Spreek met een gemiddelde Amerikaan, en hij zal je vertellen dat hij afkomstig is uit het land van de onbegrensde mogelijkheden. En alhoewel je kunt bediscussiëren of dat überhaupt ooit zo is geweest, Amerikanen zijn groot gebracht met het idee dat ´the American way of life´ nu eenmaal de beste is. Sterker nog, als het aan veel Amerikanen ligt, is het zelfs ´the only way´.
Op mijn reizen in en naar de VS heb ik met heel veel verschillende Amerikanen gesproken, en één ding wat me altijd opviel, was hun enorme gebrek aan perspectief. Maar wellicht is dat helemaal niet zo gek als je, eenmaal met pensioen, je huis kunt verkopen, en met een enorme luxe uitgevoerde camper de rest van je aardse dagen door je eigen land kunt rondtoeren zonder ooit een paspoort nodig te hebben. Dan is het ook niet zo heel nodig om zaken eens vanuit een ander standpunt te bekijken. Voor ons Europeanen ligt dat beduidend anders. Stap op elk willekeurig punt in Nederland in je auto, rijdt pakweg 300 kilometer in oostelijke of zuidelijke richting, en nog voor je die afstand volledig hebt afgelegd spreekt men op z´n minst één andere taal. Voor een Amerikaan is zoiets vrijwel ondenkbaar. Voor hem bestaat zijn wereld voornamelijk uit Amerikanen en een enorme handvol mensen die niets liever willen dan in Amerika wonen.
Toch lijkt er een kentering op te treden. Nu in grote delen van de VS de economische vooruitzichten erg slecht zijn, begint langzamerhand een beweging op gang te komen waarbij Amerikanen met Europese voorouders juist ´het beloofde land´ beginnen te verlaten. Velen van hen vragen een paspoort aan voor het land van hun voorouders die, in de jaren dertig tot vijftig van de vorige eeuw, juist massaal het toenmalige Europa ontvluchtten om ´in den vreemde´een nieuw bestaan op te bouwen. ´Met een Europees paspoort kan ik in 27 landen werken, en met mijn Amerikaanse maar in één!´ zegt Suzanne Mulvehille uit Florida. ´Ik kwam er (na het aanvragen van een Roemeens paspoort HdlE) voor het eerst van mijn leven achter dat het zijn beperkingen heeft om Amerikaanse te zijn…´ Maar ja dat is beter laat dan nooit denk ik dan maar.
Ik herinner me ook nog levendig de bussen vol toeristen die langs de balie kwamen van het Amsterdamse hotel waar ik ooit werkte. Van die grote groepen die Europa ´doen´ in een week en zich dan voor kunnen houden dat ze weten hoe Europa in elkaar steekt. Met veel plezier denk ik terug aan de discussie die ik met velen van hen heb gevoerd over al die vreemde fenomenen die ze hier hadden gezien. Zo was er ooit een rancher uit Texas die er maar niet over uit kon dat we allemaal slootjes hadden tussen onze weilanden. Op zíjn bedrijf, stond er niet eens een hek tussen hem en zijn buren, een slordige drie uur rijden verderop. Als er eens onverhoopt een paar koeien over de grens kuierden, werden die vanzelf wel weer door de buurman teruggedreven zodra die ze ontdekte, dus waarom zou hij zijn bezit in hemelsnaam moeten omheinen?
Een andere bron van hilariteit en inzicht zijn de vele boeken die geschreven zijn door Amerikanen die voor enige tijd in ons midden hebben geleefd en gewerkt. Behalve hun verbijstering voor het feit dat wij Nederlanders om acht uur afspreken en ons bezoek dan ook om klokslag acht uur verwachten, raakt men maar niet uitgesproken over onze fietscultuur en het feit dat na één koekje bij de koffie de koektrommel wordt gesloten en ook subiet van tafel verdwijnt. Niet dat de doorsnee Amerikaan trouwens weet waar Nederland ligt, want dát hebben ze nooit geleerd op school. Als men al enig idee heeft waar te zoeken, zoals die groep gepensioneerde leraren die ik bij de Grand Canyon tegen kwam, dan wijst men op de kaart steevast Denemarken aan. Dat je in een land kunt wonen dat op menige wereldkaart zó klein is dat de benaming van onze hoofdstad de halve Noordzee beslaat, is voor een Amerikaan iets wat moeilijk in zijn belevingswereld valt in te passen. Toch kan ik niet anders zeggen dan dat ik niets anders dan vriendelijkheid en oprechte interesse heb ondervonden in mijn ontmoetingen met Amerikanen. Of dat nu in de VS, op een berg in Nepal, of in de achterbuurten van Caïro was. En vooral van die laatsten, een stel dames op leeftijd, staat me één uitspraak nog helder voor ogen. Het was niet lang na de zo rumoerig verlopen verkiezingen waarbij George W. voor zijn eerste termijn was gekozen en enkele dagen vòòr de aanslagen in New York. Ik raakte met de dames in gesprek terwijl we in het Caïro Museum stonden te wachten voor we de ruimte in mochten waar Egypte´s grootste farao´s in vitrines liggen uitgestald. Het klonk zelfs haast verontschuldigend. ´Don´t blame us for our president!´ fluisterden ze me toe in die grote statige hallen.
Onlangs vroeg ik me af of er ooit een Nederlander is geweest die dergelijke woorden heeft gefluisterd…´Don´t blame us for our MP….´. Ik betwijfel het.
10-06-08
Ik ben dit Blog begonnen om een podium te hebben voor mijn gedachten. Alle teksten, meningen en afbeeldingen op deze blog zijn dan ook van mij en van mij alleen. Het is dan ook niet toegestaan om tekst/delen van tekst/afbeeldingen etc van deze blog te gebruiken zonder mijn uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming. Als je wilt reageren op een bericht of iets anders wilt zeggen of mededelen dan lees of hoor ik dat graag!
dinsdag 10 juni 2008
maandag 9 juni 2008
Van de domme
Knappe koppen van de universiteit van Lausanne hebben bepaald dat een vlieg langer leeft naarmate hij dommer is. Wetenschappers vermoeden namelijk dat actievere hersenen bij de vliegen het verouderingsproces versnellen, want 20 à 25 procent van de energie van de vlieg wordt verbruikt door de hersenen. De kortere levensverwachting van de gekweekte vliegen bleek op te kunnen lopen tot wel 20%.
Afgezien van het feit dat ik me ernstig afvraag welke grote stappen voorwaarts de mensheid door dit verbluffende onderzoek zal kunnen zetten, houdt het principe me bezig.
Nu de dagen af en toe weer wat warmer worden, staan er ook weer vaker ramen open en neemt ook het aantal gevleugelde bezoekers drastisch toe. Meestal zijn de indringers vooral vliegen en muggen, waarbij opvalt dat vooral de vliegen het meest luidruchtig op zoek gaan naar de uitgang. Muggen daarentegen, planten zichzelf meestal in een rustig hoekje en wachten de nacht af om daarna geniepig op hun bloeddorstige strooptocht te kunnen gaan.
Vliegen niet, die kunnen minuten achtereen rondzoemen en zich een absolute hernia bonken tegen deuren, ramen en het plafond. En als je ze zo bezig ziet, kunnen er toch minimaal enige vraagtekens gezet worden bij hun intelligentie… én bij hun gezichtsvermogen trouwens. Want hoe klein het kiertje ook was waardoor ze naar binnen kwamen, het is me opgevallen dat alleen de allergrootste opening ze pas weer kan verlokken hun overige dagen in de buitenlucht te slijten.
Maar wat voor soort wetenschapper houdt zich in hemelsnaam bezig met de intelligentie van vliegen? En waarom? Dat vleesvliegen een uitzonderlijk reukvermogen hebben weten we al jaren. Bepaalde soorten kunnen het rottingsproces al op grote afstand ruiken, om zich er vervolgens heen te haasten en er eitjes in te leggen. Zo helpen ze de kringloop in de natuur in stand te houden en de rommel op te ruimen. Prachtig en prima allemaal, maar verder? Bestaat de volgende stap uit het dresseren en africhten van vliegen om ons allemaal, voorzien van een miniatuurcamera, in onze woon- en slaapkamers te bespioneren? Wordt het begrip ´Vliegende Brigade´ daarmee een nieuw en verrassend leven ingeblazen? Ik waag het te betwijfelen, al mag ik graag met dergelijke scenario´s een tijdje stoeien. In de tussentijd blijf ik me echter afvragen wat er de reden van kan zijn om geld en tijd te investeren in dergelijk onderzoek. Er moet tenslotte iemand geweest zijn die het onderzoek bedacht heeft, een onderzoeksvoorstel heeft geschreven en er ook nog, van hogerhand, goedkeuring én geld voor heeft gekregen. En dat zal echt niet alleen op basis van ´we hebben die wetenschappers nu eenmaal toch´ zijn geweest. Ik ben zelf niet zo´n vreselijke ´bugman´, al kan ik absoluut bewondering hebben voor het feit dat insecten zich al miljoenen jaren hebben weten staande te houden en bepaalde soorten zich, schijnbaar moeiteloos, kunnen aanpassen aan de steeds veranderende omstandigheden. Zo weet ik ook dat we, als mensheid, ook helemaal niet zonder bepaalde insecten kunnen. Zonder de hulp van bijen zou onze voedselvoorziening bijvoorbeeld totaal onmogelijk zijn. Maar voor het overgrote deel geldt echter dat al die duizenden soorten insecten absoluut bestaansrecht hebben, maar dan het liefst buiten mijn gezichtsveld en buiten mijn huis. En vooral dan de spinnen en alles wat daar maar enigszins op lijkt. Nu heb ik in de afgelopen jaren aardig wat behendigheid opgedaan als ´residentieel spinnenvanger´. Het is zelfs wel eens gebeurd dat ik honderden kilometers op één dag heb afgelegd om mijn liefste te bevrijden van deze veelpotige belagers, maar doorgaans leef ik toch met het credo ´leven en laten leven!´. Tenminste, als tot de mogelijkheden behoort. Ik heb meerdere van mijn (tijdelijke) gevangenen geprobeerd uit te leggen dat er een paar simpele leefregels zijn: Ik woon hier binnen en jij woont daar buiten! Maar echt luisteren doen ze nooit. Dus zit er niets anders op dan gewoon het principe van natuurlijke selectie te blijven toepassen. De exemplaren die zo dom zijn om mijn huis te willen bevolken, zullen hoogstwaarschijnlijk niet in staat zijn voor een nieuwe generatie te zorgen. Maar of dát op de lange termijn echt gewicht in de schaal legt…
09-06-08
Afgezien van het feit dat ik me ernstig afvraag welke grote stappen voorwaarts de mensheid door dit verbluffende onderzoek zal kunnen zetten, houdt het principe me bezig.
Nu de dagen af en toe weer wat warmer worden, staan er ook weer vaker ramen open en neemt ook het aantal gevleugelde bezoekers drastisch toe. Meestal zijn de indringers vooral vliegen en muggen, waarbij opvalt dat vooral de vliegen het meest luidruchtig op zoek gaan naar de uitgang. Muggen daarentegen, planten zichzelf meestal in een rustig hoekje en wachten de nacht af om daarna geniepig op hun bloeddorstige strooptocht te kunnen gaan.
Vliegen niet, die kunnen minuten achtereen rondzoemen en zich een absolute hernia bonken tegen deuren, ramen en het plafond. En als je ze zo bezig ziet, kunnen er toch minimaal enige vraagtekens gezet worden bij hun intelligentie… én bij hun gezichtsvermogen trouwens. Want hoe klein het kiertje ook was waardoor ze naar binnen kwamen, het is me opgevallen dat alleen de allergrootste opening ze pas weer kan verlokken hun overige dagen in de buitenlucht te slijten.
Maar wat voor soort wetenschapper houdt zich in hemelsnaam bezig met de intelligentie van vliegen? En waarom? Dat vleesvliegen een uitzonderlijk reukvermogen hebben weten we al jaren. Bepaalde soorten kunnen het rottingsproces al op grote afstand ruiken, om zich er vervolgens heen te haasten en er eitjes in te leggen. Zo helpen ze de kringloop in de natuur in stand te houden en de rommel op te ruimen. Prachtig en prima allemaal, maar verder? Bestaat de volgende stap uit het dresseren en africhten van vliegen om ons allemaal, voorzien van een miniatuurcamera, in onze woon- en slaapkamers te bespioneren? Wordt het begrip ´Vliegende Brigade´ daarmee een nieuw en verrassend leven ingeblazen? Ik waag het te betwijfelen, al mag ik graag met dergelijke scenario´s een tijdje stoeien. In de tussentijd blijf ik me echter afvragen wat er de reden van kan zijn om geld en tijd te investeren in dergelijk onderzoek. Er moet tenslotte iemand geweest zijn die het onderzoek bedacht heeft, een onderzoeksvoorstel heeft geschreven en er ook nog, van hogerhand, goedkeuring én geld voor heeft gekregen. En dat zal echt niet alleen op basis van ´we hebben die wetenschappers nu eenmaal toch´ zijn geweest. Ik ben zelf niet zo´n vreselijke ´bugman´, al kan ik absoluut bewondering hebben voor het feit dat insecten zich al miljoenen jaren hebben weten staande te houden en bepaalde soorten zich, schijnbaar moeiteloos, kunnen aanpassen aan de steeds veranderende omstandigheden. Zo weet ik ook dat we, als mensheid, ook helemaal niet zonder bepaalde insecten kunnen. Zonder de hulp van bijen zou onze voedselvoorziening bijvoorbeeld totaal onmogelijk zijn. Maar voor het overgrote deel geldt echter dat al die duizenden soorten insecten absoluut bestaansrecht hebben, maar dan het liefst buiten mijn gezichtsveld en buiten mijn huis. En vooral dan de spinnen en alles wat daar maar enigszins op lijkt. Nu heb ik in de afgelopen jaren aardig wat behendigheid opgedaan als ´residentieel spinnenvanger´. Het is zelfs wel eens gebeurd dat ik honderden kilometers op één dag heb afgelegd om mijn liefste te bevrijden van deze veelpotige belagers, maar doorgaans leef ik toch met het credo ´leven en laten leven!´. Tenminste, als tot de mogelijkheden behoort. Ik heb meerdere van mijn (tijdelijke) gevangenen geprobeerd uit te leggen dat er een paar simpele leefregels zijn: Ik woon hier binnen en jij woont daar buiten! Maar echt luisteren doen ze nooit. Dus zit er niets anders op dan gewoon het principe van natuurlijke selectie te blijven toepassen. De exemplaren die zo dom zijn om mijn huis te willen bevolken, zullen hoogstwaarschijnlijk niet in staat zijn voor een nieuwe generatie te zorgen. Maar of dát op de lange termijn echt gewicht in de schaal legt…
09-06-08
Abonneren op:
Posts (Atom)