maandag 22 november 2010

Geluk

Een in het geheel niet representatieve steekproef onder de vele wervende mails en LinkedIn berichten vol goedbedoelde adviezen van de afgelopen week heeft het aangetoond: het hoogste doel tegenwoordig is te streven naar authenticiteit en een voortdurend gevoel van geluk. En we moeten vooral samen gelukkig zijn.

Tijdens ‘Eindhoven in dialoog’ werd de vraag gesteld hoe mijn ‘Stad van de toekomst’ eruit zou zien. Uit de antwoorden van de overige deelnemers maakte ik op dat ze vooral gelukkig werden van begrippen als groen, samen, sociaal en verantwoord. Allemaal vreselijk PC, maar ik kreeg er onbedaarlijke jeuk van.

Wikipedia zegt over geluk: ‘Geluk (of gelukkig zijn) kan gedefinieerd worden als het tevreden zijn met de huidige levensomstandigheden of met het leven zoals zich dat nu presenteert. Hierbij kunnen er diverse positieve emoties aanwezig zijn, zoals vreugde, vredigheid, ontspannenheid en vrolijkheid.’
Opmerkelijk is wel dat er aan wordt toegevoegd: ‘Onderzoek duidt er op dat geluk voor ongeveer de helft erfelijk bepaald is. De rest van de verschillen wordt veroorzaakt door invloeden uit de omgeving.’

In de Oosterse filosofie wordt het ultieme geluk pas bereikt na het loslaten van verlangen en het afstand doen van alle aardse bezittingen en pleziertjes. Maar, alhoewel ik uit eigen ervaring weet dat we veel van de spullen om ons heen best kunnen missen, word ik van een al te karig bestaan ook bepaald niet gelukkiger. Zeker niet als ik daarbij ook nog moet gaan mediteren.

Geluk zit voor mij in heel andere dingen. En daarbij gaat het voornamelijk om kwaliteit en niet zozeer om kwantiteit. Zo kan ik intens gelukkig worden van een goed diner met vrienden of een totaal onverwachte ontmoeting. Ik kan volmaakt tevreden huiswaarts keren als ik een goed gesprek heb gehad, ongeacht of dat gesprek nu daadwerkelijk resultaat heef opgeleverd. Geluk zit hem voor mij ook in gegrilde kip, knapperig vers brood, een goed boek, een film die me raakt, of in het simpele feit dat het licht aangaat als ik de schakelaar omzet.

In mijn leven heb ik meerdere en langdurige periodes gekend waarin ik, soms letterlijk, moest knokken om mijn hoofd boven water te houden en te overleven. Periodes ook, waarin ik niets meer had dan de kleren die ik op dat moment droeg. Ik ben al die perioden te boven gekomen door te (leren) geloven in mezelf, mijn eigen kracht en mijn vermogen om zelfs de grootste tegenslag te overwinnen. Ook al vertelde de omgeving me vaak dat ik het vreselijk mis had en het niet zou redden. Toch heb ik dat alles overleefd, en ben ik gekomen waar ik nu ben. Is dat dan geluk?

Voor mij is geluk te vinden in kleine en alledaagse dingen. Het zit allang niet meer in wereldwijd succes, die grotere auto of die dikbetaalde baan. Geluk zit hem veel meer in een spontane glimlach van de voorbijganger op straat, de kleurverandering van de blaadjes in het bos, ’s ochtends wakker worden in een witte wereld, een nieuw verworven inzicht, en die spontane verwarring op een gezicht als je spontaan de deur voor iemand opent. In een weekend weg met mijn geliefde, maar net zo goed in het deelgenoot zijn van het succes van anderen. In mensen die zichzelf hebben overstegen en, against all odds, datgene voor elkaar hebben gekregen waarvan ze altijd droomden.

Natuurlijk zijn er ook in mijn leven een aantal zaken die ik graag anders zou zien. Maar wat ik ook probeer, de wereld weigert zich nog steeds (volkomen onbegrijpelijk overigens) om zich te schikken naar wat ik nu eigenlijk wil. Ik moet dus, net als iedereen, keihard blijven knokken voor elke stap voorwaarts of opzij. Dat het mij daarvoor ter beschikking staande gereedschap soms anders is dan men vaak denkt, maakt het behaalde resultaat alleen maar zoeter.

22-11-10

maandag 8 november 2010

Geloofwaardigheid

Dr. Phil onderstreept zijn geloofwaardigheid altijd door te herhalen dat hij zijn vak al meer dan dertig jaar uitvoert. Dat blijkt zijn kijkers ervan te moeten overtuigen dat de man precies weet wat er aan de hand is en hoe je dat weer kunt oplossen. Peter R. de Vries hoorde ik bij DWDD een tijdje geleden precies hetzelfde beweren. Ook hij steeg daarmee bepaald niet in mijn achting.

Het woordenboek omschrijft geloofwaardigheid als ‘geloof, vertrouwen verdienend’. Helaas staat er dan weer niet bij hoe je zoiets moet aanpakken. Want hoe kom je in hemelsnaam geloofwaardig over? Hoe kun je een ander, zonder daarbij excessief geweld te gebruiken, ervan doordringen dat diegene juist jou moet kiezen uit al die concurrenten?

Een deel van de oplossing schuilt in het voldoen aan verwachtingen. Verwachtingen die de ander heeft van en het soort werk wat je doet, en de soort persoonlijkheid die daar dan bij hoort. Daarbij horen, haast vanzelfsprekend, ook een hele rits aan ver- of vooronderstellingen, bijvoorbeeld op het gebied van kleding, en zelfs in welk soort auto je jezelf verplaatst. Zo komt een schilder een stuk geloofwaardiger over als hij in een busje of bestelauto komt voorrijden en zich in een overall vol verfvlekken komt melden voor een klus. Een geheel ander verhaal dient zich aan als hij in een vette BMW aan komt scheuren en zich in driedelig grijs presenteert.

Diep in ons hart weten we allemaal dat dergelijke vooronderstellingen het leven wat makkelijker maken, maar dat het slechts een dun vernislaagje betreft. Iemands uiterlijke verschijning zegt immers niets over diens vakbekwaamheid en vermogen om de klus tot een goed en bevredigend einde te brengen. Daarvoor moet je kijken naar eerdere prestaties en eventuele referenties, en op basis daarvan vertrouwen op een goede afloop.

Een tijd geleden werd ik op een bijeenkomst aangesproken door een jongedame die mij, redelijk hautain, vroeg waar ik mij zoal mee bezig hield. Ik vertelde haar dat ik teksten schrijf, waarop zijn me haast verordonneerde om reeds de volgende ochtend vroeg haar mailbox te vullen met enkele proeven van mijn bekwaamheid, daar zij toevallig net bezig was een selectie te maken uit enkele tekstschrijvers voor een ‘uiterst interessante klus’. Ik kan me niet herinneren die avond erg veel te hebben gedronken, maar op de een of andere manier is het me ‘spontaan ontschoten’ om aan haar zo korte en duidelijke verzoek te voldoen. Vertrouwen werkt tenslotte twee kanten op, en het enige vertouwen dat ik na dat korte gesprekje kon opbrengen was in het feit dat zij en ik, binnen de kortste keren, vreselijke ruzie zouden krijgen.

Ik weet niet of ik altijd even geloofwaardig op anderen overkom. Ik ben daar ook nooit zo mee bezig. Ik weet dat ik mijn vak in redelijke mate beheers, en kan dat ook behoorlijk goed overbrengen. Maar voldoen aan het beeld van een succesvol tekstschrijver zal me wel nooit lukken, want daar heeft men wel heel uiteenlopende ideeën over. Die ideeën lopen van uitermate zakelijk, tot een dermate ultieme excentriciteit die zelfs mij te ver gaat. Ik blijf dus maar gewoon zo dicht mogelijk bij mezelf. Alleen dan kan ik laten zien wie ik ben en wat ik allemaal in huis heb. Dat een ander er moeite mee heeft mijn vele talenten met elkaar te combineren, kan ik alleen maar wegnemen als die ander bereid is zijn eigen vooroordelen kritisch te bekijken.

08-11-10