijn geweest die mijn gestuntel al voorzagen. Ouderdom komt inderdaad met gebreken, maar met het klimmen van de jaren neemt ook, als het goed is tenminste, de wijsheid toe. En sommige dingen kun je nu eenmaal beter overdragen aan mensen die er beter in zijn. Ik drink wel rustig mijn cappuccino op de bank, dáár ben ik toevallig weer ERRUG goed in!

08-03-08