maandag 12 november 2007

´Standbeeld voor dwarsliggers´

Vanmorgen las ik bovenstaande kop in de krant bij een artikel over de serie uitzendingen die Geert Mak c.s. hebben gemaakt over Europa. De kop deed me meteen denken aan een tekst die al een aantal jaren boven mijn bureau hangt en die een heel speciaal plekje in mijn hart heeft verworven. Voor zover ik weet, and correct me if I´m wrong, is het een tekst die ooit in een reclame is gebruikt, maar zeker weten doe ik het niet. De tekst werd me een aantal jaren geleden toegezonden tijdens mijn zoektocht naar, en binnen, het fenomeen beelddenken. De titel luidt ´To the crazy ones´ en verhaalt over mensen die nèt een beetje anders zijn en anders denken dan de rest en die, mede daardoor, in staat zijn om nieuwe dingen te bedenken of juist oplossingen voor reeds bestaande problemen aan te dragen. In onze taal noemen we dergelijke mensen vaak dwarsliggers, en daarom legde ik de link.
Dwarsliggers, je kunt er al snel teveel van hebben. Voor hun omgeving zijn ze vaak lastig, worden ze uitgelachen of voor gek verklaard. In kantoren tref je ze vaak aan in uithoeken, weggestopt achter grote plantenbakken in een hoekje. Iedereen weet dat ze er zijn maar ze worden voornamelijk gemeden. En dat is vooral jammer.
Tijdens mijn loopbaan, binnen het bedrijf waar ik reeds 18 jaar werk, heb ik een tijdje het genoegen gehad om op het landelijke hoofdkantoor in Amsterdam te mogen werken. Nu viel die periode toevalligerwijs samen met mijn zoektocht naar het fenomeen beelddenken en daarom zag, en herkende ik hem opeens in een ander licht. Ed T. Ed kende ik al jaren via de telefoon en we konden het goed vinden, mede omdat we een zelfde soort humor hadden. In de jaren dat ik, in verschillende functies, op het hoofdkantoor werkte leerde ik Ed al snel beter kennen. Ed was, en is, de algemeen aanvaarde paljas en de aanstichter van menig geintje op kantoor. In de periode rond feestdagen als Pasen en Sinterklaas verscheen er altijd een apart mailadres waarvan uit de Paashaas en Sinterklaas de collega´s zaken mededeelde die hem opvielen en waarvan hij vond dat de collega´s die moesten weten.Vaak waren dat korte, spitsvondige teksten, maar altijd voorzien van een fikse dosis droge humor. En, zeker ook belangrijk, altijd met respect voor de persoon in kwestie. Zo kan ik me één geval herinneren waarbij Ed en ik een nieuwe collega samen op de hak hebben genomen. De dame, werkend op de afdeling P&O, was nieuw en wist nog niet precies haar weg binnen kantoor. Haar kantoor lag pal naast het mijne en vaak kwam ze even langs voor een bakkie of om te vragen wie ze ergens voor moest hebben. Die ochtend vertelde ze, tijdens de koffie, over een feestje van collega´s waar ze de vorige avond was geweest. Een gezellig feestje was het zeker maar ze had zich, als nieuweling, nog niet echt op haar gemak gevoeld. Na de koffie besloot ik Ed te bellen en haar via de mail, door Sinterklaas een hart onder de riem te laten steken. En Ed, zijnde wie hij is, wilde maar al te graag meewerken. Dus even later klonk er een korte ´ping´ uit het kantoor naast me en viel er een mail van Sinterklaas, vol met bemoedigende woorden, op haar digitale deurmat. Even later stond ze naast me en bedankte me voor de mail. Ik ontkende natuurlijk, geheel naar waarheid, de schrijver van de mail te zijn, maar echt geloven deed ze dat niet. Ik was tenslotte de enige die ze erover verteld had en dus moest de mail wel van mij afkomstig zijn. Ik bleef ontkennen en typte ondertussen, ze kon gelukkig niet meekijken op mijn beeldscherm, een mailtje naar Ed waarin ik hem vroeg e.e.a. even te ontkennen en te zeggen dat alleen Sinterklaas alwetend was en dat ik er hoegenaamd niets mee te maken had. En weer klonk de bekende ´ping´uit haar kantoor en liep ze, enigszins verward, terug naar kantoor om te kijken wie er gemaild had. Binnen twee minuten was ze terug. Nu was ze er echt van overtuigd dat ik het was, want ze had me zien immers typen. Precies op dat moment belde Ed om te vragen of het gelukt was. Ik liet hem weten dat hij het kort moest houden omdat ik met een collega in gesprek was. Ed pikte het gelukkig snel op en een ´ping´ uit het aangrenzende kantoor liet weten dat Sinterklaas nog steeds er bovenop zat. Dit keer had ze me niet zien typen en moest ze toegeven dat Sinterklaas en ondergetekende inderdaad niet een en dezelfde persoon waren. Al met al hebben we dat spelletje een paar dagen vol kunnen houden, mede met de hulp van een aantal andere collega´s die Ed en mij op de hoogte hielden van wat ze zei of wat ze deed. En elke keer, als ze terug kwam van haar lunch, lag er een mailtje van Sinterklaas waarin precies stond met wie ze geluncht had, wát ze had gegeten, en wat er was besproken. Allemaal in ´good fun´ en zonder persoonlijke details of zaken die echt privé waren. Op 5 december, de verjaardag van de Sint, hebben we er een eind aan gebreid en haar hartelijk bedankt voor haar sportiviteit met een grote chocoladeletter en een zak pepernoten, echter zónder te vermelden aan wie ze die te danken had. De waarheid hebben we haar pas verteld toen ze, een kleine twee jaar later ons alweer ging verlaten om haar carrière elders voort te zetten.
Inmiddels zijn we een zevental jaar verder en mis ik Ed, en vooral het contact met Ed, nog steeds. Ik heb echter gemerkt dat de meeste bedrijven allemaal hun eigen ´Ed´ hebben. Ergens weggestopt, soms verbitterd, maar altijd, mits op de juiste manier aangesproken, een zéér waardevolle bron van informatie over collega´s en wat er werkelijk speelt op de werkvloer. Vaak ook met zeer goede ideeën over hoe het anders, en vooral beter, kan. De ´Ed´s´ van deze wereld zien namelijk heel veel, laten daar hun licht over schijnen en kunnen, mits er omheen een aantal zaken (zoals communicatie en een ´vertaalslag´ tussen de ´Ed´en de buitenwereld) goed bedacht en geregeld zijn, van enorm belang zijn voor een bedrijf. Zeker als het bedrijf in zwaar weer verkeert en er gereorganiseerd moet worden. Helaas echter, wordt er veel te weinig gebruik gemaakt van de ´Edjes´ op deze wereld. Men weet vaak niet eens dat ze er zijn, en àls men het al weet, wordt er niet naar ze geluisterd omdat ze te boek staan als ´anders´ of als ´dwarsligger´. En dat is eeuwig zonde. Ik zou u daarom willen vragen om morgen, als u weer aan het werk gaat, eens wat extra aardigs te doen voor de `Ed´ in uw bedrijf. Ik weet zeker dat er eentje is, en u, als u goed nadenkt, weet dat ook. Leer hem, of haar, eens echt kennen en betrek hem bij de gang van zaken. Want de ´Ed´ verdient eigenlijk een standbeeld. Hij is namelijk degene die de wereld écht kan veranderen. Als men hem de kans geeft en oprecht luistert naar wat hij te melden heeft tenminste.

11-11-07

zaterdag 10 november 2007

De Denker

‘Ik denk dus ik besta.` Een uitspraak van Descartes. Iedereen kent het, maar voor mij heeft het een extra betekenis en dimensie. Ik ben namelijk een denker, een bewuste denker. Niet zozeer uit vrije keus maar eigenlijk uit pure noodzaak. Mijn brein weigert zich namelijk waarlijk te ruste te laten leggen of zich aan doorgaans toch de meest gangbare denkpatronen te onderwerpen. Mijn brein is namelijk de héle dag bezig alles te registreren wat er maar aan indrukken binnen komen om daar vervolgens vrolijk mee aan de slag te gaan. Wie het besturingsprogramma heeft geschreven weet ik niet, maar ik zou haar, gezien het overduidelijke ´gevoel voor humor´ waarmee het geschreven is moet het wel een ´zij´zijn, graag eens uitgebreid en op een zéér afgelegen plek spreken. Ik zie namelijk véél te veel, hoor veel te veel en mijn brein komt dan vervolgens met verbanden, inzichten en vragen op de proppen waarvan je soms denkt ´Wat moet ik hiermee?´. Uit uit bittere ervaring heb ik inmiddels geleerd dat ik nu eenmaal zo in elkaar zit en het je ertegen verzetten vergeefse moeite is. Want, laten we eerlijk zijn, wie houdt zich daadwerkelijk bezig met vragen zoals : ´Waarom schreef Mozart de 6e symfonie ná de vijfde en niet andersom?´ terwijl een ander deel van zijn brein zich bezig houdt met een vraag als: ´Welk ingrediënt kan ik toevoegen aan mijn eigen piri-piri-recept waardoor de smaak nòg beter tot zijn recht komt?´. Bovendien heb ik de, vooral voor mijn omgeving onhebbelijke, neiging om binnen de kortste keren met oplossingen, alternatieven en gezichtspunten te komen die voor mij zo voor de hand liggen maar door de ontvanger doorgaans als ´vervelend´ en lastig worden bestempeld. Ik zie, hoor en combineer namelijk veel te veel. Niet omdat mijn gedachten doorgaans werkelijk vervelend zijn, maar vaak dwingen ze de ander zaken onder ogen te zien die ze liever lieten rusten of gewoon waren dood te zwijgen. Doch problemen en uitdagingen lossen niet uit zichzelf op door ze te negeren. Dat weet iedereen, maar erop gewezen worden is ook niet altijd prettig. Tegenwoordig ben ik trouwens zover dat ik het nog wel denk maar het meestal niet meer zeg, dat is voor samenwerking tussen de beide partijen vaak een heel stuk beter.
Ik heb wel eens getracht mensen uit te leggen dat het bij mij zo werkte maar kreeg daarop slecht ongeloof en regelrechte hoon terug. Ben ik dus héél rap mee gestopt. Bovenstaande voorbeelden zijn slechts twee voorbeelden van vragen waar mijn brein zich, op een gegeven moment mee bezig houdt. Doorgaans zijn het er minimaal zes of zeven tegelijk en hebben ze meestal weinig met elkaar vaanuitstaande. En dat dat soms behoorlijk vermoeiend is gelooft u vast wel. Vraag blijft natuurlijk waarom het zo werkt en wat het biologisch/ evolutioneel nut daarvan zou kunnen zijn. Daar ben ik dus nog steeds niet achter, maar weet wel dat ik, al ben ik dan een man, het alleenrecht op multi-tasken, dat doorgaans door vrouwen wordt geclaimed, inmiddels heb doorbroken en me er zelfs behoorlijk in heb bekwaamd. Dat moet ook wel want het lijkt onmogelijk om met dergelijke vragen tegelijkertijd bezig te zijn en op het zelfde moment nog enigszins normaal aan het normale dagelijkse leven deel te nemen. Toch lukt dat vrij aardig, al zal ik altijd ´anders´en een buitenbeentje blijven. Toch kom ik regelmatig terug op de vraag : ´Waarom in hemelsnaam?´. En dat is, wederom, zo´n vraag waar niet één antwoord op past. Een deel heeft ongetwijfeld betrekking op het begrip ´beelddenken´. Een sinds de jaren vijftig van vorige eeuw beschreven begrip dat een hoop dingen voor mij verklaarde. Edoch beelddenken, hoewel steeds meer geaccepteerd als fenomeen, is niet het enige dat mij kan verklaren. Daar is meer voor nodig. Als ik zo nu en dan registreer wat voor donkere spelonken mijn brein bezit, en dan praat ik echt over donker, en welke antwoorden ik soms vind in allerlei hoekjes en gaatjes, dan komt een andere, en wederom veel verklarende redenering naar boven. Niet dat mensen in mijn omgeving zich nu ernstig zorgen hoeven te maken of vast een plaatsje dienen te gaan reserveren in de dichtstbijzijnde TBS-inrichting, want er is een groot verschil tussen spelen met een idee en het ook daadwerkelijk uitvoeren tenslotte. En aan dat laatste heb ik absoluut geen enkele behoefte. Nee, zelfs niet voor even. Het ´gewone leven´, als je daar in onze huidige tijd überhaupt nog van kunt spreken, biedt meer dan genoeg problemen, uitdagingen en verleidingen om mijn overactieve en op hol geslagen brein bezig te houden. Méér dan genoeg zelfs. En met elke nieuwe richting die ik insla komen er honderden nieuwe kansen bij. Voor mij is intussen wel duidelijk geworden waarom ik denk. En dat is om erger te voorkomen…

10-11-07