zaterdag 10 mei 2008

Deel 2: Het fenomeen beelddenken, het menselijk brein

Het menselijke brein, het meest mysterieuze en meest fantastische orgaan van het menselijk lichaam. Bijna twee kilo materie waarin miljoenen verbindingen bepalen wie we zijn, wat we horen en zien, wat we doen, en wat we denken en wat we zeggen. Onze hersenen worden, in tegenstelling tot vele lagere diersoorten, bij de geboorte niet kant en klaar afgeleverd. Dat komt omdat de hoeveelheid informatie die nodig zou zijn om alle complexe hersenstructuren volledig te beschrijven veel te groot is om in onze genen vast te leggen. Daarnaast speelt ook een grote rol dat de mens, als geen ander, in staat is om zijn hele leven te blijven leren en zich verder te ontwikkelen. Bij de geboorte krijgen we een set basisvaardigheden mee, onze persoonlijke aanleg, maar moeten daarna nog heel veel vaardigheden aanleren. Deels door ervaring en deels door scholing. En om al die nog aan te leren vaardigheden te kunnen registreren en op te slaan is in onze hersenen een enorme opslagcapaciteit beschikbaar.

De wetenschap is al eeuwen bezig te doorgronden hoe onze menselijke computer werkt. En in die eeuwen zijn er theorieën ontstaan en weer ontkracht, nieuwe theorieën ontstaan en verder uitgewerkt. Maar ondanks al die jaren van onderzoek weten we nog steeds niet precies hoe het daarboven allemaal precies werkt. We weten bijvoorbeeld wel ongeveer wel hoe het centrale zenuwstelsel werkt, maar nog steeds niet precies wat ervoor zorgt dat de ene herinnering tachtig jaar later nog steeds is op te halen en de andere al na een week schijnt te zijn verdwenen. Vast staat in ieder geval dat onze hersenen tot verbluffende zaken in staat zijn. Zo kunnen we niet alleen relatief ingewikkelde problemen oplossen maar ook steeds nieuwe dingen leren en die ruim tachtig jaar onthouden.
Toch is het opvallend te noemen dat, naar schatting, 90 procent van onze acties en reacties wordt gestuurd door ons onbewuste geheugen. Om ons bijvoorbeeld dagelijks door het drukke verkeer van en naar de zaak te kunnen bewegen, hebben we geleerd om automatisch te schakelen, te sturen en, ook bepaald niet onbelangrijk, tijdig te remmen. Op het moment dat we achter het stuur kruipen treedt die reflex in werking. En ook veel andere processen worden onbewust aangestuurd, zoals uw ademhaling, uw hartslag, het knipperen van uw ogen en het reguleren van uw lichaamstemperatuur.

De meest voorkomende beschrijving van het menselijke denk- en handelingsvermogen geschiedt aan de hand van de tweedeling in een linker en rechter hersenhelft, waarbij elk deel verantwoordelijk is voor een aantal taken. De samenwerking tussen de beide hersenhelften, aangestuurd door de hersenbalk (het Corpus Colossum) bepaalt hoe, en hoe goed die taken kunnen worden uitgevoerd.
Met de opkomst van nieuwe technieken en digitale mogelijkheden, zoals de MRI, zijn wetenschappers in staat om een kijkje te nemen in de hersenen terwijl ze druk aan het werk zijn. Dat levert verrassende inzichten en veel nieuwe kennis op. Vooral over welke gebieden van de hersenen gebruikt worden voor welke taken en ook over de grote verschillen die er onderling zijn. Niet alleen tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen mensen onderling. Studie op mensen met een hersenafwijking of een defect in de hersenen levert weer heel andere inzichten op, zeker zodra die vergeleken worden met uitslagen van ‘gezonde mensen’.

Gebleken is inmiddels wel dat geen twee mensen helemaal gelijk zijn. Elk mens heeft tenslotte, buiten een bepaalde hoeveelheid basismateriaal, een uniek uitgangspunt van waaruit de verdere hersenstructuren zullen worden opgebouwd. Hoe dat opbouwen gebeurt wordt in grote mate bepaald door aanleg, opleiding, ervaringen en soms, puur toeval of domme pech.

10-05-08

vrijdag 9 mei 2008

Deel 1: Het fenomeen beelddenken, een stukje geschiedenis

Ik kwam voor het eerst in aanraking met het fenomeen beelddenken tijdens een loopbaanheroriëntatie die ik deed in Delft in 2000, en sindsdien heeft het fenomeen me nooit meer losgelaten.
Er zijn verschillende definities van het begrip beelddenken in omloop. Zo omschrijft Bromberger in zijn uitgave ´De kracht van beelddenken. Een creatieve manier om koers te bepalen voor individu, team en organisatie´ uit 2004 het als volgt:


´Beelddenken kan omschreven worden als ruimtelijk denken, een simultaan (gelijktijdig), non-verbaal denken. Het wordt ook een abstract visueel, synergetisch (samenwerkend, elkaar versterkend) of soms haptisch (tast) denken genoemd. Het is een geheel andere, vaak creatievere manier van denken, waarbij verschillende zintuigen gebruikt worden. Visualisatie is er daar een van, maar ook ruiken, voelen en horen maken er deel van uit. De term beelddenken is dus enigszins misleidend en ook beperkend, omdat het alleen aan beelden doet denken.´

Beelddenken werd als eerst benoemd door de Haagse logopediste Maria J. Krabbe (1889 -1965), die in de jaren dertig met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. Krabbe constateert dat een aantal kinderen uit haar praktijk anders communiceren. Bovendien stelt ze vast dat er een discrepantie is tussen hun taalvaardigheid en hun vaardigheden op andere terreinen. Ze noemt dit fenomeen beelddenken, en omschrijft het in eerste instantie als ‘een denken in beelden en gebeurtenissen’. Dit in tegenstelling tot begripsdenken dat een denken in woorden en begrippen is.
Het nieuwe aan de ideeën van Krabbe was, dat ze veronderstelde dat het onderscheid tussen beelddenken en begripsdenken een verklaring kon bieden voor de door haar geobserveerde problemen. Kinderen die denken in beelden, zouden dus niet zomaar dom, lui of ongeconcentreerd zijn. Ze hebben slechts moeite met het opnemen en verwerken van talige informatie.
Als Nel Ojemann (1914-2003) in het midden van de jaren '50 het boek van Krabbe leest, besluit zij onderzoek te gaan doen naar beelddenken. Zo zoekt zij o.a. naar een instrument om beelddenkers op te sporen. Dat instrument vindt zij in het Wereldspel. Een spel met diverse gekleurde blokjes waarmee een dorp gebouwd moet worden. Aan de manier waarop iemand dat doet is door een getraind persoon o.a. af te leiden of die iemand sterk visueel is ingesteld. Haar definitie, uit 1987, luidt als volgt:
´Beelddenken is een vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt. Het is denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, die men (gewoonlijk) rond het vijfde, zesde jaar loslaat ten gunste van het zogenaamde begripsdenken.

Sinds Krabbe en Ojemann hebben diverse mensen zich inmiddels met het fenomeen beelddenken bezig gehouden en zijn er diverse boeken en studies over beelddenken verschenen, maar tot op heden is er nog geen duidelijke verklaring gevonden waarom beelddenkers de overstap van beeld- naar begripsdenken niet, of niet volledig maken. Bovendien is het fenomeen nog veel te weinig bekend onder het grote publiek, en dat is jammer. Bedrijven en organisaties zouden namelijk enorm kunnen profiteren van de unieke gaven en kwaliteiten van beelddenkers. Hun unieke manier van denken, van het benaderen van problemen en uitdagingen, kan bedrijven helpen problemen op te lossen en te (blijven) innoveren.

09-05-08