zaterdag 31 januari 2009

Crisis: bedreiging of kans?

Ik word zo langzamerhand bijna depressief van alle berichtgeving over de kredietcrisis. Al weken lang schotelt de krant ons dagelijks grote koppen voor die overlopen van de ellende. Als startend ondernemer kan ik depressieve gevoelens bepaald niet gebruiken, en moet ik het juist hebben van mijn natuurlijk enthousiasme, wil het ooit nog eens iets worden.

En dan doet de natuur weer zijn werk. In een programma, dat oorspronkelijk ergens vorige week is uitgezonden, kwam ik een uitspraak tegen die me weer op het juiste pad zette. De uitspraak ging over het Chinese woord voor crisis, dat samengesteld is uit twee andere karakters: dat voor gevaar en dat voor mogelijkheden. Daar bovenop bracht de krant vanmorgen (za 31-01-09, pag. TA3) een uitgebreid verhaal over het bedrijf SupPack BV in Nijkerkerveen (www.suppack.nl) , dat voortgekomen is uit een groep ontslagen en moeilijk elders te bemiddelen medewerkers van Unilever.

In mijn overactieve brein gebeuren er op zo’n moment een paar dingen tegelijk. Ten eerste neem ik mij voor om de directeur van SupPack uit te (laten) nodigen om zijn verhaal te komen vertellen voor de Kansrijke Bende waarmee ik dezer dagen het grootste deel van mijn tijd doorbreng. Dat moet kunnen lukken, en sluit precies aan bij het begrip ‘het zien van kansen’. Daarnaast begint, vrijwel tegelijkertijd, mijn tekstuele brein fanatiek te ratelen. De tweeledigheid van de Chinese uitleg van crisis is een perfecte kapstok om (een deel van) mijn eigen bedrijfsidee aan op te hangen. Kortom, ik kan weer verder.

Eén van de succesfactoren bij het opzetten van een eigen bedrijf is om uit te gaan van je eigen kracht. Van datgene waar je goed in bent dus. En één van de dingen waar ik goed in ben is lullen, ofwel een verhaal vertellen. Doorgaans hoef ik helemaal niet lang na te denken over hoe ik iemand iets zal duidelijk maken, ik begin gewoon met het gesprek en de juiste woorden komen vanzelf.

Een goed voorbeeld daarvan is een gesprek dat ik afgelopen donderdag had met een van mijn mede-bendeleden. Deze dame heeft een mooi en idealistisch idee uitgewerkt, maar hikte nogal aan tegen de vercommercialisering ervan: m.a.w. het uit handen geven van de productie. Op zich heel begrijpelijk, maar lastig als je er een echt succes van wilt maken. Ze kon haar prototype, helemaal zelf met bloed-zweet-en-tranen en ten koste van vele slapeloze nachten in elkaar geknutseld, niet loslaten. In het gesprek dat ik met haar had stelde ik haar voor dit prototype te bekijken als haar kind dat, na zo’n lange tijd, op het punt staat om uit te vliegen. Door een datum in haar agenda te prikken stelde ik voor om een einddatum aan haar ‘rouwproces’ te verbinden, en zich zo voor te bereiden op het onvermijdelijke moment van afscheid. Dat afscheid kon ze zodoende zelfs ritueel laten plaatsvinden door een ceremonie te houden. De energie die het krampachtig vasthouden haar nu kost, komt na het afscheid vrij en kan dan gebruikt worden om de weg van haar ‘kindje’ in de Grote Boze Buitenwereld verder te plaveien. Tot slot hield ik haar voor dat er, ondanks dat haar ‘kind’ nu haar eigen weg gaat zoeken in de wereld, het toch altijd háár kind zou blijven.
Door de zaken op deze manier voor te stellen, en ze dus in een andere vorm weer even dicht bij huis te brengen, kon mijn mede-bendelid in haar hoofd die overstap wel maken. Dat de fysieke uitvoering daarvan nog een paar dagen op zich laat wachten is daarmee verworden tot bijzaak.

En zo zie je maar, ook deze hoofd- of hartscrisis kent twee mogelijke oplossingen. De kant van de bedreiging betekent dat je alles krampachtig zelf wilt blijven doen en waarschijnlijk in de details zult blijven steken. De kant van de kansen en de mogelijkheden, uitbesteden van de productie en de vrijgekomen energie gebruiken om het idee verder uit te bouwen, geeft hoop en brengt de realiseerbaarheid van het idee weer een stapje dichterbij. Daarnaast geloof ik in haar en haar idee, en heb haar dat ook onomwonden laten weten. Bovendien heb ik toegezegd dat ik één van de allereerste klanten zal zijn als haar product eenmaal in de winkels ligt.

Dat in het bovenstaande geval de productie waarschijnlijk in China gaat plaatsvinden beschouw ik maar als toeval. Er komt, naast een hoop troep, tenslotte wel meer goeds uit China. Wijsheid bijvoorbeeld.

31-01-09

woensdag 28 januari 2009

U kunt gerust gaan slapen…

Als ik dergelijke woorden hoor wordt ik altijd achterdochtig. Want meestal blijkt dan de volgende ochtend de wereld voorgoed en op een schokkende manier veranderd.
De bekendste situatie waarbij woorden van dergelijke strekking zijn uitgesproken, brengt ons terug naar de vooravond van WOII. De toenmalige minister-president sprak deze geruststellende woorden tot het volk, en kort daarna viel het Duitse leger ons land binnen. Niet echt een geruststellende gedachte dus.

Dit keer las ik deze woorden in een artikeltje in het Eindhovens Dagblad. Ze vormden het einde van een stuk onder de kop ‘Zeeland niet vies van Brabantse klei’, waarin de Zeeuwse CvdK Karla Peijs geciteerd wordt. Op een discussieavond over de toekomst van Zeeland schijnt ze letterlijk gezegd te hebben: ‘Als ik mocht kiezen, zou ik best het kleigebied van Noord-Brabant erbij willen hebben. Bergen op Zoom, Roosendaal en het Industriegebied Moerdijk zouden een mooie aanvulling zijn.’

Mijn eerste gedachte gingen naar het begrip Lebensraum dat ook een rol speelde bij die eerdere keer dat bovenstaande woorden werden uitgesproken. Zou het dus zo kunnen zijn dat ik op een ochtend wakker wordt en er achter kom dat de grens van Zeeland een stuk deze kant is opgeschoven? Ik weet zeker dat mijn liefste, zelfs van Zeeuwse komaf, hard zou moeten lachen om dergelijke pogingen. Voor de hardcore Zeeuw is alles buiten de huidige provincie tòch al ‘buut’nlànd’, dus of de Zeeuwen hun CvdK hierin ook echt zouden steunen is maar zéér de vraag. Maar helemaal gerust ben ik er niet op. Je weet tegenwoordig toch al niet wat politici daadwerkelijk van plan zijn en wat ze ons daarbij willen doen geloven.

Zo hoorde ik Kawoutertje Bos zeer recent op RTL4 nog glashard beweren dat de tweede zak geld voor ING géén belastinggeld betrof. Géén belastinggeld? Wilde Bos dan soms zeggen dat hij die ruim 20 miljard (!) uit eigen zak tevoorschijn heeft getoverd? Of was onze minister van Financiële Puinhopen even vergeten dat elke cent waar hij zo kwistig, doortastend en ruimhartig mee rondstrooit tot op de laatste cent door de hardwerkende belastingbetaler bijeen is gebracht?
Dezelfde Bos is het trouwens, die u en mij wil doen geloven dat hij (bijna in z’n uppie) de spaartegoeden van Nederlandse spaarders heeft vergoed die in IJsland verloren dreigden te gaan. Hij vergat daarbij echter te vermelden dat zijn DNB al véél langer wist van de slechte situatie en even ‘verzuimd’ had op te treden en de consument te waarschuwen voor het naderende onheil. In mijn woordenboek heet een dergelijke actie gewoon ‘damage control’ achteraf, en heeft derhalve érg weinig te maken met ‘doortastend optreden in een crisis situatie’. Maar het laatste stáát natuurlijk beter op je CV en levert ook nog eens stemmenwinst op.

Aan het eind van het genoemde artikeltje heeft de noeste verslaggever natuurlijk even met de woordvoerster van Peijs gebeld. Deze dame, Ingrid Martens, doet een verwoede poging om ons gerust te stellen door te zeggen dat ‘Zeeland niet op annexatiepad is’. We kunnen dus gerust gaan slapen, maar zó gerust ben ik er niet op. Geheel buiten het feit dat ik het bed deel met een wonderschone Zeeuwse, vertrouw ik het niet als ambtenaren beweren dat iets niet aan de gang is. Meestal is dat namelijk een eufemistische manier om aan te geven dat iets juist wel op het punt staat te gebeuren. Ik troost me dan maar weer met de woorden van die meneer die mijn liefste jaren geleden aan de telefoon had en tot de conclusie kwam dat wokken toch echt géén Nederlandse culinaire activiteit was. Zijn antwoord was even kort als droog: ‘Is dat buut’nlands? Dan mot ik het nie!’ Ik hoop het meneer, ik hoop het!

28-01-09