Posts tonen met het label moed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moed. Alle posts tonen

dinsdag 12 juli 2011

Nieuwe Hollandse Helden

Voor mij geen ‘IJzeren Johnny’, de stoere Zeeuw die na aangereden te zijn door een auto van de Franse televisie in het prikkeldraad terecht kwam en de volgende dag met 33 hechtingen in zijn onderlijf toch weer op de fiets stapte. Die heldenverering is me te gemakkelijk. De kranten staan er vol van en diverse televisieploegen hebben inmiddels hun obligate plaatjes wel geschoten in mosselhoofdstad Yerseke. Hoe leuk je het ook in beeld probeert te brengen, het blijft Zeeland he?

Mijn Nieuwe Hollandse Helden leerde ik kennen op zondagavond in de eerste uitzending van het nieuwe SBS6 programma ‘Overtreders’. Even vreesde ik het programma ‘Wegmisbruikers’ al te zeer te gaan missen, maar in dit programma maakten we kennis met Georgios en Diane. Twee Buitengewoon Opsporingsambtenaren (Boa’s) die, gezeten op hun stoere stalen ros, waken over de leefbaarheid en geharde criminelen in Dordrecht te lijf gaan.

Genoten heb ik van ze! Als een geoliede combinatie van ‘Licht’ & ‘Knipperlicht’ waken mijn absolute helden in de Dordse binnenstad over ons gedrag. Met groot vertoon van moed pakken ze achtereenvolgens foutparkeerders, niet aangelijnde honden, verkeerd aangeboden huisvuil en een weigering tot legitimeren aan. Althans, Georgios dan. Hij is de onbetwiste voorman van dit illustere duo. Georgios spreek (in niet bepaald accentloos Nederlands) overtreders aan op hun werkelijk grensoverschrijdend wangedrag, en voorziet ze meteen ook standaard van een bekeuring. Zich gesteund wetend door de plaatselijke politie die, in geval van die weigering tot identificatie en het daarop volgende verbale woordenspel, subiet en met groot vertoon uitrukt om Georgios te hulp te komen door de stouterd te arresteren. Diane daarentegen fungeert geheel en al in Zijn schaduw. Als Georgios preekt, zwijgt Diane. Of, als ze zich echt niet meer kan inhouden, vult ze Hem, als een soort irritante en onderdanige echo, slechts aan.

De gehele uitzending heb ik op het puntje van mijn zetel doorgebracht, wachtend op steeds nieuwe beelden van dit Onverschrokken Onderonsje. En steeds als zendtijd ingeruimd moest worden voor acties van andere ordehandhavers, of de obligate reclame, ontspon zich een heftige discussie tussen mij en mijn geliefde over waarom Georgios steevast kiest voor ‘proces verbaal’ in plaats van ‘bekeuring’. Bekeuring is een stuk makkelijker uit te spreken, maar getuigt natuurlijk nooit van de moeizame leerweg die Georgios en Diane hebben moeten afleggen om hun nobele ambt te mogen uitvoeren. Dan klinkt ‘proces verbaal’ inderdaad beter, alsof je écht weet waarover je het hebt. Maar welk een heldhaftige moed wordt er gevraagd van mannen van het kaliber Georgios die het ambt van ‘Toezichtshandhaver’ blijken te ambiëren. Welk een moed is er nodig om de eigenaar van een hond die losloopt op een plek waar dat verboden is en na het overhandigen van een, jawel, proces verbaal òòk nog eens te vragen naar het in bezit hebben van een opruimzakje!

En dan het taalgebruik! Nu is Nederlands een enorm moeilijke taal die op scholen nog maar nauwelijks wordt onderwezen, maar Georgios weet er wel weg mee. Zonder blikken of blozen gooit hij er volzinnen uit als ‘Wist u ook wel niet dat er hier wel een aanlijnplicht van kracht was?’ Om de bekeurde handenbezitter vervolgens er fijntjes op te wijzen ‘Het is dan ook wel raadzaam om altijd een opruimzakje bij te hebben.’ Briljant!

12-07-11

maandag 29 december 2008

Moed


De Stichting Tegen Zinloos Geweld heeft volgend jaar uitgeroepen tot ‘Jaar van Moed’, omdat er, volgens de stichting, moed voor nodig is om de eigen woon-, werk- en leefomgeving op een positieve manier te veranderen. Moed is vooral nodig om het initiatief te nemen voor zo’n verandering. Nu is het in deze laatste dagen van het jaar goed gebruik om terug te kijken op het afgelopen jaar en tegelijkertijd een blik te werpen in de nabije toekomst, een toekomst die er, mede door de kredietcrisis, somber uitziet.
Dat 2008 een bewogen jaar was kan ik wel stellen. In de eerste maanden was ik nog volop bezig om beter te worden en te herstellen van de zware operaties. Ik was wel alweer enige uren per dag aan het werk, maar het lijf liet zich bepaald nog niet dwingen. Bovendien liet de verstandhouding met mijn werkgever, en diens inspanningen om me weer volledig te laten re-integreren, nogal te wensen over. Dat alles resulteerde in een situatie en een stemming die bepaald niet hielp bij mijn moeizame herstel en die uiteindelijk resulteerde in de ontbinding van mijn arbeidsovereenkomst.
Een andere gebeurtenis die me nog helder voor de geest staat is ons bezoek aan mijn schoonouders rond Hemelvaart en de daarop volgende weken van zorg om de gezondheid van mijn schoonvader. Gelukkig waren we er destijds nog net op tijd bij en wist hij miraculeus te herstellen. En wat een verschil was het om die man van toen te zien en die te vergelijken met de man die op eerste kerstdag volledig op eigen kracht bij ons in de auto stapte!
En ook aan de andere kant, mijn eigen ouders, waren en zijn er de nodige zorgen. Mijn vader die steeds verder in de mist van zijn eigen wereld verdwaald en zijn vrouw die door haar eigen gezondheidsproblemen steeds meer moeite heeft om voor hem te blijven zorgen. En ook al zijn zij en ik het op vele terreinen niet altijd eens geweest, ik heb er grote bewondering voor hoe zij zich er toch doorheen slaat.
In juli kwam de langverwachte rechtszaak. Lange tijd verwacht, en gevreesd als ik eerlijk ben, maar eindigend in een klinkende overwinning. De rechter die precies doorzag waar de schoen wrong en zich niet door de werkgever en diens loze praatjes liet intimideren. Maar met die zitting kwam ook het besef dat ik, voor het eerst in mijn leven, werkeloos zou worden. Met alle zorgen voor de toekomst en vertwijfeling die daar nu eenmaal schijnen bij te horen.
Niet lang daarna kwam het eerste lichtpuntje in de vorm van die advertentie voor Kansrijk Eigen Baas. Eigen baas worden was een idee dat al jaren door mijn hoofd speelde maar wat ik, door meerdere redenen, nooit serieus had genomen, laat staan onderzocht. Een spannende tijd volgde met afwachten, sollicitatierondes en de strijd met het UWV om uiteindelijk tòch de zo gewenste toestemming te krijgen. En dat alles lukte wonderwel, zodat ik in 2009 met een frisse start aan het traject kan beginnen.
Vlak voor de kerst kwam echter dat telefoontje. Mijn liefste belde me vanaf haar werk dat de arts die haar moeder behandelde de familie zo spoedig mogelijk wilde spreken. Of ik mee wilde. Natuurlijk wilde ik mee, en nog geen uur later was ze thuis en zaten we alweer in de auto op weg naar V., op weg naar een bericht dat er al heel lang zat aan te komen maar wat je toch nooit hoopt te horen. Maar nu was het dan zover.
De arts was heel begrijpend en heel vriendelijk, maar dat maakte de boodschap niet minder hard: mijn schoonmoeder, de moeder van mijn liefste, is na jaren op het punt gekomen dat ze feitelijk is uitbehandeld. De medische wetenschap kan niet veel meer voor haar doen dan trachten het haar, in de tijd die haar nog rest, zo aangenaam en comfortabel mogelijk te maken. En daarmee komt dan een keihard en abrupt einde aan een periode van scans, chemo- kuren en stille hoop. En de vraag die zich dan opdringt: ‘Wat nu?’. Terug naar huis was geen optie. Alhoewel zij en haar man in een woonzorgcentrum wonen, was er niet het vertrouwen dat het centrum, ondanks herhaaldelijke pogingen het tegendeel te beweren, die zorg zou kunnen bieden die in dit stadium nodig is. Daarvoor was er eenvoudigweg te veel misgegaan in de afgelopen jaren. Bovendien wilde Moeders graag naar het hospice in M., maar dan moest er natuurlijk wel plaats zijn. En, wonder boven wonder, was die plek er. De dag voor kerst kon ze al komen en werd ze er door een ambulance heen gebracht. Op eerste kerstdag hebben mijn liefste en ik haar de spulletjes van thuis gebracht die ze graag om zich heen wil hebben, en haar geholpen zich verder te installeren. Maar wat een verschil is het, als je dit hospice vergelijkt met een ziekenhuis zoals dat waar ze de laatste weken lag. Niet dat ik commentaar wil hebben op het ziekenhuis, ze hebben haar geweldig opgevangen, maar alleen al door de opzet is er een gigantisch verschil. Zo is in het hospice een heel leger van vrijwilligers 24 uur per dag bezig met het de gasten in alles naar de zin te maken. Heeft iemand zin in frietjes dan worden er frietjes geregeld, (bijna) niets is hen te gek. En ook de familie wordt bepaald niet vergeten. We waren nog niet de drempel over, bepakt en bezakt als we waren, of er stond al een vrijwilligster achter ons met koffie met wat lekkers. En ook leverde het geen enkel probleem op als we een hapje mee wilden eten, we hoefden het maar te zeggen. En alles wordt gedaan met een warmte en een liefde die je even stil maakt. Een oprecht hulde aan de medewerkers van het hospice dus, ze hebben de loodzware taak om mensen in hun laatste dagen of weken van dit leven te verzorgen en te begeleiden. Een taak die ze met liefde, grote toewijding en een glimlach dag in dag uit volbrengen!
Ondanks alle zorgen en vooruitzichten hebben mijn liefste en ik tweede kerstdag, en de dagen erna, in heerlijke harmonie doorgebracht. Ongelofelijk wat mijn liefste in de keuken toch elke keer weer weet te produceren en welke warmte ze vervolgens weer meebrengt naar de tafel en in mijn leven. Vooral bewonderenswaardig als je beseft dat ze leeft ze in het groeiende besef dat ze binnen afzienbare tijd afscheid van haar moeder zal moeten nemen, een besef dat niemand graag voelt doordringen in de realiteit van alledag. Dus belt ze dagelijks en spendeert ze zoveel mogelijk tijd met en rond haar moeder en gaan we, wat vaker dan normaal, op en neer naar V.
En nu, op de drempel van 2008 en 2009 maken we samen de balans op. We zien een jaar tegemoet met afscheid maar ook met nieuwe kansen. Een jaar met verdriet maar ook een jaar waarin we de fundering kunnen leggen voor een nieuwe periode in ons leven. Een jaar waarin het ook steeds waarschijnlijker wordt dat mijn vader niet meer thuis zal kunnen wonen en opgenomen zal moeten worden, in ieder geval tijdelijk, want ook zijn vrouw heeft ook een aantal noodzakelijke medische ingrepen op het programma in 2009. Maar met al die zorgen is er tegelijk ook het besef dat we zorgvuldig om moeten gaan met de tijd die we samen met onze geliefden nog hebben, want die tijd is pijnlijk kostbaar. Meer kostbaar en belangrijker dan welke kredietcrisis dan ook.
We zien het nieuwe jaar dus vol vertrouwen tegemoet, al beseffen we ons terdege dat het allemaal niet vanzelf zal gaan. We zullen hard moeten werken om mijn eigen bedrijf van de grond te krijgen en elkaar moeten steunen en troosten in de emotioneel zware tijden die gaan komen. Toch overheerst bij ons het positieve, het weten dat het goed is en dat komt wat komen gaat. We genieten bewust van de spaarzame momenten die we met onze geliefden en vrienden kunnen doorbrengen, en weten dat die ander er is als we het even niet meer zien zitten. En met dat gevoel van zekerheid zetten we straks de eerste schreden over de drempel van het nieuwe jaar. Ons jaar zal vooral staan in het teken van liefde, genieten van, en zorgen voor elkaar zolang het nog kan.

29-12-08

donderdag 1 mei 2008

Zelfbeschikking

Aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht vindt dat schrijver Hugo Claus ten onrechte als een moedige, een heilige, wordt neergezet, omdat de schrijver zelf zijn levenseinde bepaalde. ´Uiteindelijk getuigt de zelfverkozen dood van een gebrek aan moed, het toegeven aan lijdensangst´ zegt Eijk in een interview met de Staatscourant. Hij merkt daarbij op dat hij het juist van moed vindt getuigen als mensen hun eigen kwetsbaarheid onder ogen durven zien en ook de aantasting van hun gezondheid durven ondergaan. Eijk wijst elke vorm van actieve levensbeëindiging af omdat, in zijn woorden, ´het lichaam zijn intrinsieke waarde blijft behouden. De mens heeft zijn bestemming in God, in het eeuwige leven´.

Laat ik voorop stellen dat ik persoonlijk niet zo heel veel op heb met geloof, van welke richting, stroming of invulling dan ook. Ik ben dan wel niet opgevoed in de tradities van een bepaalde overtuiging, maar heb door een brede schoolloopbaan op verschillende Christelijke scholen, of dat Christelijk nu met een ´G´ of een ´K´ werd uitgesproken, wel genoeg meegekregen om te kunnen bepalen dat mijn overtuigingen elders lagen.
Nu heeft Eijk, vanzelfsprekend, het recht om zijn mening te verkondigen, net zoals u en ik dat hebben. Het grote verschil is echter dat Eijk niet op persoonlijk titel spreekt, maar vanuit een functie binnen een van ´s werelds grootste religieuze organisaties. Een organisatie bovendien, die al sinds eeuwen beweert ´de waarheid´ in pacht te hebben, en die bovendien ook nog eens kwistig uitstrooit over miljoenen volgelingen over de hele wereld. Helaas is daarbij het recht op zelfbeschikking van het individu ondergeschikt aan de doctrine, en juist dat recht op zelfbeschikking, het zélf kunnen bepalen waar mijn –al dan niet ethische- grenzen liggen, ligt mij bijzonder na aan het hart.
Uit persoonlijke ervaring weet ik donders goed dat er een punt in het leven kan komen dat de koek op lijkt te zijn, of dit nu aan psychische of fysieke oorzaken te wijten is. Ik heb ze beiden in ruime mate voorbij zien komen. Toch heb ik er, hoe dicht ik er ook tegenaan heb gezeten, nooit echt over nagedacht om er een einde aan te (laten) maken. Niet zozeer omdat zulks niet mocht van die ´Meneer in Rome´, maar meer omdat ik dan verloren zou hebben van het leven zelf. Voor mij zijn er in de samenstelling van dit aardse bestaan een paar regels duidelijk: je wordt geboren, je leeft en je gaat ook weer dood. Dat zijn zo´n beetje de enige regels waar iedereen op de wereld niet onderuit kan. De kunst is echter om invloed te kunnen uitoefenen op de manier waarop. En dan heb je het alleen nog over de laatste twee. Niemand kan tenslotte fysiek heel veel bepalen omtrent de omstandigheden van en rond zijn geboorte. De enige invloed die je hebt, hoe beperkt die ook zal blijken te zijn, kun je uitoefenen op de manier van leven en de manier hoe dat leven straks eindigt. En die ´zekerheden´ wil ik graag, voor zover mogelijk, in eigen hand houden.
Toen ik een twee jaar terug in het ziekenhuis lag en er twijfel was gerezen of mijn lichaam sterk genoeg zou zijn om de volgende operatie te overleven, was er bij mij geen echte twijfel. Wat er scheelde was eindelijk ontdekt en kon gerepareerd worden. Ik ben de operatie dan ook ingegaan met de vaste overtuiging dat ik het zou overleven en dat het allemaal goed zou komen. Het simpele feit dat ik hier nu zit om deze gedachten op papier te zetten, getuigt van het feit dát het ook goed is gekomen. Inmiddels ben ik ook weer klaar om de volgende uitdagingen aan te gaan die het leven op mijn pad heeft geplaatst. Uitdagingen die, eenmaal overwonnen, steevast weer gevolgd zullen worden door nieuwe. Steeds opnieuw, en slechts variërend in grootte en zwaarte.




Toch heb ik een hoop om blij mee te zijn. Elke dag ben ik trots en blij dat ik er ben, vooral dankzij de kennis en kunde van al die mensen die me hebben behandeld, én de onuitputtelijke steun en liefde van mijn dierbaren. Ik kan nog elke dag stil worden als ik me realiseer hoe gelukkig ik me mag prijzen dat er zoveel mensen zijn geweest die de tijd en de moeite hebben genomen om hun zorgen, gevoelens en vriendschap in die moeilijke tijden met ons te delen. En, ook al is het nooit echt zover gekomen, voor mij is de keuze altijd relatief eenvoudig geweest. Indien er op enig moment sprake was geweest van het feit dat ik niet meer als zelfstandig individu zou kunnen functioneren, er geen controle meer zou zijn geweest over eigen lichaam en geest, dan was dàt het moment geweest om te gaan informeren naar andere opties. Opties die ik dan, in overleg met een klein groepje dierbaren, zou hebben besproken en afgewogen. Maar de uiteindelijke beslissing zou, na zorgvuldige afweging van alle argumenten, altijd bij mij hebben gelegen. Het is een grondrecht dat ik graag houd en, mocht het ooit nog een keer zover komen, wil kunnen uitoefenen. Als mens heb je in het leven al niet zo heel veel te vertellen, hoeveel controle je ook tracht naar je toe te trekken. Er zullen altijd externe factoren zijn die roet in het eten blijven gooien. Het is mijn baken in die woelige zee om te bepalen tot hoe ver ik met die invloed kan leven. Daar mag iedereen zijn eigen mening over hebben en die nog uitspreken ook. Maar zodra voor mij het leven geen recht meer doet aan wat mij tot mens en tot dat unieke individu maakt dat ik ben, wil ik het recht hebben over een eventueel einde te kunnen beslissen. Dat is namelijk zoveel meer dan zelfbeschikking, dat heeft òòk te maken met respect, en zelfrespect in het bijzonder. Met moed, of een gebrek daaraan, heeft het hoegenaamd niets te maken.

30-04-08