Posts tonen met het label Azoren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Azoren. Alle posts tonen

maandag 15 juni 2009

Reisverslag Azoren I: Quinta do Martelo

Quinta do Martela, boerderij ‘de deurklopper’ dus. Ons eerste logeeradres op de Azoren. Het ligt verscholen in het heuvelachtige landschap van Terceira, op zo’n 25 km van het vliegveld, en nèt buiten Anga de Heroìsmo dat op de UNESCO wereld erfgoedlijst staat.
Eigenlijk is Quinta do Martelo niet eens een boerderij. Ja, er worden traditionele producten verbouwd, en op dito manier dieren gehouden, toch is het nog meer een poging om de historie en de ontwikkeling van dit deel van de wereld in stand te houden en te laten zien.

Rodrigo, de eigenaar, is er vol van. Niet alleen krijgt iedere gast bij aankomst een compleet dossier over de Quinta, hij grijpt elke gelegenheid die hij krijgt aan om kennis en geschiedenis te spuien. Over de biologisch verantwoorde landbouw die hij bedrijft, over de ontwikkeling van (boeren-)huizen op dit eiland, en hoe trots hij is op zijn project. Gelukkig voor zijn toehoorders weet hij òòk zijn eigen ‘uit-knop’ te vinden, en verontschuldigt zich uitvoerig als hij zichzelf erop betrapt ietwat door te draven.

Vlucht OR0733. Vertrek vanaf Schiphol op vrijdagochtend om kwart over zes ’s ochtends. Voor ons, woonachtig in het zuiden, betekende dat een kort nachtje. Als je geacht wordt om kwart over vier in te checken, is het slechts een kleine rekensom om erachter te komen dat we dan rond half twee dienden te vertrekken.

Met de koffers ingepakt in de gang was het slechts een kwestie van de wekker zetten en daarna voldoende koffie. Op Schiphol was P3 al zo goed als afgeladen. Toch vonden we een plekje vlak bij de uitgang, zodat we niet al te ver met de koffers hoefden te slepen. Wachtend op de shuttlebus nog snel even een sigaretje alvorens de periode van ‘verplichte onthouding’ in te gaan. Gelukkig houdt Schiphol nog een héél klein beetje rekening met verstokte rokers als wij, en zijn er zelfs rookaquariums geplaatst. Ze staan wel nergens aangekondigd en je moet er even naar zoeken, maar ze staan er wel, alle drie.

De vlucht verloopt vlekkeloos. Toch moet ik er erg aan wennen dat je tegenwoordig overal voor moet betalen. Niet het koptelefoontje van drie euro, want dat schijnt dan weer wel in de ticketprijs te zijn inbegrepen. Even na negenen lokale tijd streken we neer op Terceira, gelukkig zonder het absurde applaus dat tegenwoordig bij chartervluchten lijkt te horen. Wellicht weerklonk het niet omdat het vliegtuig slechts voor de helft gevuld was, en wellicht omdat de Azoren niet een bestemming zijn voor het standaard vakantiepubliek, maar het bleef ons gelukkig bespaard.

Zonder noemenswaardige douanefaciliteiten stonden we al snel aan de balie van Herz, met daarachter slechts één dame die ook nog eens alle formulieren handmatig moet invullen. Een andere, enigszins corpulente, dame doet buiten de overdracht van de auto’s. Nu heb ik al eerder auto’s gehuurd en ken zo langzamerhand alle trucjes wel. Toch blijft het me verbazen hoe naïef of stom men soms denkt dat je bent. De dame had een razendsnel rondje rond de auto gelopen en vroeg daarna nogal dwingend om mijn handtekening. Het feit dat ik zelf een rondje rond de auto wilde lopen en bovendien vond dat er veel meer schadekruisjes op papier moesten komen werd me niet echt in dank afgenomen.

Mijn liefste had ondertussen informatie ingewonnen over hoe we moesten rijden naar onze overnachtingsplek. Maar zodra iedereen vol overtuiging roept dat het ‘kinderlijk eenvoudig’ te vinden is, weet ik al dat ik straks hopeloos zal verdwalen. Door ervaring wijs geworden was ik van plan geweest om mijn TomTom mee te nemen, maar ook al heb ik daarop alle kaarten van West Europa, de Azoren vallen daar, volgens TomTom althans, opeens niet onder. Ze moesten zelf toegeven helemaal geen kaarten te hebben waar de Azoren überhaupt op voorkomen.
En ja, we raakten inderdaad vreselijk verdwaald. Tot we op een gegeven moment, op de parkeerplaats van het plaatselijke mortuarium, een vriendelijke joint-bouwer troffen. De man sprak niet genoeg Engels om ons de weg te wijzen, maar bood spontaan aan om ons te brengen. En gelukkig maar, op eigen houtje hadden we het nooit gevonden!

Achteraf bleek dat we bepaald niet de enigen waren die moeite hadden het juiste adres te vinden. Nog twee stellen die met dezelfde vlucht waren gekomen hadden hetzelfde probleem. Een stel was er net toen we aankwamen, het andere kwam een hele tijd na ons pas aan.

30-05-09

woensdag 27 mei 2009

Namen noemen

Politiek is show, toneel, cabaret soms. Politici zijn met de regelmaat van de klok verbijsterd of aangeslagen, terwijl iedereen met een klein beetje verstand de oorzaken van die verbijstering of dat aangeslagen zijn al van mijlenver heeft zien aankomen.

Maar afgelopen week werd er aan het scala van politieke emoties een nieuwe dimensie toegevoegd. Nadat Geert Wilders het gewaagd had om (inmiddels ex-)minister Vogelaar ‘knettergek’ te noemen, was het hek van de dam. Tweede Kamerleden buitelden over elkaar heen om Wilders voor zijn uitspraken te bekritiseren. Inmiddels, vele maanden verder, blijkt doorgedrongen dat het volk helemaal niet schrikt van een dergelijke omschrijving van een bewindspersoon , al dan niet terecht. Sterker nog, het lijkt alsof ook andere fracties de smaak te pakken hebben gekregen en raker taalgebruik niet meer schuwen. Zo noemde oud SP-leider Marijnissen minister Koenders (Ontwikkelingssamenzwering) onlangs een ‘flapdrol’.

In menige krant is de actie van Marijnissen omschreven als schoffering. Andere media maakten melding van ‘grof taalgebruik’ en ‘verloedering van de verhoudingen’. Bert Koenders speelde ondertussen de rol van klein kind en liet optekenen ‘danig van slag’ te zijn door de opmerking. Wat Koenders trouwens ook stoorde is dat, op het moment dat hij bij Marijnissen kwam vragen naar het waarom van deze karakterisering, deze hem wegwuifde onder de woorden ‘Ga de Kamer uit. Je hebt hier niets te zoeken!’

Er is natuurlijk een brede discussie te voeren of dergelijk taalgebruik passend is voor parlementariërs. Ik ben geneigd te zeggen van niet, maar politici kunnen ook overdrijven en een dergelijke rake typering is soms vervelend om te horen. Maar ik kan me tegelijkertijd ook niet aan de indruk onttrekken dat Marijnissen en de zijnen inmiddels gezien hebben dat dergelijk taalgebruik Wilders bepaald geen windeieren legt, en ze nu proberen mee te eten uit diezelfde ruif met het oog op de komende verkiezingen. En dat maakt een dergelijke uitspraak dan weer extra discutabel.

Door het voortdurend gerommel en geruzie in het kabinet, het feit dat een vice-premier zijn baas openlijk afvalt en met grote regelmaat precies het tegenovergestelde beweert van wat hij de kiezer eerder heeft proberen wijs te maken, heeft ervoor gezorgd dat de huidige regering zich bepaald niet kan verheugen in een grote populariteit onder kiezers. Niet van hun eigen achterban en al helemaal niet in die van de kiezer die het hele politieke zooitje allang zat is. Dat politici, rekening houdend met een naderend moment waarbij de kiezer genadeloos met hem of haar kan afrekenen, vervolgens door hun taalgebruik proberen kiezers terug te winnen is bedroevend. Want de kiezer kijkt verder dan dat, hoe zeer sommigen het ook met bovengenoemde omschrijvingen eens mochten zijn. Het gaat dan namelijk niet meer om de inhoud, het beleid van de betreffende politicus, maar louter om de vorm. De weldenkende kiezer, en daar ben ik van overtuigd, zal in het stemhokje doorgaans toch een hele regeerperiode in zijn overwegingen meenemen en niet slechts hoe inventief of kleurrijk iemand zich kan uitdrukken over een collega.

Ikzelf heb in mijn vorige levens ook meerdere benamingen te horen gekregen die niet allemaal even vleiend waren. Een deel ervan was gebaseerd om mijn forse postuur, mijn lichaamsbeharing of mijn lengte. Een ander deel op de gevoelens die betrokkene op het moment van de uitspraken voor mij had. Maar ook al was niet elke omschrijving even vleiend, ik kan me niet herinneren er ooit ernstig ‘van slag’ van te zijn geweest. Het hoort er namelijk allemaal gewoon bij.

Mocht u mij trouwens de komende weken onverhoopt missen, ik ben dan aan het genieten van een vakantie op een aantal eilanden van de Azoren. Ik hoop de komende weken dan ook vooral door te brengen met liggen op het strand, het af en toe proeven van de plaatselijke cultuur, en het meermalen per dag proeven van de plaatselijke cuisine. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die dergelijk gedrag zullen omschrijven als ‘lui’, maar mijn liefste en ik noemen het ‘welverdiend’!

27-05-09