maandag 28 januari 2008

Lekker makkelijk!

Lekker hoor, zo’n populistisch onderzoek. ‘Het mannelijk brein moet grote moeite doen om de vrouwenstem te begrijpen..’. Het schijnt vooral te liggen aan de toonhoogte van de vrouwenstem en niet aan wát er gezegd wordt, terwijl dat juist de reden is dat menig man zijn oren sluit en denkt: ‘Het zal wel!’.
Onderzoeken naar, en weetjes over, de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn sowieso populair en een garantie voor enige millimeters krantenkolom. Zo ook het weetje dat mannen niks zelf kunnen vinden en daarvoor immer hun echtgenote nodig hebben. ‘Liefste, heb jij mijn lievelingstrui gezien?’ Ik weet natuurlijk niet hoe het bij u thuis gaat, maar in huize de L’
Écluse gaat het nooit zo. Schrijver dezes is doorgaans prima in staat zijn eigen rotzooi te vinden of, in een enkel geval, zich te herinneren waar hij iets voor het laatst heeft gezien. Maar ik voldoe op veel terreinen niet aan het stereotype van een ‘moderne man’. Ik hou niet bovenmatig van voetbal, een auto is voor mij allereerst een vervoermiddel en nergens een statussymbool of een compensatie voor een ‘gemis’, ik bezit ook al geen thuistap, geen koffiepad machine, geen Ipod, geen MP3 speler (ik doe het nog met een cd-man) en ik probeer echt te luisteren naar wat mijn echtgenote te zeggen heeft. Of ik er iets mee doe is natuurlijk weer een heel andere discussie. Maar je vrouw met een dergelijk onderzoek om de oren te meppen is weer iets heel anders. Daar kun je tenslotte beter een vers knapperig stokbrood voor gebruiken, maar dat terzijde. Mannen en vrouwen leven al eeuwen samen en in al die tijd is er, aan de ene kant, héél veel veranderd en aan de andere kant ook weer opvallend weinig. En in de communicatie al helemaal. Vrouwen willen nu eenmaal graag praten en mannen liever niet. Dat was vroeger zo, dat is heden ten dage zo, en dat zal morgen en overmorgen ook ongetwijfeld zo zijn. Het waarom daarvan geloof ik eigenlijk wel, het is namelijk gewoon zo. Om dus te zeggen dat je er als man niets aan kunt doen en dat je dus niet eens kunt luisteren als je dat zou willen, is een belediging voor de vrouw. En natuurlijk zijn er vrouwen die het kletsen tot absolute kunst hebben verheven. Van die vrouwen die, in een telefoongesprek met een vriendin, vijf kwartier in een uur kunnen lullen en vervolgens bij dezelfde vriendin op de koffie moeten om bij te praten. Ik zal dat werkelijk nooit begrijpen. Ik ben het echter gaan beschouwen als een van de aangename vergissingen van de (vrouwelijke) natuur en accepteer het gewoon. Ik doe er niet moeilijk over en laat haar vrij om met vriendinnen te kletsen zoveel ze wil. Of met mij als ze daar onbedwingbare behoefte aan heeft. Het venijn zit hem echter in het woordje ‘met’. Als iemand mét mij wil praten is dat altijd ok, maar meestal betekent het dat iemand mij iets gaat vertellen en dat ik het dan vervolgens voor waar dien aan te nemen én ook blindelings uit te voeren. En daar gaat het, bij mij dan, meestal mis. Ik doe het namelijk erg slecht als ik iets persé moet. Ik heb de neiging om ,al dan niet expres, vaak juist het tegenovergestelde te zeggen of te doen van wat men mij net heeft verteld. Ik kan het bovendien met een zeer blonde uitdrukking op het gezicht. Je zou het bijna gaan geloven. Bijna ja, want ik kan het dan ook weer niet laten om toch precies te laten weten hoe ik erover denk en hoe ik over de ander denk. En dat wordt me, geheel begrijpelijk overigens, meestal niet in dank afgenomen. Vooral niet door diegenen die, hiërarchisch gezien, zich boven mij bevinden. Niet dat ik een echt probleem heb met hiërarchische structuren, integendeel zelfs, maar regel het dan ook, wil je? En probeer zeker niet ondergetekende te gebruiken als zondebok als je zelf hebt lopen klootviolen. Dáár kan ik slecht tegen en daarvan gaat mijn brein, helemaal spontaan, zelfs van op slot. Zomaar!

28-01-08

zaterdag 26 januari 2008

Ochtend

JP belde. Het was de hoogste tijd om weer eens ´ouderwets bij te praten´. Ik kon het alleen maar beamen, de laatste keer dat we elkaar troffen was immers al zeker een maand of drie geleden. Ik had de telefoon nog niet neergelegd of Camiel belde. Of ik mogelijkheden zag om een dezer dagen naar de residentie te komen. Ik antwoordde bevestigend maar merkte wel op dat het beter niet al te vroeg in de ochtend kon, en ná carnaval. Vanwege ´zijn´ files inderdaad. Leuke jongen die Camiel, goed gevoel voor humor ook, zeker voor een Limburger. Met een kort ´Houdoe!´ namen we afscheid.
Even later met een verse kop koffie achter de krant. Een beetje koppensnellen. Veel ´Boer zoekt vrouw´-geluk, maar dan vooral uit eerdere episodes. En veel Wilders, héél veel Wilders. Ik zat me net te bedenken wanneer ik Wilders voor het laatst had gesproken toen de telefoon ging. ´Als je het over de duvel hebt!´ begon ik, maar Geert was niet in voor woordgrapjes. Daarvoor lag die duvel hem iets te dicht bij de duivelsverzen. Geert wilde weten of ik nog iets gehoord had van mijn contacten binnen het IOT (Inspraakorgaan voor Turken in Nederland) of het LBM (Landelijk Beraad Marokkanen). Ik moest ontkennen, tenminste niets sinds beide organisaties hadden laten weten de deuren van de moskeeën wagenwijd open te zetten voor iedereen. ´Maar,´ zo voegde ik eraan toe, ´dat gebeurt toch pas als je de film af hebt!´ Meer hoefde ik niet te zeggen, we wisten tenslotte beiden dat er van ´de Film´ nog geen plaatje op celluloid was gezet. Ok, alleen dat promofilmpje dan, haastig in elkaar geknutseld om iets aan de Telegraaf te kunnen laten zien. ´Ga je maart echt halen?´ vroeg ik nog. Maar Geert had al opgehangen.
Bij de tweede kop koffie klinkt de aankondiging van een mailtje. Ahmed´s wekelijkse update. Leuke gozer die Ahmed, tegenwoordig wat te onzichtbaar. Vooral in vergelijking met de periode dat hij nog in Amsterdam werkte, maar op de een of andere manier is hij de enige die ik met zijn achternaam aanspreek. Waarschijnlijk omdat onze kennismaking begon met een verbastering daarvan. Van Aboutaleb naar Aboe Simbel en Abou Simpel. Abu Dhabi kon ook, maar Achmed heeft meer met bergen dan met eindeloze hoeveelheden zand, dus Abou Simpel werd het en bleef het. Hij ondertekent zijn mails er zelfs mee. Toch is ´us´ Abou bepaald niet dom. Integendeel zelfs. ´Ik ben behoorlijk slim voor een Marokkaan..´ heb ik hem eens horen verzuchten. En dat is ie. Toch heeft ook hij regelmatig behoefte even te sparren, aan weerwoord zeg maar. En hij weet dat hij dat bij mij altijd kan krijgen. Wellicht niet altijd het weerwoord wat hij graag zou willen horen, maar genoeg om hem aan het denken te krijgen en te houden. Schenkt thuis ook erg lekkere thee trouwens. Zonder koekje echter, dat is hem te ´Hollandsch´, en zover integreren hoeft van hem ook weer niet. Ja, echt een prima gozer die Abou. Een slok koffie verder bedenk ik me dat ik al lange tijd niets meer van Hans heb gehoord. Ik heb sinds hij in Diever woont zijn kop meermalen in de krant en op tv gezien, maar van echt praten is het al lang niet meer gekomen. Ik moet hem nodig eens bellen. Even kletsen en dan afspreken om ergens een vorkje te gaan prikken of zo. Zijn we beiden altijd wel voor te vinden. Lekker eten met een goed glas wijn ernaast, dat werk. En weet je wat? Ik zit volgende week toch in die uithoek, dus wie weet kunnen we dan wat afspreken. Ik zal hem meteen maar even bellen? Of toch maar een mailtje? Het emailadres ken ik tenslotte uit mijn hoofd: Hans@Diever.nl. Een mailtje dan maar snel, voor ik me echt moet gaan aankleden. Ik wil echt een beetje op tijd in de auto zitten, anders loopt mijn hele planning voor vandaag in de soep. En terwijl ik begin te typen wordt ik een irritante bromtoon gewaar. Een erg irritante bromtoon. Het duurt even voordat ik erachter kom dat het mijn wekker is die eist dat ik nu eindelijk eens wakker wordt. Ik leg de ellendeling het zwijgen op, werp het dekbed van me af en laat mijn benen over de rand van het bed bungelen. Die dromen van mij, waar háál ik ze toch vandaan? Politici die simpele burgers zoals ik opbellen en om raad en advies vragen? Dát kan alleen in dromen…

26-01-08