maandag 5 november 2007

Het Horeca-gevoel

De horeca is een virus dat, als het je eenmaal te pakken heeft, je nooit meer echt loslaat. Mij kreeg het virus jaren geleden al te pakken en sluimert, sinds ik de overstap naar een andere branche maakte, nog steeds vlak onder de oppervlakte.
Daarom verwonder ik me ook niet echt over de uitkomsten van de enquête door Interview NSS in opdracht van Tempo Team. Daaruit blijkt namelijk dat de gemiddelde gast zich vooral ergert aan het gebrek aan correcte omgangsvormen van het personeel, gevolgd door gebrek aan toewijding en een gebrek aan aandacht. Voor mij had daar nog het gebrek aan vakkennis bij gemogen, maar goed.
Veel van de jonge mensen die je in de horeca tegenkomt zijn studenten en werken er puur voor de centen. Op zich is daar niets mis mee, mensen die een baantje erbij hebben om wat extra geld te verdienen, maar de algemene indruk onder studenten is toch al snel dat iedereen het kan. En daar ben ik het absoluut niet mee eens. De horeca is een vak, een prachtvak ook nog eens een keer, maar wel een vak dat je moet liggen. Het moet echt in je zitten om er het maximale uit te kunnen halen. En, helaas, heeft niet iedereen dat gen.
Wie ´s zomers wel eens op een terras zit kent de gevolgen daarvan maar al te goed. Probeer maar eens de aandacht van een medewerker te trekken als je iets wilt bestellen of wilt afrekenen, dat is bijna onmogelijk. Medewerkers zijn druk met van alles bezig, behalve met datgene waar het om gaat en dat is nu juist de klant. Soms lijkt het zelfs wel alsof men op school vooral geleerd heeft om niet om zich heen te kijken en dat de klant slechts een lastige onderbreking van de werkzaamheden is. Maar in de horeca is nu juist de klant, en de zorg daarvoor, het centrale thema. Het gaat juist om het verzorgen en vertroetelen van die klant. Helaas is het tegenwoordig ´not done´ om je dienstbaar op te stellen t.o.v. een ander. Dat wordt beschouwd als onderdanig en minderwaardig, maar niets is echter minder waar. Iemand die dat in de vingers heeft kan zijn gasten bijna precies laten doen wat hij wil en ze alles verkopen, òòk dat waarvan ze niet eens wisten dat ze het wilden hebben. En ook nog eens met een gemak en een glimlach waarbij niemand het idee heeft dat er iets vervelends of verkeerds gebeurd is. En dát vakmanschap is vrijwel nergens meer te vinden in de horeca. Tot groot verdriet van velen overigens.
Als je een goed geleid horecabedrijf binnen komt waar de gast nog echt centraal staat zie en proef je het meteen. Aan de sfeer, de inrichting en de manier waarop je tegemoet wordt getreden door de medewerkers. En als dát allemaal goed zit én de medewerkers hebben kennis van zaken en ook nog eens een goed product, dan heb je een gouwe tent te pakken. Een vrijwel gegarandeerd succes. Mensen rijden dan, zonder problemen, kilometers voor je om en nemen hun hele familie en al hun vrienden maar al te graag mee. En daar moet je het als ondernemer toch van hebben.
Mensen die het horecavak begrijpen en het in hun bloed hebben zijn dus zeldzaam maar ze zijn er gelukkig wel. Soms is het even zoeken maar als je ze hebt gevonden blijf je er terugkomen want je voelt je er welkom en je voelt je er thuis. En dergelijke gelegenheden hoeven ook nooit veel reclame te maken, daar zorgen de tevreden gasten zelf namelijk wel voor. En beter dan dat kun je het niet krijgen.
Ik kom graag in de horeca en heb inmiddels een klein lijstje in mijn hart van gelegenheden waar ik graag, en met enige regelmaat te vinden ben. Ik zal er daarvan twee noemen: Het Koetshuis in Etten Leur en Restaurant Jill´s in Leiden. Beiden zijn restaurants waar ik, zonder enige twijfel elke gast mee naar toe durf te nemen. Het is er altijd goed. En daar gaat het tenslotte om. De gast moet, als hij aan het eind van de avond weer buiten staat, een absoluut voldaan gevoel hebben. Hij heeft lekker gegeten in een gezellige omgeving waar goed voor hem is gezorgd. Met een glimlach en een opgewekt humeur. En dan trekt hij gráág de portemonee. Ik wel tenminste.

05-11-07

zondag 4 november 2007

Grijze Boefjes

´Ouderen massaal op boevenpad´ kopt de krant vanmorgen. Zoals velen met mij schrik ik, maar al snel slaat mijn schrik over in verontwaardiging als ik lees hoe sommige geleerden over ouderen denken. Maar laat ik beginnen bij het begin.
Uit de praktijk blijkt namelijk dat het aantal 65-plussers dat voor het eerst voor de rechter verschijnt, in de afgelopen tien jaar, met maar liefst 57% gestegen is. En da´s ontegenzeggelijk veel. Een stijging die mijn salaris nóóit zal maken, tenzij ik erin slaag om topman te worden bij een bank of een energiebedrijf, maar daar ligt mijn levensambitie niet.
OM-baas Harm Brouwers noemt deze ontwikkeling zorgelijk en wil een onderzoek. Tot zover dus niks echt vreemds. De bevolking vergrijst dus is er een stijging te verwachten van het aantal grijze koppies voor de rechter. Daarnaast sluit Brouwers ook niet uit dat er, gezien de vergrijzing, een apart strafrecht voor ouderen zou moeten komen. Kan je over discussiëren maar tot hier is het een redelijk logisch betoog, zeker als hij aangeeft dat er bij oudere verdachten goed gekeken moet worden naar de toerekeningsvatbaarheid. Helemaal mee eens en als Brouwer dan ook nog zegt daarmee ´professioneler te willen omgaan dan we in het verleden hebben gedaan´ kan ik de man bijna om de nek vliegen. Bijna. Maar dán gaat het mis en komt opeens een hooggeleerde professor om de hoek kijken. Professor T.I. Oei, hoogleraar forensische psychiatrie, pleit ook voor een apart strafrecht voor ouderen maar doet dat vanuit een iets andere invalshoek. En dáár gaat het mis. Want wat zegt Oei? Hij zegt: ´Veel mensen vallen na hun 75e terug in functies. De hersenen van deze groep zijn al zo substantieel achteruit gegaan dat deze mensen niet in staat zijn om te beseffen wat ze hebben gedaan.´
Fijn dank u meneer Oei! U heeft in één keer het oudste deel van de bevolking tot een stel murmelende dementen verklaard die geen flauw benul meer hebben van wat ze doen. Zullen ze blij mee zijn! Ze zijn al afgedankt door de maatschappij omdat ze geen ´nut´meer hebben, zijn weggestopt in een tehuis omdat de familie het veel te druk heeft om voor ze te zorgen, moeten zien rond te komen van een paar centjes die ze in hun werkzame leven bijeen geschraapt hebben en nu verklaart u ze, en masse, nog eventjes als ´ontoerekeningsvatbaar´. Feest dus vanavond in Huize Avondrood! En gaan we nu dus zitten wachten tot al deze criminelen elkaar, met van bloempotten gemaakte steekwapens, elkaar de banden van de rollators leksteken? Tot ze elkaar, gedreven op een jenevernevel, hebben uitgemoord? Lijkt me toch niet. En dat onderzoek? Laat maar. Het is namelijk helemaal niet zo héél moeilijk om redenen te bedenken waarom ouderen, die na gedane arbeid zouden moeten kunnen genieten van hun welverdiende rust, het dievenpad opschuifelen. Ze MOETEN namelijk wel. Deze regering, en vele regeringen daarvoor, hebben de AOW en voorzieningen voor deze groep zo stelselmatig uitgehold dat er voor deze helden geen andere weg meer open is dan die van stelen om het grijze hoofd boven water te houden. En als het ´Vadertje Staat´, òòk een oude man, niet is die geld komt halen dan is het wel de gemeente die met ongebreidelde hebzucht haar burgers jaarlijks opzadelt met exorbitant hogere belastingen. Wie durft er nog over het ´zoet´ te hebben als er in bejaardenhuizen al bezuinigd moet worden op een koekje bij de koffie en mensen, die om welke reden niet meer zo goed voor zichzelf kunnen zorgen, verplicht worden dagen in pyjama door te brengen omdat er simpelweg niemand is om ze te helpen bij het douchen en aankleden? Is het in dát licht dan zo vreemd dat er mensen zijn die dan maar, in weerwil van alles waar ze in geloven en waar ze hun hele leven voor gestaan hebben, némen waar ze feitelijk recht op hebben? Dacht het niet. En ik kan me echt kwaad maken als alle senioren van bóven de 75 zo te kakken worden gezet als een stelletje seniele oude dwazen die het toch niet merken als ze het schamele beetje dat ze nog hebben òòk moeten inleveren. ´Want ze zijn zo rijk..´ volgens Woutertje B. Me neus! Ik weet niet in welke kringen Woutertje verkeert, ik heb er wel een idee van, maar zoveel rijke bejaarden zijn er helemaal niet. Dáár heeft Woutertjes Partij overigens helemaal zélf voor gezorgd. En dat hebben ze járen gedaan en dat zullen ze ook nog járen blijven doen als ze de kans krijgen, allemaal in de naam van ´gelijke verdeling´. En in dát licht snap ik de manier waarop de 75-plussers worden getypeerd wel. Want als ze seniel zijn merken ze niet dat we binnenkort nog meer bij ze weg komen halen. Maar laat ik u één les meegeven. Het als seniel en ontoerekeningsvatbaar kwalificeren van deze groep maakt nog niet dat het ook zo is. De wens mag dan vader zijn van de gedachte maar dat maakt het nog niet tot waarheid. Gelukkig niet. De praktijk zal anders blijken en ook een groep als deze is uitstekend in staat zich te organiseren en vormen dan, op basis van aantallen alleen, een geducht machtsblok. Zouden Woutertje, Brouwer en Oei dáár wel eens over hebben nagedacht?

04-11-07