zondag 12 augustus 2007

Vieren

Nederlanders klagen veel en vaak. Over het weer, de voetbaluitslagen, de belastingen..overal wordt over geklaagd. Is er weer eens een keer sprake van werkelijke in plaats van de gebruikelijke vloeibare zonneschijn, dan is het al snel weer te warm. Is het een keer echt winters met een aantal centimeters sneeuw op straat ligt meteen het hele land plat want dáár is ons land weer niet op ingesteld. Het is ook altijd wat.
Een van de meest opmerkelijke klaagzangen die ik vaak moet aanhoren is die van: ´Ze begrijpt het niet!´. Meestal uitgesproken door een in zelfmedelijden wentelend persoon van mannelijke kunne die, na het zoveelste misverstand met zijn geliefde, steun en een gewillig oor komt zoeken bij medebroeders die er ook ´een´ hebben.
Nu is mijn bovenkamer ietwat anders aangesloten dan die van vele van mijn door de situatie opgedrongen kennissen en ik kan het dan ook niet nalaten om vragen te stellen. Vragen die mij daadwerkelijk intrigeren en bij de ondervraagde vaak tot verontwaardigd gefronste wenkbrauwen leidt. Op de opmerking ´Ze begrijpt het echt niet!´is mijn wedervraag dan ook al snel wat dat ´het´ dan precies betekent. En dat schijnt een vraag te zijn waar de klager nog niet over had nagedacht. Voor mij is dat namelijk een essentieel onderdeel, als iemand ´het´ niet begrijpt dan is het voor de oplossing best handig als dan tenminste duidelijk is waar dat ´het´ dan precies voor staat. En dan kan een hele variëteit aan onderwerpen zijn. Van ´Ze begrijpt MIJ niet´ tot voetbal en de liefde daarvoor, van het voortdurend overwerken samen met die lekker uitziende collega tot de noodzaak er niet van inzien je vuile kleding in de wasmand te deponeren of na het eten je bord even zelf naar de keuken te brengen. En hoe meer de klager moet zoeken naar de werkelijke betekenis van dat ene woordje hoe vaker hij zijn eigen graf graaft. Want vaak blijkt dat de mannelijke inbreng in een relatie minstens net zo beperkt is als die van de andere kant en dat beiden er zo hun eigen agenda op nahouden om dingen wel of juist niet te doen.
Het lastige van het hebben van een relatie met een ander is nu eenmaal dat je met twee verschillende mensen te maken hebt. Twee zielen die elk hun eigen bagage en handleiding hebben, hun rugzakje met eerder opgedane bagage en ook nog, vaak volstrekt tegenstrijdige denkbeelden hebben over wat de onderhavige relatie nu precies is of zou moeten zijn. En dan heb ik het nog niet eens over eventuele invloed of beïnvloeding door (schoon-)moeders of vrienden en vriendinnen. Want die willen doorgaans weer volstrekt een hele andere richting op, niet zelden een richting die richting een tweesprong voert vanwaar beiden in een liefst tegenovergestelde richting vertrekken. Doch ook zonder inmenging van buitenaf is het hebben en onderhouden van een relatie zwaar werk. Een continue proces wat, als er niet van beide kanten aan gewerkt wordt, al snel leidt tot verwijdering of algehele desinteresse. Of erger.
De enige oplossing hiervoor is communicatie. Het bespreekbaar maken van irritaties en het bespreken van wensen en verlangens. En, last but not least, de bereidheid hebben om regelmatig het water met een beetje wijn aan te lengen. Want samenzijn moet ook vooral leuk zijn. Het is toch zeker de bedoeling dat je het lang leuk blijft vinden om samen door het leven te banjeren. En als je het goed met elkaar kunt vinden en weet wat je aan elkaar hebt is (bijna) elke hobbel die onvermijdelijk langs kom te nemen. En elke genomen hobbel is reden voor een feestje. Altijd! Hoe groot of klein de hobbel achteraf ook geweest mag zijn, er is altijd reden om te vieren.
Zo stappen mijn liefste en ik straks in D´Olle Grieze, doen het dak open en rijden de straat uit, het onbekende tegemoet. En bij elk kruispunt kunnen we kiezen welke richting we zullen kiezen. We hebben tenslotte vakantie en dat moet gevierd. Elk weekend weer!

12-08-07

vrijdag 10 augustus 2007

Sociale Dienstplicht

Zodra ik met het mooie weer door de buurt rijd zie ik ze zitten, de Sociale Dienstplichtigen. Ze zitten massaal in hun met beeldjes versierde stenen voortuintjes aan hun tafeltje bier te drinken. En het maakt niet uit of ik ´s morgens naar mijn werk ga of ´s avonds op weg ben naar huis, ze zitten er zodra de temperatuur het toelaat. Altijd.
Elke keer als ik ze zie overvalt me een gevoel van teleurstelling. Teleurstelling over het feit dat er zo vele mensen blijkbaar buiten de boot vallen en hun dagen op dergelijke wijze slijten.
En natuurlijk gun ik het mensen om te genieten van het mooie weer en dan het liefst met zoveel mogelijk familie en vrienden maar ik gun ze ook iets anders, een gevoel van eigenwaarde. Het gevoel van eigenwaarde dat je krijgt door een waardevol en bijdragend lid van de gemeenschap te zijn. Natuurlijk weet ik ook wel dat een ieder zijn eigen verhaal heeft en er legio redenen te bedenken zijn waarom iemand, al dan niet tijdelijk, aan de kantlijn staat. En ik zal de laatste zijn om een beschuldigende vinger te wijzen. Ik wil het namelijk niet hebben over schuld, over eventueel verkeerd genomen beslissingen en soms zelfs domme pech. Nee, het wijzen van een beschuldigende vinger heeft nog nooit iemand die in een dergelijke situatie verzeild is geraakt geholpen zijn of haar leven weer op de rails te krijgen. Daarom is het beter een positieve benadering te kiezen en daarom zou ik een groot voorstander zijn van een ánder soort ´Sociale Dienstplicht´. Het soort dat ervoor zorgt dat er niet zoveel energie en mogelijkheden verloren gaan en bovendien voorkomt dat mensen steeds dieper in het grote zwarte gat terecht komen. Met de steeds groeiende vergrijzing en alle uitdagingen die dát met zich meebrengt zijn er zoveel dingen te doen die nu, meestens door geldgebrek, nu niet gebeuren en juist het leven voor hen die hun leven lang hebben bijgedragen aan de na-oorlogse opbouw van onze maatschappij zo veel makkelijker en aangenamer kunnen maken. Of neem het enorme leger van langdurig zieken en gehandicapten die vaak in een isolement terecht komen en door allerlei oorzaken vaak niet goed meekunnen in de moderne maatschappij. Zou het niet geweldig zijn als we daar, werkenden en niet-werkenden, samen iets aan zouden kunnen doen? Wellicht komt het voort uit mijn oude padvindersziel, maar één goede daad per dag levert al een wereld van verschil op in het leven van hen die niet in elke situatie evengoed (meer) voor zichzelf kunnen zorgen. Soms zijn het juist die héle kleine dingen die voor haast onoverkomelijke barrières zorgen en die, zonder bovenmatige inspanning van een willekeurige naaste vaak even simpel als doeltreffend op te lossen zijn. Denk maar aan het uitlaten van de hond van je oude buurvrouw, het buitenzetten van het vuilnis voor je bovenbuurman die zijn been heeft gebroken, het even aan je invalide overbuurman vragen of er nog iets nodig als je tóch naar de supermarkt gaat. Is het zo erg om een deur voor een ander open te houden, één stuk zwerfvuil van straat op te pakken of eens iemand te helpen met oversteken? Het zijn juist vaak die dingen waarmee je een ander een grote dienst kunt bewijzen en een vaak nog groter plezier mee kunt doen.
Ik wil daarom voorstellen om op elke school, ongeacht de signatuur of overtuiging, extra studiepunten toe te kennen voor hen die daadwerkelijk elke dag hun ´goede daad´ doen. Als we nu eens beginnen met alle kinderen vanaf een jaar of acht een persoonlijk ´goede-daden-boekje´ te geven waar ze ´de daad van de dag´ in kunnen noteren. Aan het eind van elke maand leveren ze dat boekje dan in bij de leraar en die kent extra punten, of privileges, toe aan diegenen die dagelijks wat hebben ingevuld en ze leren tegelijk hoe het voelt om iets te doen dat de hele gemeenschap ten goede komt. Het kost niet veel en levert, mijns inziens, alleen maar voordelen op. En die voordelen worden, mettertijd, alleen maar groter als de kringen op het wateroppervlak.

10-08-07