Posts tonen met het label Luik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luik. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2008

Adrien de Witte, zijn nalatenschap

Als de idealist die hij was, heeft Adrien de Witte zich altijd bescheiden opgesteld en geen gehoor gegeven aan de roep van het grote geld. Voor hem waren, zeker in zijn professoraat, zijn leerlingen belangrijker dan zijn eigen oeuvre en zijn eigen marktwaarde. Zijn leven stond in dienst van anderen en hun artistieke prestaties. Deze tekenende houding ten opzichte van zijn eigen naam en faam, je zou het eigenlijk bijna achteloosheid noemen, cumuleert in 1905. In dat jaar worden in Luik een aantal overzichtstentoonstellingen gehouden van de plastische kunsten in België sinds haar ontstaan in 1830. De Witte wordt in deze tentoonstellingen niet getoond, noch genoemd. Een pijnlijk voorbeeld van zijn, toen al, collectieve miskenning.

De vraag is natuurlijk of de Witte wel besefte welk een waarde hij bezat voor de Belgische kunsten. Uit zijn houding en leven blijkt daar weinig van. Zeker is wel dat hij altijd bleef streven naar het hoogst haalbare niveau en daar doorgaans uitermate in slaagde. Als mens valt vooral zijn dienstbaarheid aan zijn studenten op, naast zijn afkeer voor de spotlights. Toch heeft hij ons een omvangrijk en schitterend oeuvre nagelaten, zoals blijkt uit de catalogus die in 1927 werd samengesteld door Armand Rassenfosse (zie afbeelding). Daarin staan de ruim 400 schilderijen, waarvan zo’n 260 schetsen en tekeningen, 10 pastellen, 180 etsplaten en zo’n 50 aquarellen.

Charles Dechevalerie, schrijver van de Monographie over de Witte, eindigt zijn verhaal over de schilder/ tekenaar/ etser/ graveur met de woorden: ‘Zij die hem bewonderen hebben tot plicht hem recht te laten wedervaren en hem, na zijn dood, de eer te bewijzen die hem in hoge mate toekomt.’ Waarvan akte.

Maar, al met al, weet ik nu het een en ander over de vermoedelijke schilder van mijn schilderij thuis, maar echt zekerheid heb ik nog steeds niet. Het monogram zit me niet lekker, al zou dit een studie kunnen zijn dat de Witte heeft gemaakt, ergens tussen 1888 (sterfdatum die vermeld staat op de achterkant) en 1935 toen de kunstenaar zelf overleed. Er is weliswaar bekend dat de Witte interieurs schilderde, maar dat van het Brouwershuis is in geen enkel boek tot nog toe terug te vinden. Het kan dus simpelweg zo zijn dat het hier helemaal niet om een werk van Adrien de Witte gaat, maar om dat van een andere A. de Witte. Er is een verwijzing naar een andere schilder met dezelfde voorletter, en uit dezelfde periode, maar dan afkomstig uit Goes. Het kan dus nog alle kanten op, maar mijn liefste kwam gisteren juist weer met de opmerking dat ze uit gegevens van kunstveilingen wel weer vermeldingen had gehaald over een monogram van de Witte.

De behulpzame meneer uit de bibliotheek gaf me, toen ik hem de vraag stelde hoe nu verder te gaan, een heel aantal bruikbare tips, buiten degene die ikzelf al had bedacht. En daarmee kan ik voorlopig wel weer even vooruit. Een andere mogelijkheid blijft natuurlijk om duidelijke foto’s van het schilderij te maken en die te sturen naar het museum in Luik waar ze een grote collectie van werken van Adrien de Witte bezitten. Dat kan meteen al. Mits men reageert natuurlijk, een hoop duidelijkheid scheppen over de verdere zoekrichting. En wie weet waar die me nog allemaal heen gaat voeren. Eén bestemming weet ik al, het museum in Luik zelf. Ik ben nu toch wel nieuwsgierig geworden en wil die werken daar graag eens met eigen ogen aanschouwen.

05-12-08

donderdag 4 december 2008

Adrien de Witte, Meester en leraar

Ook al heeft het boekje dat voor me op tafel ligt maar een kleine 40 bladzijden, het is met liefde geschreven. Op de voorpagina prijkt een zwart-wit afbeelding van een van de Witte’s bekendste werken ‘Vrouw met rood corset’ (zie afbeelding) dat hij in 1880 op dertigjarige leeftijd schilderde en wat nu in het museum in Luik hangt.

Adrien de Witte werd in 1850 geboren in Luik, en de liefde voor de kunsten is hem werkelijk met de paplepel ingegeven. Zijn vader was schilder en zijn opa van moederskant was een verwoed verzamelaar van schilderijen. Op 16 jarige leeftijd begon Adrien lessen te volgen aam de Academie voor Schone Kunsten in Luik, en zijn werk valt meteen zodanig op dat de Academie hem nauwlettend blijft volgen.
In 1873 krijgt de dan 23 jarige Adrien een beurs van de Fondation Lambert Darchis, een organisatie die jonge mensen uit Luik en omgeving in staat stelt voor hun artistieke of religieuze vorming een tijdje in Rome te leven en/of te studeren, en vertrekt naar Italië In vogelvlucht bezoekt hij Venetië, Firenze en Rome. Rome bevalt Adrien echter zo goed dat hij een paar jaar later opnieuw naar Rome vertrekt, om er deze keer zes jaar te blijven. Dit tweede verblijf in Rome is een gelukkige, inspirerende en vruchtbare periode in het leven van De Witte, maar de angst om een besmettelijke ziekte op te lopen drijft hem in 1884 weer huiswaarts. Daar krijgt hij het aanbod om te komen doceren aan de Academie voor Schone Kunsten te Luik, maar De Witte weigert in eerste instantie. Hij wil liever naar Parijs voor zijn verdere ontwikkeling, maar in 1885 besluit hij toch maar het aanbod aan te nemen en keert terug naar zijn geboortestad.

Lesgeven wordt zijn grote passie, en Adrien stort zich vol ijver en overgave op zijn leerlingen en wordt door hen op handen gedragen. Zijn leerlingen zullen hem later omschrijven als een groot voorbeeld en de inspiratie die hen ‘naar zichzelf leerde kijken en over de eigen kwaliteiten leerde oordelen’. Voor zijn eigen productie betekent het professoraat echter een duidelijke vermindering, vooral op het terrein van zijn schilderijen. Hij schildert nog wel, maar de schilderijen vorderen slechts met, zoals Dechevalerie het omschrijft, ‘aristocratische traagheid’. Een beduidend hogere productie hebben zijn teken- en graveerkunst, een ander terrein waarop De Witte een Meester blijkt te zijn.

Buiten de Academie leeft en werkt De Witte als een enigszins gesloten en bescheiden mens. Hij leeft ook afgezonderd van de rest, en heeft weinig op met kunstenaars die vooral door geldelijk gewin schijnen te worden gedreven. De Witte doet daar niet aan mee, en dat is waarschijnlijk een van de oorzaken waardoor zijn naam en zijn kunst nu zo weinig bekendheid en waardering genieten. Toch is dat, in mijn ogen, volstrekt onterecht. Ik zie in zijn schilderijen een mens dat de natuur en het leven weergeeft zoals hij die ziet, zonder onnodige opsmuk en rekwisieten. Zijn kleuren zijn warm en helder en er spreek duidelijk een liefde uit voor zijn onderwerpen.

04-12-08