Posts tonen met het label Pa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pa. Alle posts tonen

maandag 25 mei 2009

Ontkenning

Pa zat aan de gezamenlijke tafel toen we binnen kwamen. Op de tafel voor hem een bord met daarop iets dat voor nasi moest doorgaan. Er was geen hap van gegeten en hij was in druk gesprek verwikkeld met de dame naast hem.
Naast hem hurkend legde ik mijn hand op zijn schouder en zei hem gedag. Hij hoorde het niet, want zodra hij mijn hand op zijn schouder voelde draaide hij zich om en begon zijn verhaal over het eten opnieuw. Ik glimlachte naar hem, omdat ik weet dat je Pa bepaald geen plezier doet met rijst. De dame naast hem stond half op en vroeg of ik haar zoon was. Ik schudde mijn hoofd en vertelde, wijzend op Pa, dat ik zijn zoon ben. Geheel verbouwereerd bleef het even stil, Pa dacht na, om vervolgens met volledige overtuiging te zeggen: “Ik heb helemaal geen kinderen!”

Ondanks het feit dat ik in zijn ogen blijkbaar een volslagen vreemde ben, was het niet eens erg moeilijk om hem over te halen met ons een kopje koffie in de tuin te gaan drinken. Eenmaal beneden zaten we eerst in de schaduw, om even later toch maar naar de zon te verhuizen. “Ik ben namelijk een verschrikkelijke koukleum ziet u….”, en dus verhuisden we.
Patiënten met Alzheimer zijn meesters in het verhullen als ze iets niet meer weten wat ze, gezien de situatie, blijkbaar toch zouden moeten weten. Op mijn bevestiging dat ik toch echt zijn zoon ben, kwam er een glimlach om zijn lippen en begroette mij vervolgens met zijn eigen naam.
Nog geen half uurtje later gaf hij aan moe te zijn en ‘naar huis’ te willen. Alleen was ‘thuis’ opeens weer gedefinieerd aan zijn ouders. Gelukkig was het hem terugbrengen naar de afdeling ook goed, dat is tenslotte tegenwoordig òòk thuis. Op de gang troffen we dezelfde dame die een half uur gelden naast Pa aan tafel had gezeten. Er ontspon zich een geanimeerd gesprek over hoe leuk en toevallig het wel niet was om elkaar zomaar hier tegen te komen als je elkaar toch al zo héél lang niet meer hebt gezien. Dat was voor ons het moment om stilletjes te verdwijnen.

Op de weg terug naar het zuiden een telefoontje van zijn vrouw. Of ik die ochtend geweest was? Het bleek dat mijn gestalte nogal indruk had gemaakt op de afdeling, zeker als je die naast die van mijn vader ziet. Pa is minstens anderhalve kop kleiner is dan ik; mijn lengte komt van mijn beide grootvaders. Ze vertelde dat Pa inmiddels alweer in de tuin aan de volgende kop koffie en het volgende gebakje zat. Van vermoeidheid had hij geen moment gerept, elke vorm van vermoeidheid was zelfs compleet verdwenen. Op haar opmerking dat het toch lief was dat zijn zoon was langs geweest kwam de opmerking: “Henry? Nee hoor, die heb ik al maanden niet meer gezien…”

25-09-09

maandag 9 maart 2009

Nooit nie..

Sinds gisteren weet ik het zeker: ik wil nooit, ik herhaal NOOIT, worden opgesloten! Het klinkt wellicht wat dramatisch, maar toch voelde het precies zo toen ik gisteren wegreed. Pa had niet eens meer in de gaten dat ik vertrok, maar toch bloedde mijn hart hem daar achter te moeten laten.
Het ging opeens in een stroomversnelling. Ik wist dat Pa op de wachtlijst stond, maar dat het zo snel zou gaan had echt niemand verwacht. Woensdag 25 februari kon hij, vanuit de dagopvang, in plaats van naar huis door naar boven. Er was inmiddels plaats. Er had een hevige epidemie van het Noro-virus gewoed, en dan kan het ineens snel gaan.

Ik hoorde het pas een paar dagen later, toen het kwaad al was geschied zeg maar. Niet dat ik iets had kunnen stoppen, zelfs als ik het al gewild had, maar toch kwam de klap harder aan dan ik verwachtte. Het is zo’n moment van finaliteit, zo’n moment waarvan je weet dat het daarna nooit meer zo gaat zijn als vroeger. En voor Pa was dat moment aangebroken en voorbij gegaan, zonder dat hij het zich ooit nog zal beseffen.

De laatste avond thuis had hij nog in zijn stoel gezeten en aan zijn vrouw gevraagd wanneer hij nou naar huis ging. Op zich wellicht grappig, maar meer nog tekenend voor zijn werkelijke geestesgesteldheid. Ook op de vraag van zijn vrouw of hij nog wel wist wie zij was, kwam alleen een aarzelend antwoord:’Ja, ik herken je wel…maar wie je nou precies bent..?’

En nu zitten we dan middenin een nieuw rouwproces. Het is typisch zo’n tijd waarin alles tegelijk schijnt te moeten komen. Eerst het (toch nog) plotselinge overlijden van mijn schoonmoeder, vervolgens de toestand met P., en nu dit met Pa. Zijn vrouw dwarrelt onwennig en eenzaam door het huis, en vraagt zich af of ze de juiste beslissing heeft genomen door Pa op een wachtlijst te zetten. En ook al begrijp ik haar gemengde gevoelens, dit is het beste voor iedereen, en zeker voor Pa. Hoe krom en tegenstrijdig het soms ook mag voelen.

En gisteren was het dan zover dat mijn liefste en ik hem voor het eerst in zijn nieuwe onderkomen gingen bezoeken. Ik kende de instelling al van een eerder bezoek dat ik aan de dagopvang bracht. Maar hoe men ook zijn best doet om het anders te doen voorkomen, bij een deur waar ik slechts met een code uit kan, gaan mijn nekharen nu eenmaal overeind staan.
Pa zit op de derde. De afdeling is vernoemd naar een wijk of stadsdeel. De naam roept herinneringen op, maar ik heb geen tijd er aandacht aan te schenken. Ik verheug me erop om Pa weer te zien, maar zie er ook tegenop. Zal hij zich inmiddels realiseren dat er iets definitief is veranderd en dat hij nooit meer naar huis zal gaan? Of is hij alleen maar blij bezoek te krijgen? Het blijkt het laatste, gelukkig. Zodra hij me de hoek om ziet komen glijd er een brede glimlach over zijn gelaat. Als hij een paar seconden later ook mijn liefste ziet verschijnen is hij helemaal blij. Dikke zoenen en een warme omhelzing zijn haar deel, ze ondergaat ze met een glimlach.

Even later zitten we in het restaurant beneden. Wat er ook met Pa aan de hand mag zijn, zijn eetlust heeft het in ieder geval niet verstoord. Een advocaatje met slagroom en daarna een kroket vliegen er achter elkaar in. En hij glimlacht de hele tijd. Vooral als zijn vrouw een paar exemplaren van zijn model-autoverzameling tevoorschijn haalt die straks zijn nachtkastje zullen sieren. Een gesprek is niet meer echt mogelijk, daarvoor loopt er inmiddels veel te veel door elkaar heen. Maar hij is blij ons te zien en blijft dat maar herhalen. Ik zie ook weer meer veranderingen. Hij wordt steeds magerder en ook zijn haar wordt niet meer dagelijks gewassen blijkbaar. Maar ook is zijn oude charme weer terug. Naar beide dames in het gezelschap is hij bijzonder vriendelijk en voorkomend, en hij blijft maar breeduit glimlachen.

Als we hem een uurtje later weer terug naar boven brengen gaat het mis. Hij is de kluts weer helemaal kwijt. In de lift kan hij niet meer bedenken of hij die nu dient te verlaten via de spiegel of toch via de andere kant. En dan zijn er die deuren. Elke deur heeft andere code, om zo de bewoners binnen te kunnen houden. En blijkbaar werkt dat. Iedereen gaat net aan tafel als we Pa in de woonkamer achterlaten. Iemand aan tafel heeft zijn aandacht getrokken, en dat geeft ons de gelegenheid stilletjes te verdwijnen. Op de weg naar beneden kijken mijn liefste en ik elkaar aan. Veel tekst is er niet nodig om het wederzijdse gevoel te beschrijven. Het begint met ‘Please shoot me BEFORE…’

09-03-09

vrijdag 19 september 2008

Opvallende Parallellen

Door allerlei omstandigheden kwam het er pas gisteren van om naar het westen af te reizen en mijn vader weer eens op te zoeken. In mijn rugzak niet alleen mijn camera, een steeds trouwer reisgenoot op mijn omzwervingen, maar ook het mapje met foto´s van Camping ´Castel Rose´ die ik speciaal gemaakt heb om aan Pa te laten zien.
Ik tref Pa in het enige café in een klein winkelcentrum, een van Pa´s pleisterplaatsen op zijn donderdag-uitjes. Hij wordt vergezeld door zijn vrouw en door A., een vrijwilligster met engelengeduld en een groot en absoluut gouden hart. En elke keer als ik A. zie, vewonder ik me er weer over hoe toevallig het is dat juist zij weer is opgedoken. Ik had van zijn vrouw al gehoord van ene A., en hoe zeer Pa op haar gesteld was geraakt, maar ik had nooit de link gelegd. Pa had namelijk, in zijn actieve carrière, een aantal wettelijke zaken geregeld voor haar zwager die een videotheek bezat, en A. hielp regelmatig in die videotheek achter de balie. Nu, ruim twintig jaar later, is die zelfde A. dus de steun en toeverlaat van Pa, en begeleid ze hem met engelengeduld op hun gezamenlijke uitstapjes. Nu stellen die uitstapjes op zich niet zo heel veel voor, maar Pa geniet ervan en ik kan de genegenheid tussen die twee duidelijk zien en proeven. Daarnaast heb ik grote bewondering voor de warmte en het geduld waarmee ze voor Pa zorgt en de manier waarop ze met hem en zijn ziekte omgaat.

Als ik het winkelcentrum binnen loop zie ik ze net aankomen. Pa in het midden tussen zijn vrouw en A. Hij ziet er slecht uit en is duidelijk afgevallen. Bij de begroeting valt het me op dat de blik in zijn ogen steeds meer afwezig wordt, en ook wordt hij steeds negatiever. Hij heeft er de grootste moeite mee om te accepteren dat de wereld hem steeds meer door de vingers glipt en dat er steeds meer zaken voor hem bepaald en beslist worden. Hij geeft zelfs een paar keer duidelijk te kennen dat het leven voor hem op deze manier niet meer hoeft. Toch merk ik aan alles dat hij blij is om me te zien en dat ik gekomen ben. Zeker als de foto´s eenmaal op tafel liggen en hij kan afdalen in een wereld die nog wél vertrouwd en bekend is. Er komen er veel verhalen en herinneringen los, zo ook het ´Iek ferkoop wortélen!´. Dat niet alle herinneringen meer correct zijn en sommigen ronduit gemengd, doet er niet meer toe, voor even is die glans weer terug in zijn ogen die ik zo goed van hem ken. Zijn vrouw doet een kopje koffie mee, en verontschuldigd zich dan omdat ze boodschappen moet doen. Bij het weggaan neemt ze me echter even apart en vertelt dat ze de zolder aan het opruimen is en vraagt of ik belangstelling heb voor fotoalbums die uit het huis van mijn grootvader zijn gekomen. Natuurlijk heb ik belangstelling! Alhoewel ik nooit een echt familiemens ben geweest, merk ik dat, naar mate ik ouder wordt, de familiegeschiedenis (en mijn plek daarin) steeds belangrijker voor me wordt. En dan vooral van de familie aan Pa´s kant. Het feit dat ik stamhouder ben en zelf geen kinderen heb en ze ook nooit zal hebben, zal daar wellicht debet aan zijn. En zo komt het dat ik, ruim een uur later dan gepland, achter aansluit in de file naar Eindhoven. Op de achterbank een grote tas vol oude fotoboeken. Ruim twee uur duurt de reis terug naar het zuiden. In mijn achteruitkijkspiegel lonkt de tas en ik kan bijna niet wachten om de albums open te slaan en te ontdekken welke lang vergeten herinneringen erin liggen opgeslagen.

Rond half negen is het eindelijk zover. De tafel is afgeruimd en de koffie ingeschonken als het eerste boek op tafel komt. Het is rijk versierd en bevat foto´s uit de periode 1840 tot 1900. De namen en gezichten zeggen me weinig. De volgende albums zeggen echter een stuk meer. Daarin een korte stamboom die eindigt bij mijn vader, maar vooral een hoop opvallende informatie en opmerkelijke parallellen met mijn eigen leven . Opa blijkt namelijk in 1936 gelegerd geweest te zijn in V., de plaats waar mijn liefste vandaan komt en waar ik haar ook heb leren kennen. Pa heeft zijn diensttijd grotendeels doorgebracht in M., slechts 10 kilometer verderop, de plek waar mijn liefste is geboren. Maar daarbij blijft het niet. Een oom was manager bij Hoogovens, een plek waar ook ik een aantal jaren van mijn werkzame leven heb doorgebracht. Plots herinner ik me weer het schilderij dat bij Opa en Oma thuis boven de bank hing. Een afbeelding die ik nooit helemaal thuis kon brengen, tot het moment dat ik eens in een uithoek van het Hoogovens-terrein verzeild raakte en het opeens in levende lijve voor me zag. Maar dat is niet de enigste link met het staalbedrijf. Opa was destijds directeur van Mijnssen & Co, een Amsterdams ingenieursbureau aan de Keizersgracht 205, dat o.a. koelcellen heeft geleverd voor restaurants op de Hoogovens. Het naamplaatje van Mijnssen & Co heb ik weten te redden bij de sloop van zo´n restaurant en dat hangt nu aan de muur naast mijn bureau. Tot slot blijkt een andere oom ooit directeur bij Philips te zijn geweest, en laat ik nu toevallig wonen in een voormalige managerswoning van hetzelfde concern! Toeval? Ik weet het niet. In ieder geval heb ik voorlopig voldoende stof om te bestuderen en over na te denken de komende koude wintermaanden. Hoe meer ik namelijk door de albums blader, hoe meer losse feitjes weer in hun oorspronkelijke chronologie en verband terecht komen. Honderden foto´s, waarvan ik veel wel maar andere nog nooit heb gezien, zijn nu in mijn bezit, en geven veel vage herinneringen weer een datum en een context. Eén begrip springt er echter uit. Het is een afkorting die me niet loslaat en waarvan ik absoluut de herkomst en betekenis wil en moet achterhalen: ´Impampie´. De kreet doet allerlei belletjes rinkelen en heeft lichtjes ontstoken in de donkerste hoekjes van mijn geheugen, maar ik kan mijn vinger er maar niet opleggen…nòg niet.

19-09-08