vrijdag 20 mei 2011

Morgen is het voorbij…

Morgen houdt de wereld zoals we die kennen op te bestaan. Tenminste, als we de 89-jarige radiodominee Harold Camping mogen geloven. Zeventig jaar (!) Bijbelstudie leerde hem dat de mensheid ophoud te bestaan op 21 mei 2011.

Het beeld dat ons wordt geschetst van het naderende einde is niet fraai. We kunnen vloedgolven, aardbevingen, orkanen en branden verwachten zoals we die in de levende geschiedenis nog nooit hebben gezien. En niemand gaat het, volgens Camping, overleven.
De gelovigen, voor zover ze hetzelfde geloven als Camping althans, gaan naar de Hemel. De rest vindt een eeuwigdurende bestemming een aantal verdiepingen lager.

Als ik ze zou geloven, zouden dergelijke berichten van naderende rampspoed mij vreselijk schokken. Nu overheerst vooral fascinatie en nieuwsgierigheid, want er zitten grote gaten in het betoog en in de redenering van hen die dat betoog volgen. Want als de wereld werkelijk door dergelijke door God verordonneerde rampspoed zou worden overspoeld, dan gaat elk levend wezen op aarde eraan: elk insect, elk dier, elke vogel, elke plant en boom. Mocht er van de aarde nog iets overschieten na al dat geweld, dan zal het er kaal, dor en onaangenaam zijn. Maar een kniesoor die daarop let, want volgens Camping blijft er niemand achter om dat erg te vinden.

Wat echter vooral opvallend is, is dat er onder de mensen die geloven in morgen als de Dag des Oordeels, er minimaal 259 zielen te vinden zijn die het toch nodig vonden om maatregelen te treffen. Een groep atheïstische Amerikanen heeft namelijk het project ’Eternal Earth-Bound Pets’ opgezet, en biedt aan voor de huisdieren van deze gelovigen te zorgen als hun baasjes van Hogerhand worden opgehaald. Kosten: $135, en het abonnement is tien jaar geldig…mocht het einde onverhoopt iets later over ons komen.

Voor mij zitten er in bovenstaande alinea zoveel tegenstrijdigheden, dat ik het wel uit wil schreeuwen! Hoe kan iemand die in een Apocalyps van dergelijke omvang zegt te geloven, een dergelijk abonnement afsluiten? Denken ze dan werkelijk dat de kanarie tijdens de orkaan rustig in zijn kooitje blijft zitten? Dat Socks de kat goed genoeg kan zwemmen om de vloedgolven te overleven, of dat James de Greyhound hard genoeg kan rennen om het water voor te blijven? Wat denken die mensen?

Voor zover ik begrijp gaan dieren niet naar de hemel omdat ze geen ziel hebben. Het zijn en blijven creaties van dezelfde God, maar da’s dan weer even niet belangrijk. Als ik die redenering volg, gaat elk levend (en niet op de juiste manier gelovig) wezen op de aarde dus dood in de naderende rampspoed en het natuurgeweld. En toch sluiten enkelen van hen zo’n abonnement af. Waarom? Waar zit dan hun twijfel? Zijn ze bang om voor de Hogere te komen en dan te moeten bekennen dat ze hun huisdieren in de mêlee aan hun lot hebben overgelaten? Denken ze dat hen dat als zwaarste verwijt voor de voeten zal worden geworpen?

Ik heb géén van de 259 klanten van ’Eternal Earth-Bound Pets’ gesproken, dus ik kan alleen maar naar hun beweegredenen gissen. En die kan alleen maar ‘twijfel’ zijn. Twijfel waaraan zal onderling nog wel eens verschillen, maar het moet ‘twijfel’ zijn. Wat ik zie is een groepje handige jongens die commercieel inspelen op de waanvoorstellingen van een ander deel van de bevolking, om er geld aan te verdienen. En als ik vervolgens zelf een voorspelling moet doen wie er aan het langste eind trekt? Ik denk de mensen achter ’Eternal Earth-Bound Pets’. Voor hen begint de zondag met een vette glimlach. Wedden?

20-05-11

zaterdag 14 mei 2011

Is het nu werk of vakantie?

Afgelopen week ben ik mijn vaste cluppie passagiers langzaam gaan voorbereiden op het feit dat ik straks ruim een week niet hun vaste chauffeur zal zijn. Natuurlijk willen ze precies weten wanneer en waarom dat is, en ik vertel ze dat ik een weekje weg ga om in het buitenland ander werk te doen.

Die mededeling veroorzaakt enige verwarring. Het feit dat ik naar het buitenland ga om te werken, blijkt een concept dat maar moeilijk te vatten is. Je gaat toch alleen maar naar het verre buitenland voor vakantie? Vanuit verschillende invalshoeken wordt gezamenlijk naar het probleem gekeken, en al gauw komen ze tot de conclusie dat mijn vakantie het probleem is, maar mijn naderende afwezigheid.

Zodra het probleem tot die proporties is teruggebracht wordt het stil in de bus. Er wordt blijkbaar hard en diep nagedacht. “Je komt toch wel terug?” vraagt M. Die vraag kan ik positief beantwoorden, mijn afwezigheid duurt maar een week. H., die direct achter mij zit, roept plots dat hij de oplossing bedacht, en die heeft hij gevonden in ‘geld’. Als hij er nu voor kan zorgen dat ik een vette boete krijg van de politie, dan heb ik geen geld voor die vakantie en blijft alles dus bij het oude! Zijn betoog wordt bijna met gejuich ontvangen en zes paar ogen speuren nu in het voorbij glijdende landschap naar alles wat er maar enigszins uitziet als politieagent.

“En hoe wil je mij dan een bekeuring aansmeren?” vraag ik belangstellend. Ook daar heeft H. over nagedacht. Die ga ik krijgen voor het rijden zonder gordel. Door zijn plekje direct achter mij kan hij, zodra er een agent in beeld komt, razendsnel mijn riem losklikken en de agent van dat feit op de hoogte stellen. “En dan krijg jij een dikke bekeuring!” roept hij triomfantelijk.

Helaas laat een voorbijrazende motoragent zich niet voor het beoogde karretje spannen, want hij beantwoord het gezwaai om aandacht slechts met een opgestoken duim. Ook een andere meneer in uniform, een beveiliger dit keer, zwaait vrolijk terug en maakt geen enkele aanstalten om de bus aan de kant te dirigeren en mij te bekeuren. Tot grote hilariteit van de rest.

Eenmaal op ons eindpunt aangekomen wandel ik met het groepje de paar meter tussen de bus en de voordeur. Ik vertel H. dat hij in de krant en op internet precies kan volgen wat ik aan het doen ben, en dat blijkt een geruststelling. Bij de voordeur draait hij zich nog één keer om: “Tot maandag?” bromt hij vragend. “Ja hoor, maandag kom ik je gewoon weer halen hoor!” is mijn antwoord. Gerustgesteld loopt hij naar binnen. Juni is in zijn beleving gelukkig nog héél ver weg.

14-05-11