donderdag 7 augustus 2008

Stigma Sticker



De gemeente Woerden wil stickers plakken op de woningen van gehandicapten in het kader van de nota ´Zelfredzaamheid mensen met een beperking´. Door middel van die sticker op de gevel wil de gemeente deze mensen in kaart brengen omdat, zo zegt de gemeente bij monde van Marjolein Copier: ´deze mensen tijdens een calamiteit extra kwetsbaar zijn´.
Ineke Korver van Stichting Gehandicapten Platform Woerden vindt het plan maar niets en is bang dat door een dergelijke sticker de gehandicapten makkelijker doelwit worden van types met bepaalde bedoelingen.

Als je dergelijke plannen leest, merk je weer dat sommige ambtenaren wel érg ver af staan van het dagelijkse leven van de (gehandicapte) burger. Anders had de betreffende ambtenaar een dergelijk onzalig plan namelijk niet bedacht. Het leven kent voor een gehandicapte al uitdagingen genoeg, vaak veroorzaakt door absurde en uiterst ingewikkelde regelgeving van gemeente of Rijk, en dan zit helemaal niemand te wachten op een extra stigma op de voordeur! Dat is niet alleen uitermate beledigend voor de gehandicapte zelf, maar ook nog eens volkomen absurd!
Ik kan nog begrijpen dat een gemeente, voor goede dienstverlening bij een calamiteit of een ramp, precies wil weten waar die mensen wonen die wat extra zorg en ondersteuning nodig hebben om heelhuids hun huis te kunnen verlaten. Een dergelijke grondigheid valt alleen maar te prijzen, maar het is de manier waarop men het nu wil aanpakken, die mij in het verkeerde keelgat schiet. Krijgen gehandicapten in Woerden straks een groene sticker als de bewoner achter die voordeur nog redelijk in staat is voor zichzelf te zorgen, een oranje sticker als er hulp nodig is, en een rode als de betrokkene bij alles moet worden geholpen? De stap is dan heel klein om juist de bewoners achter de gele en de rode stickers volstrekt links te laten liggen als er eens echt iets mocht gebeuren. Iets wat geen enkele, zichzelf respecterende, maatschappij moet willen, noch moet willen uitstralen! Bovendien heeft mevrouw Korver een duidelijk punt. Dergelijke aanduidingen op de gevel maakt het voor laffe criminelen wel heel makkelijk om een slachtoffer uit te zoeken waar niet heel veel tegenstand van behoeft te worden verwacht!
Toch vraag ik me af waarom er niet voor een simpelere, en veel betere, oplossing is gekozen. Decennia geleden was er in elke wijk van Nederland een buurtagent, en die wist precies wie er achter welke voordeur huisde en hoe de situatie aldaar in elkaar stak. Maar door allerlei bezuinigingen en reorganisaties zijn die zo goed als verdwenen, en weten de wijkteams weinig tot niets meer van mensen in de wijk. Tenzij ze natuurlijk al eens om hulp hebben gevraagd of in negatievere zin onder de aandacht van politie en justitie zijn gekomen. Waarom leggen ze een dergelijke inventarisatie dan niet neer bij een politie of een brandweer? Zij zijn het tenslotte die, áls er wat gebeurt, er als eerste bij zijn. Laat hen dan van deur tot deur gaan en een dergelijke inventarisatie maken. Dat past prima in hun zorgverleningstaken en vergroot daarbij ook nog eens het gevoel van veiligheid en het ´erbij horen´ van de betrokken gehandicapten. Ik zou namelijk een heel stuk rustiger slapen als ik wist dat mijn naam, situatie en gebrekkige mobiliteit afdoende bekend was bij die instanties die juist tot taak hebben mij te komen redden als er iets mis gaat. Daar heb ik grote voorkeur voor boven zo´n stigmatiserende sticker op de deur van ´Hier woont iemand waar iets ´mis´ mee is!´. Bovendien vrees ik dat áls men tot een dergelijke inventarisatie zou besluiten, er nog vele schrijnende gevallen en situaties boven water zouden komen die nu achter de gesloten voordeur verstopt blijven. Twee vliegen in één klap dus, en reden te meer om vandaag nog te beginnen!


07-08-08

dinsdag 5 augustus 2008

Kleine Wereld Theorie


Het zong al rond sinds de jaren zestig dat ieder mens op de wereld door zes andere personen verbonden zou zijn met de rest. Deze theorie, die bekend stond als ´Six degrees of seperation´, kwam tot stand na een experiment van de Amerikaanse onderzoeker Stanley Milgram, die geadresseerde enveloppen uitdeelde aan vreemden en welke alleen aan bekenden mochten worden doorgegeven, om zo de uiteindelijke geadresseerde te bereiken. De enveloppen die daadwerkelijk op de plaats van bestemming aankwamen, waren gemiddeld 5,5 keer doorgegeven, vandaar de naam. Maar omdat Milgram in zijn resultaten de enveloppen die niet aankwamen wegliet, werd het experiment als ´wetenschappelijk ongeldig´ beschouwd. Toch bleef het idee voortleven als een soort ´Urban Myth´, en leidde zelfs tot een gelijknamige film in 1993.
Microsoft heeft het experiment nu eens dunnetjes over gedaan met MSN-berichten. In hun onderzoek van 30 miljard (!) verstuurde berichten uit één specifieke maand in 2006, dat is qua hoeveelheid grofweg de helft van alle wereldwijd verzonden berichten in die periode, konden de onderzoekers aantonen dat elke willekeurige persoon via 6,8 stappen met elk willekeurig ander persoon in contact kan worden gebracht. Iets meer dus dan in het experiment van Milgram, maar toch nog een behoorlijk beperkte keten.

Maar wat moeten we met dergelijke experimenten? Doet iemand dergelijk onderzoek om Schiller´s beroemde ´Alle Menschen werden Brüder´ aan te tonen? Ligt het aan mij als ik vrees dat menig Amerikaanse Overheidsinstelling staat te springen om de gebruikte gegevens én de gebruikte software? Onze wereld is in toenemende mate toch al verworden tot ´Alle Mensen Staan Onder Toezicht Van Big Brother´ als je kijkt hoe, en op welke manier, we bij alles wat we doen in de gaten worden gehouden. Camera´s en computers registreren al een groot deel van wat u en ik dagelijks doen en waar we zijn geweest. Ik krijg er in ieder geval behoorlijke jeuk van in mijn Overheidsklieren.
Toch is het, zoals wel vaker met familie en kennissen, niet een kwestie van wat je weet, maar van wie je kent in deze maatschappij. Ik ben er echter een aantal jaren geleden al achter gekomen dat ik bepaalde personen, door familiebanden met mij verbonden of niet, helemaal niet eens wil kennen. Die behoefte heb ik niet eens. Dat zijn doorgaans mensen die er ideeën op na houden die de mijne absoluut niet zijn en daarbij ook bepaald niet open staan voor de dialoog, mensen die de meest gruwelijke misdaden op hun geweten hebben, mensen die dieren of andere mensen mishandelen of onderdrukken simpelweg omdat ze dat kunnen of er zelf beter van kunnen worden, mensen die een levenswijze nastreven die door geweld en bloedvergieten moet worden verspreid, etc. Voor dat soort lieden, en nog vele andere, is er geen enkele plaats in mijn leven. Ook wil ik ook aan hen geen moment van mijn kostbare tijd meer besteden, daar is het leven te kort en te kostbaar voor. Het feit dat dergelijke lieden slechts 6,8 anderen van mij verwijderd zijn maakt de wereld opeens wel een stukje bedreigender, maar sterkt mij alleen maar in de overtuiging dat ik mijn vrienden met zorg uit moet blijven kiezen.

Toch ben ik er aan de ene kant absoluut van overtuigd dat alle mensen aan elkaar verbonden zijn, al is het maar omdat we allemaal van hetzelfde, menselijke ras zijn. Bovendien zitten we met z´n allen vast op dezelfde aardkloot en moeten er dus ook met z´n allen het beste van zien te maken. Maar als ik zie, hoor en lees, wat bepaalde mensen denken te kunnen doen uit het oogpunt van dat mens-zijn, wéét ik dat Schiller´s gedicht voorlopig een utopie zal blijven.
Aan de andere kant brengt een dergelijk korte keten ook een schat aan kansen. Als iedereen door 6,8 anderen toegang zou kunnen krijgen tot de meest invloedrijke en machtige personen, dan wordt de kans om eindelijk eens orde op zaken te stellen op deze wereld weer een stuk aannemelijker. Dan blijkt het individu opeens tòch een hoop macht te hebben.
Ik denk dat ik het maar van die kant, de positieve kant, zal blijven bekijken. Al kan ik het idee dat er ergens iemand in een groot kantoor alles zit te lezen wat ik via internet de wereld instuur, ook niet helemaal loslaten. Dat idee beangstigt me in toenemende mate, al zijn mijn ideeën bepaald niet extreem te noemen. Toch blijf ik onverminderd zeggen en schrijven wat ik denk en voel, simpelweg omdat ik dat zelf belangrijk vind. En voor elk geschreven woord zijn er tenslotte zowel voor- als tegenstanders te vinden. Afijn, ik zie wel. Zorgen kan ik me altijd nog gaan maken.

05-08-08