woensdag 4 februari 2009

Epiphany

Je hebt zo van die momenten dat er opeens dingen op z’n plek vallen. Je hangt rustig wat op de bank en dan valt het antwoord op die ene vraag opeens uit de lucht, een regelrechte openbaring.
Een paar dagen reeds draaide mijn brein overuren. Dat begon op het moment dat H.D. in zijn workshop over Strategie eerst riep dat het anders moest, en daarna dat ik het zo wel kon laten omdat hij het ook niet wist. Maar hoewel ik ook niet helemaal tevreden was over mijn eigen bedrijfsplannen, ik zag steeds maar niet hoe het dan anders moest.

In zulke situaties is het dan het beste om het maar gewoon even met rust te laten, het te laten ‘sudderen’ zoals H. het uitdrukte. En op zich kwam dat mooi uit, want mijn aandacht werd de dag erna vrijwel volledig opgeëist door collega’s die nog niet zo handig zijn met programma’s als Excel en PowerPoint. Maar terwijl ik uitlegde hoe je kolommen moet invoegen en werkbladen een andere naam kunt geven maalden mijn hersenen gewoon door.
En gisteravond viel het kwartje opeens, zomaar. Opeens werd zonneklaar wat ik eerst niet kon zien en nu ineens zo duidelijk was als wat. Van schrik liet ik bijna mijn beker koffie uit mijn handen vallen in mijn haast om dat ene steekwoord aan het papier toe te vertrouwen. Gek eigenlijk, want als zo’n idee eenmaal heeft postgevat kan ik het niet eens meer vergeten, hoe graag ik dat ook zou willen.

‘Zoek de gemeenschappelijke factor!’, dat was de boodschap geweest op maandag. En wat een boodschap. Want hoe combineer je in vredesnaam drie, schijnbaar ongerelateerde, diensten onder één noemer? Eén noemer die dan ook nog lekker moet klinken en tegelijkertijd alles omvat? En ik, die toch doorgaans bepaald niet om woorden verlegen zit, wist het antwoord niet.
Een ander vervelend aspect van een epiphany is, in mijn geval althans, dat ik de onbedwingbare neiging krijg om de ‘verloren tijd’ te willen inhalen. En da’s best lastig midden in de nacht. Mijn liefste sliep en ik lag de ene kans na de andere te bedenken. Om vier uur was ik nog steeds -of alweer, daar wil ik even afwezen- klaar en klaar wakker, dus besloot ik de echtelijke sponde maar te verlaten en koffie te gaan zetten. En met een dampende en schuimende cappuccino voor mijn neus vatte ik een schrijfblok en begon de nieuwe lijnen van mijn toekomstige bedrijf te schetsen.

Nu ben ik best apart in dergelijke dingen, want ik denk voornamelijk visueel. Ik heb dan dus vooral baat bij plaatjes die mijn gedachten onderstrepen. Google is dan een geweldig hulpmiddel op zo’n moment. Ik tik een net bedachte term in en kijk welk soort plaatjes daarbij verschijnen. En die plaatjes helpen me dan weer de gedachtelijnen verder te vervolgen en een extra dimensie toe te voegen aan mijn verhaal. Soms zit er zelfs een plaatje tussen dat het oorspronkelijke idee werkelijk perfect omschrijft, en ook deze keer werd ik niet teleurgesteld. Ik weet nu hoe het bedrijfslogo eruit moet komen te zien en in welke richting de wervende teksten moeten gaan. Ik moet ze nog wel even schrijven, maar daar maak ik me allesbehalve zorgen over. Dát lukt me wel.

Een grotere uitdaging vormt het idee dat direct in het verlengde van mijn bedrijfsidee ligt en dat ik vannacht ook heb liggen uitbroeden. Maar om dat uit te kunnen voeren heb ik de hulp van anderen nodig, en ik weet al precies wie. Als ik om half negen zijn nummer bel krijg ik alleen het antwoordapparaat. Bij de poging om negen uur neemt een collega op en blijkt M. nog niet gearriveerd te zijn. Zucht! Waarom moet hij nu precies vandaag besluiten wat later te komen? Maar de behulpzame collega verzekerd me M. de boodschap meteen door te geven zodra hij binnenkomt. En dat werkt. Nauwelijks een kwartier later gaat de telefoon en klinkt de stem van M. Het kost hem even moeite om in zijn geheugen te graven naar het gesprek dat we eind vorig jaar met elkaar hadden, maar dan weet hij het weer. Gelukkig heeft hij aan het eind van de middag ook nog een gaatje in zijn agenda om me te kunnen ontvangen. Nu maar hopen dat ik hem net zo enthousiast kan krijgen voor mijn idee als ik dat zelf ben. Dan zou het wel eens kunnen dat alles in een stroomversnelling terecht gaat komen. Ja, ondernemerschap is wel degelijk kansen zien en kansen grijpen. En van mij mag het volgas!

04-02-09

zaterdag 31 januari 2009

Crisis: bedreiging of kans?

Ik word zo langzamerhand bijna depressief van alle berichtgeving over de kredietcrisis. Al weken lang schotelt de krant ons dagelijks grote koppen voor die overlopen van de ellende. Als startend ondernemer kan ik depressieve gevoelens bepaald niet gebruiken, en moet ik het juist hebben van mijn natuurlijk enthousiasme, wil het ooit nog eens iets worden.

En dan doet de natuur weer zijn werk. In een programma, dat oorspronkelijk ergens vorige week is uitgezonden, kwam ik een uitspraak tegen die me weer op het juiste pad zette. De uitspraak ging over het Chinese woord voor crisis, dat samengesteld is uit twee andere karakters: dat voor gevaar en dat voor mogelijkheden. Daar bovenop bracht de krant vanmorgen (za 31-01-09, pag. TA3) een uitgebreid verhaal over het bedrijf SupPack BV in Nijkerkerveen (www.suppack.nl) , dat voortgekomen is uit een groep ontslagen en moeilijk elders te bemiddelen medewerkers van Unilever.

In mijn overactieve brein gebeuren er op zo’n moment een paar dingen tegelijk. Ten eerste neem ik mij voor om de directeur van SupPack uit te (laten) nodigen om zijn verhaal te komen vertellen voor de Kansrijke Bende waarmee ik dezer dagen het grootste deel van mijn tijd doorbreng. Dat moet kunnen lukken, en sluit precies aan bij het begrip ‘het zien van kansen’. Daarnaast begint, vrijwel tegelijkertijd, mijn tekstuele brein fanatiek te ratelen. De tweeledigheid van de Chinese uitleg van crisis is een perfecte kapstok om (een deel van) mijn eigen bedrijfsidee aan op te hangen. Kortom, ik kan weer verder.

Eén van de succesfactoren bij het opzetten van een eigen bedrijf is om uit te gaan van je eigen kracht. Van datgene waar je goed in bent dus. En één van de dingen waar ik goed in ben is lullen, ofwel een verhaal vertellen. Doorgaans hoef ik helemaal niet lang na te denken over hoe ik iemand iets zal duidelijk maken, ik begin gewoon met het gesprek en de juiste woorden komen vanzelf.

Een goed voorbeeld daarvan is een gesprek dat ik afgelopen donderdag had met een van mijn mede-bendeleden. Deze dame heeft een mooi en idealistisch idee uitgewerkt, maar hikte nogal aan tegen de vercommercialisering ervan: m.a.w. het uit handen geven van de productie. Op zich heel begrijpelijk, maar lastig als je er een echt succes van wilt maken. Ze kon haar prototype, helemaal zelf met bloed-zweet-en-tranen en ten koste van vele slapeloze nachten in elkaar geknutseld, niet loslaten. In het gesprek dat ik met haar had stelde ik haar voor dit prototype te bekijken als haar kind dat, na zo’n lange tijd, op het punt staat om uit te vliegen. Door een datum in haar agenda te prikken stelde ik voor om een einddatum aan haar ‘rouwproces’ te verbinden, en zich zo voor te bereiden op het onvermijdelijke moment van afscheid. Dat afscheid kon ze zodoende zelfs ritueel laten plaatsvinden door een ceremonie te houden. De energie die het krampachtig vasthouden haar nu kost, komt na het afscheid vrij en kan dan gebruikt worden om de weg van haar ‘kindje’ in de Grote Boze Buitenwereld verder te plaveien. Tot slot hield ik haar voor dat er, ondanks dat haar ‘kind’ nu haar eigen weg gaat zoeken in de wereld, het toch altijd háár kind zou blijven.
Door de zaken op deze manier voor te stellen, en ze dus in een andere vorm weer even dicht bij huis te brengen, kon mijn mede-bendelid in haar hoofd die overstap wel maken. Dat de fysieke uitvoering daarvan nog een paar dagen op zich laat wachten is daarmee verworden tot bijzaak.

En zo zie je maar, ook deze hoofd- of hartscrisis kent twee mogelijke oplossingen. De kant van de bedreiging betekent dat je alles krampachtig zelf wilt blijven doen en waarschijnlijk in de details zult blijven steken. De kant van de kansen en de mogelijkheden, uitbesteden van de productie en de vrijgekomen energie gebruiken om het idee verder uit te bouwen, geeft hoop en brengt de realiseerbaarheid van het idee weer een stapje dichterbij. Daarnaast geloof ik in haar en haar idee, en heb haar dat ook onomwonden laten weten. Bovendien heb ik toegezegd dat ik één van de allereerste klanten zal zijn als haar product eenmaal in de winkels ligt.

Dat in het bovenstaande geval de productie waarschijnlijk in China gaat plaatsvinden beschouw ik maar als toeval. Er komt, naast een hoop troep, tenslotte wel meer goeds uit China. Wijsheid bijvoorbeeld.

31-01-09