woensdag 7 mei 2008

Laffe Bedreigingen

De Oostenrijkse advocaat Rudolf Mayer, de advocaat van incestopa Josef Fritzl, wordt vanuit heel Europa bedolven onder de boze brieven, haatmail en dreigtelefoontjes. ´Vooral Nederlanders en Engelsen maken het bont.´ zo liet hij weten.
Als ik dergelijke woorden lees schaam ik me bijna voor mijn medemens. Want wat bezielt iemand om een dergelijke brief te schrijven of een haatmail te sturen? De feiten waarvan Fritzl verdacht wordt, en die hij ook voor zover ik weet grotendeels bekend heeft, zijn ronduit afschuwelijk en verwerpelijk. Tot zo ver kan ik meedenken. Ook mijn hart bloedt voor dochter Elisabeth en haar kinderen, maar wat heeft het voor nut om die terecht gevoelde afschuw te ventileren richting de advocaat? Kan hij er wat aan doen dat Fritzl jarenlang zijn gang kon gaan? Is hij er debet aan dat Elisabeth haar vader zeven kinderen moest baren en in die vierentwintig horrorjaren geen enkele vrijheid kende? Nee toch?
Ik hecht een grote waarde aan de vrijheid van meningsuiting, en zal de laatste zijn die zegt dat iemand zijn mening niet zou mogen verkondigen, maar daarvoor zijn voldoende andere mogelijkheden beschikbaar dan deze. Haatmail, dreigbrieven en bedreigende telefoontjes zijn namelijk doorgaans anoniem en daarmee, per definitie, ontzettend laf! Laf is het, en niets anders dan dat, om vanuit de schaduwen en vanaf een veilige afstand iemand te bedreigen, te zeggen hem kwaad te willen doen, zonder daarbij het risico te willen lopen voor dergelijke uitspraken ter verantwoording te worden geroepen. Dat duidt voor mij op een gestoorde geest die niet eens de ballen heeft om, face-to-face, voor het voetlicht te treden en de verbale confrontatie aan te gaan. Daarvoor ontbreekt kennelijk de moed, want in zo´n confrontatie heeft het beoogde slachtoffer tenminste de kans zich met een weerwoord te verdedigen. En daarop heeft de bedreiger waarschijnlijk geen repliek. Voor een openlijke discussie is namelijk moed nodig, moed en een gefundeerde en goed onderbouwde mening. En dààr zit hem meestal de kneep. De meeste bedreigingen zijn namelijk niet veel meer van ergerlijk gewauwel, het na-papegaaien van andermans mening met de toevoeging, hoe origineel, van een keur aan scheldwoorden en doodsbedreigingen. Vaak gebrekkig gespeld en zonder te weten wat er nu precies voor martelingen en ziektes worden toegewenst. Hoe afschuwelijk de misdaden van cliënt Fritzl ook mogen zijn, in de westerse rechtsgang heeft iedere verdachte recht op een eerlijk proces. De advocaat van de verdachte dient daar (mede) voor te zorgen. Helaas stellen de lafhartige verzenders van dergelijke troep zichzelf graag boven de wet en willen, vanuit de donkere krochten van hun verwarde geest, invloed uitoefenen op de rechtsgang, zònder zichzelf daarbij bloot te hoeven geven. En dat kan ik echt niet anders kwalificeren dan laf, laag en moreel verwerpelijk.
Als je dan persé vindt dat je een moreel oordeel moet vellen over iemand, doe dat dan in ieder geval gefundeerd en goed onderbouwd. Richt je op de werkelijke dader en doe dat gewoon open en bloot, dus met naam en toenaam. Pas dan ben je een echte vent en heb je het recht gehoord te worden! En laat die advocaat alsjeblieft intussen gewoon in alle rust zijn werk doen.

07-05-08

maandag 5 mei 2008

Leven tussen hoop en vrees (vervolg)

Het leek zo goed te gaan, maar zaterdag kwam in de loop van de middag het gevreesde telefoontje: er zijn complicaties opgetreden, ernstige complicaties. Een bacterie veroorzaakt ontstekingen en er dient een tweede operatie te worden uitgevoerd, een zware open hart operatie dit keer. Het ziekenhuis waar hij op dat moment op de IC verblijft, kan die operatie niet uitvoeren, en het dichtstbijzijnde ziekenhuis waar dat wèl kan is het, vlak over de grens gelegen, UZA in Antwerpen. Er is inmiddels contact gelegd met het UZA en een ambulance is onderweg.

Geschrokken door deze dramatische ontwikkelingen hoefden we niet lang na te denken. Binnen een uur waren we gedoucht, waren de koffers ingepakt en waren we op weg. Er zijn van die momenten waarop je het liefst het gaspedaal door de bodem zou trappen, en dit wàs zo´n moment, maar daar schiet je meestal weinig mee op. Met een snelheid die iets boven de toegestane snelheid lag spoedden we ons westwaarts over de A58, in voortdurende onzekerheid over de situatie en wat we zouden aantreffen. Moeders had wel gezegd dat we vooral niet hoefden komen, maar van haar in deze situatie alleen te laten kon natuurlijk geen sprake zijn. Op een kwartiertje van onze eindbestemming kwam ons, in tegenovergestelde richting, de ambulance van het AZA tegemoet. Met de zwaailichten aan om zich een weg te banen door het drukke weekendverkeer. Het is een moment dat ik niet snel zal vergeten. Dat ene moment zo dichtbij elkaar en tegelijk zo vreselijk ver weg, wetende dat zijn lot volledig in andermans handen ligt. Hoe gek het misschien ook klinkt, aan de ene kant ben je dan toch blij dat hij in slaap wordt gehouden en er niet veel van zal meekrijgen. En tegelijk weet je dat de vooruitzichten, zo kort na die eerste operatie verre van gunstig zijn.
Eenmaal bij Moeders thuis begint het lange wachten. Gesprekken stokken en tranen vloeien. Een kort telefoongesprek met de arts die straks gaat opereren brengt de overtuiging dat hij in de beste handen is, maar kan de angst, de onzekerheid en de groeiende twijfel natuurlijk niet wegnemen. De vrouwelijke arts klinkt vriendelijk en uitermate kundig. Ze laat ons weten dat de operatie een uur of vier zal gaan duren en dat ze ons direct erna zal bellen om verslag te doen, maar gezien de klok zal dat pas ver nà middernacht zijn. En dan begint, voor de zoveelste keer, het lange wachten. Ieder verzonken in zijn eigen gedachten en op zijn eigen manier. Het gesprek stokt regelmatig en ook vloeien er tranen, maar dat mag in een dergelijke situatie. De televisie zorgt voor wat afleiding maar niemand is er echt met zijn gedachten bij. Telkens dwalen de gedachten weer af naar de man die onze gedachten zo bezig houdt de laatste dagen en nu, op die verre operatietafel in Antwerpen, voor zijn leven ligt te vechten.
Tegen middernacht besluit Moeders even te gaan liggen. Van slapen komt niets, dat beseft iedereen: de oren blijven gespitst op het geluid van de rinkelende telefoon.
Dan, om 02:13 komt het verlossende telefoontje. De operatie is geslaagd! De schade is hersteld en de dokter is verre van ontevreden met het resultaat. Zeker gezien zijn leeftijd en zijn gezondheid is er plaats voor een héél voorzichtig optimisme, maar het blijft zorgelijk. Toch maakt zich een enorme oplichting zich van ons meester. We zijn nog steeds niet ´out of the woods´, maar ook deze slag is gewonnen! Met een enorm gevoel van opluchting vertrekken we even later weer richting huis, bekaf maar hoopvol. Morgen is er weer een dag en elke dag is er weer een!

05-05-08