Volgens de Britse weerkundige Piers Corbyn gaat Nederland eind november, de periode van 24 tot 28 november om precies te zijn, het zwaar te verduren krijgen tijdens een zogenaamde ´Superstorm´ waarbij windsnelheden gehaald zullen worden boven de 200 km/u. Deze Britse wetenschapper doet deze voorspelling o.a. op basis van de activiteit van zonnevlekken.
Er wordt in de diverse media en op internet inmiddels druk gediscussieerd over de voorspelling, en dan vooral over de betrouwbaarheid daarvan, en ook wordt er stevige kritiek geleverd op Corbyn en zijn methode. Op zich best interessant om te lezen maar ik stel me dan liever wat er zou gebeuren als…
Nu is een windsnelheid van boven de 200 km/u inderdaad extreem. De hoogste windsnelheid ooit vastgelegd in Nederland dateert momenteel van 2005 en werd gemeten in Hoek van Holland op 25 november 2005. Er werd een windsnelheid van 173 km/u gemeten wat zich dan weer laat omrekenen tot bijna 48 m/s. Niet echt weer om eens lekker een frisse neus in te gaan halen lijkt me zo.
Maar stel nou eens dat meneer Corbyn het inderdaad bij het rechte eind heeft en we inderdaad een superstorm te verwerken gaan krijgen, wat dan? Reëel gezien heb je dan een hoop schade en een hoop chaos maar gaat het land daarna weer gewoon over tot de orde van de dag. Toch is het gek als je je tracht voor te stellen hoe hard dergelijke windstoten zijn. Een windstoot die met de snelheid van een flinke raceauto over het land raast. Dat soort extremen zijn we hier, tot op heden dan, gelukkig niet gewoon maar zullen, als we de klimaatbobo´s moeten geloven, in de toekomst steeds vaker gaan voorkomen. En ik kan dan niet nalaten me af te vragen hoe erg dat nu eigenlijk is. Dat het klimaat aan veranderingen onderhevig is weten we al jaren. Kijk maar naar de geschiedenis van de afgelopen, pak hem beet, 20.000 jaar. Veel planten en diersoorten die toen in onze streken voorkwamen zijn uitgestorven en anderen zijn ervoor in de plaats gekomen. De natuur laat zich tenslotte niet bedwingen, zeker niet op de lange termijn. Die komt altijd terug, zij het in een iets andere vorm dan voorheen. Maar stel nu dat het eind november écht zo hard gaat waaien? Niet dat ik er in geloof, maar stel nou. Hoe gaan we er dan mee om? Gaan we ons ingraven en letterlijk afwachten tot het einde of doen we gewoon ons eigen ding en zien we wel? Je weet het natuurlijk nooit. Ik denk dat Noach´s buren zich, als ze nu leefden, zich in allerijl gingen voorbereiden. Die hebben destijds hard staan lachen toen Noach voorspelde dat het dagenlang ging regenen en dát hebben ze geweten. Ik denk dat ze die denkfout niet een tweede keer zouden maken. De meeste mensen leren namelijk van hun fouten.
Wat ik ga doen? Niks. Ik zie het wel gebeuren. Ik kan het echter alleen niet nalaten te dromen. Als die storm komt zou ik oh zo graag kunnen bepalen wáár die dan zou gaan waaien en hoe hard. Maar helaas werkt het niet zo in de wereld. Maar een mens mag altijd blijven dromen, toch?
06-11-07
Ik ben dit Blog begonnen om een podium te hebben voor mijn gedachten. Alle teksten, meningen en afbeeldingen op deze blog zijn dan ook van mij en van mij alleen. Het is dan ook niet toegestaan om tekst/delen van tekst/afbeeldingen etc van deze blog te gebruiken zonder mijn uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming. Als je wilt reageren op een bericht of iets anders wilt zeggen of mededelen dan lees of hoor ik dat graag!
dinsdag 6 november 2007
maandag 5 november 2007
Het Horeca-gevoel
De horeca is een virus dat, als het je eenmaal te pakken heeft, je nooit meer echt loslaat. Mij kreeg het virus jaren geleden al te pakken en sluimert, sinds ik de overstap naar een andere branche maakte, nog steeds vlak onder de oppervlakte.
Daarom verwonder ik me ook niet echt over de uitkomsten van de enquête door Interview NSS in opdracht van Tempo Team. Daaruit blijkt namelijk dat de gemiddelde gast zich vooral ergert aan het gebrek aan correcte omgangsvormen van het personeel, gevolgd door gebrek aan toewijding en een gebrek aan aandacht. Voor mij had daar nog het gebrek aan vakkennis bij gemogen, maar goed.
Veel van de jonge mensen die je in de horeca tegenkomt zijn studenten en werken er puur voor de centen. Op zich is daar niets mis mee, mensen die een baantje erbij hebben om wat extra geld te verdienen, maar de algemene indruk onder studenten is toch al snel dat iedereen het kan. En daar ben ik het absoluut niet mee eens. De horeca is een vak, een prachtvak ook nog eens een keer, maar wel een vak dat je moet liggen. Het moet echt in je zitten om er het maximale uit te kunnen halen. En, helaas, heeft niet iedereen dat gen.
Wie ´s zomers wel eens op een terras zit kent de gevolgen daarvan maar al te goed. Probeer maar eens de aandacht van een medewerker te trekken als je iets wilt bestellen of wilt afrekenen, dat is bijna onmogelijk. Medewerkers zijn druk met van alles bezig, behalve met datgene waar het om gaat en dat is nu juist de klant. Soms lijkt het zelfs wel alsof men op school vooral geleerd heeft om niet om zich heen te kijken en dat de klant slechts een lastige onderbreking van de werkzaamheden is. Maar in de horeca is nu juist de klant, en de zorg daarvoor, het centrale thema. Het gaat juist om het verzorgen en vertroetelen van die klant. Helaas is het tegenwoordig ´not done´ om je dienstbaar op te stellen t.o.v. een ander. Dat wordt beschouwd als onderdanig en minderwaardig, maar niets is echter minder waar. Iemand die dat in de vingers heeft kan zijn gasten bijna precies laten doen wat hij wil en ze alles verkopen, òòk dat waarvan ze niet eens wisten dat ze het wilden hebben. En ook nog eens met een gemak en een glimlach waarbij niemand het idee heeft dat er iets vervelends of verkeerds gebeurd is. En dát vakmanschap is vrijwel nergens meer te vinden in de horeca. Tot groot verdriet van velen overigens.
Als je een goed geleid horecabedrijf binnen komt waar de gast nog echt centraal staat zie en proef je het meteen. Aan de sfeer, de inrichting en de manier waarop je tegemoet wordt getreden door de medewerkers. En als dát allemaal goed zit én de medewerkers hebben kennis van zaken en ook nog eens een goed product, dan heb je een gouwe tent te pakken. Een vrijwel gegarandeerd succes. Mensen rijden dan, zonder problemen, kilometers voor je om en nemen hun hele familie en al hun vrienden maar al te graag mee. En daar moet je het als ondernemer toch van hebben.
Mensen die het horecavak begrijpen en het in hun bloed hebben zijn dus zeldzaam maar ze zijn er gelukkig wel. Soms is het even zoeken maar als je ze hebt gevonden blijf je er terugkomen want je voelt je er welkom en je voelt je er thuis. En dergelijke gelegenheden hoeven ook nooit veel reclame te maken, daar zorgen de tevreden gasten zelf namelijk wel voor. En beter dan dat kun je het niet krijgen.
Ik kom graag in de horeca en heb inmiddels een klein lijstje in mijn hart van gelegenheden waar ik graag, en met enige regelmaat te vinden ben. Ik zal er daarvan twee noemen: Het Koetshuis in Etten Leur en Restaurant Jill´s in Leiden. Beiden zijn restaurants waar ik, zonder enige twijfel elke gast mee naar toe durf te nemen. Het is er altijd goed. En daar gaat het tenslotte om. De gast moet, als hij aan het eind van de avond weer buiten staat, een absoluut voldaan gevoel hebben. Hij heeft lekker gegeten in een gezellige omgeving waar goed voor hem is gezorgd. Met een glimlach en een opgewekt humeur. En dan trekt hij gráág de portemonee. Ik wel tenminste.
05-11-07
Daarom verwonder ik me ook niet echt over de uitkomsten van de enquête door Interview NSS in opdracht van Tempo Team. Daaruit blijkt namelijk dat de gemiddelde gast zich vooral ergert aan het gebrek aan correcte omgangsvormen van het personeel, gevolgd door gebrek aan toewijding en een gebrek aan aandacht. Voor mij had daar nog het gebrek aan vakkennis bij gemogen, maar goed.
Veel van de jonge mensen die je in de horeca tegenkomt zijn studenten en werken er puur voor de centen. Op zich is daar niets mis mee, mensen die een baantje erbij hebben om wat extra geld te verdienen, maar de algemene indruk onder studenten is toch al snel dat iedereen het kan. En daar ben ik het absoluut niet mee eens. De horeca is een vak, een prachtvak ook nog eens een keer, maar wel een vak dat je moet liggen. Het moet echt in je zitten om er het maximale uit te kunnen halen. En, helaas, heeft niet iedereen dat gen.
Wie ´s zomers wel eens op een terras zit kent de gevolgen daarvan maar al te goed. Probeer maar eens de aandacht van een medewerker te trekken als je iets wilt bestellen of wilt afrekenen, dat is bijna onmogelijk. Medewerkers zijn druk met van alles bezig, behalve met datgene waar het om gaat en dat is nu juist de klant. Soms lijkt het zelfs wel alsof men op school vooral geleerd heeft om niet om zich heen te kijken en dat de klant slechts een lastige onderbreking van de werkzaamheden is. Maar in de horeca is nu juist de klant, en de zorg daarvoor, het centrale thema. Het gaat juist om het verzorgen en vertroetelen van die klant. Helaas is het tegenwoordig ´not done´ om je dienstbaar op te stellen t.o.v. een ander. Dat wordt beschouwd als onderdanig en minderwaardig, maar niets is echter minder waar. Iemand die dat in de vingers heeft kan zijn gasten bijna precies laten doen wat hij wil en ze alles verkopen, òòk dat waarvan ze niet eens wisten dat ze het wilden hebben. En ook nog eens met een gemak en een glimlach waarbij niemand het idee heeft dat er iets vervelends of verkeerds gebeurd is. En dát vakmanschap is vrijwel nergens meer te vinden in de horeca. Tot groot verdriet van velen overigens.
Als je een goed geleid horecabedrijf binnen komt waar de gast nog echt centraal staat zie en proef je het meteen. Aan de sfeer, de inrichting en de manier waarop je tegemoet wordt getreden door de medewerkers. En als dát allemaal goed zit én de medewerkers hebben kennis van zaken en ook nog eens een goed product, dan heb je een gouwe tent te pakken. Een vrijwel gegarandeerd succes. Mensen rijden dan, zonder problemen, kilometers voor je om en nemen hun hele familie en al hun vrienden maar al te graag mee. En daar moet je het als ondernemer toch van hebben.
Mensen die het horecavak begrijpen en het in hun bloed hebben zijn dus zeldzaam maar ze zijn er gelukkig wel. Soms is het even zoeken maar als je ze hebt gevonden blijf je er terugkomen want je voelt je er welkom en je voelt je er thuis. En dergelijke gelegenheden hoeven ook nooit veel reclame te maken, daar zorgen de tevreden gasten zelf namelijk wel voor. En beter dan dat kun je het niet krijgen.
Ik kom graag in de horeca en heb inmiddels een klein lijstje in mijn hart van gelegenheden waar ik graag, en met enige regelmaat te vinden ben. Ik zal er daarvan twee noemen: Het Koetshuis in Etten Leur en Restaurant Jill´s in Leiden. Beiden zijn restaurants waar ik, zonder enige twijfel elke gast mee naar toe durf te nemen. Het is er altijd goed. En daar gaat het tenslotte om. De gast moet, als hij aan het eind van de avond weer buiten staat, een absoluut voldaan gevoel hebben. Hij heeft lekker gegeten in een gezellige omgeving waar goed voor hem is gezorgd. Met een glimlach en een opgewekt humeur. En dan trekt hij gráág de portemonee. Ik wel tenminste.
05-11-07
Abonneren op:
Posts (Atom)