woensdag 3 december 2008

De zoektocht naar A. de Witte

Ik hou wel van een beetje mysterie. En dat mysterie vond ik achterop een schilderij dat recent in mijn bezit kwam. Op de achterkant stond namelijk de volgende tekst: : ‘La Maison des Brasseurs à Anvers (17me siècle) d’apres un tableau de Henri de Braeckeleer (1840-1880) par A. de Witte’. Vertaald is dat: ‘(Interieur van) Brouwershuis te Antwerpen (17e eeuw) naar een schilderij van Henri de Braekeleer (1840-1880) door A. de Witte’.

Nu ben ik absoluut geen kunstkenner, maar het schilderij, olieverf op een paneel, spreek me erg aan. Het interieur is helaas wat aan de donkere kant, maar bepaald uitnodigend om er zomaar binnen te stappen. Ondanks dat mijn liefste het omschrijft als ‘te religieus’.

Maar wat doe je als je over een schilderij of een schilder iets meer wilt weten? Je duikt het internet op. De zoekterm ‘A. de Witte’ levert ruim 12.00 hits op, maar weinig die ook maar enigszins in de richting komen. En ik weet nog niet eens waar de voorletter A. voor staat. De connectie met België brengt me weer een stapje verder. De schrijver van een boekje over munten? Lijkt me onwaarschijnlijk, maar dan kom ik via een link naar een boekwinkel terecht in de wereld van de schilders. Er blijkt in Luik een schilder geweest te zijn die luisterde naar de naam Adrien de Witte (1850-1935). Daarmee wordt het zoeken meteen een stuk gemakkelijker, al blijft de te vinden informatie schaars. Maar met wat meer gegevens over de naam van de, potentiële, schilder van mijn schilderij, begint Google wat meer aanknopingspunten uit te braken. Ook kom ik nu afbeeldingen tegen van schilderijen van de man en, na wat dieper graven, zelfs bijgaand portret. Maar daar droogt de informatie al snel op. Als ik de schilderijen die ik heb gezien vergelijk met het mijne, zie ik duidelijke overeenkomsten, maar er is alvast één groot nadeel. Alle overige schilderijen zijn voluit gesigneerd en voorzien van een jaartal. Op mijn schilderij staat slechts een monogram zonder datum: de letter ‘W’ in een cirkel. Ook een zoektocht op internet levert weinig aanknopingspunten op, en ik besluit het op een andere manier te proberen.

De volgende dag brengt me naar het Van Abbe Museum. Weliswaar vooral gespecialiseerd in moderne kunst, maar ook in het bezit van een grote bibliotheek vol kunstboeken, die bovendien nog eens gratis toegankelijk te raadplegen is. Een vriendelijke dame bij de ingang verwijst me bij binnenkomst door naar beneden. Daar zit iemand die me verder kan helpen met alle vragen die ik maar mocht hebben. Ik daal de trap af en vind de meneer druk typend achter zijn computer. Hij legt me uit hoe ik zelf in hun systeem kan zoeken en me vooral tot hem te wenden als ik iets niet begrijp of een boek nodig heb dat in het magazijn ligt. De computer levert hier welgeteld één vermelding op: het boekje ‘Monographieen over Belgische Kunst’ door Charles Dechevalier uit 1949. Met de juiste codes in de hand is het boekje snel gevonden en ligt het op de leestafel voor me en begin ik te lezen. Mijn eerste stappen in het leven van een reeds lang geleden overleden, zo goed als vergeten en miskende Meester.

03-12-08

vrijdag 28 november 2008

Geluidsoverlast

In de wijk waar ik woon staan een aantal panden die door de eigenaar gesplitst zijn en vervolgens voor kamerbewoning verhuurd worden. Het naast ons gelegen pand voldoet aan die beschrijving en wordt momenteel bewoond door drie jonge mannen. Op zich niets mis mee, maar we hebben al maanden last van geluidsoverlast in de vorm van een vrijwel continue gebonk van hun muziek.
Nu ben ik opgevoed met de gedachte dat je dit soort zaken bespreekbaar moet maken, dus heb ik inmiddels al meerdere keren bij de heren op de stoep gestaan om aan te geven dat het iets te gortig was, of om te verzoeken de muziek uit te zetten om ons de gelegenheid te geven een oogje dicht te kunnen doen. Dat laatste geval was overigens pas rond middernacht.

Over het algemeen beschouw ik mezelf als een alleszins redelijk mens. Ik ben ook jong geweest, en dat is nog niet eens zo lang geleden dat ik het me niet meer kan herinneren, en kan ik over het algemeen best begrip opbrengen voor feestjes en het feit dat je de muziek af en toe eens keihard zet bij een goed nummer om vervolgens ook nog eens keihard mee te zingen. Ikzelf doe dat liever niet, want ik bezit bovendien voldoende zelfkennis om te weten dat mijn eigen zangstem zeker in de categorie ‘geluidsoverlast’ zou vallen. Nu mag ik gráág zingen, maar dat beperk ik nu dan maar tot die momenten dat ik mijn bolide achteraan de file moet aansluiten en er weinig beweging in het geheel te bespeuren valt. Op die momenten gaat de stereo graag dan wat harder en kan ik ongegeneerd zitten meebrullen. En dat laatste mag redelijk letterlijk worden genomen overigens. Ik heb zelfs een speciale cd in de auto waarbij dat meebrullen uitermate goed gaat en ik zou, alleen daarom al, bijna vrijwillig de file opzoeken. Vooral ook om de reactie van medeweggebruikers die de meest vreemde gezichten trekken zodra ze me zo bezig zien. Het schijnt best een apart gezicht te zijn om een boom van een kerel zo gepassioneerd mee te zien brullen, tenminste als ik op de reacties mag afgaan. Maar op zulke momenten kan ik daar bepaald niet wakker van liggen.

Anders wordt het op momenten zoals gisteravond. Ik kwam rond 23.00 thuis na een rumoerige vergadering en trof mijn liefste aan in een staat die deed vermoeden dat ze werkelijk aan het eind van haar latijn was. Want wat was het geval? Vlak na mijn vertrek een paar uur eerder was de volumeknop bij de buren open gedraaid en werd ze gebombardeerd door een constant gedreun door de muur. Nu is moderne house-achtige muziek al niet echt aan ons besteed, maar het nadeel van muziek door de muur is nog dat alleen die vervelende basdreun echt doorkomt en zodanig niet eens meer als muziek is te herkennen, het is alleen maar vervelend en irritant. Rond 20.00 is ze vervolgens naar buiten gegaan en heeft op de deur en het raam gebonkt om de aandacht van de bewoners te trekken om ze te kunnen vragen of het allemaal wat zachter kon. Daar werd niet op gereageerd en het gebonk bleef maar door gaan. Eerst probeerde ze nog het geluid te negeren, maar toen het onmogelijk bleek om haar favoriete programma op tv te volgen, is ze uit pure armoe zelfs naar de zolder gevlucht om het geluid te ontlopen. Daar was het weliswaar iets minder, maar nog steeds goed hoorbaar helaas.
Toen ik rond 23.00 de sleutel in het slot stak hoorde ik binnen het geluid van een brekend iets en het op de grond vallen van de scherven. Enigszins geschrokken ging ik gehaast naar binnen en trof mijn geliefde aan in een staat die zich het best laat beschrijven met ‘moordneigingen’. Daar de heren niet wensten te reageren op een vriendelijk verzoek, probeerde ze nu hun aandacht te trekken door met een bloempot op de muur te bonken, een actie waarop de bloempot niet berekend was en dientengevolge dus sneuvelde. Binnen een paar minuten stond ik dus weer buiten op hun voordeur te bonken, maar wederom kreeg ik, tot drie keer toe, niet thuis en was de maat dus vol. Hier moest duidelijk iets drastisch gebeuren. Daar de muziek plotseling zweeg, men had mij dus wel degelijk horen bonken, besloot ik het daar voor dat moment bij te laten en het bellen van de politie tot vandaag uit te stellen.

Inmiddels heb ik dus nu melding gemaakt bij de wijkagent van het gebeurde, en tevens van het feit dat het al zo lang gaande is. Ik ben er bepaald niet op uit om het die jongens lastig te maken, maar als praten niet meer helpt, dan zie ik me genoodzaakt om andere middelen in te schakelen, en dat heb ik dus nu gedaan.
Maar toch vind ik het jammer dat het zover heeft moeten komen. Ik kan best leven met, af en toe, wat geluidsoverlast en een feestje. Maar wees dan zo vriendelijk om even aan te bellen of een briefje in de bus te stoppen dat er een feestje aankomt en je vooraf te verontschuldigen voor de overlast. Dat scheelt een hoop gezeur en houd de relatie met de buurt een stuk fijner. Deze woningen zijn toch al vreselijk gehorig, dus een extra reden om een beetje extra rekening met elkaar te houden. Bovendien hebben wij ook recht op een bepaalde vorm van rust en woongenot na een dag hard werken. Dat moet toch niet zo héél moeilijk zijn?

28-11-08