zondag 24 februari 2008

Vrouwen en de Liefde

Vrouwen en liefde, er zijn geen twee onderwerpen waarover meer geschreven, gezongen en gesproken is, en waarover er méér verschillende meningen bestaan dan punten van overeenstemming. Je kunt zelfs je hele leven aan het bestuderen ervan wijden, zonder ooit één stap dichter bij een deugdelijke verklaring te komen. Elke stelling roept namelijk meer vragen en tegenstellingen op dan hij ooit zal kunnen beantwoorden.
Ik zal mezelf absoluut niet vlijen dat ik iets begrijp van vrouwen, net zo min als ik iets begrijp van de liefde. Vooral niet als het gaat over de liefde van een vrouw voor haar man en andersom. Honoré de Balzac, een Frans schrijver (1799-1850), zei ooit: ´Wanneer de vrouwen van ons houden, vergeven zij ons alles, zelfs onze misdrijven maar wanneer zij niet (meer) van ons houden vergeven zij ons niet, zelfs niet onze deugden.´ Een uitspraak die eenieder die ooit een relatie met een vrouw heeft gehad, al was het slechts zijn moeder, kan onderschrijven.
Als we ervan uitgaan dat mannen en vrouwen ongeveer even lang op deze aardbol ronddolen, ik was namelijk niet van plan een opmerking te maken over de discussie tussen Adam en God voor en ná over Eva´s komst, dan is het toch op z´n minst opmerkelijk dat er nog dagelijks nieuwe inzichten worden gepubliceerd over de relatie tussen man en vrouw. Maar toch schijnen er nog steeds nieuwe inzichten aan de oppervlakte te komen die de moeite waard zijn om met de wereld gedeeld te worden. Was dat enige weken geleden het feit dat het mannenbrein het hoge, schelle stemgeluid van de vrouwenstem eenvoudigweg uitblokte, gisteren leerde de bijlage ´Vrouw´ ons over slinkse vrouw in de slaapkamer. Waarschijnlijk volstrekt onbedoeld, maar een goed verstaander heeft tenslotte maar een half woord nodig. In een gezondheidsartikel over slapen stond een klein kadertje met de titel ´puntsgewijs slapen´. Alleen daarop kan ik een heftige fantasie loslaten, maar de inhoud bleek nog vele malen interessanter. Dat de gemiddelde mens zo´n acht uur slaap per nacht nodig heeft is redelijk bekend. Ook het feit dat de behoefte aan slaap afneemt naarmate de teller der jaren stijgt. Dat rechtse politici vaak op hun linkerzij slapen is leuk, maar daar kan ik weinig mee. Net zo min als met de kennis dat managers uit het bedrijfsleven op hun rechterzij, en sporters vaak op hun buik slapen. Ik slaap vrijwel altijd op mijn rechterzij en nóóit op mijn buik, dus die gegevens kloppen simpelweg. Maar dán komt het, verscholen tussen de schijnbaar kleine feitjes uit de categorie ´leuk om te weten´. Er staat: ´Mannen die het bed delen met een vrouw vertonen na verloop van tijd mindere intellectuele prestaties.´ Pardon? Wát zegt u daar? Maar wacht, het wordt nóg erger! Het volgende punt leert ons namelijk: ´Dit proces voltrekt zich omgekeerd evenredig bij vrouwen.´ Dus, als je als braaf getrouwd huisvader de echtelijke sponde deelt met je gade, lever je niet alleen nachtrust in voor het vervullen van je ´echtelijke plichten´ maar jat ze ook nog ongemerkt je intelligentie? En hoe krijgt ze het dan óók nog voor elkaar om datgene wat ze van mij gejat heeft zelf te houden? Laat ze dáár dan eens razendsnel onderzoek naar gaan doen! Dát wil ik namelijk óók wel leren!
Mannen worden dus, naar mate ze langer bij hun vrouw blijven, steeds dommer en vrouwen steeds slimmer. Op zich niet een heel verbazende conclusie, een ieder die wat langer met vrouwen omgaat weet dat vrouwen doorgaans veel slimmer zijn dan ze op het eerste gezicht doen blijken, maar vooral schokkend door de manier waarop! Vrouwen worden dus niet alleen slimmer door te observeren en daarvan te leren, als het ze allemaal niet snel genoeg gaat ´jatten´ ze gewoon er wat intelligentie bij als je eindelijk uitgeput en suf geluld in slaap bent gevallen. Het is gewoon schaamteloos, en er is verdomd weinig wat we ertegen kunnen doen blijkbaar. Ik zie me namelijk nog niet zo snel met een muts, kunstig gevouwen van aluminiumfolie, de echtelijke sponde induiken. Toch is er troost, zij het slechts een kleine. Per jaar verorber je minstens vier insecten per jaar volgens de studie. Als we er vanuit gaan dat dat cijfer een gemiddelde betreft, dan zal het aantal insecten dat vrouwen onbedoeld jaarlijks verorberen een beduidend stuk hoger liggen dan dat van mannen! En dat zal ze, nu ze dat weten, wel leren! Zo!

24-02-08

vrijdag 22 februari 2008

Te onderdrukken of niet te onderdrukken

Het onderdrukken van agressieve fantasieën werkt averechts en leidt eerder tot agressief gedrag. Op die, redelijk voor de hand liggende, conclusie hoopt de Rotterdamse psychologe Marleen Nagtegaal op 29 februari te promoveren aan de Erasmus Universiteit.
Middels het witte-beren-experiment, vraag iemand om een bepaalde tijd niet aan een witte beer te denken en hij gaat het juíst doen, kwam ze erachter dat het onderdrukken van ongewenste gedachten erg moeilijk is. Een conclusie die eeuwen geleden door filosofen ook al getrokken is. En als je dergelijke gedachten dus moeilijk kunt onderdrukken, gaat het er dus om hoe je ermee omgaat. Dûh!
Ieder mens heeft bij tijd en wijle dergelijke gedachten, en dat is maar goed ook. Ik ben daarop beslist geen uitzondering. Bij de een zijn de gedachten echter beduidend heviger en explicieter dan bij de ander, maar gelukkig voor de samenleving zijn er maar een procentueel zéér beperkt aantal mensen dat dergelijke gedachten ook daadwerkelijk uitvoert. Maar ermee omgaan moeten we allemaal en dan ligt het er, blijkens het onderzoek, nog maar aan hoe je dat doet.

Interessanter zou het echter zijn geweest als Nagtegaal had uitgezocht tot welke extremen die agressieve fantasieën eigenlijk gaan en hoeveel mensen hun fantasietjes in hun hoofd vervolgens tot in detail uitwerken. Dat zijn er hoogstwaarschijnlijk veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken,of maar zou willen denken. Iedereen die ooit enige tijd op internet heeft doorgebracht, in chatrooms bijvoorbeeld, weet tot welke zieke gedachten en fantasie de mens in staat is, en vooral mannen. Je kunt werkelijk geen fantasie bedenken of op internet zijn er mensen te vinden die dezelfde fantasie delen, hoe morbide of walgelijk die fantasie op het eerste gezicht ook mag zijn. Want de fantasie is tenslotte de ultieme vrijheid. In je hoofd bestaan net zo veel, of zo weinig, regels en grenzen als je zelf wilt. Alles kan en alles mag. En zolang je er niet op acteert ligt niemand er echt van wakker.
Voor een andere groep, een groep die zelfs leeft van het bedenken en uitwerken van fantasieën, ligt dat beduidend anders. Dat zijn de creatievelingen, de kunstschilders, de beeldhouwers, de schrijvers en de filmmakers. Die leven ervan om de diepste diepten van de menselijke geest te exploreren en ons die vervolgens in bewerkte vorm weer als een spiegel voor te houden. En dat de daar levende fantasieën divers, en van lieflijk tot extreem bloederig kunnen zijn, zien we dagelijks om ons heen en lezen we in de krant.
In dat licht bezien vind ik het altijd erg jammer dat er (nog) geen technieken bestaan waarmee je, letterlijk, een kijkje kunt nemen in iemands hoofd en gedachten. Het lijkt me onwaarschijnlijk fascinerend om, als afzijdig toeschouwer, toe te kunnen kijken wat er op een gemiddelde dag zoal in een willekeurig hoofd gebeurt en gaande is. Te kunnen zien hoe gedachten tot stand komen en langs welke paden men tot een bepaalde conclusie komt. En ook alleen al vanuit de grote verschillen tussen man en vrouw zou een dergelijke uitvinding gretig aftrek vinden. Wie heeft er tenslotte nooit eens verzucht dat de partner er werkelijk ‘niets van begrijpt..’? Hoe prettig zou het dan niet zijn als je dan je eigen gedachteproces zichtbaar zou kunnen maken voor die ander. Dat zou het wederzijds begrip absoluut verhogen. Een andere toepassing die ik dan ook graag zou zien is die waarin ik mijn liefste mee zou kunnen nemen in mijn hoofd, alwaar we samen oneindige reizen in fantasie zouden kunnen maken. Maar ach, dergelijke mogelijkheid zijn voorlopig voorbehouden aan de wereld van film en strips. En dat is maar goed ook. Ik denk ik dat ik me dood zou schrikken als ik daadwerkelijk een kijkje zou kunnen nemen in het hoofd van die vriendelijke oude buurvrouw of dat van mijn baas. En ik weet zeker dat de laatste zich minstens twee keer zou bedenken alvorens hij mij voor de koffie zou uitnodigen als hij toegang had tot het mijne!

Dat iedereen af en toe dergelijke gedachten heeft staat vast. Het grote verschil zit hem in hetgeen je ermee doet. Zoek je er een creatieve uitlaatklep voor, of verdring je de gedachten net zo lang tot het tot een uitbarsting komt? Ik ben een voorstander van het eerste, dat zal niemand verbazen. De mens mag dan, in ieder geval in gedachten, tot de meest vreselijke dingen in staat zijn, maar het bestaan van dergelijke gedachten hebben ons, als mensheid ook verrijkt. Denk maar eens aan het grote aantal films, kunst en boeken dat we nooit zouden hebben gehad als de menselijke geest niet zulke duistere krochten en spelonken bevatte. Je moet er alleen niet al te vaak vertoeven.

22-02-08