dinsdag 12 augustus 2008

De uitvinding van de boekdrukkunst


De Haarlemse burgemeester heeft zijn Chinese ambtgenoot in Peking gefeliciteerd met de voortreffelijke openingsceremonie van de Olympische spelen, maar heeft er tegelijkertijd fijntjes op gewezen dat de uitvinding van de boekdrukkunst een Haarlemse uitvinding is, en toch echt géén Chinese.
Ik heb medelijden met Bernt Schneiders, de Haarlemse burgervader. In deze dagen zit menig sportliefhebber natuurlijk aan de buis gekluisterd om de prestaties van onze atleten in het verre China te volgen, en daarom komen ze dus niet massaal naar Haarlem. Waarschijnlijk daarom heeft Schneiders besloten een dergelijke brief te schrijven. De brief is namelijk niet alleen ´niet zo netjes´, maar zeker ook gewoon ´stom´ te noemen. Wetenschappelijk is het namelijk bepaald niet zo aannemelijk dat Laurens Janszoon Coster in 1400 voor de boekdrukkunst verantwoordelijk is geweest. Zijn naam wordt, samen met die van de Duitse Johannes Gutenberg en de Vlaamse Dirk Martens, genoemd als (mogelijke) Europese uitvinders, maar vast staat ook dat de Chinese Pi Chang in de elfde eeuw al Chinese karakters drukte, en dat is toch zo´n drienhondervijftig jaar eerder dan het jaartal van 1450 dat bij Coster wordt genoemd.
Maar is het zo belangrijk om precies te weten wie de boekdrukkunst heeft uitgevonden? Er zijn een handje vol landen dat deze ´eer´ claimt, maar belangrijker is het om stil te staan bij wat die uitvinding ons eigenlijk gebracht heeft. Door de uitvinding van de boekdrukkunst werd het namelijk mogelijk om boeken en geschriften, die voor die tijd allemaal handmatig moesten worden gekopieerd of overgeschreven, sneller en in grotere oplagen te produceren en te verspreiden. Daardoor kwam allerlei kennis en inzicht voor steeds meer mensen beschikbaar. Niet alleen vanwege de kosten, maar ook zeker omdat er steeds meer boeken op steeds meer plekken beschikbaar waren.
Een organisatie die door de eeuwen erg veel last heeft gehad van de ze uitvinding was de Kerk. Tot het verschijnen van de eerste gedrukte boeken had de kerk het monopolie op kennis en de verspreiding ervan. Dat monopolie kon lang in stand worden gehouden, omdat de kennis vooral mondeling werd overgedragen. Met het beschikbaar komen en betaalbaar worden van boeken, konden zij die konden lezen, zélf lezen wat er geschreven stond, in plaats van maar te moeten geloven dat anderen zeiden dat er stond. Daarmee werd dus een grote zet gegeven aan het zelfdenkend vermogen van mensen. Niet dat de kerk machteloos bleef toezien, allerminst zelfs, want vele boeken en geschriften werden domweg door de kerkleiding verboden omdat er zaken werden verkondigd die hen bepaald onwelgevallig waren. En het in bezit hebben van dergelijke teksten kon, als men erachter kwam, de eigenaar zelfs zijn leven kosten.
Boeken, ik zou mijn leven niet meer zonder kunnen voorstellen. Weinig is heerlijker dan een boek uit de kast te kunnen trekken en mee te gaan in de fantasie van de auteur, of iets te ontdekken wat ik voorheen nog niet wist. Een boek houdt je in je hand en heeft, zeker naar mate ze ouder worden, een karakteristieke eigen geur. Boeken zijn bovendien als kinderen: als ze eenmaal bij je horen, dan blijven ze dat ook je hele leven lang doen. In de toekomst wil men ons door een nieuwe evolutie heendrukken en ons aan het lezen krijgen via een, in de hand gehouden, schermpje ter grootte van een A4-tje. Op dat apparaat kunnen meerdere boeken tegelijk worden opgeslagen en daarmee wordt het boek weer een stuk goedkoper. Maar voor biliofielen als ik, zal een dergelijk nieuwerwets geval nooit de vreugde kunnen benaderen die een echt boek, en dan nog liefst een gebonden boek, kan oproepen. Wellicht is er voor een dergelijk apparaat iets te zeggen uit milieu-oogpunt, daarvoor hoeven bijvoorbeeld geen bomen te worden gekapt, maar een dergelijk argument is al volstrekt achterhaal als het papier voor het boek afkomstig is uit een bos dat gelijktijdig ook vernieuwd wordt. Qua gevoel en beleving zal zo´n schermpje het echter nooit kunnen winnen, nooit!
Maar bedenk eens, als u de volgende keer een echt boek in handen heeft, welk een voorrecht het is om vrijwel elk denkbaar boek in handen te kunnen hebben. Dat is mede mogelijk gemaakt door al die pioniers: Gutenberg, Coster, Martens én Chang. Voor mij zijn het allemaal helden!

12-08-08

maandag 11 augustus 2008

´Beschermster van de jeugd´


Edibe Sözen, een vrouwelijke Turkse parlementariër, heeft een wetsvoorstel gelanceerd om de Turkse jeugd te beschermen. Deze bescherming is vooral nodig om de Turkse Jeugd te behoeden voor alles wat de kwetsbare kinderzieltjes af kan houden van het ´Ware Geloof´: porno en alcohol. Sözen is lid van de AKP, de partij die onlangs nèt niet, met één stem verschil, werd verboden door het Grondwettelijk Hof in Ankara. En dat terwijl tien van de elf rechters meenden dat de AKP een broeinest is van ´antiseculiere activiteiten´, de AKP wil namelijk van Turkije een islamitische staat maken, iets wat verboden is volgens de Turkse Grondwet.
Sözen stelt in haar wetsvoorstel o.a. voor om jongeren onder de 18 voortaan te verbieden om nog zonder hun ouders een café, restaurant, hotel of discotheek te bezoeken. Ook vindt ze dat krantenkiosken voortaan zouden moeten registreren en opgeven wie er welk pornografisch materiaal koopt. Een kortdurende maatregel overigens, want Sözen wil tegelijkertijd kranten en tijdschriften verbieden om erotisch, en anderszins onfatsoenlijk materiaal te publiceren.

Nu mag je natuurlijk van Sözen vinden wat je wilt, we leven tenslotte in een vrij land. Maar mijn nekharen gaan overeind staan als ik lees dat een overheid ervoor kiest om dergelijke registraties op te zetten. Bij mij rijst dan de vraag waar een dergelijke diepgewortelde angst voor pornografie vandaan komt?
Begrijp me goed, ik ben blij dat ik woon en kan leven in een redelijk vrij land. Ik kan schrijven en denken wat ik wil, zònder nachtenlang wakker te hoeven liggen, bedacht op elk geluid dat een inval van de geheime politie kan inluiden. Bovendien realiseer ik me héél goed dat de vrije westerse wereld niet alleen zegeningen voortbrengt. Ook hier zijn genoeg ontwikkelingen gaande die me ernstig zorgen baren. Denk bijvoorbeeld maar aan de vrouwenhandel, het huiselijk geweld, de toenemende criminaliteit, het vergoelijken van links-extremistische terreur, de steeds waanzinniger vormen aannemende betutteling van de overheid, de ongebreideld toenemende belastingdruk, etc. Ook realiseer ik me dat, met een grote vrijheid, mensen geneigd zijn om grenzen te gaan opzoeken. En met dat opzoeken van grenzen komen we soms in schemergebieden terecht waarvan je jezelf oprecht kunt afvragen of we daar echt heen willen met z´n allen. Gezond verstand is in dergelijke discussies meestal afdoende, maar vaak ontbreekt die helaas.
Ik kan me dan ook bepaald niet vinden in regimes die hun burgers op een dergelijke manier willen beknotten als Sözen nu voorstelt. Dat de jeugd beschermd dient te worden tegen diverse uitwassen van deze moderne maatschappij moge duidelijk zijn. Dat is primair de taak van de ouders, en niet van een regering. Met de komst van internet is er een heel scala aan invloeden bijgekomen die het zelfbeeld en het wereldbeeld ernstig kunnen aantasten, en jongeren zijn daar nu eenmaal het gevoeligst voor. Als ik bijvoorbeeld zie welke boodschap wordt verzonden in diverse videoclips over hoe vrouwen zich (blijkbaar) dienen te gedragen en hoe je als man met vrouwen kunt omgaan, dan ben ik uiterst somber voor de toekomst. Kinderen hebben nu eenmaal niet het onderscheidingsvermogen om te weten waar fantasie ophoudt en waar de realiteit begint. Dat verschil en onderscheid zouden de ouders moeten bijbrengen. Bovendien is er niets mis mee om bepaalde zaken, zoals alcohol, tabak en bijvoorbeeld pornografie, moeilijker toegankelijk te maken voor de jeugd, maar registreren van gebruikers gaat me toch echt veel te ver. Dat is een maatregel die niet genomen wordt uit zorg voor de (geestelijke) gezondheid van burgers, maar uit de wil om te kunnen controleren. En dat is iets waar islamitische en totalitaire regimes toch al in uitblinken. Ik vind dat niet passen in een wereld anno 2008. Vooral niet in een wereld waarin we met dermate globale problemen worden geconfronteerd die alleen op een globaal niveau het hoofd kunnen worden geboden. Dan past het dus niet om terug te willen naar de middeleeuwen. Sözen bewijst de Turken en de wereld bepaald geen dienst met dergelijke voorstellen, en het is dan ook maar te hopen dat een dergelijk voorstel geen gehoor vindt in het Turkse parlement. Er zijn op de wereld al genoeg totalitaire staten en ik zou het ernstig betreuren als Turkije tot dat rijtje zou toetreden.

11-08-08