De wereld staat in brand om een film, een film waarvan niemand nog maar één minuut heeft gezien. Toch duikelt iedereen over elkaar heen om zich uit te spreken vòòr de vrijheid van meningsuiting of tégen de aangekondigde ‘belediging van de Islam’.
En Wilders? Die ziet de wereld om zich heen het hoofd volstrekt verliezen en geniet, dat kán haast niet anders. Hij kondigde gisteren aan dat de eerste vertoning ‘rond eind maart’ plaats zal vinden in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag, vlak bij het Binnenhof.
Op het moment dat ik die vage omschrijving hoorde wist ik het zeker. Wilders heeft hier een machtig wapen in handen om de hele wereld in één keer volstrekt voor schut te zetten, het voltallige kabinet incluis. Want ‘rond eind maart’ valt namelijk óók de datum van 1 april, de dag waarop mensen elkaar al eeuwenlang voor de gek houden.
Ik zie Wilders al verschijnen, de blonde lokken in model. Voor de deur van het perscentrum verdringen cameraploegen van over de hele wereld elkaar om het nieuwsevent van de eeuw vast te leggen. Camera’s klikken als Wilders achter de microfoon plaatsneemt en zelfverzekerd de zaal in kijkt. Dan heft hij zijn hand op en wordt het stil, doodstil. Uit zijn binnenzak haalt Wilders een rode neus en zet die op. Hij neemt het woord:
‘Dames en heren van de wereldpers, er is geen film! Ik herhaal, er is GEEN film! Ik heb middels dit verhaal een daad willen stellen, en uit de hysterische reacties van de afgelopen maanden blijkt mijn gelijk..’
Of we Wilders ooit dergelijke woorden zullen horen spreken is de grote vraag, maar in zijn hand heeft hij de sleutel tot een van de grootste media-hoaxes ooit. Nog nooit is er over een nog nooit vertoonde film zo’n gigantische ophef geweest. Nog nooit heeft een Nederlandse politicus, en een politicus van een kleine partij ook nog eens, zo het politieke schouwtoneel gedomineerd als Wilders dat de afgelopen maanden heeft gedaan. Ministers, staatssecretarissen en andere hoogwaardigheidsbekleders hebben zich er allemaal mee bezig gehouden, hebben plannen gemaakt, uitspraken gedaan en doemscenario’s bedacht. En de veroorzaker van al die heisa zweeg ondertussen in alle talen. Maar wat een coupe zou het zijn als Wilders aankondigde dat er helemaal geen film is en ook nooit is geweest! Dat het allemaal bedoeld was op één punt héél duidelijk te maken! Het land zou op zijn grondvesten trillen en iedereen, van Jan Peter tot de laagste ambtenaar, zullen zich rood van schaamte verstoppen totdat zelfs de nagalm van de dreun is opgehouden, om dan weer stotterend en schaaplachend tevoorschijn te komen en te verklaren dat het allemaal doorgestoken kaart was.
Voor mij is het al lang niet meer interessant of Wilders nu wél of géén film heeft gemaakt. Met de aankondiging alleen al, heeft hij feilloos aangetoond hoe beperkt en eenzijdig het denken is op deze wereld, en dan met name is grote delen van de islamitische wereld. Hij heeft ons pijnlijk laten zien dat we, als wereldbevolking, nog mijlenver verwijderd zijn van het ideaal van één grote globale familie die de problemen die ons bedreigen tezamen het hoofd biedt. De verdeeldheid is momenteel namelijk groter dan ooit, vooral over wat we zouden moeten of mogen geloven, denken, zeggen of tekenen. En een oplossing r is niet meteen voor handen. Daarvoor is een hoop tijd, wijsheid, dialoog en geduld nodig. Nu Wilders de camera’s van de wereld op zich gericht weet, zou hij de daverende dreun aan de wereld kunnen uitdelen die héél misschien mensen tot nadenken zou kunnen aanzetten. Maar of hij dat gaat doen is, helaas, nog koffiedik kijken. Ik weet alleen dat ik zo’n kans niet zou laten lopen…
06-03-08
Ik ben dit Blog begonnen om een podium te hebben voor mijn gedachten. Alle teksten, meningen en afbeeldingen op deze blog zijn dan ook van mij en van mij alleen. Het is dan ook niet toegestaan om tekst/delen van tekst/afbeeldingen etc van deze blog te gebruiken zonder mijn uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming. Als je wilt reageren op een bericht of iets anders wilt zeggen of mededelen dan lees of hoor ik dat graag!
donderdag 6 maart 2008
woensdag 5 maart 2008
De kunst van het delegeren
Management is een mooi vak, maar het is soms verschrikkelijk makkelijk om misbruik te maken van je positie. Zo had ik jaren geleden een assistent met dezelfde voornaam als ikzelf, en met wie ik het prima kon vinden. We konden goed samenwerken en ook buiten het werk zagen en spraken we elkaar regelmatig in de kroeg. De verstandhouding was met name zo goed omdat we een zelfde soort humor bezaten en, ondanks dat het vaak behoorlijk hectisch en druk was, we zo samen toch een hoop werk konden verstouwen. Maar, zoals altijd, zijn er klussen die je wèl leuk vindt en klussen die je nìet zo leuk vindt. Wij waren daarop beiden bepaald een uitzondering, en zo ontstond de discussie over delegeren.
Op een gegeven dag begon Henry S. met de opmerking dat het toch wel behoorlijk begon op te vallen dat een bepaald aantal klussen, waarvan bekend was dat ik ze niet echt leuk vond, steeds ‘onverklaarbaar’ op zijn bureau terecht kwamen, en dat een aantal klussen die ik bepaald wel leuk vond, nou nòòit eens bij hem terecht kwamen. Kijkend om het hoekje van mijn computer kon ik hem niet anders dan absoluut gelijk geven. De taakverdeling is tenslotte een van de prettige dingen van een managementfunctie. Je kunt helemaal zelf bepalen wie je welke werkzaamheden opdraagt en, ook nog, wanneer die dan klaar moeten zijn. En die verantwoordelijkheid kun je op meerdere manieren invullen.
Zo kun je, mocht je dat willen, alle werkzaamheden over je medewerkers verdelen en zelf heel erg gaan pretenderen dat je het vreselijk druk hebt. Ik heb meerdere managers deze tactiek zien toepassen, maar ze werkt nooit op de lange termijn. Vroeg of laat komt er een moment dat je zelf toch ook iets moet presteren, en dan is het wel verrekte handig als je dan ook weet waarover je het hebt. En vooral om dat onder de knie te krijgen vòòr je hele afdeling besluit te gaan muiten. Beter is het, om een tactiek te kiezen waarbij ieder lid van het team zoveel mogelijk die werkzaamheden krijgt toebedeeld die het beste bij zijn of haar karakter en voorkeuren passen. Daarbij moet je natuurlijk erop letten dat mensen zich niet over de kop gaan werken, maar doorgaans krijg je het beste resultaat als iedereen zoveel mogelijk die werkzaamheden kan doen die hij leuk vindt en als wat over blijft, ook eerlijk verdeeld wordt. Maar er zijn uitzonderingen. Soms zijn mensen ergens erg goed in, maar vinden ze er geen bal aan! Met ‘andere Henry’ was dat ook het geval. Hij kon geweldig goed en snel plannen en de perfecte match maken tussen mens en opdracht. En dat wist hij drommels goed, alleen vond hij het vreselijk saai werk. Vandaar dat hij mij met enige regelmaat bleef bestoken met het verzoek om de rollen af en toe eens om te draaien en eens een paar dagen wat anders te mogen doen. En die roulatie werkte prima, zo goed zelfs dat we allebei behoorlijk geroutineerd werden in alle aspecten van het werk en sommige dingen bijna blindelings konden uitvoeren. Daardoor was er genoeg tijd om ook nog een beetje te geinen, en vanuit die instelling kwam het ook tot die allereerste definitie van ‘delegeren’.
Hij ging ongeveer zo:’Delegeren is de kunst om alles waar een ander beter in is, ook door die persoon te laten doen. Daarnaast delegeer je die zaken waar je geen tijd voor hebt, plus die zaken waar je helemaal geen zin in hebt.’
Henry S. moest het even op zich laten inwerken. Maar een minuutje later kwam zijn stem wat klagerig vanachter de computer: ‘Maar dan ben ik dus ALTIJD de klos!’ Ik kon het alleen maar bevestigen, waarna we allebei weer lachend aan het werk gingen. Er lag nog werk genoeg.
05-03-08
Op een gegeven dag begon Henry S. met de opmerking dat het toch wel behoorlijk begon op te vallen dat een bepaald aantal klussen, waarvan bekend was dat ik ze niet echt leuk vond, steeds ‘onverklaarbaar’ op zijn bureau terecht kwamen, en dat een aantal klussen die ik bepaald wel leuk vond, nou nòòit eens bij hem terecht kwamen. Kijkend om het hoekje van mijn computer kon ik hem niet anders dan absoluut gelijk geven. De taakverdeling is tenslotte een van de prettige dingen van een managementfunctie. Je kunt helemaal zelf bepalen wie je welke werkzaamheden opdraagt en, ook nog, wanneer die dan klaar moeten zijn. En die verantwoordelijkheid kun je op meerdere manieren invullen.
Zo kun je, mocht je dat willen, alle werkzaamheden over je medewerkers verdelen en zelf heel erg gaan pretenderen dat je het vreselijk druk hebt. Ik heb meerdere managers deze tactiek zien toepassen, maar ze werkt nooit op de lange termijn. Vroeg of laat komt er een moment dat je zelf toch ook iets moet presteren, en dan is het wel verrekte handig als je dan ook weet waarover je het hebt. En vooral om dat onder de knie te krijgen vòòr je hele afdeling besluit te gaan muiten. Beter is het, om een tactiek te kiezen waarbij ieder lid van het team zoveel mogelijk die werkzaamheden krijgt toebedeeld die het beste bij zijn of haar karakter en voorkeuren passen. Daarbij moet je natuurlijk erop letten dat mensen zich niet over de kop gaan werken, maar doorgaans krijg je het beste resultaat als iedereen zoveel mogelijk die werkzaamheden kan doen die hij leuk vindt en als wat over blijft, ook eerlijk verdeeld wordt. Maar er zijn uitzonderingen. Soms zijn mensen ergens erg goed in, maar vinden ze er geen bal aan! Met ‘andere Henry’ was dat ook het geval. Hij kon geweldig goed en snel plannen en de perfecte match maken tussen mens en opdracht. En dat wist hij drommels goed, alleen vond hij het vreselijk saai werk. Vandaar dat hij mij met enige regelmaat bleef bestoken met het verzoek om de rollen af en toe eens om te draaien en eens een paar dagen wat anders te mogen doen. En die roulatie werkte prima, zo goed zelfs dat we allebei behoorlijk geroutineerd werden in alle aspecten van het werk en sommige dingen bijna blindelings konden uitvoeren. Daardoor was er genoeg tijd om ook nog een beetje te geinen, en vanuit die instelling kwam het ook tot die allereerste definitie van ‘delegeren’.
Hij ging ongeveer zo:’Delegeren is de kunst om alles waar een ander beter in is, ook door die persoon te laten doen. Daarnaast delegeer je die zaken waar je geen tijd voor hebt, plus die zaken waar je helemaal geen zin in hebt.’
Henry S. moest het even op zich laten inwerken. Maar een minuutje later kwam zijn stem wat klagerig vanachter de computer: ‘Maar dan ben ik dus ALTIJD de klos!’ Ik kon het alleen maar bevestigen, waarna we allebei weer lachend aan het werk gingen. Er lag nog werk genoeg.
05-03-08
Abonneren op:
Posts (Atom)