dinsdag 20 oktober 2009

Doorstroomsnelheid

Het plan van de Amsterdamse PvdA-wethouder Hans Gerson om de maximumsnelheid binnen de ring te verlagen tot 30 km per uur is niet bepaald in goede aarde gevallen. Zo briest de VVD-er Robert Flos dat de gemiddelde snelheid nu al op vijftien of zestien kilometer per uur ligt, waardoor je net zo goed met paard en wagen door de stad zou kunnen. Hij ziet het plan dan ook als een linkse poging om de auto weg te pesten uit de Amsterdamse binnenstad.

Toch kan ik er niet heen om het feit dat ik steeds meer positieve mogelijkheden zie als dit plan doorgaat. Het Amsterdamse college moet alleen leren samenwerken. Bovendien lost het niet alleen een hoop problemen op voor de gemiddelde Amsterdammer, het lost ook een aantal problemen op elders in het land.

Een voorbeeldje:
Stelt u zich eens voor dat we het hele gebied binnen de ring van Amsterdam nu eens als Nationaal Park en natuurgebied zouden verklaren. Dan is er in één klap voldoende ‘natuur’ gecompenseerd zodat die Zeeuwse polder gewoon polder kan blijven. Door de strenge regels die er in ons land aan natuurgebieden gesteld worden is het dan òòk in één klap voorbij met het ongecontroleerde gebouw en gebreek in de hoofdstad. Als vervolgens al het gemotoriseerde verkeer wordt vervangen door paarden, of voertuigen die worden voortgetrokken door paarden, is daar niet alleen de luchtkwaliteit enorm mee geholpen, maar is òòk het parkeerprobleem ineens voorgoed verleden tijd.

Stelt u zich eens een dagje voor in Amsterdam, waarbij u niet continu van de sokken wordt gereden door taxi’s, pizzabezorgers en koeriersbusjes. De weldadige stilte van de stad wordt slechts af en toe verstoord door het geluid van kerkklokken en de oproep tot gebed van de vele moskeeën. Ik wed dat een overgoot deel van de gebedsgangers aan die godshuizen zich opeens òòk een stuk beter zouden thuis voelen in dit landje als ze op een ezel of paard naar hun moskee kunnen; dat waren ze immer in hun thuisland ook al zo gewend.

De bevoorrading van de stad hoeft ook geen gevaar te lopen, want een paar decennia geleden werd alles met paard en wagen geregeld. Het lijkt even een stap terug, maar dat is een kwestie van wennen. Bovendien is door het ontbreken van bouwputten en overige opstoppingen de doorstroming gegarandeerd. En op de grachten kunnen, bij het ontbreken van geparkeerde auto’s, zelfs twee rijtuigen elkaar moeiteloos passeren.

Het enige nadeel voor de stad is het wegvallen van een enorme klap inkomsten voor de stad. Inkomsten die nu vooral komen uit parkeergelden en verkeersboetes. Deze gederfde inkomens zou de stad voor een groot deel kunnen compenseren door zelf paarden te gaan fokken. Met de handel daarin kan een groot deel van die inkomsten worden opgevangen. De rest van de overtollige gemeenteambtenaren kan dan aan het werk worden gezet op de bok, het uitmesten van de stallen of het opruimen van de paardenmest die her en der het aangezicht van de stad vervuild.
Qua toerisme zal het de stad ook bepaald geen windeieren leggen, en qua promotie liggen de kansen ook al voor het oprapen. Welke wereldstad kan tenslotte claimen dat ze één groot natuurpark zijn? En waar vind je nog zulke schone en eerlijke luchten? Vergeet niet dat het die schone luchten zijn die ons land ooit zo’n grote bekendheid hebben gegeven.

Wellicht het grootste voordeel van dit plan is wellicht de enorme daling van de hoofdstede-lijke criminaliteit. Want welke crimineel haalt het in zijn hoofd om een ramkraak te proberen met paard en wagen? Vluchten na een misdrijf te paard is ook geen optie, want de paarden van de politie zijn toch sneller! En voor diegene die dergelijke logica niet begrijpt: je kunt een paard namelijk niet opvoeren, noch voorzien van enige blindering waarbij het voor buitenstaanders onmogelijk is om waar te nemen wie er op het paard rijdt. Criminelen zullen zich dus wel twee keer bedenken alvorens ze hun slag in Amsterdam denken te kunnen slaan!

Ik geef toe dat het, als je er even over nadenkt, een gewaagd plan is. Maar al met al heeft het vele voordelen en maar erg weinig nadelen, en ik zou de Amsterdamse burgervader dan ook op willen roepen dit plan te steunen en zo spoedig mogelijk in te voeren. De rest van het land kijkt gespannen toe.

20-10-09

maandag 19 oktober 2009

Lang Leven

Voor wie de wetenschappelijke ontwikkelingen een beetje volgt is het duidelijk: onze kinderen of kleinkinderen zullen in staat zijn om de onwaarschijnlijke leeftijd van 150 te bereiken. Op zich ben ik een groot voorstander van het vergroten van wetenschappelijke kennis -zonder die vooruitgang was ik er zelf allang niet meer geweest- maar bij mij rijst de vraag of zo oud worden eigenlijk wel zo leuk of wenselijk is.

Als kleine kinderen willen we feitelijk maar één ding: zo snel mogelijk oud worden. Niet dat we ons verheugen op een leven vol gebreken en kwaaltjes, maar simpelweg omdat er dan niemand is die ons vertelt wanneer we wat moeten doen. Kortom, we willen zo snel mogelijk zelfstandig zijn en onze eigen beslissingen nemen.
Als we eenmaal de drempel van de volwassenheid zijn overgestoken, blijkt het ook aan de andere kant niet allemaal rozengeur en maneschijn. Met keuzevrijheid komt namelijk ook verantwoordelijkheid en verplichting, en daar hebben we doorgaans wat minder zin in.

Sinds 1950 is de levensverwachting van zowel mannen als vrouwen alweer enorm toegenomen. Was de gemiddelde levensverwachting zo vlak na de oorlog voor mannen en vrouwen nog respectievelijk 70.3 en 72.6 jaar, in 2007 liggen die cijfers al op 78 en 82.3 jaar, waarbij valt aan te tekenen dat ondergetekende en zijn liefste deze cijfers hoogstwaarschijn-lijk niet gaan halen gezien hun levensstijl. Maar beiden zijn er redelijk van overtuigd dat dat ook bepaald niet hoeft.
Want lang leven is in principe best leuk, maar als ik af ga op de wetenschappers moet ik, om een dergelijke hoge leeftijd te bereiken, niet alleen een hoop enge dingen doen zoals ‘gezond eten’ en ‘veel bewegen’, ik moet er ook een heleboel voor laten. Daarbij ben ik er alles behalve van overtuigd dat ik een dergelijke leeftijd zou kunnen bereiken in een fysieke staat die het nog enigszins de moeite waard maakt. Want wat levert het mij op als ik 150 wordt, maar de laatste 50 jaar leef in een situatie waarbij mijn fysieke wereldje niet veel groter is dan de paar vierkante meters van mijn bejaardenflatje?

Call me crazy, maar ik ben ervan overtuigd dat bepaalde zaken nu eenmaal gebeuren omdat het nu eenmaal beter is zo. Dat geldt niet alleen voor begrippen als ‘karma’, maar net zo goed voor het ouder worden. Als ik me nu soms al een dinosauriër voel, en dan nog eentje die nog net niet is uitgestorven, hoe is dat dan over pakweg 110 jaar? Ik geloof er namelijk helemaal niets van dat als de technieken en veranderingen nu al zo snel komen en gaan dat ik het nauwelijks kan bijbenen, dat over de komende eeuw langzamer zal gaan. En waarom zou het ook? Ik ben ervan overtuigd dat zowel de 20e als de 21e eeuw tijdvakken zullen blijken te zijn waarin grote stappen voorwaarts zijn gezet. Op de meeste vlakken dan, want als ik de protestborden zag bij het bezoek van Wilders aan Groot Brittannië, dan leek het wel alsof er weer geprotesteerd werd tegen de enorme snelheid van de trekschuit en de paardentram.

Een ander punt waarmee de vraag samenhangt of ik überhaupt wel zo oud zou willen worden, is die van de overlevingsdrang (of het sterftecijfer zo u wilt) van mijn directe omgeving. Ik kan wel een paar mensen noemen die mijn leven tot op heden op verschillende manieren hebben trachten te verzieken, waardoor het leven een stuk leuker zou kunnen worden als zij er niet meer zouden zijn. Aan de andere kant ben ik op mijn 43e al veel te veel mensen verloren die wat mij betreft nog best een heel aantal decennia langer hadden mogen blijven leven. Mensen bij wie ik af en toe nog best wel eens te rade zou willen gaan maar ook mensen die, simpelweg door er te zijn, de wereld nèt een klein stukje mooier hebben gemaakt. En wellicht zit hem daar voor mij de crux. Wat heeft het leven voor zin als er niemand meer is om je hoogtepunten en je dieptepunten mee te delen? Als iedereen waarom je ooit hebt gegeven is overgestoken om nooit meer terug te keren? Moet je dan maar stoïcijns door blijven leven omdat het kan?

Ik denk dat ik, vooralsnog, de stelling maar aan blijf hangen dat er ergens wel vaststaat wanneer mijn tijd is gekomen. Of dit nu in het Grote Boek boven is opgeschreven, of louter bepaald wordt door de keuzes die ik maak en heb gemaakt. Wellicht is het ook een functie van geluk of domme pech als ik onverhoopt toch de negentig ga halen. Als ik naar de generatie van mijn grootouders kijk zou het namelijk zomaar kunnen, maar zelf geloof ik er niet zo in, al ben ik er eigenwijs genoeg voor om de wetten van redelijk en logica op een dergelijke wijze te tarten.

Een geruststellende gedachte tot slot: ALS de klimaatterreur en milieufanatici onverhoopt tòch gelijk zouden hebben is bovenstaande discussie toch al helemaal niet van belang. Dan zijn we met z’n allen al ver voordat het zover is verdronken of aan de griep of een andere enge ziekte bezweken. Als ze ongelijk hebben lopen we bovendien ook nog eens de kans op een nieuwe ijstijd, en dat is ook al niet bijster bevorderlijk voor een onbezorgde oude dag. Daarom lijkt mij de beste houding nog steeds een te zijn van ‘Ik zie wel…’

19-10-09