Posts tonen met het label Asperger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Asperger. Alle posts tonen

vrijdag 4 februari 2011

In welke ‘port’ is mijn brain wel welkom?

Als ik ergens binnen kom, weet men dat ik er ben. Ik weet dat ik niet de beste people skills bezit. Ik observeer, luister, denk en combineer liever dan over koetjes en kalfjes te praten. Mijn gedachten gaan ‘a mile a minute’, maar niet noodzakelijkerwijs in één rechte lijn. Ik zie patronen en verbindingen waar anderen die niet zien, en kom vaak met oplossingen die creatief en vooruitstrevend zijn. Ze worden echter maar zelden geaccepteerd, omdat ze vaak tè creatief en tè vooruitstrevend zijn.

Voor werkgevers ben ik ‘lastig te managen’. Ik heb niet de behoefte om carrière te maken, ik wil gewoon kunnen doen wat ik leuk vind en waar ik goed in ben. Dat houdt overigens geenszins in dat ik niet ambitieus ben. Ik wil graag mijn steentje bijdragen, en ben ook niet te beroerd om daarvoor mijn handen uit de mouwen te steken. Maar omdat ik geen HBO of universitaire opleiding heb voltooid, is het lastig aan te tonen wat ik allemaal kan.

Mijn wereld zie ik als een vloeiend, bewegelijk geheel, één geheel. Alles is met elkaar verbonden, en elke actie heeft ergens anders een reactie tot gevolg. Ik heb geen laboratorium nodig om de gevolgen van een besluit te voorspellen, ik hoef alleen de film in mijn hoofd maar vooruit te spoelen om te zien wat het gevolg zal zijn. Maar wie gelooft dat? Een nog niet bestaand product hoef ik niet vast te houden om er iets over te kunnen zeggen. Ik kan het in mijn hoofd construeren alsof het al bestaat. Vervolgens kan ik het, simpelweg door mijn focus aan te passen, manipuleren zoals ik wil. Ik kan het aanraken, vanuit elk gewenst standpunt bekijken, of er zelfs middenin gaan staan.

In het verleden is vaak geprobeerd om mij in één hokje te plaatsen, maar tot op heden is dat nog niemand echt gelukt. Geen enkel hokje is groot, of divers, genoeg. Men kiest dan al gauw voor het hokje ‘lastig’, dan is men er maar vanaf. Ik leef voortdurend met het gevoel dat ik in een supersnelle sportwagen zit, maar de handrem mag er niet af. Ik sukkel dus met een slakkengangetje over de snelweg, zie de wereld om me heen vastlopen, maar ik mag er niets van zeggen, noch van vinden. Ik heb er immers niet voor gestudeerd.

Noem mij autistisch, noem mij Asperger, noem mij hoogbegaafd. Noem mij hoogsensitief, Extra Intelligent, lastig, eigenwijs of dwars. Ik heb alle benamingen en etiketjes als meerdere keren voorbij zien komen. Feit blijft dat ik een mens ben, met alle emoties en gevoelens die daarbij horen, maar dat ik nergens thuis hoor. Ik pas niet in veel van de bestaande bedrijfsstructuren, omdat die mij niet uitdagen, en ik bovendien ruimte nodig heb om te kunnen bewegen. Ik moet kunnen lopen als ik denk, en ik presteer ook al niet op commando. Toch werk ik harder dan menig andere medewerker, maar dat is minder zichtbaar. Ik heb geen hoge stapel dossiers op mijn bureau, en mijn toegevoegde waarde is daarom lastig te meten met de standaard methoden en systemen.

Na twee decennia doodongelukkig te zijn geweest binnen de standaard werkstructuren, ben ik ruim een jaar geleden voor mezelf begonnen. De economische crisis heeft er echter voor gezorgd dat het allemaal (nog) niet goed van de grond is gekomen, maar ik ben gelukkiger dan ooit. Toch loop ik elke dag tegen dezelfde starre vooroordelen aan: ik ben te slim, kan te veel verschillende dingen, en denk te snel. Bovendien leer ik op een totaal andere manier, en dus heb ik geen diploma’s die van belang zijn. Dat alles is ook nog eens verpakt in een groot en onhandig lijf waaraan, vooral aan de sociale kant, er een paar schakels ontbreken. Toch maakt dat mij geen slecht of onvolledig mens, ik ben slechts een ander soort mens.

Het meest trieste is dat ik niet de enige ben. Er zijn tallozen die, net als ik, elke dag vechten om zich staande te houden in een hen vreemde wereld. Met z’n allen vormen wij een enorm potentieel, dat zo voor het plukken ligt. Je moet de onbegrensde mogelijkheden alleen maar willen en durven zien. Dat vergt op zich niet eens zo heel veel aanpassing, het vergt alleen het los durven laten van de traditionele definitie van intelligentie, mogelijkheden en talent. Dan ligt er een ongekende bron aan ‘quirky brainpower’ voor het oprapen dat begrippen als vooruitgang en innovatie een volledig nieuwe inhoud kan geven.

04-02-11

maandag 1 november 2010

Krom

Volgens de definitie is taal het stelsel van klanken, letters, woorden en grammatica dat mensen gebruiken om met elkaar te communiceren. De taal die mensen onderling met elkaar spreken is daarmee een levend en dynamisch gegeven, waaraan steeds nieuwe woorden en begrippen worden toegevoegd al naar gelang daar de behoefte aan ontstaat.

Deze nieuwe woorden zijn niet altijd correct, maar blijven toch bestaan, ook al weet iedereen dat ze niet kloppen. Een voorbeeld daarvan is het woord ‘indiaan’. Dat hebben we te danken aan Columbus, die probeerde een andere route naar Azië te vinden. Toen hij landde in wat we nu Amerika noemen beschreef hij, denkend dat hij héél ergens anders was, de plaatselijke bevolking als indianen. De term is sindsdien een heel eigen leven gaan leiden, en mensen die zodanig worden aangemerkt hoeven tegenwoordig geen enkele link met het oorspronkelijke land te hebben. Integendeel zelfs.

Andere woorden worden vrij stelselmatig verkeerd gebruikt. Veelvoorkomende voorbeelden daarvan zijn woorden als hypotheeknemer en hypotheekgever. Desgevraagd zullen de meeste mensen zichzelf als hypotheeknemer omschrijven en de bank als hypotheekgever, maar de waarheid is precies andersom. De hypotheeknemer is de geldgever, en de hypotheekgever is juist de geldnemer.

Opvallend is het ook, als opeens blijkt dat er situaties zijn waar de taal juist helemaal geen woorden voor kent. Als je beide ouders komen te overlijden ben je een wees. Als je bent getrouwd en je partner ontvalt je, ben je weduwe of weduwnaar. Voor ouders die een kind hebben verloren, zo’n beetje het ergste wat je als mens kunt overkomen, blijf het echter bij de omschrijving ‘ouders die hun kind hebben verloren’. Ik vind dat vreemd.

Bij mensen met het syndroom van Asperger, wordt gesproken van een pervasieve (=diep doordringende) ontwikkelingsstoornis gesproken, terwijl er geen sprake is van een hersenbeschadiging. Het wordt dus een stoornis genoemd omdat iemand anders in elkaar steekt, en anders op de wereld reageert, dan anderen.

Eenzelfde soort gedrag krijg je volgens mij ook te zien als je een willekeurige ‘indiaan’ vanuit de binnenlanden transplanteert naar een grote stad of, precies tegenovergesteld, een westerling neerzet tussen een meer traditioneel levende stam. Het tenenkrommende resultaat daarvan kunnen we wekelijks zien in programma’s als ‘Groeten uit de Rimboe’. Een titel die, op zich al, een classificatie geeft over hoe er over die traditionele volken, en hun leefgebied, wordt gedacht. Bovendien beschikken de ondertitelaars blijkbaar zelf ook over de nodige vooroordelen, want ik kwam in een trailer het volgende tegen. Een van de stamleden verbaasde zich over de kleine gestalte van de westerling die in hun midden was geplant. Hij sprak zijn verbazing uit, welke werd vertaald met ‘Wat heb ik nu aan mijn speer hangen?’. Ik kan me natuurlijk ernstig vergissen, maar ik vermoed dat de oorspronkelijk gebruikte beeldspraak, als het al een beeldspraak was, een stuk bloemrijker en ‘lokaal gekleurd’ was dan ‘Wat heb ik nu aan mijn speer hangen?’
01-11-10